Haar klei(n) geluk

Na een pauze van ruim twintig (!) jaar, is madam Menck weer aan het bakken geslagen. Anders dan u denkt, situeert dat bakken zich niet in de keuken doch wel in een ruim en lichtrijk pottenbakkersatelier in de schone Brugse binnenstad. Al ben ik ondertussen wel een paar keer ingefluisterd en bestookt met niet mis te verstane hints dat ze maar wát graag haar eigen kleine hobbyruimte zou willen betrekken. “Onze zolder is zo groot en is slechts stof aan het vergaren”, luidt het dan.
2019 wordt nog eens een druk jaar, zeg ik u.

Naast verf op doek gebruikt mijn madam nu dus ook weer klei om haar ideeën beeldend vorm te geven. Klei is zacht, kneedbaar, amorf, flexibel en vormbaar en wordt na het bakproces hard en ongenaakbaar. Maar ook kwetsbaar en fragiel of stoer en krachtig, robuust en aards.
In haar hart schuilt de ware pottenbakker die zweert bij de gebruiksfunctie, een traditie die sinds oudsher in stand wordt gehouden. Zij vervaardigt dientengevolge geen kunst; de ambachtelijkheid staat hoog in het vaandel. Kennis van materialen, technieken en gereedschappen is noodzakelijk om datgene te bereiken wat ze wil.
Als keramiste wil ze het gehele proces, van de zachte klei tot het versteende object, in eigen hand houden en niet zelden de grenzen van het materiaal kennen en tarten.

2019 is amper zeventien dagen oud, maar de oogst is nu al behoorlijk groot. Weet echter dat wat u onderaan dit logje treft, een werk van lange adem – lees: talloze processen – is. Zodoende werd met deze keramische schnabbel vorig jaar reeds een aanvang genomen.

Alle voorwerpen die ze creëert – en vroeger reeds vervaardigde – worden te onzent ook daadwerkelijk gebruikt. Kommen dienen om soep, thee en koffie in te doen, in de vazen en potten pronken geregeld bloemen en planten, en ons dagelijks servies, inclusief een stel robuuste spaghettikommen, is ooit aan haar draaischijf ontsproten.
Geregeld wordt iets uit de met tal van vormen en kleuren beladen etagère genomen om aan te wenden. Na gebruik vliegt het, zonder de minste gevolgen, de vaatwasser in om daarna weer te worden uitgestald. Geen centje pijn, kortom.

Mocht u, na het doornemen van dit logje, zin hebben gekregen om óók aan de slag te gaan, stuur me dan gerust een mail met al uw besognes. U vindt mijn – nieuw – e-mailadres bovenaan deze blog onder de zwarte knop ‘CONTACT‘.

 

[ Foto’s: © Menck ]

Meer van Katriens creaties vindt u
HIER.

Advertenties

#10YearChallenge

Als diverse celebrity’s zich al wagen aan deze nieuwe trend op sociale media, dan belet niets mij om mee op de kar te springen.
Het concept is erg eenvoudig: zoek een foto van uzelf van tien jaar geleden en plaats die naast een huidig exemplaar. Om dan te concluderen dat er soms heel weinig – of net veel – is veranderd.

Ik diepte mijn fotoarchieven van een decennium geleden op, pikte er twee redelijk kwalitatieve foto’s uit en liet me vervolgens fotograferen door madam Menck teneinde u een recente foto te kunnen voorschotelen.

Aan u om te concluderen of er al dan niet veel is veranderd.

 

10 jaar geleden:

Heden:

___________________
#10YearChallenge

De nervositeit voorbij

Mocht u het zich al afvragen: ik heb de feestdagen manhaftig overleefd, dank u. In onze kringen staan ze, naar aloude traditie, voor vier keer tafelen: kerstavond, kerst, oudjaar en nieuw. En tussenin wordt er ook al eens bij een buur, een collega of een kennis binnengewipt voor een natje en/of een droogje en de bijhorende beste wensen en kleffe zoenen.
Om kort te gaan: ik heb het weer gehád voor een jaar. Teveel drank, teveel vette spijs, teveel kussen, teveel oude moppen en steevast te laat in bed.

Wonder boven wonder is er na al dat feestgedruis geen gram bijgekomen, zo meldde me mijn weegschaal toen ik ze eerder deze week blode besteeg. Het zullen de zenuwen zijn geweest, vermoed ik, want ik kan in ieder geval niet worden beticht er alle calorieën eventjes snel te hebben afgesport. Ik bespaar mijn kathedraal van een lichaam die vrijwillige marteling met graagte.

Dat ik gewag maak van nervositeit tijdens dagen die bol zouden moeten staan van de ontspanning, zal u wellicht bevreemdend toeschijnen. Doch als ik merk dat tante Hildegonde, na het lichten heurer derrière, ook dit jaar weer verantwoordelijk was voor het achterlaten van een okergele urinevlek op een onzer witte simililederen stoelen, dan heb ik veel goesting om dat immer lekkende mens in plasticfolie te wikkelen en terug te sturen naar afzender.
Toen ze zich vervolgens, volgevreten en gedraineerd, wou neerploffen in de bank, was ik haar gelukkig voor. Onder het voorwendsel dat zoveel zachts haar zitgemak ten zeerste zou bevorderen, drapeerde ik alras een vierdubbelgevouwen strandlaken onder ’s vrouws kont. Hulde aan de eerste die haar eindelijk eens een cadeaubon van Pampers offreert als kerstgeschenk. En nee, dat durf zelfs ík niet.

Nonkel Hugo, zesenzeventig gure winters oud, had, toen 2018 zijn laatste stuiptrekkingen beleefde, de weledele taak op zich genomen om, evenzeer naar aloude traditie, de Druivelaar uit het hoofd te leren en die met de regelmaat van een klok ook nog ’s te debiteren. Tot ieders vermaak, leek het wel, behalve dan het mijne. Ik weet niet of u de Druivelaar kent, maar de moppen op de ommezijde van elk kalenderblaadje zijn van een niveau om u tegen te zeggen. Thans ziet u wellicht de ironie van uw scherm druipen. Enfin, ik mag het toch hopen.
De brave man schept er bovendien een heimelijk genoegen in zich bij elke opdissing in mijn richting te draaien als ware ik de eregast in zijn publiek. Ik verzeker u: daarbij iedere keer weer een geforceerde lach uit mijn keel moeten sleuren, heeft mijn leven danig verkort. Ik was dan ook effenaf opgelucht dat ik eerder deze week alsnog mijn tweeënvijftigste verjaardag mocht meemaken.

Waar ik ook zo van baal? Van zoenen. Ik ben hoegenaamd geen zoenmens. Laat voor mijn part al die kussen maar achterwege en hou het bij een hand. Een stevige handdruk prefereer ik ver boven een mondafdruk, zelfs als de tegenpartij van het andere geslacht is. Toen tante Hildegonde zich aanbood, kreeg ik gelukkig ineens een bloedneus. Was mijn avond toch nog een beetje gered, zeg.

Voor de genodigden van volgend jaar heb ik, op de valreep van dit schrijven, nog één goede raad: laat uw huisdieren thuis. Of denkt u werkelijk dat iedereen gediend is van twee enkelhoge keffers die zich de godganse avond continue tegen je been aanschurken? Het jeukt nóg, zeg ik u.

Doch laat ik afsluiten met voorname, welgemanierde mensen die mij hun zoenen gelukkig slechts virtueel kunnen toesturen: mijn lezersschare. Ik wens u allen twaalf maanden van goede gezondheid, tweeënvijftig weken boordevol geluk en driehonderdvijfenzestig kommerloze dagen.

Cheers!

[ Foto: © Menck ]

Let the sun shine!

Deze week hebben madam Menck en ik een steentje bijgedragen tot een groenere samenleving. Dat deden we door te kiezen voor een duurzame en kosteloze energiebron: zonnepanelen.

‘Kosteloos?’ hoor ik u denken. ‘Die dingen zijn toch nog altijd duur, niet?’
Behalve dat kosteloos staat voor energie opgewekt door de zon – die tot nader order nog steeds gratis is – dienen we evenmin onze bankrekening aan te spreken.

Laat ik een en ander verduidelijken. Onder meer ook waarom we tegelijk een energiezuinige condensatieketel lieten installeren.

Wij verwarmen op aardgas. Dat gebeurt al ruim vierentwintig jaar met dezelfde ketel. Een stokoud beestje, kortom. En van die beestjes is het algemeen geweten dat ze niet bepaald zuinig zijn.
We gingen te rade bij een energiespecialist. Die schrok zich een hoedje toen hij vernam hoe hoog onze energiefactuur – gas én elektriciteit – was. De woorden die hij daarna sprak, zijn lang blijven nazinderen: “Jullie verbruik kan met ruim de helft naar beneden. En wat meer is: zulks kan wellicht zonder investeringskosten uwentwege.”
Na wat cijferwerk bleek die stelling ook daadwerkelijk te kloppen. Want als we zonnepanelen combineerden met een energiezuinige condensatieketel, zou onze energiefactuur dermate dalen dat ze de kosten van een (provinciale duurzaamheids)lening kon dekken.

Prompt werd de knoop doorgehakt.
Een dergelijke lening loopt over maximum zeven jaar. Tijdens die komende zeven jaar betalen we aldus de zonnepanelen en de condensatieketel af, inclusief de installatiekosten. Maar! Voor ons verandert er niks. We blijven, zoals voorheen, onze energiefacturen netjes verder vereffenen en zullen – door het grote minverbruik dat wordt gegenereerd – financieel nada gewaarworden van een lopende lening.
En wat meer is: na zeven jaar, als de lening afgerond is, zal onze energiefactuur een stuk lager liggen dan de huidige. Logisch, want de geïntegreerde afbetaling is dan achter de rug.

Voor wie thans denkt het licht te hebben gezien: er is één ‘maar’. Om zonnepanelen te plaatsen moet je woning voldoende geïsoleerd zijn (3,5 R-waarde), voorzien zijn van dubbel glas én, juist ja: een condensatieketel. Vandaar ook onze beslissing om voor beide te gaan. Na vierentwintig jaar overmatig gasverbruik lijkt me dat echter geen verkeerde keuze.

Zodoende was het gisteren te onzent volop ‘handen uit de mouwen’ geblazen, zoals u onderstaand kunt merken. Door de geringe grootte van onze woning volstaan tien panelen. Helaas liggen ze pontificaal naar de straatkant, zijnde het zuiden, gericht. Van enige sierlijkheid kun je die plakkaten niet betichten. Maar anderzijds: ook ik schitter al lang niet meer zoals vroeger.
Vertelde ik u al dat relativeren een kunst is? Bij deze.


Een omvormer of transformator. Dit apparaat met zijn gekke merknaam zet zonne-energie om naar netstroom.

Noot voor wie zich aangesproken voelt:

  • Het rentetarief van een dergelijke duurzaamheidslening over zeven jaar bedraagt, afhankelijk van de provincie waarin u woont, anderhalf of twee procent;
  • u zowel als uw partner dienen jonger te zijn dan 75 jaar;
  • de looptijd kan verschillen per provincie.

 

[ Foto’s: © Menck ]

Vet? Moddervet!

Mijn favoriete uk, het dochtertje van vrienden, werd afgelopen zomer vier. Twee weken voor haar verjaardag viel er een onwijs charmante – wegens door haar getekende – uitnodiging in mijn bus. Nu ja, bus: in mijn mailbox. De tekening was zorgvuldig ingescand. Een mens moet nu eenmaal mee met zijn tijd, zelfs al is-ie pas vier.

Bij een verjaardag hoort vanzelfsprekend een cadeautje. Via de mama had ik een hint ontvangen over iets wat dochterlief had ontdekt op YouTube, haar favoriete kanaal waarop ze voornamelijk tekenfilms verslindt: een mud kitchen.
Toen ik googelde op die term, want ik kende zo’n ding niet, bleek alras dat het om een eigenhandig ineengeflanst buitenkeukentje op kindermaat ging én dat het kleinood op korte tijd immens populair was geworden.

Zulk een keukentje is allerminst geschikt om pakweg pannenkoeken of brownies te bakken, maar zelf bereide zandtaartjes en moddercakejes, verkregen uit polychrome bakvormpjes in de gekste gedaantes, zijn dan weer wél een instant hit. Beetje water, beetje zand en roeren maar. Een kind kan de was doen.

Bij het aanschouwen van de honderden modderkeukentjes op mijn monitor, het ene al ingenieuzer en origineler dan het andere, viel me meteen op dat er voornamelijk werd gewerkt met pallethout. Doch aangezien een dergelijk speeltoestel overwegend buiten vertoeft, leek het me prudenter om te kiezen voor geïmpregneerd tuinhout. Een paar planken en een handvol schroefjes volstaan, dus erg prijzig is het allemaal niet.

Een mud kitchen ineenzetten, neemt slechts enkele uurtjes in beslag. Het is echter geraadzaam vooraf een ruw schetsje te maken waarop onder meer de diverse afmetingen zijn aangebracht. Eenmaal dat is gebeurd, is het een doe-het-zelfklusje waar je ontzettend veel plezier aan beleeft. Bij de vormgeving en de inrichting ervan laat je je fantasie maar naar hartenlust de vrije loop gaan. Tijdens het construeren, voelde ik me zelf weer even kind worden. Ronduit heerlijk.

Wat mijn geknutsel uiteindelijk heeft opgeleverd, treft u hieronder in enkele foto’s. En voor wie zelf aan de slag wil, is vooral pinterest.com een welkome stek. Kortom: u moest al bezig zijn!

Bovenstaand: stoeltje vervaardigd uit een stuk stam met daarop de afgezaagde leuning van een oud hobbelpaard.

[ Foto’s: © Menck ]

Alles liever dan dat

U hebt het ongetwijfeld gemerkt: ik heb mezelf bloggewijs een sabbatical year toegeëigend. Of toch bijna een gans jaar. Mijn hoofd stond, zeg maar, niet naar het online geneuzel waarmee ik me tot eind vorig jaar nog onledig hield.
Nochtans heb ik me in de loop van 2018 meermaals aan mijn pc gezet met de intentie toch maar iets, hoe futiel ook, aan mijn lezersschare toe te vertrouwen. Het is me geen enkele keer gelukt.
Aanvankelijk schrok ik daarvan. Want zulks achtte ik schier onmogelijk: moi, een writer’s block? Is dat niet meer iets voor jeanetten, voor neurologisch aftakelend kanaje of voor auteurs bij wie schielijke frontaalkwabdementie welig aan het tieren is geslagen?

Hoegenaamd niet, vernam ik later bij monde van Alexis, mijn langbenige, inktzwartharige psychiater. Dat schoon kind – haar diepbruine ogen glanzen als kaarslicht in oud koperwerk – heeft me al door hetere vuren gesleurd zodat ik alras één en al oor was.
“Ga eerst maar even lekker op mijn bank liggen, Menck. Dan geef ik je een relaxerende massage. Maakt het hoofd leeg en licht.”
Waarna ze met een flukse beweging haar bloesje ontknoopte en…

Hád ik maar een psychiater.
Dan zou die me prompt gewezen hebben op het abjecte gesternte waaronder 2018 begon. Madam Mencks zus viel ten prooi aan borstkanker. De rotziekte beroofde haar van haar rechterborst, haar haardos en haar levensvreugde. Dat laatste bereikte overigens een absoluut dieptepunt toen haar man hun huwelijk de doodsteek gaf. Wat er in zulk een situatie nog van iemands zelfbeeld overblijft, wil ik niet eens weten.

Dit kwalijke euvel heeft een raderwerk in mijn hersenen in werking gezet waarvan ik het bestaan niet eens bevroedde. Zwarte gedachten staken de kop op. Alles werd ineens zó ongelooflijk relatief en futiel.
Dat gevoel werd er niet beter op toen mijn schoonmoeder aan de vooravond van de verzengende zomer te horen kreeg dat ze hetzelfde lot was beschoren als haar dochter.

Ineens begon ik, geheel tegen mijn aard in, overal onrecht, leed en verdriet te zien. Mijn vader die onheus werd en wordt bejegend. Mijn vrienden die voluit kregen wat ze allerminst verdienden. Mijn madam die, overigens zonder morren noch geweeklaag, sterk als ze is, steeds vaker moet opboksen tegen nietsontziende artrose. En dan zwijg ik nog over de Sansevieria naast mijn pc-monitor die, in weerwil van zijn spreekwoordelijke onsterfelijkheid, traag maar gestadig het loodje aan het leggen is. Zou hij niet tegen porno kunnen, misschien?

Hm.
Wat een feestelijke heropening mijner blog is me dat, zeg. Edoch, het moest me even van het hart. Bovendien had u recht op wat duiding.

Wegduiken in de blogosfeer is me niet geheel vreemd. Zij die me al wat langer volgen, zullen dit volmondig kunnen beamen. Maar schier een jaar van het schrijftoneel verdwijnen?
Ik maak het goed, dat spreekt voor zich.
Voortaan schotel ik u, op de meest onregelmatige basis en zolang het duurt, de nonsens voor die u van mij gewoon bent. Ik beloof u dat ik ze zo weinig mogelijk zal larderen met mistroostigheid.

Deal?