Categorie: Interieur

Binnenkijken bij… (10)

.
Zonder enig coronacertificaat noch een verplicht mondmasker verplaats ik me vandaag richting Nederland, het land van Oranje dat thans veeleer rood kleurt. Dat ik zulks virtueel executeer, scheelt weliswaar een slok op de borrel.
De dame die me op de gefingeerde koffie uitnodigde teneinde me een bescheiden inkijk in haar interieur te offreren, is de laatste weken opvallend afwezig in de blogosfeer. De kans bestaat dus dat ze uw reacties niet – of mogelijks later – zal beantwoorden.

Stapt u even mee binnen bij…
.

KAKEL (MIRJAM)

.
Hey Menck,

Wat een leuk idee. Natuurlijk doe ik mee!

Wij hebben nooit kerstversieringen voor het raam, doch wonen prettig in de buurt. Vlak bij de uitvalsweg naar de polder. Me dunkt.
Ons huis aan de voorkant is open, rondom de garage en achtertuin staat een hek.
Zonnecrème, schoenpoets, een ventilator? Een ding is zeker: ik ben geen no-nonsense-type.

We wonen ruim en licht en houden van veel kleur. Diverse stijlen door elkaar. Modern met antiek grenen.
Schilderijen (waaronder twee joekels: een koeienkop en een veld klaprozen) aan de muur.
Een kast waarin ik blauw/wit verzamel met oude foto’s van dierbaren. Mijn fiets ertegenaan.

Een houten eettafel vol creatieve zooi en bloemen. Bloemen “moeten” er altijd zijn.
Het is schoon en redelijk opgeruimd.
Per seizoen wissel ik van attributen.

Als kind mocht ik thuis niets aanraken, geen vingerafdruk op de glazen salontafel of keukenkastjes, geen vriendin binnen vragen.
Lezen veroorzaakte stof (volgens mijn moeder) evenals tekenen en kleuren. Buitenspelen was geen optie want mijn kleding moest schoon, heel en netjes blijven. Dat laatste is nooit gelukt. Ik klom in bomen en op schooldaken. Ik was de nagel aan mijn moeders doodskist.
Eén ding wist ik zeker: als ik op mezelf ga wonen, wil ik een huis waarin wordt geleefd.

Mijn vader (meubelmaker) heeft de haardomlijsting gemaakt. Onze keuken geplaatst. Onze dochter heeft alleen in door hem gemaakte bedden geslapen. Waaronder een prinsessenbed met kroon, een hoogslaper. Ik dwaal af…

Omdat ik nogal van de privacy ben, slecht een gedeeltelijke blik op ons interieur. Beschouw het als een compliment.
Mocht ik te laat zijn met mijn inzending, doe dan geen moeite om mij ertussen te proppen. Had ik maar eerder moeten reageren.

Waarderende groet!
Kakel a.k.a. Mirjam

Binnenkijken bij… (9)

.

ANNA BERG

.

Ik val maar gewoon met de deur in huis want dat is het type huis (bouwjaar 1927) dat we vierendertig jaar geleden kochten in een ons volkomen onbekend en toen nog betaalbaar groen dorpje in Zuid-Dijleland.

Onze families verklaarden ons net niet gek. Er was geen waterleiding, nauwelijks elektriciteit, laat staan een badkamer of een binnentoilet. Wat we wel hadden: een hoop koterijen en een groot stuk grond dat grensde aan een populierenbosje en het pad naast de Ijse. Bovendien wilden we zoveel mogelijk zelf doen, ook al had de echtgenoot tot dan toe vooral met zijn neus in de boeken gezeten en op de boerderij waar hij vandaan kwam weinig interesse getoond in handenarbeid.
Maar al doende leert men. En zo geschiedde.
In een eerste fase saneerden we de vier plaatsjes die we hadden. Van het kolenkot maakten we een knus badkamertje en het aanpalende schuurtje werd een technische ruimte/wasplaats. Zo leefden we meer dan tien jaar. Tot na de geboorte van ons vijfde zoontje.

Hoog tijd om jullie een inkijkje te geven in ons heim. Om te beginnen, in wat er van die vier oorspronkelijke ruimtes geworden is. Beneden huizen daar momenteel de Tv-hoek en de keuken. Boven is de voorste kamer omgebouwd tot een kamer voor de kleinkindjes. De achterste kamer is een doorloopkamer/bibliotheek/computerruimte geworden die de linker- en rechtervleugel van het huis met mekaar verbindt.

Elke vakantie werd er bijgebouwd of geklust. Dan schoof de echtgenoot zijn professionele bezigheden aan de kant en werd hij grondwerker, metselaar, schrijnwerker, dakwerker, loodgieter, vloerder, gyprocplaatser, meubelmaker,… noem maar op. Mijn taak beperkte zich – buiten het samen dromen en plannen natuurlijk – vooral tot het aangeven van spullen, waterdarm of ladder vasthouden en voegen uitkrabben, maar het leeuwendeel van mijn tijd ging op aan verfwerken en decoratie. Je wilt niet weten hoeveel potten verf mijn korte armpjes al hebben uitgestreken, hoeveel honderden woonblaadjes ze al hebben doorbladerd.

Ik ben een sfeergevoelige huismus en zou niet kunnen leven in een huis dat mij niet past. Denk ik. Uren kan ik besteden aan het kijken naar mooie interieurs, aan het uitzoeken van verfkleuren, stoffen of deurknopjes. Het is van het liefste wat ik doe. De zonen plagen me er vaak mee als ik weer eens enthousiast een nieuw fotokadertje of een oude gruttersbak toon. “O zo schattig,” zeggen ze dan. “Echt landelijk, moeder,” lachen ze dan. Maar stiekem zijn ze wel trots op wat hun oudjes hier door de jaren heen gerealiseerd hebben. Uiteindelijk, als wij eens geleefd hebben of noodgedwongen moeten downsizen, zullen zij nog vruchten plukken van ons noest gezwoeg.

Door de jaren heen kwam er een inkomhal en een ‘echte living’. Een eethoek met zicht op de tuin en een badkamer boven met apart toilet. En vijf ruime slaapkamers, waarvan er twee al weer toe zijn aan een make-over.

Aan de oostkant verscheen er een dubbele garage met daarboven een studio voor mijn moeder die na haar echtscheiding volledig de weg kwijt was. Tot slot bouwden we – excuus, lieten we bouwen, want dat is de enige ruimte die we wegens tijdsgebrek niet zelf gezet hebben – nog een houten tuinkamer en een snoezelruimte voor ons zorgenkind (wie mijn blog volgt, weet dat zoon vier ernstig mentaal en visueel gehandicapt is, een peuter in een mannenlichaam) die daar onophoudelijk naar Hopla, Tiktak, Plop en K3 luistert en aan de knoppen van zijn activity-speelgoed frutselt.

En nog is het werk niet af. En nog ziet het huis er amper twee dagen per week opgeruimd uit zoals op de foto’s. Daar zorgen de twee nog thuiswonende zonen én de kleinkindjes wel voor.

Ons (voorlopig) laatste project – de wasplaats – is bijna klaar. Alle leidingen werden netjes weggewerkt achter een afneembaar plafond. Met steigerhout maakte de echtgenoot een wandkast om wasproducten en poetsgerief in weg te bergen en ik verfde muren en plafond in de kleur Sculptura. Nu nog een uitgietbak plaatsen en dan kan ik de groflinnen gordijntjes beginnen te naaien.

En als de lente (N.v.d.r.: tekst en foto’s werden me gemaild op 19 mei laatstleden) eindelijk van haar verkoudheid is verlost, hoop ik op een zonnige en rustige zomer waarin het huis zich na een uitgerekt coronajaar weer vult met uitgevlogen zonen, schone dochters en kleinkindjes. Om samen te genieten van onze plek en heel even geen verfborstel te moeten vasthouden.
Gewoon thuis.
Home.
The nicest word there is.

Anna Berg

Met dank aan Menck voor dit leuke initiatief.

.

[ Tekst & foto’s: Anna Berg ]

Binnenkijken bij… (8)

.
TINY

.
Hey Menck!
Op een zonnige middag neem ik al eens een foto van mijn living. Not!
Maar allez, omdat jij het bent:

Veel hout en bruintinten, maar wel een muur in een soort terracotta-oranje waarvan ik nog steeds niet weet of ik het wel mooi vind.
Weinig plantjes, want geen groene vingers – dat wist je al. Slechts één muur met een verzameling foto’s.
De vloer is nu grijsbruin maar was vroeger beigewit. Het plafond was ooit donker en is nu wit. Veel beter, vinden we.
Toen ik hier een jaar of zes geleden bij kwam wonen, had mijn lief alleen maar tweedehandsmeubelen, niet eens gekocht maar van iemand gekregen omdat hij na zijn scheiding gewoon niks meer had. Hij had dan wel het huis, maar alle meubels had hij geschonken aan zijn ex. Er stond dus een allegaartje van lelijke grijs/rode dingen uit de jaren negentig, niks met een ziel, en hij had er ook helemaal geen connectie mee, met niks.
Toen ik nog alleen woonde, en hij bij mij op bezoek kwam, was het grotendeels van hetzelfde laken een pak: ook bij mij alles tweedehands en bij elkaar geraapt en veel IKEA. Na een paar jaar samen zijn we ooit eens uit nieuwsgierigheid naar een échte meubelzaak gegaan, puur om te ontdekken of onze smaken bij elkaar zouden passen. En inderdaad, ook op interieurvlak passen we bij elkaar want we hebben exact dezelfde smaak. Daarom, nadat we een paar jaar wat gespaard hadden, kwamen er nieuwe meubels, volledig naar onze zin.
De zetel idem, maar daar waren wat problemen met de juiste stof. We hebben iets gekozen op kleurstalen, maar eenmaal geleverd bleek het ding té grijs uit te vallen, terwijl we veeleer dachten dat het meer bruin zou zijn. Maar dan hebben we de puf niet om te zeggen: stuur maar terug, we gaan nog wel een paar weken op de grond zitten tot er een juiste kleur zetel is.

Al bij al zijn we blij met wat het nu is en kunnen we nog wel een jaar of tien zo verder.

[ foto is aanklikbaar voor groot formaat ]

Binnenkijken bij… (7)

.
Wie de natuur aanschouwt én tevens mijn beroep kent, zal ongetwijfeld wel snappen waarom er de afgelopen twee weken een zekere blogarmoede te bespeuren viel op deze stek.

Mijn werkdagen tellen heden vele uren en zijn bijwijlen slopend doch immer boeiend en uitermate gevarieerd. Schrijver dezes hoor je alvast niet klagen.
Vandaag echter werd het gat alwaar ik resideer geplaagd door maritiem polaire luchtstromingen die gepaard gingen met schier onafgebroken neerslag. En dat net op een zeldzaam vrij etmaal, zijnde Hemelvaartsdag. Tijd om in de pen te kruipen, kortom.
Dit keer trek ik de grens over, meer bepaald naar Zeeuws-Vlaanderen. Want daar gaan we binnenkijken bij…

AFFODIL

.
Hallo Menck! Ziehier mijn bijdrage.

Ik wil er wel meteen bij vertellen dat de foto’s nu net gemaakt zijn in functie van geplande veranderingen.
Ik ben zinnens de schoorsteen in een warme donkergrijze tint te steken. Valt die spuuglelijke steen rond de haard meteen wat minder op. Daar wil ik dan een vrij grote antieke bronzen spiegel hangen die ik nog als huwelijkscadeau van een tante kreeg.

Wat de bovenstaande foto betreft: de beperkte hoeveelheid muur rondom de ramen krijgt vermoedelijk dezelfde kleur óf een tintje lichter. In de andere richting (eerste foto) weet ik het niet zo goed. De muur achter de tafel loopt links door in de keuken, dus dan zou ik daar ook verder grijs moeten schilderen, maar dat past van geen kanten in het kleurschema daar.

Het liefst zou ik in de zithoek een rond vloerkleed leggen in natuurlijke vezels. Maar met een langharige hond die het hele jaar door zíjn vezels in het rond strooit, weet ik dat nog niet zo direct. Als je bedenkt dat we al een halfuur kwijt zijn aan het ontpluizen van de deurmat in de veranda…

Deze tekenkamer was wat voor mij de doorslag gaf toen we het huis gingen bekijken. De uitbouw had 1) veel natuurlijk licht en 2) rechtstreekse uitkijk op de tuin. Bovendien zat de tekenkamer voor Manlief ook niet ergens ver weg van de rest van het huis zoals in Kruibeke. Ze sluit gewoon aan bij de woonkamer, zodat er nog contact mogelijk is. Toen we binnen kwamen en ik dit zag, interesseerde de rest van het huis mij al niet meer. Dít wás het!

In het kantoor hebben we elk een hoek met onze pc. Aan de kant naar het raam toe zit mijn echtgenoot. De kaften die in de boekenkast staan, zijn de boeken die hij in de loop van >30 jaar over de natuur geschreven heeft (een soort geactualiseerde Grzimek, met eigen illustraties). Op de voorgaande foto staat het kleine stukje boekenkast dat nog voor mij overbleef.

Onze “vrouwencollectie” bestaat uit een tekening die mijn man maakte naar een cover van NatGeo, met daarvóór drie beeldjes die we kochten in een Oxfamwinkel in Roosendaal terwijl we wachtten op onze afspraak om de auto te laten inschrijven. Het terracottabeeldje van een Bedoeïnse is gemaakt door mijn schoonzusje. De kalabasha ernaast en het houtpaneel eronder, waar nog een stukje van te zien is, komen ook van bij Oxfam.

Tenslotte is er nog onze vogelcollectie. De drieteentjes op de berkenstam komen van Terschelling. Later vonden we werk van dezelfde kunstenares op Texel en daar komen respectievelijk de kieviet met jongen, de geoorde fuut, de rotgans en de bergeend vandaan. We hadden afgesproken dat we het daarbij gingen laten, maar intussen kijken we er al naar uit om in het najaar te gaan neuzen wat er nog aan nieuwe soorten te koop is.

Binnenkijken bij… (6)

.
“Dag Menck,

Me voorstellen hoef ik niet meer te doen; je volgt al tijden mijn blog en je stalkt me op Facebook. Dus.
Mijn echte naam vernoem ik niet in dit schrijven. Dat beetje privacy wil ik graag behouden. Mocht je me een alias willen toedichten: ga je gang. Maar zorg er dan wel voor dat hij voldoende afwijkt van mijn echte naam. Alvast bedankt!”

Aangezien ik mijn discipelen op handen draag, respecteer ik dit vriendelijke edoch dwingende verzoek. Vandaar dat we vandaag binnenkijken bij…

HILDA van GROENGENOT

.
Toen we hier introkken, heb ik me in eerste instantie toegespitst op de tuin. Met slechts een spade en een hark te mijner beschikking, evenals tonnen engelengeduld, werd onze aanvankelijk verwilderde stee langzamerhand omgeturnd tot wat ik thans ‘mijn aards paradijs’ noem.
Ik tuinier uitsluitend biologisch. Zo zijn bijvoorbeeld de talloze bloembollen die ik vingersgewijs in de grond heb gepropt allemaal biologisch geteeld op het veld van Velt. Af en toe worden er enkele opgevreten door woelmuizen. Die produceren dientengevolge biologische stront die ik, intelligent als ik ben, aanwend op mijn aardbeien. Mijn man vindt zulks hooglijk absurd en zegt suiker op zijn aardbeien te prefereren. Ja, die gozer van me kan een stevig stukje zagen, klagen en vitten. Vandaar ook dat ik zoveel in de hof te vinden ben.
De helft van mijn bed steekt daarenboven geen poot uit in onze groene oase omdat hij twee linkerhanden heeft en bovendien een viooltje nog niet eens kan onderscheiden van een bussel bladspinazie. Gelukkig is hij goed in bed. Onze slaapkamer heb ik om die reden ‘mijn hemels paradijs’ gedoopt.

Edoch, ik wijk af.
Dat doe ik wel vaker, eigenlijk. Zo ben ik eens afgeweken van mijn rijstrook omdat ik iets te intensief op mijn smartphone aan het surfen was. Ook dat vindt mijn wederhelft bijzonder belachelijk. Hij surft op het water. Zulks executeert hij al meer dan zevenentwintig jaar, doorgaans op onze overmaatse tuinvijver. Als er geen wind genoeg is, ordonneert hij me om hem voort te stuwen middels de bladblazer, een toestel dat ik overigens slechts voor dat doel bezig. Bladeren laat ik lekker liggen, want ik denk ecologisch.
Soit. Dat afwijken van mijn rijstrook, dus.
Dat is me erg slecht bekomen, moet ik zeggen. Ik reed pardoes een patattenveld in alwaar ik tegen de tractor van een boer bruusk tot stilstand werd genoopt. Mijn wagen was total loss en zelf kwam ik hier ook niet geheel ongeschonden uit. Ik verloor mijn rechterbeen omwille van een amputatie. Dit heeft me trouwens veel geld gekost, want de arts was een onvervalste, eh, afzetter.


Heden húppel ik door het leven. Enigszins noodgedwongen, dat wel, maar ook figuurlijk trotseer ik het bestaan al huppelend. Helaas is het spitten mijner moestuin een ganse klus geworden nu ik met slechts één been op de grond sta. Ik plant de spade voor me in de bodem en vervolgens spring ik op de bovenrand van het blad. De keren dat ik zodoende reeds op mijn bek ben gestuikt, zijn niet meer op één hand te tellen. Gelukkig heb ik mijn beide handen wél nog.

Bon. Ik moest het over mijn interieur hebben, zeker?
Dat ik het tuingebeuren zo uitgesponnen heb belicht, komt doordat het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik zou er honderduit kunnen over vertellen. Tiens, dat is iets wat ik overigens ook doe. Op mijn blog, met name.
Mijn echtgenoot leest mijn schrijfsels niet. Hij is, behalve met twee linkerhanden, tevens behept met slechtziendheid. Ik mocht er van hem eigenlijk met geen woord over reppen; dat zág hij niet zitten. Doch aangezien hij al evenmin jouw blog leest, mag het wat mij betreft blijven staan. Ik breng, behalve mijn tuin, ook graag al eens mijn man ten berde. Dat is het gevolg van het feit dat ik hem doodgraag zie en hij mij ook. Maar wel slécht, dus.

Wijk ik toch wel weer af, zeker! Vertelde ik je al dat ik zo ooit eens van mijn rijstrook ben afgeweken? Soit.
Ons interieur, dus.
Ik nam drie foto’s vanuit drie verschillende standpunten en plakte ze vervolgens tegen elkaar. Dat gebeurde met kleefband op de achterkant, vandaar dat het niet opvalt. Het is, kortom, een langgerekte foto geworden. Een interieurpanorama. Maar jij zorgt er wel voor dat hij aangeklikt kan worden voor groter formaat, niet?
Wat ik erover te vertellen heb?
Hm.
Niets, eigenlijk.
Ik zou teveel afwijken, moet je weten.

* * *

[ N.v.d.r.: Tja, mevrouw Groengenot, dat komt er nu van als je me slechts een foto toestuurt en niks, nul, nada tekst. En laat ik vandaag nou net in een niet zo ernstige bui verkeren. Toeme, toch. ]
.

Binnenkijken bij… (5)

.

VIEF

.

Vandaag komen de interieurfoto’s aangewaaid uit een stad die in de negentiende en twintigste eeuw het centrum van de vlasnijverheid was, doch thans gekend is voor zijn textielindustrie, als inkoopstad en zijn centrumfunctie op het vlak van tewerkstelling, dienstverlening en onderwijs. De stad heeft naast diverse hogescholen zelfs een universiteit.
De stedelingen pruimen het niet als u ze als Kortrijkenaren bestempelt, maar appreciëren het des te meer als ze Kortrijkzanen worden genoemd.
Het West-Vlaamse Kortrijk dus, en daar woont, ondertussen zelfs al meer dan een jaar, een zekere Vief. Wat ze me toestuurde, kunt u hieronder lezen én bekijken.

De tafel en stoelen schafte ik me aan bij Overstock Home, de kast kocht ik via Marketplace. Ik betaalde er €150 voor en heb er niet op afgeboden wegens echt kwalitatief. Ze laten zandstralen maakte me nog eens €150 lichter.

De salontafel vond ik eveneens op Marketplace. Ik denk dat hij €150 heeft gekost, maar daar ben ik niet meer zeker van. Het tv-meubel komt van Nieuw Leven – Second Life. Je vindt die zaak op de Veurnseweg 549 te Elverdinge-Ieper. Ik deed aldaar een serieus batje: ik heb er nog geen €200 voor betaald. Wie Nieuw Leven – Second Life volgt op Facebook krijgt elke week de nieuwe koopwaar te zien die ze in de winkel hebben. Af en toe tref je er mooie stukken, als je tenminste van gezandstraalde meubels houdt.

Het bruin bureautje op de achtergrond werd vervaardigd door mijn vader, weliswaar op maat van een 12-jarige. De beenopening in het midden is met andere woorden iets te benepen.
Dit kleinood heeft altijd op een slaapkamer gestaan, maar sentimentele ikke wou het niet meer wegstoppen. Om datzelfde sentiment mag het ook niet van kleur veranderen.

Deze foto, die te koppig is om hier voluit te staan – lees: ik ben de mail beginnen te typen op mijn telefoon en daar wil de foto niet volledig openen; op de pc zit hij in bijlage – toont een muur die nog moet veranderd worden. De twee industriële tafeltjes passen hier niet en gaan nog naar oudste’s nieuwe huis.
Ik zou daar eigenlijk een plantenmuur willen van maken maar zoek nog het juiste gerief om planten op te zetten. Een oude houten werkbank met bankschroef die niet te breed is, zou ik wel zien zitten. Daarenboven bots ik dan ook nog ’s op het feit dat planten daar te donker staan in de winter. Suggesties voor planten die bij minder licht gedijen, zijn dus welkom.
Die lange muur moet mettertijd ook nog behangen worden, maar ik ben nog niet op het juiste papiertje gestoten. Tot ik het vind, blijft hij wit.

Ondertussen heb ik waarschijnlijk overdreven met al mijn uitleg, niet?

.

Don’t worry, Vief: absoluut niet.

.

[ Begeleidende tekst & foto’s: Vief ]

Binnenkijken bij… (4)

.

OMABAARD

.

Nieuwsgierig zijn we allemaal. Zonder nieuwsgierigheid zou een mens niet gemotiveerd zijn te zoeken, verder te gaan en risico’s te nemen.

Het is noodzakelijk voor ons voortbestaan. Wie niet nieuwsgierig is, leert niet, ontwikkelt zich niet en blijft letterlijk en figuurlijk stilstaan.
Misschien dat de natuur er daarom voor heeft gezorgd dat nieuwsgierigheid fijn voelt. Er is iets prettigs aan niet-weten met het vooruitzicht op wel-weten. Mensen stellen zich vrijwillig bloot aan kruiswoordpuzzels, raadsels en detectives. Een moordverhaal zou niet leuk meer zijn als in hoofdstuk één uit de doeken werd gedaan wie de dader was. Het is lekker om te zoeken, te speuren en in het ongewisse te zijn. Maar wel met de belofte dat het verlangen naar kennis ooit bevredigd kan worden.
Niet iedereen is even nieuwsgierig, maar degenen die het wel zijn, hebben een aantal voordelen. Nieuwsgierige mensen hebben een beter probleemoplossend vermogen, komen makkelijker in een toestand van flow en staan meer open voor ervaringen. Het afnemen van nieuwsgierigheid blijkt bovendien een van de eerste signalen van depressie.

Met ‘Binnenkijken bij…’ zit u alvast goed; het bevredigt een aspect van nieuwsgierigheid dat welhaast elkeen ingevuld wil zien. Wat zit er achter die muren? Welke smaak hebben die mensen? Is het een basaal dan wel een eclectisch interieur?
Vandaag ging ik paaseieren en foto’s rapen bij Omabaard.

Het lukte me moeilijk om goede foto’s te nemen, maar ik stuur ze toch door. Als dat niet dapper is!
Het zijn bovendien smartphonefoto’s geworden, want een echte camera vraag ik (en krijg ik hopelijk) pas in december van de heilige Sint.
Ik heb pogingen ondernomen vanuit alle hoeken van de kamer; telkens was er een stoorzender. Ofwel het tegenlicht van de zon in de ramen, ofwel was het te donker, ofwel te klein, ofwel te grotesk.

Manlief en ik houden vooral van veel licht in huis. Rondom zijn er ramen, we staan met de zon op en gaan met de zon en de kippen op stok.
De living is een mengeling van een landelijke tafel, rieten stoelen en een ruim wit – en vooral comfortabel – salon. (Onze kleinkinderen zullen het geweten hebben!) Twee muren, waarvan je enkel de halfhoge ziet, zijn fel groen geverfd en geven vooral bij zon een schitterend vrolijke blik. Wij worden er blij van. Tot drie jaar geleden waren ze chocoladebruin, tot we – geloof het of niet – eindelijk de groene choco uitvonden.
De witte kruik, altijd bebloemd, is even oud als wij jaren getrouwd zijn. Drieënveertig, met andere woorden. Doorheen de ramen zie je vaag onze tuin. Ter inlichting: de vensters zijn niet gelapt, daar had ik de moed niet voor.

Een lichte, ruime, speelse – let op de beestjes die hier al een groot deel van ons leven guitig de aap uithangen – warme, bonte mengeling van stijlen, waar we ons goed bij voelen, nog steeds. En dan mijn lievelingsquote die ons er elke dag aan herinnert: la vita è bella.
Een mogelijke verandering – wie weet, ooit? – zou een stukje parket in het salongedeelte kunnen worden. Maar voorlopig is dat nog een stille droom.”

WAT ZEGT SAM GOSLINGS BOEK – ‘SNOOP’ – OVER DIT INTERIEUR?
Ik laat die zogezegd professionele meningen voortaan achterwege. Bepaald geloofwaardig zijn ze niet – en dat vond u al evenmin – en ze smaken veeleer als suggestief nattevingerwerk.
Oordeelt u vooral zélf over wat u te zien krijgt.
In het reactieluik, bijvoorbeeld.

Binnenkijken bij… (3)

.
MYRIAM

.
Hoe we aan onze woning zijn geraakt, is best wel ongebruikelijk.

Wij waren nooit zo geïnteresseerd in een eigen huis. We woonden in een groot appartement, op een prima plek, en de huur was laag zodat we goed konden leven en de dingen doen die wij wél belangrijk vonden. Juist, ja: reizen.
Tot mijn moeder op een dag voor de deur stond en me vertelde dat ze “toevallig” een gesprek opgevangen had tussen de schooldirecteur en de landmeter.

“De landmeter is aan het bouwen”, zei ze me. “Misschien verkoopt hij zijn huis wel. Is dat niks voor jullie?”

Ik kende het huis van “de landmeter”, vier huizen verder dan mijn moeders woning, want ik had er vroeger nog gebabysit. Net zoals het huis van mijn moeder is het een typische woning uit de jaren 1930.
Na te hebben overlegd met manlief hebben we onze stoute schoenen aangetrokken en zijn we gaan aanbellen bij de landmeter. We deelden hem mee waarvoor we kwamen. Hij schrok. En ja, hij en zijn vrouw waren wel van plan het huis te verkopen maar het zou nog wel minstens een jaar duren alvorens het vrij kwam. Eerst maar eens aan zijn nieuwbouw beginnen. “Dus, als jullie zo lang kunnen wachten…”
We maakten een afspraak voor een bezichtiging om te kunnen inschatten of er al meteen grondig verbouwd moest worden, gaven elkaar een hand, en daarmee was de verkoop eigenlijk al beklonken.

Een huis uit de jaren ’30 dus, met al het houtwerk – raamkozijnen, trap, zelfs de binnendeuren – donkerbruin geverfd en overal in huis balatum of vinyl op de vloer. Maar wij zagen er wel mogelijkheden in. Gelukkig zou het niet al te veel kosten om er iets naar onze zin van te maken aangezien het prima onderhouden was.
We hebben, met de hulp van vrienden en familie, drie maanden keihard gewerkt om de plankenvloeren – die in gans de woning na het verwijderen van de vinyl tevoorschijn kwamen – op te schuren en om het houtwerk te ontdoen van de donkerbruine verf. Mijn man heeft de keuken gesloopt en opnieuw – maar dan anders – geïnstalleerd, want het was een Bruynzeelkeuken die nog wel een rondje mee kon. De aannemer heeft de muur en de dubbele deur, die de eetkamer scheidde van het salon, uitgebroken. Daar heb ik achteraf gezien misschien wel wat spijt van; het waren mooie glazen deuren en een apart salon heeft best iets cosy’s. Tevens werd er een nieuwe badkamer alsook een betegeld terras geplaatst.

En zo zijn we toch wel een jaar of tien aan de gang geweest met verbeteren, vernieuwen, enzovoort. Een nieuw geïsoleerd dak, ramen met isolerend glas, parketvloer op de oude plankenvloer die ondertussen zijn beste tijd had gehad, nieuwe vloeren, nieuwe keuken, nieuwe badkamer, houtkachel, airco,…
Tien jaar? We zijn nóg bezig! Gisteren zijn ze de blauwe steen komen plaatsen tegen de gevel. In de loop van de maand komt de gevelwerker er crepi op aanbrengen. Dat zal ons huis weer een heel ander aanzicht en uitzicht geven.

Het is van het eerste moment dat we hier kwamen wonen echt onze thuis geweest en dat is het nog altijd.

De bovenstaande twee foto’s geven zowel het zicht naar de straat toe (foto 1) alsook naar de tuin (foto 2).

Wij hebben van ons huwelijk in 1976 tot een jaar of acht geleden in de lichte eik gezeten: heel zware voleiken meubelen. Ik was ze al verschillende jaren beu. Maar ja, ze zijn heel duur geweest en ik vond het zonde om ze weg te doen want er mankeerde niks aan. Uiteindelijk hebben we dan toch maar doorgebeten toen we onze goesting zagen.
Na de lichte eik kwam de ommekeer en zijn we, voor wat de eetkamer betreft, naar de donkere koloniale stijl gegaan. Alles recht en vlak, en hoewel donker van kleur (echte stofvangers!) een pak lichter ogend dan de lichte eiken meubelstukken.
Zoals je merkt is het bij ons redelijk kaal wat prullekes en postuurkes betreft. Ten eerste poets ik niet graag en ten tweede brengt dat te veel onrust in mijn hoofd. Ik zou wel voor wat meer planten willen gaan, maar ik kan ze zo moeilijk in leven houden. We besteden er simpelweg te weinig aandacht aan. Maar! Er is beterschap op komst want onze pannenkoekenplant krijgt zowaar kindjes!

Jammer van het weer toen ik de foto’s nam, want als de zon schijnt is het echt wel een licht huis. Veel schuiven kunnen we niet want we zitten met de inbouwhaard in het voorste gedeelte van de living. En aangezien we niet meer zonder kunnen (of willen) zal daar voor eeuwig een salon staan. Toen we nog op ons appartement woonden, switchten we wel regelmatig.

Bovenstaande foto is er eentje van in de gang.

De originele dubbele deur zal worden vervangen door een nieuwe dubbele deur, volledig in glas – in vakjes verdeeld – om meer licht binnen te laten in zowel de living als de hal.
We zoeken alleen nog een deurenfirma met “normale” prijzen, want voor zoiets om en bij de 9.000 euro ophoesten zien we niet zitten. Sorry, maar onze prioriteiten liggen elders.

WAT ZEGT SAM GOSLINGS BOEK – ‘SNOOP’ – OVER DIT INTERIEUR?

Hier bel je aan voor een flinke dosis cultuur, politieke discussies en elegantie. Tradities en familie staan op één – en het liefst met elkaar gecombineerd. Je vindt geen onnodige prullaria, want er wordt met zorg rust uitgestraald. Er is wel altijd ruimte voor items die familietradities vertegenwoordigen. De inwoners zijn trouw aan zichzelf en aan de natuur. Een stevige wandeling staat erg vaak op de ‘to do’-lijst.

[ afbeeldingen zijn aanklikbaar voor een groter formaat ]

Binnenkijken bij… (2)

.
SATUR9

.
Het moet welhaast twintig jaar geleden zijn dat ik de Arteveldestad, in de volksmond ook wel eens Gent genoemd, met een bezoek vereerde. Ik had er met een toenmalige collega afgesproken in het iconische café Het Damberd.

Recentelijk sloot deze bruine afspanning de deuren wegens faillissement, doch toentertijd heerste er nog een gemoedelijke drukte. Zo kon je er yoghurt drinken met een rietje wijl je werd ondergedompeld in een bad van jazz. God weet dat ik een grondige afkeer heb van dat nerveuze muziekgenre, maar de toffe sfeer die er heerste maakte die bombarie draaglijk.

Vandaag trek ik weer naar Gent, zij het thans geheel virtueel. Er staat een bezoek aan het hoofdkwartier van Satur9 op de planning, alwaar de vrouw des huizes – laat ik ze voor het gemak van lezen maar eens Anne noemen – me enthousiast doorheen haar interieur zal loodsen. Kleur en gezelligheid voeren er de boventoon.
Iets zegt me dat Anne zelf ook een kleurrijke en gezellige madam is. Daarenboven is haar blogdrang nauwelijks te evenaren, blijkt haar muziekkennis schier onbegrensd en houdt ze zich verder ook nog eens onledig met fotografie, snit- en naadwerk en voor dag en dauw de wereld intrekken, al dan niet met haar camera en/of haar Meneertje Mertens. Zonder schroom beken ik dat ik Anne graag eens zou ontmoeten, iets wat dan zonder de minste twijfel zou leiden tot een uitermate boeiende babbel. Doch eerst maar eens een virus klein krijgen.

Dag Menck.
De foto’s die ik je toestuur, zijn niet echt denderend, niet alle drie even recent, en ik ben ook nogal aan het veranderen. Komt daarbij dat we momenteel bezig zijn met opruimen. Zo is bijvoorbeeld onze fotomuur al geliquideerd.

We wonen in een rijhuis. Aan de straatkant is mijn werkruimte (foto 3) die er wat rommelig en druk uitziet, maar ik heb nu eenmaal veel gerief. Ik zit heel graag tussen de mensen om te naaien; ik vind het vervelend om boven in afzondering te moeten vertoeven. Zodoende palm ik de helft van onze woonkamer in.
De andere kant (foto 1 en 2) is gereserveerd voor de zetels, de televisie en de toenmalige uitgebreide fotowand. Verder bemerk je tevens de leefkeuken.

De foto van mijn werkruimte nam ik deze morgen nog, de overige twee zijn, zoals eerder aangehaald, ouder.

Die fotomuur; ik hou er enorm van. Hij oogt druk maar is tegelijk ook zalig. Die komt in een nieuw huis zeker terug in een geüpdate versie.
De platenspeler heb ik aan die schat van een stiefvader Herman te danken. Het is zijn oude pickup van toen hij, op het eind van de jaren zeventig tot begin tachtig, nog aan het station van Gent woonde. Het toestel heeft een zwaar marmeren blok als voet omdat anders bij elke trein die voorbij dendert de naald aan het dansen zou slaan. Onverwoestbaar ding. Van mijn stiefvader heb ik ook twee zelfgebouwde Celestion speakers, en ik weiger die weg te doen. Wat een heerlijk warm geluid!

Graag wil ik je ook het verhaal vertellen van het ‘Neil Finn’-spandoek in onze woonkamer.

In augustus 2016 waren we op de Lokerse Feesten om naar Neil Finn te gaan kijken. Heerlijk concert, fantastisch paars pak. Op weg naar het terrein hingen er grote vlaggen, en we zeiden nog tegen elkaar: “Goh, zo’n vlag, zo zouden we er wel eentje willen.” Ik was overtuigd dat het bij wishful thinking zou blijven.
Tot ik ergens in november een mail van de Lokerse Feesten kreeg dat de ‘Neil Finn’ – en nog veel andere vlaggen – geveild zouden worden voor het goede doel. Hm! Mijn oogjes begonnen te blinken. Meneertje Mertens vond het ook wel een leuk idee, en we spraken een aanvalsplan af. Het hoogste bod stond op vijfenzestig euro, en we zouden op dat moment niet bieden maar wachten tot het allerlaatste moment. De veiling van deze banner lag te slapen, en we wilden die niet wakker maken.
We spraken af dat onze limiet tachtig euro was en zetten onze wekker op 30 november op 23u50. Zo zouden we, mits een beetje geluk, het laatste bod kunnen uitbrengen. Dat is ook gelukt, met een bod van zesenzeventig euro, netjes binnen onze limiet en hoera. Jammer genoeg werd de veiling niet op tijd afgesloten, bood er nog iemand, en is Nic daar nog eens boven gegaan. Maar goed, omdat het voor het goede doel was, hebben we niet moeilijk gedaan, of althans een klein beetje maar, en zijn we drie euro boven onze limiet geklommen. Ook maar een klein beetje, dus.

Die maandagavond zijn we de vlag gaan ophalen. Ik was gelijk een klein kind zo blij. Zoiets leuks om naar uit te kijken tussen allemaal vervelende dingen. Het deed deugd dat te kunnen doen voor ik op dinsdag binnen moest voor de punctie van mijn ruggenwervel.
De banner is mooi, reclamevrij ook, en geeft me een goed gevoel. Ik moet telkens glimlachen als ik de woonkamer binnenstap.

WAT ZEGT SAM GOSLINGS BOEK – ‘SNOOP’ – OVER DIT INTERIEUR?

Een explosie van kleur en bij elkaar geraapte schatten en herinneringen. Er zijn geen regels in huis. Plof lekker neer op de sierkussens, ontdek de bonte boel en ontspan bij de sfeervolle kaarsjes. Gewoon relaxed zie je wel wat er vandaag allemaal gaat gebeuren. Welkom in de creatieve chaos met karakter. In een dergelijk interieur vind je vaak ook een flinke dosis brocante terug. De kans is groot dat je verwend wordt met heerlijke zelfgebakken taartjes op de meest prachtige schalen.

[ N.v.d.r.: tekst en foto’s werden me toegestuurd op 5 maart laatstleden. Wie wanneer aan bod komt in ‘Binnenkijken bij…’ wordt door loting – en de onschuldige hand van Katrien – beslist. ]

Binnenkijken bij… (1)

.
MATROOS BEEK

.
Nieuwsgierigheid. Het is een eigenschap die vaak aan vrouwen wordt toegeschreven. Doch de grote Oscar Wilde liet daarover het volgende optekenen: “Je weet hoe de nieuwsgierigheid van een vrouw is. Bijna net zo groot als die van een man.”

Wat mij betreft is nieuwsgierigheid de eerste en meest eenvoudige emotie die we ontdekken in de menselijke geest. Kortom: wie nooit nieuwsgierig is, is eigenlijk inhumaan. Hà!
Zelf bestempel ik me als hooglijk nieuwsgierig. Zulks is geen talent; het is wel een lust, maar het is vaak ook een last. Doch vooral: het is sterker dan mezelf.
Als er dan één iets is dat ik steeds weer brandend belangstellend vind, dan is het wel hoe mensen wonen. En, zo weet ik ondertussen maar al te goed, daar ben ik allerminst een uitzondering in. Tijdens het wandelen kan ik het niet laten om, als de kans zich aanbiedt, binnen te kijken in ’s mensens interieurs. Dat die tot hun privacy behoren, daar heb ik dan maar eventjes lak aan. Het is het aftoetsen van mijn smaak aan die van anderen alsook voldoening vinden bij het treffen van gelijkgestemde zielen. Het is echter nooit ofte nimmer de betrachting om iemand te be- of veroordelen op basis van wat ik aanschouw. Ik ben gewoon een nieuwsgierig aagje, eentje van de zovelen.

Aanvankelijk was de respons op mijn oproep maar lauw. Gaandeweg sijpelden de foto’s dan toch binnen, niet zelden met de hashtag #ikdurfdat! Een Vlaming is op dat vlak inderdaad nogal bekrompen en bang. “Ho jeetje, meneer, ons privéleven, onze woonvrijheid!” Wees gerust: uw adres vermeld ik er niet bij, noch uw echte naam of uw telefoonnummer, en al zeker niet de kleur van uw lingerie. Ik zal evenmin mijn mening geven over uw al dan niet goede smaak omdat daar sowieso niet over te redetwisten valt. Een geluk dat smaken verschillen; zo niet zouden alle ingestuurde foto’s doorslagjes van elkaar zijn geweest.

Ondertussen gaven een tiental lezers gehoor aan mijn oproep. Dat zijn er allesbehalve indrukwekkend veel, maar toch meer dan ik had verwacht. Me uw foto’s mailen kan overigens nog altijd; deze reeks zal uit verschillende afleveringen bestaan.

Voor de eerste episode steken we de grens over, meer bepaald naar Zeeuws-Vlaanderen. Niet ver van eb en vloed woont Matroos Beek. Zij wist me het volgende te vertellen:

Ik stuur je hierbij een paar foto’s van onze ‘interieurs’. We hebben meerdere interieurs; enige uitleg is dus nodig.

Onze woonkamer

Mijn man kocht in 1997 een oud dijkhuisje (zeg maar krot) in het buitengebied van Breskens op loopafstand van de kust. Iedereen verklaarde hem zot omdat het er zo slecht aan toe was. Rond 2000 kwam ik bij hem wonen. We sliepen nog op de grond op een matras en waren beide berooid na een echtscheiding, er was dus niet veel te makken. Toch was het een mooie tijd. De bouw lag een paar jaar stil, we leefden van de liefde.

De tuin was overwoekerd door bramen. Het was één grote wildernis en avontuur, maar toch hadden we een strak plan. We hebben onze schouders eronder gezet telkens we wat gespaard hadden en hebben verbouwd en bijgebouwd tot 2019.
In 2008, toen mijn dochter het huis uit was, begon ik met één kamer te verhuren als B&B, met eigen keuken en badkamer. Mannetje en ik hebben het samen ingericht. Het was meteen een succes. We konden extra sparen en verbouwden steeds verder en meer.

B&B-accommodatie beneden

In 2016-’17 kwam er een tweede gastenverblijf boven, ook hier met eigen keukentje en badkamer.

Tweede gastenverblijf boven


Toen mijn echtgenoot acht jaar geleden met pensioen ging, begon hij met het bouwen van een zomerhuis voor onszelf achterin de tuin. De basis waren zes gigantische meerpalen die hij op de kop kon tikken. Mijn man is diep vanbinnen een sjacheraar. Hij kwam altijd met oude spullen aanzetten waar hij een nieuwe bestemming voor zag. Gelukkig vond ik dat ook altijd spannend en leuk. Mannetje tevreden, vrouwtje ook. En omgekeerd.

Ons zomerhuis achterin de tuin. Daar kwam ook nog een overdekt terras bij en in de tuin een werkhokje annex Finse sauna.


Vorig jaar mochten we aan de belastingen zowat alles terugbetalen wat we hadden verdiend met onze B&B de laatste drie jaren. En toen kwam corona… en ook de nieuwe omgevingsplannen. Er komt een camping in de duinen achter onze tuin en er worden 400 vakantiewoningen gebouwd voor en naast het gebied grenzend aan ons huis.
Over de B&B heb ik nooit geschreven op mijn blog omdat ik niet wilde dat mensen zich verplicht zouden voelen om hier te boeken. Nu we het niet meer doen, kan ik er vrijelijk over schrijven. Ik heb het enorm graag gedaan, maar om eerlijk te zijn: deeltijds werken en dan die B&B erbij werden me te zwaar. Ook mijn echtgenoot had er genoeg van. Hij is nu echt wel moe van het vele klussen. Ook speelt zijn rug soms geweldig op. Zo gaat dat nu eenmaal als je ouder wordt. Hij sleutelt deze winter aan een oude motor en wil alleen nog dingen doen die niet als een verplichting voelen. Ik geef hem geen ongelijk.

We zetten ons huis te koop in maart 2020 en binnen twee dagen was het verkocht aan een Duitser die een woning zocht met aparte verblijven voor zijn volwassen kinderen.
Het doet best raar, maar ons nest voelt niet meer als ons nest met alles wat er hier aan het gebeuren is. We focussen ons op onze nieuwe stek. Iedereen vraagt voortdurend: “Zullen jullie geen spijt hebben?” Dat haten we zo. Hoe kunnen we dat nu weten? We houden er in ieder geval mooie herinneringen aan over en denken dat we net op tijd vertrekken. De tijd is er alvast rijp voor.

WAT ZEGT SAM GOSLINGS BOEK – ‘SNOOP’ – OVER DIT INTERIEUR?
Deze bewoner(s) is/zijn ambitieus, warm, creatief en plichtsgetrouw. Hij/zij is tevens een gedisciplineerde en doelgerichte persoonlijkheid.
De inrichting wekt een vriendelijke, uitnodigende indruk op. Deze mens(en) heeft/hebben alles onder controle.