Categorie: Foto’s

SATUR9’s Photo Challenge (5)

.

.
Afgelopen maandag diende ik een vracht teelaarde te lossen. Daartoe dirigeerde ik mijn aanhanger achterwaarts op een oprit teneinde mijn lading te kunnen kippen.

Zulks geschiedde zonder problemen. Pas toen ik wat later wilde wegrijden, liep het spaak: mijn bestelwagen gaf geen gebenedijde kik meer op het moment dat ik hem wilde starten. De conclusie was snel getrokken: batterij leeg. De strenge vorst van de afgelopen dagen had in dezen beslist een stok in de wielen gestoken. Bovendien bleek de accu al acht jaren trouwe ambt achter de kiezen te hebben.
Doordat mijn voertuig een complete rijstrook van de weg versperde, diende er snel te worden gehandeld. Aldus belde ik Touring Wegenhulp, de pechbijstand waar ik al tijden lid van ben. Ik kreeg een vriendelijke meneer aan de lijn die me een vlugge interventie verzekerde.
‘Vlug’ is behoorlijk relatief, zo bleek. Welhaast drie uur later – het begon reeds te schemeren – kreeg mijn motor een nieuw hart dat me honderdvijftig euro lichter maakte. De prijs van de twee kubieke meter teelaarde met levering, zeg maar. Toeme toch.
Terwijl ik stond te wachten op de tussenkomst, deponeerde ik een fluorescerende oranje/wit-gevergeerde verkeerskegel naast de auto. Mijn camionette was tenslotte een hinderend obstakel op de weg. En prompt zag ik ze: strepen! De eerste foto aangaande Saturn9’s vijfde Photo Challenge was meteen binnen.

Die avond had Katrien voortreffelijk gekookt: kakelverse forel in papillot. Tomaatjes en tijmtakjes erbij, royaal gepeperd en rijkelijk gedrenkt in witte Chardonnay. Waarlijk succulent, wat ik u brom. Het gratenmotief van de vis werd alras zichtbaar naarmate de maaltijd vorderde. En wederom zag ik ze: strepen! Check overigens ook de aangegoten placemat met inderhaast – en geheel bewust – toegevoegde vorken. Nóg meer strepen.
Met naar vis geurende, enigszins plakkerige jatten nam ik onderstaande twee foto’s:

Alvorens onder de wol te duiken, speurde ik op de desktop naar digitale beelden van een prairietuin annex blauweregenpergola die ik had aangelegd omheen een centrale vijver. Twee jaar geleden plaatste ik er een kastanjehekwerk rond ter (verdrinkings)bescherming van de kleinkinderen van die klant. En wat bleek? Ik ontwaarde eens te meer strepen! Ze omsloten middels een vast ritme verticaal mijn creatie.

In diezelfde map prijkt tevens een foto waarop ik mijn camera hemelwaarts had gericht ten behoeve van een boeiend contrailpatroon. Ook die voeg ik met graagte toe aan deze challenge. Wegens strepen galore.

Om af te sluiten serveer ik u nog een bonus uit Planckendael:

SATUR9’s Photo Challenge (4)

.

.
Drieënhalf was ik, of hooguit vier, toen ik getroffen werd door de valse of pseudokroep.
Voor wie dit ziektebeeld niet kent: het is een virusinfectie ter hoogte van de stembanden. Door de ontsteking zwelt het slijmvlies van het strottenhoofd.


Het gevolg van zoveel fraais was dat ik sterk piepend begon te ademen, iets wat zich gestaag moeilijker en luidruchtiger voltrok. Ik weet, vijftig jaar na datum, nog steeds dat ik op de duur gigantisch in paniek sloeg en dacht dat mijn korte leventje op zijn allerlaatste beentjes aan het lopen was.
Mijn tante, die die dag toevallig op bezoek kwam, nam me meteen op haar schoot in de hoop me te kunnen kalmeren. Daarbij liet ze me, enigszins onder lichte aansporing, naar de dikke en snel voorbijdrijvende witte wolken kijken wijl ze me sussend toesprak. Haar hoop om me alzo tot bedaren te brengen, bleek van het ijdele soort: ik begon het steeds benauwder te krijgen, maakte dat diets door wild te beginnen gesticuleren, en piepte intussen zowat de ganse buurt bijeen. Ondertussen had mijn moeder al de huisarts gebeld. Die heeft me vervolgens middels een drieste dollemansrit in zijn eigen bolide naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gesjeesd alwaar ik stante pede onderhanden werd genomen.

Eind goed, al goed, doch ik vrees dat dit adembeklemmende euvel me voor de rest mijner dagen zal bijblijven. En wat meer is: als ik heden dichte drommen witte wolken zie voorbijdrijven, associeer ik ze welhaast onmiddellijk met die onheilsdag uit mijn kindertijd. Ik ben er, kortom, niet immer mee in de wolken.

Dat neemt gelukkig niet weg dat ik oeverloos kan genieten van een schoon pluriform uitspansel. Op zulke momenten converseer ik weleens stemloos met mezelf:
“Maar, Menck, zijn dit nou cumuluswolken? En betreffen het dan stratocumulus- of eerder altocumuluspartijen? Tiens, mogelijks zijn het zelfs cumulonimbus-, altostratus-, nimobostratus- of cirruswolken. Gaat het hier toch niet eerder om cirrocumulus- of cirrostratustypes, aanschouw ik lenticularisgroepen of is het godbetert een heuse dreigende shelf cloud of een supercel? Wat denk je? En, beste vriend, vergeet evenmin de rol- en parelmoerwolken, om van de mammatus, de lichtende nachtwolken, de asperitas en zelfs de Whale's Mouth nog maar te zwijgen.”

Ach ja, iedere mens gaat stiekem weleens zulke banale conversaties met zichzelf aan, bevroed ik. En gelukkig heb ik vaak mijn camera bij de hand. Ik noem hem ook wel lacherig het verlengstuk van mijn arm. Onderstaand bemerkt u wat er vorig jaar zoal uit kwam gerold aangaande fascinerende wolkenformaties. Dat wordt eventjes scrollen, folks.

Doch de ene foto die zowat de ganse wereld rondging, is jammer genoeg niet van mijn hand maar van Bruggeling Laurens Vermeyen. Hij slaagde erin een zeldzame supercel vast te leggen die zich op een bepaald moment uitstrekte boven Sint-Michiels, Brugge. Voor de streekgenoten: de foto werd genomen vanuit de Heidelbergstraat in de richting van de autosnelweg.
De uitwassen van deze supercel hebben die dag in onze contreien heel wat schade aangericht. De storm die eraan ontsproot, was van een ongeziene capaciteit. Voor wie een goed geheugen heeft: het was deze tempeest die verantwoordelijk was voor de omvangrijke schade aan de privéwoning van regisseur Jan Verheyen in Ruddervoorde. Ook zijn toenmalige buren, mijn beste vrienden, deelden stevig in de klappen en deden dientengevolge uiteindelijk zelfs hun zwaar gehavende woning van de hand.

[ Foto’s: © Menck | laatste foto: Laurens Vermeyen ]

SATUR9’s Photo Challenge (3)

.

.

Deze week hop ik van de vorige Photo Challenge naar de huidige, zonder een schrijfsel tussenin. Om maar te zeggen dat mijn dagen stilaan weer goed gevuld raken.

Mezelf, dus.
Wie hier al langer komt lezen, zal onderhand reeds een aardig beeld van me kunnen schetsen, ook al laat ik slechts incidenteel het achterste van mijn tong zien.
Algemeen gesteld ben ik een beduidend contente ziel. Zulks vertaalt zich tevens in het eindresultaat van de Geluk-O-Meter:

Een korte descriptie dan maar?
Ik ben gezond mits inachtneming van enkele inferieure mankementen, mijn huwelijk is er eentje uit de duizend en mijn job is zowat een hobby.
Qua financiën zou het beter doch ook slechter kunnen, maar ik leef betrekkelijk eenvoudig, ben op materieel vlak niet bepaald veeleisend en heb van kindsbeen af geleerd te zaaien naar de zak.
Mijn absolute drijfveren zijn de natuur, mijn ware vrienden en mijn familie, niet noodzakelijk in die volgorde. Ik kom uit een bijzonder warm en los nest en creëer er dientengevolge met veel graagte zelf ook eentje.

Karakteristiek ben ik eerlijk, trouw, altruïstisch, sociaal, hulpvaardig, een open boek en doorgaans enthousiast en ondernemend. Uiteraard zijn er ook kleine kantjes: ik ben koppig, niet zelden iets te perfectionistisch, bijwijlen nurks, niet altijd even georganiseerd, vaak verstrooid, enigszins melancholisch en lichtelijk emotioneel.
Mijn naasten kennen me als een mens met oog voor detail en schoonheid, met een oeverloze liefde voor fauna en flora, als muziekgek, fotofanaat en als iemand met een afkeur van heibel, haat, geweld, egotripperij, grootheidswaanzin, huichelarij en een gebrek aan empathie.
Voor familie en vrienden ga ik door een vuur, doch zulks executeer ik niet steevast onvoorwaardelijk en/of vanzelfsprekend.

Ik kan oeverloos genieten van mosselen, scampi en aanverwante schaaldieren, drink bij voorkeur sterke koffie, bittere thee, bruiswater en gin en heb een haatverhouding met zoetigheden en zurkel(bereidingen). Vis gaat boven vlees en ik verslind daarenboven groenten als was ik een uitgeteerd konijn.

Mocht ik als vermist worden opgegeven, dan zou mijn opsporingssignalement als volgt luiden: man van middelbare leeftijd, grijze en wilde (corona)haardos, donkere wenkbrauwen, één meter negentig, casual gekleed dan wel in een smoezelig werktenue en drager van een al tijden voorbijgestreefde sik die nog enigszins hip was in de nineties. Mocht u deze man hebben gezien, gelieve dan contact op te nemen met het dichtstbijzijnde plantencentrum.

Twee foto’s hieronder, zijnde de vroegste en de meest recente.
De eerste – een gescande analoge opname – werd in een fotostudio genomen in het jaar 1968 toen ik exact één jaar was geworden, de tweede afgelopen vrijdag in een bosrijke tuin in de regio Mechelen alwaar ik vierenvijftig lentes stond te wezen wijl ik dode bomen aan het vellen was. Menck in zijn natuurlijke habitat, zeg maar.

Meer fotomateriaal van schrijver dezes vindt u overigens HIER en (soms) HIER.

Met dank aan Anne alias Saturn9 voor de uitdaging.

SATUR9’s Photo Challenge (2)

.

.
Twee zomers geleden, toen Corona nog slechts een simpel pilsje was, kreeg ik van goeie vrienden het verzoek om te fungeren als fotograaf van het huwelijk hunner dochter. Zowel de officiële echtverbintenis als het feest achteraf zouden plaatsvinden in hun grote, romantische tuin. “We hopen op een zonovergoten dag én op je bevestiging!”

Ik had welgeteld één keer een huwelijk op de gevoelige plaat vastgelegd, een jaar vóór bovenstaand verzoek. De omstandigheden waren toen allerminst favorabel: een donker stadhuis, een feestzaal met getemperd kunstlicht en een meute immer ambulante gasten.
De nacht voordien deed ik geen oog dicht. Wat als ik die mensen hun mooiste dag zou verkloten met miserabele foto’s? Ik was tenslotte geen professional in de wereld van de digitale daguerreotypie, hoe enthousiast ik ook opging in mijn hobby. Gelukkig is alles goedgekomen, ook al heb ik die bewuste vrijdag peentjes gezweet van de stress. Mijn eerste shoot was een feit en de tortelduifjes bleken in de wolken met mijn prestaties.
Saillant detail: nog geen jaar later was het koppel al in een vechtscheiding verwikkeld. Of mijn digitale reportage er voor iets tussen zat, ben ik nooit te weten gekomen.

Revenons à nos moutons: het tuinfeest-huwelijk.
Dat vond plaats onder een bijzonder gunstig gesternte: die dag was het bloedheet – we schrijven eind augustus – en vielen de mussen schier letterlijk dood van het dak. De drankjes koel houden was zo’n beetje de enige kopzorg van het gebeuren. De geïmproviseerde doch met polychrome toeters en bellen opgeleukte bar was opgetrokken onder een wijd uitdijende acacia alwaar de serveerders en serveuses heelder pakken ijsblokjes lieten aanrukken teneinde het aangeboden geestrijke vocht van de nodige afkoeling te kunnen voorzien.
De omvangrijke en feestelijk getooide tuin stroomde alras vol enthousiastelingen die het jonge paar kwamen toejuichen. In hun middens: een drukdoende amateurfotograaf die zich liet meedrijven op de uitgelaten sfeer. Ik werd simpelweg meegezogen in zoveel uitbundigheid en martelde mijn camera dat het niet mooi meer was. Buitenopnames zijn ronduit heerlijk en geschieden stukken spontaner dan het eeuwige geklooi met de camera-instellingen in een gesloten ruimte. Kortom: mijn uitgebreide reportage bleek achteraf een schot in de roos.

En dan nu Satur9’s uitdaging, zijnde ‘kader in kader’.
Die dag had ik tussen een forse berk en een inderhaast in de grond geslagen houten paal een aftandse fotolijst opgehangen waarachter de gasten konden plaatsnemen teneinde zich letterlijk te laten inkaderen voor de eeuwigheid. Dat initiatief kon op veel bijval rekenen, want toen ik ’s namiddags die fotoshoot luidkeels annonceerde, stond de – ondertussen al enigszins beschonken – meute algauw in een lange rij aan te schuiven.
Onderstaand heb ik lukraak één beeld uit die bewuste fotoserie opgediept: een geïnviteerd koppeltje dat zich astrant overgeeft aan hun gevoelens voor elkaar. Let love rule the world!

SATUR9’s Photo Challenge (1)

.

.
Ik drink nooit t(hee).”

Meester Frans – Schele Otter, zoals zijn leerlingen hem liefkozend bezongen – bezigde deze uitspraak wel vaker toen we in de lagere school werkwoorden leerden vervoegen. Later bleek dat hij van het leugenachtige soort was, want ik betrapte hem ooit eens in de eetzaal met een kop dampende rozenbottelthee voor zijn neus. Maar tijdens de lessen bleef hij desondanks volharden in de boodschap, waardoor ik hem gedurende de rest van het schooljaar niet langer meer geloofwaardig achtte.

Mogelijks enigszins geïndoctrineerd werd ik uiteindelijk een koffiedrinker. Heelder sloten van dat zwarte goud heb ik al verzwolgen.
Toen ik nog bij mijn ouwelui woonde, werd er steevast ‘Douwe Egberts’ uit een met bordeauxrode bloemen getooide pompthermos gedrukt. Die warmhouder leek wel voor de eeuwigheid geconstrueerd, want zelfs toen hij onderaan al drastische roestvorming vertoonde en de bloemenprint vaalrood was geworden, bleef mijn moeder onverstoord bloedhete troost uit dat ding tanken.
Pas toen ik tweeëntwintig werd, en nog slechts drie jaar thuis zou wonen, schakelde la mama zonder pruttelen over naar koffie van ‘Roode Pelikaan’. Dat was omdat mijn broer bij die bonenbrouwer was gebombardeerd tot vertegenwoordiger en hij af en toe wat pakjes meebracht die “van de camion waren gevallen”. En het moet gezegd: dit sant uit eigen land beviel me stukken beter dan de Nederlandse variant.

Het was pas toen ik Katrien leerde kennen – een notoir theedrinkster én koffiehaatster – dat ik in de wereld van het aftreksel der gedroogde bladeren werd geïntroduceerd. Zulks was serieus wennen geblazen. Waar thee voor mij in den beginne smaakte naar ontoereikend geparfumeerde zweetsokken, werd mijn meug gaandeweg gefinetuned en begon ik de diverse aroma’s te appreciëren. Heden prijken er zowat twintig verschillende theesoorten in één onzer keukenkasten.
Edoch, oude liefde roest niet en ik ben koffie blijven verkiezen boven thee. Als ik ’s morgens moet ontdooien met een kopje thee, lukt me dat van geen kanten. Geef mij een stevig shot koffie en ik begin prompt de lambada te dansen in mijn nachtkloffie waarna er alras een deugddoende ontlading volgt in het kleinste kamertje. Hell yeah!

Dientengevolge wordt deze eerste Photo Challenge beslecht in het voordeel van de koffie, waarvan ik onderstaand een apparent bewijs aanvoer. Het spreekt voor zich dat de gebakjes uitsluitend werden aangebracht om het beeld van wat polychrome tonen te voorzien aangezien ik een gezonde afkeer heb ontwikkeld van zoetigheden.

En u?

Faits divers | deel 4

.
Sinds een maand of twee zijn we een telg rijker ten huize Menck. Een goed uitziende vreemdeling kwam hier ineens aanwaaien en is gebleven. Hij is bovenmatig welgemanierd, hogelijk verzorgd en criant zachtaardig, wat ik als een niet te onderschatten meevaller beschouw.
Een druk gedeelde rondvraag op sociale media leerde me dat niemand uit onze contreien hem kan thuisbrengen, letterlijk noch figuurlijk. Mogelijks wordt hij dientengevolge ook nergens gemist.
We kennen zijn naam evenmin als zijn leeftijd en zijn helaas niet in staat om met hem te communiceren. Maar hij is ten zeerste erkentelijk voor de cordiale opvang en de maaltijden die we hem dagelijks offreren én gunnen, genereus als we zijn.
De neiging bekruipt me om hem Remi te noemen wegens ‘alleen op de wereld’. Althans, toch tot voor kort. Ook de drie kleinsten mijner huisgenoten zijn er tuk op en hebben hem quasi onmiddellijk in hun midden geaccepteerd.
Geef maar grif toe dat deze jongen een attractieve verschijning is:

* * *

Eerder deze maand – die zowaar alweer twintig dagen oud is – werd de drie in mijn leeftijd schier geruisloos een vier. Bloemen noch kransen. Volgende maand valt Katrien overigens dezelfde eer te beurt.
Dat we oud worden, zeg ik u. Dat we het al zíjn, aldus vrienden van ons.
Lichtpuntje in zoveel duisternis: eergisteren werd ik, na een grondige check-up in het ziekenhuis, weer geheel en al ‘geschikt voor dienst’ verklaard na een wekenlange revalidatie. Anders gezegd: ik mag de handen opnieuw naar hartenlust uit de mouwen steken. Zulks viel overigens niet in dovemansoren, want prompt construeerde ik wat extra etalageruimte in het pottenbakkersatelier van vrouwlief. Dat kind heeft zowat constante uitbreidingsdrang en ik kan nimmer haar passionele smeekbedes weerstaan.

* * *

Na een virtuele winterslaap van welhaast drie weken, luidt dit eigenste schrijfsel mijn nieuwe blogjaar in, het vijftiende alweer. En ook al hangt boven 2021 voorlopig nog steeds dezelfde zwaarbeladen onweerswolk die in maart vorig jaar werd gevormd, toch stuurde het begin van het kersverse jaar ter algehele afwisseling ook eens een gans andere bui over ons heen: eentje vol sneeuwvlokjes.
Dat ze feeërieke plaatjes genereerde, wil ik u bijgevolg zeker niet onthouden. Op de valreep, zeg maar.

[ Foto’s: © Menck ]

Faits divers | deel 3

.
Mijn ouwe deed zijn alias alle eer aan door onlangs zevenentachtig te worden. Hij ziet er, geheel naar eigen zeggen, nog “bijzonder potent” uit.
Wanneer ik hem er vervolgens fijntjes op wijs dat hij ook bijzonder im-potent is, zingt hij ineens toch een toontje lager.
Ach, een beetje dad bashing op zijn tijd: moet kunnen. Nu het nog kan.

.
* * *

Onze Malus ‘Red Sentinel’ is hoogzwanger van een massa sierappeltjes, elk najaar opnieuw een weelderig festijn. Helaas gaat de herfst de laatste tijd gebukt onder ernstige depressieverschijnselen zodat ter plaatse genieten van zoveel abondantie niet meteen aan de orde is.
Dientengevolge heeft Katrien, gewapend met de snoeischaar, een kleine chirurgische ingreep toegepast op de appelaar en een luttel deel zijner nageslacht binnenshuis gebracht onder het motto ‘Haal ’s wat herfst in huis’.
Op vijf minuten tijd werd alzo, met een gemak van heb ik u daar, de woonkamer opgefleurd. Of opgeappeld, zo u wil. Een paar weken genot is heden ons deel.

.
* * *

De herfst gooit dit jaar, onder invloed van de vele plensbuien, ook gul met paddenstoelen. Zo ontdekte ik dit fraaie doch lichtelijk gebarsten exemplaar in een tapijtje klimop:

Een vliegenzwam! Deze rode fungus met witte stippen spreekt tot de verbeelding van velen.
Helaas doet hij dat soms ook letterlijk, want vooral de rode hoed bevat veel werkzame stoffen waaronder enkele met hallucinerende eigenschappen. Niet voor niets valt deze paddo onder de Wet op de Verdovende Middelen – in Nederland de Opiumwet – en valt het dientengevolge niet aan te raden om hem te consumeren. Tenzij u eens goed… Ach, never mind.

Er was echter nog een tweede paddenstoel die mijn aandacht trok, al vind ik niet meteen diens correcte benaming terug op het www:

Ik heb nochtans gegoogeld op Reetboleet, Zitvlakzwam, Toilettruffel en zelfs Bilbovist. Edoch helaas, geen matches.
Iemand?

* * *

Om nog een laatste keer wat Herbstfreude rond te strooien, schotel ik u deze recente polychrome opname voor van een reeds grotendeels leeggeplukte moestuin. Hij behoort toe aan goede vrienden die ondertussen ook alweer enkele jaren trouw zweren aan wat ooit te boek stond als ouderwetse boerenbloemen: dahlia’s.


Zoveel kleur tot zo diep in het jaar: what’s not to love ‘bout them? Dahlia’s hebben hun stoffige imago van weleer integraal afgeschud en zijn wereldwijd hipper dan ooit. En terecht, wegens tal van nieuwe, vaak spectaculaire variëteiten die allen hetzelfde gemeen hebben: lange bloei, makkelijk houdbaar, perfecte snijbloemen.
Wist u dat hoe meer bloemstelen u van een dahlia wegknipt, hoe meer nieuwe bloemkoppen er voor in de plaats komen? A never ending story, kortom.

.
* * *

Hou ik dit jaar tot mijn grote spijt even voor bekeken: een kerkhofbezoek op Allerheiligen. Een welbepaald virus is me te omnipresent geworden.
En zodoende treft u hieronder een opname van vorig jaar, toen de begraafplaats waar ook het graf van mijn moeder zich bevindt zich op haar fleurigst openbaarde.

Mijn broer neemt voor deze editie de honneurs waar. Hij is er duidelijk wél op voorbereid:

.
* * *

Afsluitend: Katriens keramiekstek staat online! U bezoekt hem door HIER te klikken of op het desbetreffende logo in de rechterkolom van mijn blog.
In de onderstaande foto klikken op mijn madams linkertiet of op de beduimelde lichtschakelaar behoort eveneens tot de mogelijkheden. Aan u de keuze.
Waarvan akte.

En u?
.

De voorgaande edities van ‘Faits divers’ vindt u terug middels de zoekfunctie bovenaan de rechterkolom van deze blog.

[ Foto’s: © Menck | enkele foto’s aanklikbaar voor een meer gedetailleerde weergave ]

Faits divers | deel 1

Ze kroelde het schier aride loof van de smalle dreven en viel later in volle schittering neer op de vloedlijn en het verlaten zandkasteel, wijl ze levend goud op onze kruinen liet beven; een goddelijk waas uit zijde en licht geweven: nooit voorheen ervoer ik zulk een magisch tafereel.

Aanschouwde u dinsdagavond ook die werkelijk glorieuze zonsondergang?
Het moet zowat half acht zijn geweest toen de koperen ploert ineens groot en oranjerood de einder kuste. Diens boodschap was onmiskenbaar: geniet nog een laatste maal ten volle van mijn zomerse gloed, gij allen, want ge zult er een tijd van verstoken blijven.
Op dat betoverende moment bevonden mijn madam en ik ons vlakbij een vrij grote plas water die gemeenzaam ook wel eens Noordzee wordt genoemd. Ik diepte mijn camera uit de schoudertas op en legde zoveel welhaast onaardse schoonheid meermaals vast.

Vanmorgen regende het, voor het eerst sinds lang, oude wijven. We wennen er maar beter aan als ik het KMI mag geloven.

* * *

Maar ik wil niet zo’n afzichtelijk groot toestel in de woonkamer”, zeurde Katrien wijl ze op mijn pc-scherm een foto aanwees van een doordeweekse hometrainer. “Geen computers en andere overtollige toeters en bellen, maar een minder log ding, liefst ook een beetje esthetisch verantwoord, dat me op een franjeloze manier de nodige training garandeert.”
“Het moet dus bij ons interieur passen?”, meesmuilde ik. “Daar ga ik niet eens naar op zoek om de eenvoudige reden dat zoiets niet bestaat, lieve schat.”
Mijn madam stond verontwaardigd op, trok haar smartphone uit haar achterzak en stapte mijn bureau uit.

Vier dagen later werd het geleverd.
Het was verbazend klein, erg fraai vormgegeven en woog op de kop af 120 kilo. Nog een geluk dat het niet log was.

Daar zal ze niet lang plezier aan beleven”, gaf een mijner klanten, die tevens sportleraar is, me mee. Hij heeft zijn eigen gymzaal vol logge toestellen.
“Dat kleinood is vooral mooi maar hoegenaamd niet praktisch. Je kunt je benen op geen enkel ogenblik voluit strekken met kniepijn als uiteindelijk resultaat. Het ontbreken van een stuur houdt een marteling voor de rug in, met alle kwalijke gevolgen van dien. Zeg maar tegen je vrouw dat haar gekoesterde machientje haar zuur zal opbreken.”

Het fitnessapparaat staat ondertussen te koop op 2dehands.be. We lieten de prijs al zakken tot 35 euro, doch geen vermaledijde kat die reageert.
Wijl ik dit aan het scherm toevertrouw, ligt mijn madam voor de vijfde van twaalf beurten op de behandeltafel van Kinesitherapie Kraakmans alwaar ik haar om kwart voor acht dien op te pikken.

* * *

En u?

.
[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Hoe is het zover kunnen komen?

In de drieënvijftig jaar dat ik op deze aardkloot rondloop, heb ik al het een en ander mogen aanschouwen. De realiteit kan soms de fictie overtreffen. Dientengevolge valt mijn mond nog maar zelden open van verbazing.

Tot deze namiddag, tijdens een zonovergoten uitstap.

Nooit eerder zag ik zulk een compleet irreële invulling van de term ‘tuinomheining’. Of is hier veeleer sprake van een dwangmatige verzamelwoede die zijn weerga niet kent?

De volgende keer bel ik geheid aan. Ik wil nu absoluut ook weten hoe deze woning er vanbinnen uitziet als er naar de buitenwereld toe al geen spat schroom aan de dag wordt gelegd.
.

[ Foto: © Menck | aanklikbaar voor groter formaat ]

Opium voor de dromer: oudewijvenzomer

Er kwam ons een koppel veertigers tegemoet met in hun kielzog twee kinderen. Meneer en mevrouw droegen een wegwerpmondmasker en wisselden geen woord met elkaar. De kinderen toeterden de lucht vol wijl ze wild gesticuleerden.

Toen we elkaar wilden kruisen op het smalle zandpad, stapten zowel de man als de vrouw ostentatief twee meter opzij, de rijkelijk met netels begroeide beemd in. Ze schonken ons, niet-mondmaskerdragers, een giftige blik.
“Geen verplichting hoor”, maakte ik hen glimlachend diets. “Open lucht en zo.”
De man mompelde iets in zijn masker waardoor het een stond opbolde. Aan zijn ogen te zien was het alvast geen instemmende formulering. De vrouw zweeg, doch als haar starre kijkers kogels waren geweest, dan hadden ze ons, notoire virusverspreiders, ter plekke neergebliksemd.
Twee tellen later was het passeermanoeuvre wijlen. Achter ons hoorden we de man ineens zwaar rochelend hoesten. We keken elkaar aan en barstten terstond in lachen uit.

* * *

Over de weidse, rimpelende plas slingert zich een langgerekt hardhouten knuppelpad. De reeds lager staande zon strooide een sliert fel fonkelende parels op het wateroppervlak. Ik ging door de knieën en legde dit magische tafereeltje op de gevoelige plaat vast.
Wat verderop zagen we hoe een blauwe reiger met een welgemikte uithaal een vis aan zijn magistrale snavel spietste. De statige steltloper sloeg vervolgens met een gedecideerde beweging zijn nek achterover en stuurde alzo zijn wild spartelende prooi maagwaarts.
Op het moment dat ik mijn camera op de geduchte visrover richtte, steeg hij klapwiekend op, zweefde een wijl laag over de lagune en streek wat verderop neer tussen twee kloeke bundels lisdodden.
Een mislukte foto, een indrukwekkende waarneming.

* * *

Dit oorspronkelijke bufferbekken werd door de stadsgroendienst met vakkundig beleid omgetoverd tot een gevarieerd reservaat met een rijke fauna en flora. Het nuttige werd er op onnavolgbare wijze aan het aangename gekoppeld.
Op het moment dat Katrien en ik even halthielden om de laatste kleuren van de massale water- en oeverbegroeiing, badend in het mordoré licht van de ondergaande nazomerzon, ten volle tot ons te nemen, voelde ik hoe een gelukzalige gloed mijn hart vulde. Dat de natuur me nog immer, vaak tot tranen toe, kan beroeren, beschouw ik als mijn allergrootste fortuin. De helft mijner sponde even daargelaten, vaneigens.

En u?