Brengen mij tot zingen: de kleine dingen

Het leven is een grote bundel van kleine dingen. Die universele vaststelling indachtig serveer ik u hierbij, zonder al te veel tekst doch voornamelijk middels voor zichzelf sprekende foto’s, een beknopte anthologie van mijn afgelopen dagen.
Weinig ophefmakends allemaal, doch wederom heel erg genoten, moi.

[ Het is een keer iets anders ]

Als hovenier is het fijn om zo nu en dan een opdrachtje voorgeschoteld te krijgen dat enigszins afwijkt van het gebruikelijke takenpakket. Compostbakken in elkaar zetten, om maar eens iets te noemen. En ze vervolgens voorzien van zelf uitgedokterde deksels. Want compostbakken zonder deksels zijn een klein beetje als maagzuur zonder Rennies: de vertering laat te wensen over.

Deze composietcompostbakken, waarvan alle onderdelen zijn samengesteld uit gerecycleerde kunststoffen, werden aangeschaft als een bouwpakket bij de lokale groendienst. Handleiding incluis, dat spreekt voor zich. Ecologisch, uitermate duurzaam en zeer betaalbaar: my kind of thing, kortom.

De deksels vervaardigde ik uit tweedehandse bangkiria (ofte bankirai) terrasplanken. Kostprijs: nul euro. (Oké, oké, een doosje schroeven, twee metalen handvatjes en vier roestvrije scharnieren niet meegerekend.)

Dat ik tijdens de werkzaamheden een wel erg geïnteresseerde toeschouwer naast me had, die zich bovendien uitgebreid liet fotograferen, vond ik extra vermakelijk.

Mocht er iemand in (de buurt van) Steenbrugge een tam dwergkonijn zijn kwijtgeraakt: mail me! Het is een schat van een beest, weet ik ondertussen.

[ De herfst is gearriveerd ]

Hoewel het gisteren niet meteen merkbaar was – lekker zonnetje en een fijne tweeëntwintig graden Celsius – heeft de herfst wel degelijk zijn intrede gedaan. Geheel onopgemerkt is diens komst toch niet gebleven:


[ Herfsttijloos | Colchicum autumnale ]


[ Liriope muscari ]

Na de afgelopen anderhalve maand te werden geteisterd door een niet aflatende droogte en een bijwijlen verzengende hitte die mijn lijf liet verworden tot een affreuze poel van zweet, muggenbeten en verbranding, stel ik de komst van het mooiste seizoen dan ook danig op prijs. Al mijn zintuigen genieten weer volop, want de herfst is synoniem aan bedwelmende geuren, feeërieke kleuren en een actief tuingebeuren. Eén langgerekt gevoel van extatisch proeven met ogen, oren, mond, handen en neus, kortom.

[ Buitenleven ]

Het kon – en kan nog steeds – perfect: buiten vertoeven. Het gestaag variërende uitspansel is tot nader order veruit het meest vertrouwde plafond van mijn habitat. Enfin, toch overdag.
En zulks is niet zelden je reinste geneugte.

Eveneens op het programma: kokerellen in open lucht nu dat nog tot de mogelijkheden behoort. Wat dacht u van een mosselfestijn in de kolengestookte wadjan, om maar eens iets te noemen.
Want voor mosselen mag u me op gelijk welk tijdstip wakker maken. En dat weten ze verdomd goed, die op culinair vertier beluste aangetrouwde familieleden van me.


[ Wadjan overvloedig insmeren met kokosolie ]


[ Groenten en kruiden toevoegen ]

[ De ingrediënten een wijl husselen ]


[ De vuurkracht wat intensifiëren middels stevig blazen op de kolen ]


[ Checken op gaarheid ]


[ En opdienen maar! ]

En u?

[ Foto’s: Menck W. ]

Opsporing verzocht

Graag uw aandacht voor volgende mededeling:

Toen ik vanavond rond halfzeven thuiskwam, bleek mijn madam nergens te vinden.
Nochtans is maandag haar vrije dag én bevond haar wagen zich op de oprit.
De voordeur van de woning stond op een kier, hetgeen een teken is dat ze thuis zou moeten zijn.

Op het moment van haar verdwijning droeg madam Menck zwarte sportshorts, een lichtgrijs topje, donkere Hush Puppies en lilakleurige kantlingerie van het merk Marlies Dekkers.

Madam Menck is 1m68 lang en normaal gebouwd.
Ze heeft schouderlang zwart haar met beginnende grijsheid. (Mocht u haar treffen: begin daar alstublieft niet over!)

Een uitgebreide zoektocht doorheen de tuin en de ganse woning leverde geen resultaten op.
Ook de buurt werd vruchteloos uitgekamd.

Wie meer info heeft, kan terecht op het regionale nummer 79 72 04.


 

UPDATE:

Oef, gevonden!
Mijn heldin was al die tijd op eenzame hoogte een nietsontziende wurger aan het bestrijden.

Ti-Tox

Op het moment dat de duizeligheid als een donderslag bij heldere hemel bezit nam van mijn lichaam, kon ik nog net een stoel grijpen en erop neerzijgen.
‘Que pasa?’ dacht ik meteen. In penibele situaties denk ik weleens in een andere taal. Mijn hoofd voelde almaar lichter aan tot ik leek te zweven. Vervolgens trok er een zwarte waas voor mijn ogen. Ik weet nog dat ik me voelde als een lijmsnuiver in een Pattex-fabriek. Kort daarop volgden de rauwe steken. Als gedecideerd geworpen lansen zoefden ze van mijn maag- naar mijn hartstreek, onafgebroken.
‘Shit,’ dacht ik, ‘ik ben alleen thuis. Als ik hier terplekke neerstuik ten gevolge van een hartaanval is er niemand die ik mijn testamentaire wensen kan influisteren.’ Een mens denkt wat af in momenten van paniek.
Vijf minuten moet ik daar zo gezeten hebben. Het kunnen er ook tien geweest zijn; mijn horloge lag nog in de badkamer. Daarna trok de waas weg en veranderden de steken in milde tintelingen. De duizeligheid bleef evenwel.
‘Ik moet de dokter waarschuwen’, was het eerste dat door mijn hoofd flitste toen ik weer rechtop stond. Ik schuifelde – zwalpte – naar de telefoon. Net voor ik dat toestel ter hand kon nemen, explodeerde er een vulkaan in mijn maagstreek. Wat volgde, waren geluiden die de naam ‘winden’ ver overstegen. “Mijn maag scheurt verdomme in twee”, panikeerde ik terwijl ik het op een laverende draf naar het toilet zette. Daar aangekomen vomeerde ik met een verbijsterende souplesse de lavabo onder terwijl mijn rectum, welhaast artistiek synchroon, de plee plombeerde.

Ruim dertig ellendige minuten later stond ik onder de douche. Ik voelde me een stuk beter worden. Met het gestaag opdrijven van de watertemperatuur groeide tevens het besef van wat er gebeurd was.
Al minstens een week wordt onze woning geteisterd door vliegen. Veel vliegen. Als ik zeg dat ik er in een kwartier soms twintig naar het hiernamaals sloeg, moet u me absoluut geloven.
“Er moet ergens een nest zitten”, had buurman, die de bewijzen onder ogen had gekregen, geopperd. “Het betreft namelijk de gewone huisvlieg”, voegde hij er aan toe. Alsof het één een logisch gevolg was van het ander.
“Da’s al een week aan een stuk zo. Ik ben het kotsbeu. Net nu ik aan het schilderen geslagen ben, zit heel mijn doening vol vliegen,” deelde ik hem geagiteerd mee.
“Een radicale oplossing, Menck: Ti-Tox Total en je huis is gegarandeerd vliegenvrij.
“Ti-Tox Wattes? Is dat, eh…”
“Da’s een spuitbus van de RIEM-groep. Onschadelijk voor mensen en huisdieren doch bijzonder dodelijk voor vliegend en kruipend ongedierte. Dat spul vindt zijn weg naar het verborgen nest wel. Probeer het maar eens.”

En dat deed ik. Ik schafte me een bus Ti-Tox Total aan, sloot ramen en deuren en zette de living in een dichte mist. ‘Goed schudden voor gebruik’ was het enige wat ik op de bus kon lezen. De bijsluiter was in een dermate priegelig fontje gedrukt dat zelfs een vergrootglas ter verduidelijking onafdoende bleek.
“Ruikt niet slecht,” mompelde ik, onderwijl lustig mijn schilderwerken verder zettend. Al na vijf minuten, zo merkte ik tot grote tevredenheid, vielen de eerste vliegen als, eh, vliegen.

Yep, beste lezer, voor één keer is dit vertelsel in ware pulpdetectivestijl geschreven: u kent de dader al alvorens het verhaal is beëindigd. Het slachtoffer is echter met open ogen in diens val gelopen. ‘Onschuldig voor mens en huisdier’ bleek een loze kreet van buurman. Die bewering geloven was vervolgens een nog grotere stommiteit mijnentwege. Een onschadelijke verdelger is tot nader order nog steeds een contradictio in terminis, of u nu een mens, een hond dan wel een stomme huisvlieg bent.
Voortaan hou ik het wat vliegenverdelging betreft maar op mijn ouderwetse mepper. Zo’n spuitbus lijkt me net iets te dodelijk efficiënt.

 

Appendix:
Ja, ik heb de woning onmiddellijk verlucht na het bovenstaande incident. Anderhalf uur aan een stuk, zelfs.
Het gevolg is dat er weer minstens vijf vliegen binnen zitten…

 

Old but not gold

Maak kennis met de Siol, in visserijmiddens beter gekend als de O.225 Norman Kid. Deze sloep is met zijn ei zo na zestig gure winters de oudste houten vissersboot van de Belgische vloot. Een heuse brok erfgoed, kortom.
Dat de oude rakker op de kade ligt, zegt u? Klopt als een zwerende vinger, want hij is al ruim twee jaar zo lek als een zeef. De reder wil hem graag gekalefaat zien zodat hij opnieuw waterdicht wordt. Helaas zou die mens voor dit huzarenstukje om en bij de 60.000 euro moeten ophoesten. Geld dat er, zo verduidelijkt hij, hoegenaamd niet is.

En dus moet de Siol weg van de kade. Een beslissing van de Oostendse havenvoorzitter, een zekere Johan Vande Lanotte. “De kaai is bedoeld om vistuig op te leggen, het is geen goedkope stockageplaats.” Vistuig, iemand?
De reder vroeg aanvankelijk drie maanden uitstel van executie. Dat zijn ondertussen twee volle jaren geworden. De Siol ligt nog steeds op het droge te happen naar zijn dure regencape.
In Oostende is het geduld en bij de reder het geld al jaren op. En dus kreeg die laatste thans de dwingende raad om zijn befaamde allodium liefst zo snel mogelijk naar het containerpark te brengen.

Gooi uw sloepje maar in de bak voor houtafval, meneer. Bedankt en tot ziens, hè!

Dientengevolge, beste lezer, zou bovenstaande foto wel eens een van de laatste beelden kunnen zijn die u van de Siol te zien krijgt. Deze golden oldie, met een geschiedenis zo rijk dat hiervoor alleen waarachtig ontzag gepast is, is niet belangrijk genoeg om als cultureel erfgoed (met een museumfunctie?) te worden beschermd.
De rottende botter is bovendien wellicht ook een fikse doorn in het oog van de talloze investeerders in hypermoderne flats voor de happy few. Dergelijke nieuwerwetse hoogbouwsels schieten in die buurt in ieder geval als paddenstoelen uit de grond. (Foto boven)

Modern times, net wat u zegt.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

[ Foto’s: Menck W. ]

Facelift

Hoe ik een brede glimlach op het gezicht van mijn ouwe tover?
Met een likje verf, zo blijkt.

De letsels waren al jaren legio.
De tand des tijds kent weinig genade, ziet u.
Doch heden heerst weer de glans van oudsher.

[ Foto’s: Menck W. | garagepoort van de ouderlijke woning, d.d. 1964 ]

Wreed accident

Of ook: hoe een foto kan worden afgestemd op de inhoud van een artikel.

                                                              * * *

 

@ deredactie.be: een vacature voor een corrector dringt zich hoe langer hoe meer op.

Heel wat te biede: Ter Yde

Het was er zó onaards mooi dat ik mijn madam rozewolkgewijs voorstelde om er voor ons tweetjes een huisje neer te poten en er permanent te gaan wonen. Maar dat mag niet in een natuurreservaat, natuurlijk.

Zondag 14 augustus | Oostduinkerke | Exploratie ‘Ter Yde’

Zwoel, windstil en een handvol verdwaalde schapenwolkjes aan een verder staalblauw firmament: afgelopen weekend liet de zomer zich ontegensprekelijk van zijn fraaiste kant zien. Mijn madam en ik besloten die zondagmiddag om de benenwagen te nemen en daarbij de platgetreden paden bewust te mijden. Ons oog viel op natuurreservaat Ter Yde, een uitgestrekte duinengordel waar fauna en flora hun gang kunnen gaan zonder al te veel menselijke inmenging.
Achteraf gezien hadden we die dag misschien toch maar beter de koelte van een of ander bos opgezocht, want niet eens halverwege de ruige wandeling parelde het zweet ongegeneerd op onze beider voorhoofden en hadden mijn okselvijvers reeds apparente vormen aangenomen. We zetten onze klautertocht onder de loden zon verder na een poos te hebben gepauzeerd op een karakteristieke mosduin waar wat schaduw te rapen viel. Iets meer dan zeven kilometer sappelen door rul duinenzand in een zwaar glooiend kustgebied is in niets te vergelijken met een gezapige zondagse wandeling op de dijk of het natte strand, zelfs niet voor mensen mét een topconditie.

Ter Yde in Oostduinkerke is de verzamelnaam voor een uitgestrekt duinencomplex van 260 hectare. Deze natuurparel heeft een grote variatie aan duintypes zoals duinpannen, duinbos, open graslanden en kammen vol dwergstruweel en vormt een brede overgang tussen duin en polder.
Het Hannecartbos, dat er deel van uitmaakt, is een nat elzenbroekbos waardoor de enige duinbeek van de Vlaamse kust stroomt. Een wandeling door dit natuurreservaat openbaart kwetsbare en zeer gediversifieerde flora, schitterende landschappen en wilde paarden en ezels die een deel van het gebied begrazen.

Onze kust is ronduit lelijk, vinden veel landgenoten. Ze storen zich voornamelijk aan de monotone, allesoverheersende hoogbouw. Maar de kustregio omhelst zoveel meer dan bewaakte zonnebaadzones, wandeldijken en veel te dure restaurants en prullariawinkeltjes. Het natuurschoon treft u niet zelden al op een steenworp van deze commerciële bastions. Enkel voor wie het toeristisch circuit wil verlaten, dat spreekt.
Overigens is het geheel en al onwaar dat de Belgische strandlijn slechts zou worden gevormd door flats, betonnen zeewering, schreeuwerig beschilderde strandcabines en overbevolkte terrasjes. Ik ben er, chauvinist zijnde, dan ook maar weinig mee opgezet als mensen me wijsneuzerig verkondigen dat ze naar Nederland dienen uit te wijken “om aldaar nog ongerepte stukken strand en natuurlijke duinen te treffen”.
Triple bah.

De dag afronden deden we desalniettemin op het – compleet verlaten – strand. Daar heerste een verfrissende woei. De ondergaande zon zorgde daarenboven voor genietbare taferelen.

[ Foto’s: Menck W. ]


Meer foto’s zien? KLIK.