Categorie: Foto’s

Faits divers | deel 1

Ze kroelde het schier aride loof van de smalle dreven en viel later in volle schittering neer op de vloedlijn en het verlaten zandkasteel, wijl ze levend goud op onze kruinen liet beven; een goddelijk waas uit zijde en licht geweven: nooit voorheen ervoer ik zulk een magisch tafereel.

Aanschouwde u dinsdagavond ook die werkelijk glorieuze zonsondergang?
Het moet zowat half acht zijn geweest toen de koperen ploert ineens groot en oranjerood de einder kuste. Diens boodschap was onmiskenbaar: geniet nog een laatste maal ten volle van mijn zomerse gloed, gij allen, want ge zult er een tijd van verstoken blijven.
Op dat betoverende moment bevonden mijn madam en ik ons vlakbij een vrij grote plas water die gemeenzaam ook wel eens Noordzee wordt genoemd. Ik diepte mijn camera uit de schoudertas op en legde zoveel welhaast onaardse schoonheid meermaals vast.

Vanmorgen regende het, voor het eerst sinds lang, oude wijven. We wennen er maar beter aan als ik het KMI mag geloven.

* * *

Maar ik wil niet zo’n afzichtelijk groot toestel in de woonkamer”, zeurde Katrien wijl ze op mijn pc-scherm een foto aanwees van een doordeweekse hometrainer. “Geen computers en andere overtollige toeters en bellen, maar een minder log ding, liefst ook een beetje esthetisch verantwoord, dat me op een franjeloze manier de nodige training garandeert.”
“Het moet dus bij ons interieur passen?”, meesmuilde ik. “Daar ga ik niet eens naar op zoek om de eenvoudige reden dat zoiets niet bestaat, lieve schat.”
Mijn madam stond verontwaardigd op, trok haar smartphone uit haar achterzak en stapte mijn bureau uit.

Vier dagen later werd het geleverd.
Het was verbazend klein, erg fraai vormgegeven en woog op de kop af 120 kilo. Nog een geluk dat het niet log was.

Daar zal ze niet lang plezier aan beleven”, gaf een mijner klanten, die tevens sportleraar is, me mee. Hij heeft zijn eigen gymzaal vol logge toestellen.
“Dat kleinood is vooral mooi maar hoegenaamd niet praktisch. Je kunt je benen op geen enkel ogenblik voluit strekken met kniepijn als uiteindelijk resultaat. Het ontbreken van een stuur houdt een marteling voor de rug in, met alle kwalijke gevolgen van dien. Zeg maar tegen je vrouw dat haar gekoesterde machientje haar zuur zal opbreken.”

Het fitnessapparaat staat ondertussen te koop op 2dehands.be. We lieten de prijs al zakken tot 35 euro, doch geen vermaledijde kat die reageert.
Wijl ik dit aan het scherm toevertrouw, ligt mijn madam voor de vijfde van twaalf beurten op de behandeltafel van Kinesitherapie Kraakmans alwaar ik haar om kwart voor acht dien op te pikken.

* * *

En u?

.
[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Hoe is het zover kunnen komen?

In de drieënvijftig jaar dat ik op deze aardkloot rondloop, heb ik al het een en ander mogen aanschouwen. De realiteit kan soms de fictie overtreffen. Dientengevolge valt mijn mond nog maar zelden open van verbazing.

Tot deze namiddag, tijdens een zonovergoten uitstap.

Nooit eerder zag ik zulk een compleet irreële invulling van de term ‘tuinomheining’. Of is hier veeleer sprake van een dwangmatige verzamelwoede die zijn weerga niet kent?

De volgende keer bel ik geheid aan. Ik wil nu absoluut ook weten hoe deze woning er vanbinnen uitziet als er naar de buitenwereld toe al geen spat schroom aan de dag wordt gelegd.
.

[ Foto: © Menck | aanklikbaar voor groter formaat ]

Opium voor de dromer: oudewijvenzomer

Er kwam ons een koppel veertigers tegemoet met in hun kielzog twee kinderen. Meneer en mevrouw droegen een wegwerpmondmasker en wisselden geen woord met elkaar. De kinderen toeterden de lucht vol wijl ze wild gesticuleerden.

Toen we elkaar wilden kruisen op het smalle zandpad, stapten zowel de man als de vrouw ostentatief twee meter opzij, de rijkelijk met netels begroeide beemd in. Ze schonken ons, niet-mondmaskerdragers, een giftige blik.
“Geen verplichting hoor”, maakte ik hen glimlachend diets. “Open lucht en zo.”
De man mompelde iets in zijn masker waardoor het een stond opbolde. Aan zijn ogen te zien was het alvast geen instemmende formulering. De vrouw zweeg, doch als haar starre kijkers kogels waren geweest, dan hadden ze ons, notoire virusverspreiders, ter plekke neergebliksemd.
Twee tellen later was het passeermanoeuvre wijlen. Achter ons hoorden we de man ineens zwaar rochelend hoesten. We keken elkaar aan en barstten terstond in lachen uit.

* * *

Over de weidse, rimpelende plas slingert zich een langgerekt hardhouten knuppelpad. De reeds lager staande zon strooide een sliert fel fonkelende parels op het wateroppervlak. Ik ging door de knieën en legde dit magische tafereeltje op de gevoelige plaat vast.
Wat verderop zagen we hoe een blauwe reiger met een welgemikte uithaal een vis aan zijn magistrale snavel spietste. De statige steltloper sloeg vervolgens met een gedecideerde beweging zijn nek achterover en stuurde alzo zijn wild spartelende prooi maagwaarts.
Op het moment dat ik mijn camera op de geduchte visrover richtte, steeg hij klapwiekend op, zweefde een wijl laag over de lagune en streek wat verderop neer tussen twee kloeke bundels lisdodden.
Een mislukte foto, een indrukwekkende waarneming.

* * *

Dit oorspronkelijke bufferbekken werd door de stadsgroendienst met vakkundig beleid omgetoverd tot een gevarieerd reservaat met een rijke fauna en flora. Het nuttige werd er op onnavolgbare wijze aan het aangename gekoppeld.
Op het moment dat Katrien en ik even halthielden om de laatste kleuren van de massale water- en oeverbegroeiing, badend in het mordoré licht van de ondergaande nazomerzon, ten volle tot ons te nemen, voelde ik hoe een gelukzalige gloed mijn hart vulde. Dat de natuur me nog immer, vaak tot tranen toe, kan beroeren, beschouw ik als mijn allergrootste fortuin. De helft mijner sponde even daargelaten, vaneigens.

En u?

Interludium: EVOLUTIE

A | TERRAS


↑ 1998houten terras met schutmuurtje (wegens nog geen haag omheen de tuin) uit ronde palen, alles nieuw

↑ 2014houten terras met beginnende sleet (rotting), pergola voor blauweregen


↑ 2020blauwsteenterras, een klimroos vervoegt de blauweregen


.B  |  ZONNEN


↑ 2012zonnebaden op de dolomiet (wegens centraal geplaatste verhoogde border), diehard zonneklopper en zodoende geen centje pijn


↑ 2017 verhoogde border weg, zonnebaden op (ruw aanvoelende) steenschotten, beperkte afmetingen


↑ 2020zonnebaden op voldoende ruim terras, geïmpregneerd en geschaafd vurenhout op hardhouten kader


[ Foto’s: © Menck ]

PLOG: Corona non grata

Al de woorden die ik op deze stek wil loslaten, voelen ineens aan als quatsch en holle frasen in het licht van de ons omringende ellende.

Mijn niet zelden onzinnige schrijfsels steken maar schril af tegen de huidig heersende gesteldheid van bittere ernst, beroering, behoedzaamheid en tristesse. Dientengevolge laat ik mijn blog almaar vaker voor wat hij is.
Hoewel het niet altoos spreekt uit de inhoud van mijn toetsenvruchten, ben ik een behoorlijk beladen en kwetsbare mens die dezer dagen soms duchtig heen en weer wordt geslingerd tussen weerbarstigheid en deernis, beklemming en euforie alsmede morositeit en gelatenheid.

Als ik bijvoorbeeld nog maar dénk aan hoe mijn ouwe vadertje op heden in zijn eentje aanmoddert zonder de voor hem zo cruciale lijfelijke aanwezigheid van zijn geliefden, voel ik welhaast fysiek hoe zijn veerkracht stukje bij beetje afbrokkelt. Hij plengt naar eigen zeggen regelmatig een traan en is veel sneller geëmotioneerd dan voordien, een term waarmee hij doelt op het precoronabestaan. Hierdoor verlies ik van de weeromstuit alle goesting om online nog wat beuzelpraat te gaan verkopen. Ik hoop dat u mij deze humane reactie kunt vergeven. In ruil beloof ik u beterschap van zodra zich een waardige opflakkering van herstel annex versoepeling aandient.

Anderzijds wil ik evenmin toegeven aan de amorele nukken van die zogenoemde onzichtbare vijand. Dat doe ik door me zo veerkrachtig mogelijk op te stellen terwijl de dag zich ontrolt. Er zijn zelfs momenten dat ik mezelf betrap op fluiten of neuriën tijdens beroeps- dan wel hobbymatige klussen. Dat zijn de momenten waarop ik er, niet zelden onbewust, in slaag mijn nare geestesarbeid te verdrijven door blijmoedige gedachten. Die momenten koester ik als waren ze hemelse nectar. Nectar die ik wil hamsteren zoals dwazeriken wc-papier.

Neemt u deze week voor een keertje genoegen met een woordarm plogje?
Het is een fotogewijze opsomming geworden van datgene waarmee ik me de laatste weken zoal onledig hield teneinde mijn obscuriteit de kop in te drukken. Komt wel goed.

.
A | BINNEN


↑  Het bureel werd heringericht en opnieuw geverfd in een frisse teint. De rekken rechts, die een deel van mijn uilenverzameling herbergen, vervaardigde ik uit langwerpige houten kisten waar grote filmrollen voor de grafische sector in getransporteerd werden. Het lange werkblad waar de monitor op staat, is een eigen creatie.


↑  De hal werd gerenoveerd. Het langste stuk van deze T-vormige ruimte is tien meter lang. Muren, plafonds en (10!) deuren veranderden van beige naar sneeuwwit.
Op bovenstaande foto werd de primerlaag aangebracht. What a difference some paint makes!


↑  Madam Menck in diepe concentratie. We brachten elk een complete eindlaag aan, zowel wat muur- als lakverf betreft.

↓  Hieronder treft u enkele foto’s van het eindresultaat:

.
B | BUITEN


↑  Katrien voert een verbeten strijd tegen de klimop op de pannen terwijl ik het opruimen en hakselen voor mijn rekening neem.


↑  Het voorlopige resultaat: een huis met een dikke, groene kuif. Die wordt volgende week geëlimineerd.


↑  Ik bestelde en plantte een boom: een hoogstam sierpeer ofte Pyrus calleryana “Chanticleer”. Draagt prachtige voorjaarsbloesems en ondergaat een mooie gouden herfstverkleuring.


↑ ↓  Aan de achterdeur komt een paadje in blauwsteen. Het vorige oudmodische exemplaar ging ik met de drilboor te lijf.
De buxussen op de onderstaande foto hebben te lijden onder de droogte.

↓  En verder is het natuurlijk heerlijk toeven in de tuin. Thank God for our garden in deze coronatijden, zeg.

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Gemondkapt aanmodderen

De lockdown waarin we welhaast mondiaal verzeild zijn geraakt, maakt dat ik – net als ongetwijfeld velen onder u – zo stilaan toch wat zwaar op de hand aan het worden ben. Gelukkig zijn de strohalmen waaraan ik me optrek nog steeds sterk genoeg.

Als zelfstandig hovenier kan ik dan wel reglementair aan de slag blijven, doch ook in mijn vak loert het vermaledijde virus om elke hoek. Zo draag ik tijdens het arbeiden voortaan een mondmasker om de excessieve speekseloverdracht mijner overwegend bejaarde klandizie, die in meer gevallen dan ik bevroedde nog nooit van social distancing heeft gehoord, te weren.
Dat zulk een beschermende lor wat mij betreft niet bepaald een zegen is, valt te wijten aan mijn ongerijmde gewoonte om om de haverklap mijn lippen te bevochtigen met mijn tong. Het gevolg hiervan is dat het aanvoelt alsof ik mond en neus afscherm met een iets te intens gebruikte en pas afkoelende beflap. Met de uitzonderlijk zomerse temperaturen van de afgelopen week, leek het daarenboven alsof ik gedurig aan het vapen was, terwijl het gewoon mijn eigen mondvocht betrof dat via die vunzige vod verdampte. Moge de huidige koelere week daar please verandering in brengen.

Bovenstaande paragraaf kan de indruk wekken dat ik thans weder geheel de slaaf van een overvolle agenda ben geworden, doch niets is minder waar. Er zijn namelijk nog aardig wat klanten die de aanwezigheid hunner vertrouwde hovenier dezer dagen (lees: weken) niet op prijs stellen wegens latent besmettingsgevaar. Als zij in hun kot moeten blijven, dan ik ook maar.

En dus rest er mij meer vrije tijd dan me lief is. Tijd om aan het thuisfront zowel binnen als buiten diverse klussen uit te voeren die ik anders toch maar voor me uit zou hebben geschoven.
Verven, om er maar eens eentje te noemen. Ik beheers die nobele ambacht behoorlijk, doch executeer hem node. En aangezien de eindeloos lijkende quarantaine madam Menck en ik de gelegenheid biedt wat karweien van grotere omvang aan te gaan, verfden we meteen maar de hal en alle tien deuren die er op uitkomen. Wij betrekken een bungalow, ziet u. Daarin is een lange gang met veel deuren welhaast een conditio sine qua non.
Het eindresultaat van ons kwastenspel stemt zowel Katrien als ik uiterst tevreden. Wat voorheen een massieve expositie van vage zandkleuren was, is heden verworden tot een maagdelijk witte entree. Een langgerekte witte gang met plenty witte deuren: het is toch nog eventjes wennen. Als we onze woning binnenstappen, voelt het nog steeds alsof we een ziekenhuis betreden. Straks toch maar proberen om alvast díe knop om te draaien.

Á propos, wit: die kleur heerst niet alleen binnenshuis. Ook in de tuin, waarin ik steeds meer mijn heil zoek, is er momenteel een ware sneeuwexplosie aan de gang, slechts sporadisch onderbroken door een vonkje rood. En daar heb ik foto’s van. In dit annus horribillis zijn het shots die oplichten als fel fonkelende sterren in een verder compleet duistere nacht.

De bewijzen van onze verflust schotel ik u in de loop der lockdown geheid ook nog voor. Ik heb dus nog wel even de tijd, zeg maar.

.


Ondertussen net uitgebloeid: krentenboom (Amelanchier lamarckii).

Nog volop hun pracht tentoonspreidend (sierappel- en -kerselaars):

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Keek op de week

In mijn doorgaans erg boeiende bestaan gapen er wel eens gaten van banaliteit dan wel geborneerdheid. Ze zijn zeldzaam doch niet onbestaande.

Op dergelijke momenten kan ik doelloos uit het raam staren en me afvragen wie ooit als eerste met het woord ‘verveling’ op de proppen is gekomen.
Zij die me kennen weten dat ik me met veel graagte tot de mensen reken die op een tuinfeest in de regen blijven dansen, ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan. Helaas heeft het de laatste weken nauwelijks nog geregend en lokale tuinfeesten worden allengs zeldzamer.

Wat faits divers dan maar. Die schijnen de almaar meer met bloedarmoede kampende blogosfeer nog enigszins te kunnen boeien.
Wegens ‘I don’t like Mondays’ serveer ik u maar meteen…

[ DINSDAG ]

De dorheid van mijn week werd benadrukt door een beeld dat ik vastlegde op weg naar huis. Ik was drie straten van mijn deur verwijderd toen er een nijdige woei de kop opstak die stof voor een omineuze foto opleverde:

Thuisgekomen werd ik geconfronteerd met een laffe moord die zich op de deurmat had gemanifesteerd:

De meedogenloze dader verdiende niet min dan een passende terechtstelling, doch hij had zich, gewiekst als altijd, reeds vóór mijn onverbiddelijke vonnis in de bak opgesloten, daarbij de ogen sluitend voor de waarheid:

[ WOENSDAG ]

In een romantische tuin die ooit ontsproot aan mijn poëtische brein kuierde ik, diep inhalerend, tussen de blauweregen die naar zeep uit lang vervlogen tijden rook:

Ik bevond mij aldaar omdat ik er, verscholen tussen het vele groen, een voetbalveldje voor de kleinkinderen had aangelegd. Amper een week na het inzaaien, bemerkte ik reeds een zweem van groen op de gerolde bedding. Fijn zo.
Dat de frêle zaden niet waren gepikt door de massaal aanwezige vogels was te danken aan de constant wiegende en in de zon fel blikkerende linten waarmee ik het veldje had overwelfd:

Hiertoe had ik een VHS-cassette – kent u dat nog? – opengebroken. Videocassetteband is erg sterk, vele tientallen meters lang en geheel in onbruik geraakt. Tenzij dus in de hovenierswereld.
Op de cassette stond trouwens een liveoptreden van Michael Jackson. Veel moeite om diens ingewanden te ontrollen had ik bijgevolg niet.

[ DONDERDAG ]

Na het construeren van een uit gerecycleerde planken opgetrokken brandhoutberging bij trouwe klanten van me, monteerde ik er meteen ook maar een regenton naast. Gesteld dat het brandhout aan het branden slaat – what’s in a name, nietwaar? – dan is er toch al zeker water in de buurt om het te blussen.
Ik werd geprezen omwille van zoveel ingenieus inzicht doch vervolgens beschimpt omdat het welhaast nooit meer regent.
Dorre tijden, ik vermeldde het eerder al.

Die avond verblijdde ik mijn vader met een bezoek. Hij bevond zich, genietend van het laatste restje avondzon, op zijn terras alwaar ook Sigmund Edelhart, zijn trouwe papegaai, diens eerste stapjes buitenshuis mocht zetten na een ganse winter in de woonkamer te hebben vertoefd:

Dat het beest niet wegvliegt valt, behalve vadsigheid, ook toe te schrijven aan algehele vleugellamheid. Het gebrek aan vliegkracht compenseert de grijze roodstaart dan maar door gedurig luidkeels verwijten te scanderen in het West-Vlaams wijl hij naar elke vinger hapt die ook maar iets te dicht in zijn buurt komt.
Pa is ervan overtuigd dat het beest rust brengt in zijn leven. Gelukkig is mijn ouwe al een aantal jaren potdoof.

[ VRIJDAG ]

Madam Menck graveert minutieus een pas gedraaide kom alvorens ze af te bakken en boetseert daarna twee theelichthouders rond ballonnetjes. Haar bezig zien, maakt dat ik me compleet zen voel.

[ ZATERDAG ]

Mijn schoonouders nodigden ons uit op een visbarbecue in de tuin. Die dag is de zon volop van de partij en hetzelfde kan worden gezegd van onze petekindjes.
Nu ja, kindjes: het zijn op een wip en een scheet heuse juffrouwen geworden die zich ten volle op het leven storten. De ene is zeventien en verkent sinds kort de wereld al scooterend, de andere telt vijftien lentes en leeft zich per quad uit op een privéparcours. Ooit worden het wijven met ballen waarvoor de mannen zullen vallen als vliegen, hell yeah.

[ ZONDAG ]

De week werd afgesloten met een uitermate boeiende rondleiding achter de schermen van het Vogelopvangcentrum Oostende. We zijn lid sinds we er destijds een in onze schouw gesukkelde kauw ter verzorging binnenbrachten.

De daaropvolgende wandeling bracht ons bij schattige aaibare pony’tjes in de wei van iemand met een wel erg groot uitgevallen schotelantenne.
Ik vroeg me een poos af tussen hoeveel zenders je met zo’n apparaat keuze hebt en prees me vervolgens gelukkig dat ik geen tv-kijker ben. Het leven is zo al moeilijk genoeg.

U ziet het, beste luisteraar, mijn leven is op zijn minst zo boeiend als het zien groeien van een okergele paardenbloem in een verder geheel grasgroene beemd.

En u?

[ Foto’s: © Menck ]

Window shopping

Madam Menck, mijn aangetrouwde vrouw waarmee ik tevens gehuwd ben, kan gewoon niet langs een etalage lopen zonder haar nek schier te breken. Ze voelt zich aangesproken door zowat iedere etalagepop, ongeacht in welke winkel ze staat. Want in elke winkel hangt immers wel iets dat ze fraai vindt.
Nee, ze heeft geen gat in haar hand, maar in haar hoofd valt heel veel te combineren voor heel weinig. En van quasi alles weet ze wel iets leuks te maken als ze maar de juiste accessoires treft. En zodoende ontgaan die haar aandacht evenmin als ze de etalages voorbij wandelt.

In den beginne troonde ze me mee op dergelijke vestimentaire strooptochten. De belofte dat ik dan ook iets voor mezelf mocht kiezen, boette echter sneller dan ze had verhoopt aan aantrekkingskracht in.
De lezer die deze blog al wat langer frequenteert, weet hoe ik me voel bij shoppen. Mode interesseert me geen hol, hippe merknamen doen mijn hart allerminst sneller slaan en ik haat drukte nog meer dan Gargamel smurfen.

Groot was dan ook mijn madams verbazing toen ik een poos geleden voorstelde om te gaan winkelen. Ik had, zo luidde de verklaring mijner ongewone suggestie, een wel héél bijzondere en immens aantrekkelijke etalage ontdekt op een boogscheut van onze woonst.
Haar belangstelling was gewekt. Wat er wordt verkocht, wilde ze weten.
Vintage spulletjes”, antwoordde ik geheel naar waarheid. “In van die kekke oude kleuren bovendien.”
“Hm”, twijfelde ze ineens. Ze kent mijn liefde voor vintage, een liefde die niet meteen de hare is. “Ga maar alleen, schat. Neem rustig je tijd. Je krijgt carte blanche van me, als je het maar niet te bont maakt. Hou het op één mooi stuk, wil je?”
Ik gaf haar een knallende zoen, griste mijn autosleutels van het haakje en stapte – huppelde, welhaast – naar mijn wagen.

Carte blanche, had ze gezegd.
En één mooi stuk.
Mo gow vint,(*) kom dat tegen, zeg!

[ Foto’s: © Menck ]

______

(*) Voor de Nederlanders: asjemenou

Dag van de Arbeid: ontspanning alom

Eén mei, Dag van de Arbeid.
In ons land een vrije dag, in Nederland niet (meer).

Terwijl Katrien onder een lauwwarm zonnetje asperges aan het dunschillen is, daarbij een gezicht trekkend alsof ze al een week of drie lijdt aan obstinate constipatie, neem ik mijn camera ter hand voor een tour du jardin.
Het moet zowat geleden zijn van toen ik nog slank en viriel was dat ik u fotogewijs meetroonde doorheen onze groene oase. In de hoogdagen van de blogosfeer deed ik zulks wel vaker. Thans kuier ik nog maar zelden louter genietend doorheen onze tuin. Het lot van een kleine zelfstandige, vrees ik.

Onze tuin is nu ruim twee decennia oud. Destijds legden we hem aan als romantische verzameltuin. In de loop der jaren is de vasteplantencollectie uitgegroeid tot om en bij de 750 soorten.
Gezien de geringe beplantbare oppervlakte – zeven are – hebben wij weinig grote bomen. De groenblijvende eik en de Japanse sierkers springen daarbij het meest in het oog qua omvang. Verder vindt u hier een handvol bolacacia’s, bolcatalpa’s, een drietal sierappelaars en een flink uit de kluiten gewassen krentenboom. De goed ontwikkelde pruikenboom (Cotinus coggygria) sluit de rangen.

Van het voorjaar tot omstreeks halfweg juli vind ik de tuin op zijn best staan. Daarna speelt, en al zeker de laatste jaren, de droogte hem parten.
We tuinieren op zandgrond. Een dergelijke bodemsoort houdt regenwater maar matig vast. En aangezien het hemelse vocht door de veranderende klimaatomstandigheden een zeldzaam goed aan het worden is, moeten we soms vechten tegen de bierkaai om onze oase groen te houden. Daarbij kunnen we beroep doen op een regenwaterput van 15.000 liter. Lijkt veel, maar schoot de afgelopen paar zomers danig tekort. Als er straks ook nog eens een strengere restrictie komt op het gebruik van leidingwater, zal dorheid elke (na)zomer ons deel zijn. Het gevolg is niet zelden het verlies van planten die het in dergelijke omstandigheden te benauwd krijgen.

Dat laatste is overigens de aanleiding waardoor plantgoed zo verrekte duur is geworden.
Mensen gaan hun door droogte of ziekte afgestorven flora vervangen. Dan doen ze, zo leert ons de realiteit, zelfs massaal. Zulks resulteert in het voorjaar in een stormloop naar tuincentra of plantenkwekerijen. Die kunnen de planten op den duur niet vlot of voldoende genoeg meer aanslepen. Opnieuw een grootschalig kweekprogramma opstarten, vergt tijd. Er ontstaan dan ook al snel grote lacunes in het aanbod. En dan weet u het wel: veel vraag en weinig aangeboden koopwaar resulteert in stijgende prijzen.
Het maakt het er voor mij als hovenier ook niet bepaald makkelijker op. Almaar hogere prijskaartjes en een allengs moeilijker leverbaar assortiment zorgen er voor dat klanten weleens afhaken.

Edoch, ik wijk gigantisch af.
Want tenslotte wilde ik u vergasten op een zonnige rondleiding doorheen onze tuin in voorjaarstooi.

>> DE UITGEBREIDE REPORTAGE, MET FOTO’S OP GROOT FORMAAT, VINDT U HIER. <<

.

O, trouwens, wat betreft die asperges uit de foto bovenaan dit logje: ze waren succulent, zeg ik u!

[ Foto’s: © Menck | foto’s uit de reportage op PICMENCK mogen vrijelijk worden gebruikt mits bronvermelding ]

On(t)roerend erfgoed: Centrale Begraafplaats Brugge

De begraafplaats van Brugge, Brugge Centraal, gelegen in Assebroek, is een ware parel; een juweel van funerair erfgoed en dientengevolge bijzonder rijk aan geschiedenis.
Dit impressionante kerkhof bevindt zich in de wijk Sint-Katarina, op de grens met Steenbrugge.

Het decreet van 26 juni 1784 van keizer Jozef II bepaalde onder meer dat niemand nog in een kerk of binnen de stadsgrenzen mocht worden begraven. Het Brugse stadsbestuur kocht daaruit volgend een terrein aan in randgemeente Assebroek en ontwierp er een parkbegraafplaats. De eerste teraardebestelling geschiedde er op 13 februari 1787. Wegens protest onder de bevolking zou het nog tot 1804 duren eer alle begrafenissen buiten de stad plaatsvonden.
Zowel in 1841 als in 1864 werd de begraafplaats uitgebreid. Een algemeen plan daartoe werd in 1837 door Pierre Buyck uitgewerkt. Na recentere uitbreidingen heeft de begraafplaats thans een oppervlakte van 12 (!) hectare.

Rond 1980 werd geconcludeerd dat niet alleen de eeuwenoude architectuur van de Brugse binnenstad bescherming verdiende, maar dat zich ook aan de rand van de stad, onder meer op de zich daar bevindende begraafplaatsen, waardevolle zaken situeerden. Er werd een Stedelijke Commissie voor Graftekens opgericht. Die nam het initiatief voor het oprichten van een lapidarium waar resten van verdwenen grafmonumenten getoond worden en waar diverse panelen achtergrondinformatie bieden.
Rond 2010 werden enkele nieuwe initiatieven genomen. Wegens het verbod op het gebruik van pesticiden werd onder meer geëxperimenteerd met nieuwe vormen van beplanting tussen de graven. Een aantal graven werd op aanstichting van de stad gereinigd en hersteld.

Gisteren bezochten mijn madam en ik de Centrale Begraafplaats van Brugge, iets wat we nooit voorheen deden omdat er familieleden noch kennissen begraven liggen. We waren beiden zéér onder de indruk. Het als een uitgestrekt stadspark aangelegde kerkhof is bijzonder overweldigend en welhaast filmisch te noemen. Het oude gedeelte kon zo zijn weggeplukt uit een sterke horrorprent. De historische graven zijn, net als de talrijke bomen, ronduit monumentaal en ontzagwekkend, de sfeer is even beklijvend als romantisch en de manier waarop de natuur de begraafplaats en diens gedenktekens lijkt in te palmen is indrukwekkend. Zo tref je er bijvoorbeeld meer dan zestig mossoorten aan die vrijelijk hun gang mogen gaan.

We hadden bloemen noch kransen mee, maar ik was wel gewapend met mijn trouwe camera. En dat, beste lezer, heb ik me nog geen minuut beklaagd.
Doch oordeelt u vooral zelf: