2017: mijn muzikale top 10

Naar het voorbeeld van verschillende media durf ook ik al wel eens een of meer lijstjes te verweven doorheen de maand december. Zulks heet traditie te zijn als een jaar op zijn laatste benen loopt. Een mij genegen boekentopvijfje, een weloverwogen filmtoptien of een niets aan de verbeelding overlatend overzicht van mijn seksuele hoogtepunten, mijn kunstzinnigst gedraaide bolussen dan wel mijn meest frappante blunders van de verleden driehonderdvijfenzestig dagen: you name it.

In tijden van onmiskenbare blogluwte – mijn feedreader ligt zowat op apegapen – trap ik af met tien uitermate loom te verhapstukken fragmenten: riedeltjes die me in de loop van 2017 geheel en al konden bekoren.
Voor zij die thans vrezen voor YouTubegevaar: yep, het is van dattem. Ga rustig heen, eet een hapje, kijk wat tv of lees een boek.
Aan de welwillenden, de meerwaardezoekers, de vreugdevollen, de nieuwsgierigen, de muziekadepten en de enthousiastelingen: lean back, schenk u een drankje in en geniet van al het moois dat mij auditief wist te boeien. In geheel willekeurige volgorde, overigens:

1 | Portugal. The Man – ‘Feel It Still’

 

2 | Tash Sultana – ‘Jungle’

 

3 | Oscar and the Wolf – ‘Breathing’

 

4 | Peter Bence – ‘Despacito / Piano cover’

 

5 | The War On Drugs – ‘Holding On’

 

6 | 2Cellos – ‘Theme from Schindler’s List’

 

7 | Imagine Dragons – ‘Whatever It Takes’

 

8 | Tamino – ‘Cigar’

 

9 | Kris Jones – ‘Tennessee Whiskey’ (dochter filmt vader in de auto)

 

10 | The Broken Circle Breakdown Bluegrass Band – ‘Laat ons een bloem’

 

Advertenties

Laserman

Toen ik het Torhoutse Sint-Rembertziekenhuis betrad, was het eerste dat ik rook het toilet bovenaan de traphall. Pas aan de receptiebalie werd ik de typische weeë geur van ether, ontsmettingsmiddelen en aambeienzalf gewaar.
De piepjonge receptioniste verzocht me om mijn identiteitskaart, dewelke ik haar gedwee aanreikte.
“Meneer Weserhütte? Zandstraat? Dokter Jacques als huisarts? Blablabla?”
Ik mompelde een paar keer instemmend wijl mijn blik ondertussen een aardig van billenwerk voorziene verpleegster achternazat.
De baliejuffrouw reikte me een vel met een twintigtal identieke etiketten aan en schoof vervolgens mijn pas naar me toe. “Einde van de gang rechts, dan links, weer rechts en tenslotte nog eens rechts. Gelieve Route 92 te volgen.”

De wachtzaal van de dermatoloog – een rij stoelen aan weerszijden van een gangetje – zat ei zo na vol. Ik vond nog één zitje naast een niet meer zo jonge bejaarde zeventigplusser op leeftijd met een warrige snor die gelig kleurde.
Voor me zaten drie Rubensiaanse meiden van een jaar of veertig ingespannen te turen naar hun respectievelijke smartphones, terwijl een pezige en netjes in het pak gehesen senior op het einde van hun stoelenrijtje zijn ijlbehaarde hoofd tegen de muur liet rusten, ondertussen spiedend naar het gefriemel hunner handen.
Eén van de dames legde haar mobieltje terzijde en richtte zich, geheel onverwacht en ongevraagd, tot mij.
“Bent u hier ook voor dokter Stockman?”
Enigszins verveeld hield ik een stonde haar blik vast, knikte vluchtig en nam een beduimelde Knack van het tafeltje.
“Hoe laat is uw afspraak?”
Ik keek op, sloeg de Knack dicht en zuchtte onhoorbaar. “Kwart over twee. Waarom?”
“Die van mij stond geprikt om halftwee. Zodoende ben ik al drie kwartier overtijd.”
In gedachten feliciteerde ik haar om zoveel heuglijk nieuws wijl ik het magazine weer opensloeg.
“Waarvoor bent u hier trouwens? Bij mij gaat de dokter ein-de-lijk eens het irritante vetknobbeltje op mijn rechterschouder verwijderen.”
Nou moe, dat mens wist duidelijk van geen ophouden. Haar vragen werden bovendien per seconde onbetamelijker.
Zonder me van mijn leesvoer los te maken, gaf ik haar traag, afgemeten articulerend en met een licht verheven stemgeluid mijn antwoord. “Dokter Stockman zal deze middag mijn hoofd van plaats wisselen met mijn reet. Omdat ik zo’n stinkende adem heb, ziet u.”
Prompt werd het stil in de kleine wachtruimte. Al was die ommekeer slechts van korte duur: een jongeman begon te gniffelen waarna het meisje naast hem het op een luid proesten zette.
De zo-even nog nieuwsgierige vrouw stond op, liet haar gsm in haar jaszak glijden en begaf zich met gebogen hoofd richting het toilet in de hoek van de wachtruimte.

Enfin, om maar te komen tot de reden mijner bezoek: ik heb na lang dralen mijn tronie laten laseren. Een nogal pijnlijke gebeurtenis die zowat anderhalf uur in beslag nam, onder andere wegens twee ingrepen: eentje met een CO2-laser en quasi meteen daarna een rondje met de zo mogelijk nog brutalere ablatieve laser.
Doel: couperose verwijderen en mijn van oudsher pokdalige gezicht gladstrijken.

Momenteel – twee dagen na de ingreep, that is – zie ik eruit alsof ik twintig keer knock-out ben geslagen door Mohammed Ali himself. Mijn gezicht valt nog het beste te vergelijken met een overmatig hard opgeblazen voetbal die tegelijkertijd bezaaid is met tig bloeduitstortinkjes. Om maar te zeggen dat het werkelijk géén gezicht is.
Ik moet een aantal weken de zon mijden – Zei daar iemand zon? Haha! – en zal pas na een veertiental dagen mijn nieuwe ik kunnen bewonderen.

Ondertussen houd ik me binnenshuis onledig met tal van tijdverdrijvende zaken. Bloggen, bijvoorbeeld.
Alles beter dan nu en plein public te verschijnen, geloof me.

 



[ Twee uur na de ingreep ]

 


[ Anderhalve dag later en al een verwrongen, gezwollen kop ]

Uw gekleurde mening, graag – Recht van antwoord

Voorgaand schrijfsel weekte heel wat reacties los, waarvoor dank.
Van de eigenares van de bewuste foto-in-sierlijst ontving ik onderstaande e-mail ter publicatie naar aanleiding van uw commentaren.
Haar recht van antwoord staat uiteraard los van de gebruikelijke inhoud van deze blog.

Wat later kreeg ik nog volgende mededeling in mijn inbox:

Ook nog even meegeven dat ik het een uitstekend voorstel vind om de ingelijste zwart-witfoto links te hangen, boven de bruine koffer. Op de sierlijst – die ik wellicht zal behouden – zal ik mogelijks een ander kleurtje zetten, eentje dat aansluit bij de koffer.
De kader met medailles verhuist naar een andere kamer van de woning.
Boven het televisietoestel komt een iets warmere prent/schilderij van kleiner formaat.
De spiegel op de schouwmantel verdwijnt en er komt niks in de plaats. De schouwmantel zelf krijgt wel een contrasterende verflaag – ik vermoed lichtgrijs.
Met dank voor de tips!

 


N.v.d.r.: De kader: standaardtaal in België | Lijst rond schilderij of foto.

Uw gekleurde mening, graag

Bovenstaande foto nam ik vorige week in de woonkamer van vrienden. Zij houden er een eclectische interieurstijl op na; een samensmelting van oude en nieuwe elementen die – en ik citeer – “pit geeft aan je woning”.
Zelf vind ik het geheel best geslaagd. De stilistisch uiteenlopende meubelstukken en decoraties laten zich vlot combineren zonder dat er ook maar iets als storend wordt ervaren.
Of wacht.
Misschien toch één iets: de vergulde antieke sierlijst boven het televisietoestel.
Dat goud komt te nadrukkelijk en te zwaar naar voor. Te kitscherig ook, zelfs al vormt het een stevig contrast met de monochrome historische foto.

Dat moet geheid beter kunnen. En dus stelde de vrouw des huizes me voor om ook ’s naar het oordeel mijner lezers (m/v) te peilen. Logisch, want dat zijn stuk voor stuk fijnbesnaarde mensen met een goede smaak en een welomlijnde eigen mening. Ja, ik heb het over u, schermstaarders. En voor de goede verstandhouding: daar reken ik tevens mijn lurkers bij. Dit is het uitgelezen moment om van u te laten horen. Een simpel antwoord op onderstaande prangende vraag volstaat:

Welke kleur behoort deze sierlijst volgens u te hebben om naadloos – of net doordacht eigenzinnig – te schitteren in dit interieur?
Een beetje argumentatie is natuurlijk altijd welkom.

Voilà, het reactieluik is all yours. Laat u maar eens goed gaan.

 


–  a p p e n d i x  –

Wie, zoals ik, de prent in de lijst wel fraai vindt, kan hieronder nog even verder lezen.

Deze historische foto werd in 1939 genomen door Dorothea Lange, een toentertijd zeer gerenommeerde zelfstandige fotografe die tevens voor diverse kranten werkte. Het is een opname van de Country Store – of Chop Shop – van Powell Lange die op de gevoelige plaat werd gezet ten tijde van The Great Depression. De eigenaar poseert in de deuropening terwijl zijn personeel werkloos op de porche zit.
Heden worden talloze reproducties van deze foto verkocht onder de naam ‘Happy Gas Station’, een vlag die de lading dus allerminst dekt. Er zijn zelfs minutieus ingekleurde duplicaten in de omloop, maar die leggen het qua verkoop af tegen de originele zwart-witposter.

Of deze houten barak anno 2017 nog bestaat?
Als bij wonder wel. U treft hem, in enigszins gewijzigde toestand, langs de Dirt Road in Gordonton, North Carolina.

Doch soit.
Waar het in dit schrijfsel vooral om draait, is uw mening over de kleur van de antieke fotolijst.
Shoot!

Ondertussen, te onzent

[ Maandag ]

“Toch jammer dat Charles Bukowski er niet meer is”, verbrak mijn madam de stilte. Ze legde haar boek, ‘Het spit’ van Lize Smelt, terzijde en nam haar breigerief uit de rieten mand.
“Kind, ik zat net hetzelfde te denken”, trad ik haar bij, waarna ik uit de bank opstond, naar de boekenkast slofte en er Het Postkantoor uitnam, de eersteling van Bukowski. “Dat,” sprak ik plechtstatig wijl ik de paperback in de lucht stak, “was je reinste openbaring. Vergeet niet dat het werk al dateert van 1971.”
“En daarna is het eigenlijk alleen maar nóg beter geworden”, beaamde madam Menck wijl ze zich focuste op drie naalden tegelijk. “Pulp, bijvoorbeeld. Een meesterwerk avant la lettre.”
“Ja”, zuchtte ik. “Is dát trouwens genietbaar?” Ik wees op ‘Het spit’.
“Bwah, valt wel mee. Een dertien-in-een-dozijnboek. Ik snap de hype die er destijds rond ontstond eigenlijk niet zo goed.”
“Jan Wolkers. Diens werk moet ik ook dringend eens herlezen. Want, toegegeven, dat was toch ook een hele grote meneer.”
“Absoluut.”

Waarna het weer stil werd in de woonkamer, op het lichte snorren van de kater en het zachte, secure getik van de klok en een trio breinaalden na.

[ Dinsdag ]

“Weet je wat het is met veel bloggers?” Mijn madam legde haar breiwerk in haar schoot.
“Wat dan?”
“Het zijn dertigers. Dat is blijkbaar een populaire blogleeftijd. Jij bent vijftig en dus per definitie een ouwe zak met dito geneuzel.”
Die uitspraak liet ik een poos bezinken. Waarna ik haar gelijk gaf.
“Er spelen wel meer dingen mee”, vulde ik haar aan. “Wij hebben geen kinderen. Mama- en papablogs worden graag gelezen. Enfin, toch door mensen met kinderen. Dertigers, zoals je zegt.”
“We gaan niet op reis voor het zoveelste jaar. Geen beeldende verslagen, geen exotische foto’s.”
“Ja, dat ook. En ik doe niet aan sport, heb geen Facebook- of Instagramaccount, lees veel te weinig hedendaagse schrijvers, beoefen geen interessant beroep en televisie boeit me al evenmin.”
“Tuinieren, pff, dat zegt de gemiddelde dertiger niets.”
“Nope. Kijk maar naar mijn klandizie: steek ze samen in een bus en je hebt honderd ogen en twee tanden.”
Katrien schoot in de lach.
“Misschien moet je maar op Seniorennet gaan bloggen. WordPress is een te hip platform geworden voor je.”
“Ik ben het aan het overwegen.”
“Of je laten ombouwen tot vrouw. Tachtig procent van de bloggers zijn vrouwen, beweer je altijd. Die klitten bij elkaar, dat weet je toch?”
“En of.”

Waarna het weer stil werd in de woonkamer, op het lichte snorren van de kater en het zachte, secure getik van de klok en een koppel breinaalden na.

[ Woensdag ]

“Gek. Mijn plas ruikt al twee dagen naar zoete appeltjes.” Ik verschoof wat ongemakkelijk op de bank.
“Suikerziekte”, concludeerde mijn madam.
“Zou je denken? En ik snoep geeneens”, protesteerde ik.
“Een glazen boterham bevat ook suiker. Zelfs een gewone boterham of een onnozel stuk kaas.”
“Zit er suiker in kaas? Ga weg!” Ik schudde vol ongeloof mijn hoofd.
“En heel veel vet.”
“Daar krijg je geen suikerziekte van.”
“Van overgewicht wel. En bepaald slank ben je niet.” Ze trok een eindje breiwol bij uit de rol die op het tapijt lag. De kater keek even op maar verloor meteen weer zijn interesse.
“Diabetes dus. Nou, dat is geen mals oordeel van je.”
“Ik ben dan ook geen dokter. Dáár moet je zijn met je zoete plas.”
Even was er niks anders te horen dan het gestadig tikken der naalden.
“Weet je wat het ook nog kan zijn?” Mijn madam staakte haar steekspel. “Het WC-blokje. Er stond ‘Sweet Apple Blossom’ op diens verpakking.
Ik nam mijn tijdschrift ter hand, zuchtte hoorbaar en las gerustgesteld verder.

Eens te meer werd het stil in de woonkamer, op het lichte snorren van de kater en het zachte, secure getik van de klok en een koppel breinaalden na.

[ Donderdag ]

Wat zal deze avond brengen: geluk of onheil? Ik ga, als het even kan, voor rust, want onze avonden zijn, zoals u hierboven kon lezen, deze week echt al hectisch geweest.

Zo kan het ook

Zij die al wat langer mijn blog volgen, zullen zich mogelijks dit schrijfsel nog herinneren. Ik trek daarin verbolgen van leer tegen de sloop van geschiedkundig waardevolle en niet zelden dorpszichtbepalende gebouwen die, vaak ondanks massaal protest, plaats moeten ruimen voor steriele nieuwbouw.
Hoogheidswaanzin, scanderen de lokale inwoners.
Kostenbesparend, luidt veelal de bestuurlijke redenering achter zulk een beslissing. En dat terwijl in het verleden al meermaals ten gronde is bewezen dat de restauratie annex integratie van een oud pand in een nieuwbouw perfect realiseerbaar is zonder – of zonder onoverkomelijke – meerkosten.

In de kleine gemeente waar madam Menck en ik resideren, ontstond een paar jaar geleden nogal wat ophef omwille van de mogelijke sloop van een historische dokterswoning. Immers, de dokter had een ruime poos voordien het loodje gelegd en diens charmante pand stond sindsdien leeg.
“Te verkommeren”, luide het officieel.
“Allesbehalve”, weerlegde de steeds groter wordende schare voorstanders-van-behoud deze voorbarige conclusie.


[ Foto’s: Google Streetview ]

Dat de dokterswoning en diens uitgestrekte tuin zouden moeten wijken voor een hypermodern rust- en verzorgingstehuis, was al lang geen geheim meer. Het gemeentebestuur smeerde in het lang en het breed uit welk een prestigieus project het voor ogen had. De oubollige ambtswoning kon niet anders dan worden geëlimineerd, hoe romantisch en historisch ze ook mocht wezen.

Het protest hiertegen groeide echter dag na dag. “Wij willen een integratie van het oude pand!”
En ziedaar, beste lezer, het welhaast ondenkbare geschiedde, want de democratie werd in onze goegemeente zowaar op zijn schoonst gedefinieerd: er volgde een heuse volksstemming.
U mag drie keer raden welk kamp in dezen aan het langste eind trok. Onderstaande beelden spreken dan ook voor zich.


[ VoorFoto: Google Streetview ]


[ Na ]


[ VoorFoto: Google Streetview ]


[ Na ]

De binnentuin, inclusief ondergrondse parking:


[ Foto’s: Menck ]