K staat voor kut

Maandag 1 januari 2018

Er wordt getoost op het nieuwe jaar. ‘En op een goede gezondheid’ blijft voor het eerst onvermeld. De glazen worden enigszins schoorvoetend geheven waarna er welhaast werktuiglijk wordt genipt van de gouden bubbels. De stilte die volgt, duurt een fractie te lang. Aretha Franklin zet vanuit het behang een nieuw lied in. Sisters are doin’ it for themselves klonk nooit eerder zo gesmoord.
Ik zie dat Katrien naar haar zus kijkt. Hun ogen vinden elkaar. Haar zus wendt het hoofd af, reikt naar een borrelhapje op de salontafel, zet haar glas neer en staart vervolgens voor zich uit. Haar jongste dochter slaat een arm om haar heen. Ik merk hoe hun beider ogen waterachtig worden.

Anderhalf uur later wordt het hoofdgerecht geserveerd. Kabeljauw op een bedje van weetikveelwat begeleid door een te zoete wijn. De babbels na het maal zijn luid en worden zo nu en dan gelardeerd met een gulle lach om geestige anekdotes. De alcohol sorteert effect.
Ik ben met Katriens zus verwikkeld in een gesprek over pijnlijk dure Parajumpersjassen die heden opmars maken bij de jeugd en het Millet-tijdperk uit onze schooltijd doen herleven. We halen tal van herinneringen op, vergelijken toen met nu, laten ons treiterend-laatdunkend uit over de materialistische ingesteldheid van haar twee dochters die naast ons aan tafel zitten en kelderen elk verweer van de tieners.
“Je lach doet me goed”, geef ik haar ineens mee. Waarna ze haar gezicht instant in serieuze modus plooit als wil ze zich verontschuldigen om zoveel misplaatste uitgelatenheid.
Ik leg over tafel mijn hand op de hare. “Niet doen,” zeg ik, “een mens is het strijdbaarst als hij de lach blijft vinden.”
Ze kijkt me een hele tijd aan en glimlacht wijl de tranen over haar wangen rollen.

Woensdag 10 januari 2018

“Het ergste is achter de rug”, meldt mijn schoonbroer me telefonisch. “De tumor was helaas wel groter dan gedacht.”
“Wat houdt dat in?” vraag ik hem zenuwachtig.
“Dat de operatie jammer genoeg niet borstsparend was.”
Er volgt een lange stilte.
“En nu?”
“Sowieso bestraling. En afwachten of er geen uitzaaiingen zijn.”
“Ja.” Meer kan ik niet uitbrengen.
“Als de uitslag gunstig is, wordt er gedurende twee weken een soort ballon ingebracht om de huid op te rekken. Daarna volgt een reconstructie met eigen weefsel.”

Advertenties

Carried away by a moonlight shadow

Vorig jaar verraste ik het innemende dochtertje van vrienden nog door voor haar uit twee houten wijnkratjes een fleurig poppenhuis te vervaardigen waarin ze haar Playmobilfamilie kon huisvesten. Het kind was, het moet gezegd, danig in de wolken met mijn polychrome constructie. Toch voor een maand of twee. Daarna was het finaal uit met de liefde voor de vierkamervilla en diens plastic bewoners.
Heden staat het kleinood stof te vergaren op zolder, stof waarin ik onlangs ‘vergane glorie’ schreef met mijn rechter wijsvinger.

Sedert enkele weken is deze uk – drieënhalve lentes ondertussen – geheel en al in de ban van de maan en de sterren. De échte maan, beste lezer, en niet de veelal banaanvormig getekende Janneke Maan en diens cartooneske consorten uit tal van kinderboekjes.
Zij aanschouwt de maan zoals volwassenen dat al lang verleerd zijn, tenzij ze Frank Deboosere heten: met onverholen bewondering, grote ogen incluis. Ze weet dat er diepe putten op de maan zijn, en zand en bergen en dat er al eens mensen op hebben rondgelopen. Al twijfelt ze bijwijlen nog wel eens aan dat laatste. Nu al niet vies van een conspiracy-theorietje, die kleine.

Ook overweldigend: de maan geeft zowaar licht! ’s Nachts dan nog wel, als het buiten voor de rest helemaal donker is. De maan is wat haar betreft het nachtlampje van de tuin en de sterren zijn pinkeltjes. Aan fantasie alvast geen gebrek.
Dat de maan eigenlijk de zonnestralen terugkaatst naar ons en zelf geen licht produceert, trachtte ik haar laatst bij te brengen. Ze schudde geagiteerd en langdurig van neen waardoor haar pijpenkrullen een onstuimige dans executeerden. Dat ik er helemaal niks van kende en toch eigenlijk wel een beetje dom was. Dat de zon voor overdag is en de maan voor ’s nachts. En dat ik toch nog véél moest leren.
Tegen dergelijk gefundeerd verweer kon ik geen woord inbrengen, dat spreekt voor zich.

Met Kerst schonk ik haar de maan. De realistisch ogende versie, die zich reusachtig en glorieus verheft boven een dennenbosje te midden van menigvuldig sterrengefonkel. Ik schilderde dit nachtelijke tafereel op een groot dunhouten paneel dat ik vervolgens achter glas heb ingelijst.
Om na meer dan dertig jaar nog eens lekker loos te kunnen gaan met fijne penselen en tubetjes olieverf, maakte me pueriel gelukkig. Er is aan mij geen groot artiest verloren gegaan, doch een kinderhand is gauw gevuld.
Alleen de sterren zijn zo fake als de borsten van La Cicciolina. Het zijn nachtelijk lichtgevende stickertjes. Een bewuste keus ten faveure van de kindervreugd. Een ruimhartige mens doet al wel eens een toegeving, ziet u.

En zo komt het dat er sedert deze week een heuse maan hangt te schitteren op de kamer van een kleine meid. Dat schitteren mag u overigens letterlijk nemen: een welgericht ledlampje speelt hierbij voor zon. Het eigenzinnige juffertje zal me binnenkort wel bijtreden wat mijn uitleg over de zonnestraalreflectie betreft, geloof me.

   

[ Foto’s: Menck | onderste foto’s: papa van de kleuter ]

The most wonderful time of the year

Sinds vanmiddag zit er een deuk in de linkerkant van mijn bestelwagen.
Ze begint op de hoek van de voorbumper, loopt via de voorflank verder over de bestuurdersdeur én de achterliggende schuifdeur om te eindigen in een fikse inbuiging op de achterflank, vlak voor de lichtunit.
Om en bij de vierenhalf meter, schat ik.
Een halve centimeter diep. Achteraan minstens twee.

Er stak geen briefje onder de ruitenwissers met een telefoonnummer dan wel een adres of – ocharme – een verontschuldiging. Anno 2017 hoort zulks niet meer, moet u weten.
Gebakken peren, dat is het enige wat ik aantrof. Op de lege parkeerplaats links van mijn bestelwagen, waar even daarvoor nog een aftandse Citroën Xantia had gestaan. Een grijze.
Bewijsmateriaal te over, kortom.

Triple blèh, zeg ik u.

Tag: #De eerste keer

De Belgisch-Nederlands-Mozambikaanse blogger Koen Schyvens gooit een – ongetwijfeld hardhouten – stokje ofte tag doorheen de blogosfeer. Laat het toevallig ook op deze stek zijn terechtgekomen: #De eerste keer, een virtuele calvarie in elf staties:

  1. Wanneer heb je voor het eerst gevlogen?

In 1985. Mijn toenmalige vriendin en ik hadden onze laatste centen bijeengelegd voor een helikopterluchtdoop. Voor de studenten die we in die tijd waren, was dat vluchtje een bijzonder prijzige aangelegenheid.
En toch had ik deze uitspatting voor geen geld ter wereld willen missen; we vlogen over beider ouderlijke woningen, zagen onze ouwelui op straat staan zwaaien en ontdekten dat de immer uit de hoogte doende buurman van drie huizen verder zowaar een zwembad van olympische afmetingen in zijn tuin had. Dolletjes!
Ik herinner me nog het fijne, welhaast tintelende gevoel dat zich in mijn maagstreek nestelde toen het luidruchtige hefschroefvliegtuigje ons richting luchtruim tilde. Al kan dat ook geweest zijn omdat mijn vriendinnetje gedurende de ganse vlucht mijn hand vasthield. Ik verdenk haar heden nog steeds van schijtluizigheid, iets dat ze nooit ofte nimmer heeft willen toegeven.

Later ben ik, omwille van de job die ik toen uitoefende, nog ettelijke keren helikoptergewijs van de grond geweest. Vlucht na vlucht bleef ik het een overdonderende belevenis vinden.

  1. Waar ging je voor het eerst naar school?

Naar de kakschool in Zedelgem, een plattelandshol vlak bij Brugge. Mijn eerste juf was Greta, een ongelooflijk lief mens. Afgelopen zomer heb ik nog een ganse tijd met haar gepraat. En hoewel ze thans een dame van een zekere leeftijd is, herkende ik haar na welhaast zevenenveertig jaar meteen. (Doch zij mij niet, de seut.)

  1. Waar en wanneer ging je voor het eerst zonder je ouders op vakantie?

Het zal u hooglijk verbazen, doch ik ben nooit met mijn ouders op vakantie geweest. Het nest waar ik opgroeide, was even arm als warm, ziet u. Mijn eerste reis zonder mijn ouwelui – naar Pescara in Italië – was zodoende tevens mijn eerste reis tout court.

  1. Wat weet je nog van de allereerste keer dat je alcohol dronk/proefde?

Ik proefde, op vijftienjarige leeftijd, voor het eerst een pilsje: een Jupiler. Dat spul vond ik toen zo vies en bitter smaken, dat ik het nadien nooit meer heb genuttigd. Tot op heden ben ik nog steeds geen echte bieradept, feitelijk.

  1. Wat is de eerste single / lp / cassettebandje / cd die je zelf kocht (of kreeg)?

‘I want Candy’ van Bow Wow Wow. Die aankoop geschiedde in 1982 en vond plaats in de toenmalige piepkleine Brugse Bilbo.

  1. Wie was de eerste dode mens die je zag?

Wie hij was, weet ik niet. Wel dat ik hem heb gewassen. Klaarstomen om af te leggen, noemden we dat destijds in het Militair Hospitaal te Keulen alwaar ik tien maand actief deel uitmaakte van de verzorgende staf.

  1. Weet je nog iets van de eerste keer dat je de zee zag?

Ja hoor. Ik was een kind en weet nog dat ik dacht: ‘De zee is zó machtig mooi en fascinerend dat ik later in haar buurt wil komen wonen.’
En alzo geschiedde.

  1. Waar stond het bed waarin je voor het eerst sliep nadat je je ouderlijk huis had verlaten?

In de master bedroom van het eerste huurhuis waar mijn ex en ik voor vier jaar introkken. Dat statige pand was eigendom van mijn toenmalige schoonouders. Zulks was huren aan een zeer zacht prijsje, wat ik je brom.

  1. Wie was de eerste niet-Nederlander / niet-Vlaming / iemand met een andere culturele achtergrond waar je mee hebt gepraat?

Véronique, een Parijse schone met wie ik alras een langdurige grensoverschrijdende liefdesrelatie aanknoopte. Het was het begin van wat ik ‘Mijn Franse Periode’ noem en aan dewelke ik met enorm veel genoegdoening terugdenk. Wat een hete spetter was die Véro, zeg!

  1. Wat was de eerste plek die je bezocht buiten Europa?

Geen.

 

En een extra vraag voor de openhartige liefhebber:

  1. Wat weet je nog van de eerste keer dat je je (al dan niet huidige) partner voor het eerst helemaal bloot zag?

Dat moet in een later stadium een belevenis geweest zijn zoals ik ze ooit alhier beschreef.
Doch in het allerprilste begin was de eerste gedachte die mijn harses bekroop nadat we elkaar hadden uitgekleed: ‘Heeft werkelijk élk meisje zo’n opzichtige mol-met-een-open-ruggetje op de plaats waar haar benen samenkomen?’
Yep, we schrijven the eighties en ik was, zo bevroedde u allicht wel, een groentje van jewelste.

En u?

2017: mijn muzikale top 10

Naar het voorbeeld van verschillende media durf ook ik al wel eens een of meer lijstjes te verweven doorheen de maand december. Zulks heet traditie te zijn als een jaar op zijn laatste benen loopt. Een mij genegen boekentopvijfje, een weloverwogen filmtoptien of een niets aan de verbeelding overlatend overzicht van mijn seksuele hoogtepunten, mijn kunstzinnigst gedraaide bolussen dan wel mijn meest frappante blunders van de verleden driehonderdvijfenzestig dagen: you name it.

In tijden van onmiskenbare blogluwte – mijn feedreader ligt zowat op apegapen – trap ik af met tien uitermate loom te verhapstukken fragmenten: riedeltjes die me in de loop van 2017 geheel en al konden bekoren.
Voor zij die thans vrezen voor YouTubegevaar: yep, het is van dattem. Ga rustig heen, eet een hapje, kijk wat tv of lees een boek.
Aan de welwillenden, de meerwaardezoekers, de vreugdevollen, de nieuwsgierigen, de muziekadepten en de enthousiastelingen: lean back, schenk u een drankje in en geniet van al het moois dat mij auditief wist te boeien. In geheel willekeurige volgorde, overigens:

1 | Portugal. The Man – ‘Feel It Still’

 

2 | Tash Sultana – ‘Jungle’

 

3 | Oscar and the Wolf – ‘Breathing’

 

4 | Peter Bence – ‘Despacito / Piano cover’

 

5 | The War On Drugs – ‘Holding On’

 

6 | 2Cellos – ‘Theme from Schindler’s List’

 

7 | Imagine Dragons – ‘Whatever It Takes’

 

8 | Tamino – ‘Cigar’

 

9 | Kris Jones – ‘Tennessee Whiskey’ (dochter filmt vader in de auto)

 

10 | The Broken Circle Breakdown Bluegrass Band – ‘Laat ons een bloem’