Prangende zoekterm: uw dienaar antwoordt

Kijk, mocht de schoonvader van de vraagsteller in kwestie over zo’n gezellig ouderwets pijpenrekje beschikken, dan zou in bovenstaande zinsnede een – toegegeven: ongelukkige – schrijffout zijn geslopen. Zij (of misschien wel hij, maar dat sluit ik voor het verdere verloop van de tekst gemakshalve even uit), een naar afwisseling zoekende rookster, wil schoonvaders pijpen. En dat kan. Door het die mens vriendelijk te vragen, bijvoorbeeld. Of door ze in een onbewaakt ogenblik mee te grissen, ik zeg maar wat.

Een tweede denkpiste die ik, in een verwoede poging om de goede naam van deze blog te handhaven, met graagte bewandel, is die van de broekspijpen. Want het is natuurlijk niet geheel ondenkbaar dat de schoonvader waarvan sprake drager is van een gegeerde pantalon met hippe, opzienbarende dan wel vintage pijpen. Voor dergelijke couturegerelateerde zaken, beste vraagstelster, bestaan er ettelijke patroontjes, gespecialiseerde magazines en toffe tweedehands- dan wel retrowinkels. Zelfs uw lokale kringwinkel kan uitkomst bieden.

Edoch, laten we wel wezen: dit is het internet. Bijwijlen is het dan ook diepbedroevend te moeten vaststellen via welke ambigue terminologie men op dit blog belandt. Ik gun u allerminst het leedvermaak omwille van de vele geladen formuleringen die menig bezoeker alhier hoopt te kunnen exploreren. Vaak zijn het begrippen waarmee men zelfs vraagtekens zou kunnen toveren in de ogen van, pakweg, la Liekens of Kaat Bollen.
Laat ik er dus maar van uitgaan dat wat u middels de schermafdruk hierboven te zien krijgt, een onverholen smeekbede om degelijke en diepgefundeerde informatie van lichtpornografische aard is. En die wil ik, goedzak zijnde, de lezeres die hier tot twaalf maal toe om bad niet onthouden.

Het eenvoudigste, beste mevrouw, zou natuurlijk zijn om uw schoonvader onbeschroomd zetelwaarts te duwen, zijn gulp open te ritsen en zonder veel omwegen ’s mans snikkel in uw mond te nemen. Dergelijke situaties zijn echter vaak droomscenario’s die ver af staan van de realiteit, waar de gevaren (schoonmoeder, partner, kinderen) maar al te frequent om de hoek loeren. Veelal letterlijk.
Dientengevolge lijkt het me geraadzamer om u op wat listigheid te beroepen. Mijn advies is om een spoedcursus hypnose te volgen. Daar is een weinig doorzettingsvermogen en wat bereidwilligheid voor nodig, maar doorgaans loont zulks. Ik garandeer u dat u uw mond vol zult hebben over het resultaat, zijnde een gewillig meewerkende schoonvader. Nadeel aan deze onderneming kan zijn dat de drager van het lichaamsdeel uwer verlangen weinig tot niks zal beleven aan het ganse gebeuren. De mens is immers gehypnotiseerd. Als u zich daarmee kunt verzoenen: wat houdt u tegen?

Gesteld dat u toch enige interactie verlangt, dan zult u de zaken geheel anders dienen aan te pakken. Peilen naar de bereidwilligheid uwer schoonvader kan onder meer middels de zeer filmische teen-in-kruis-onder-tafel. Merkt u geen tegenstand doch een gestaag breder wordende glimlach annex traag dichtvallende ogen: u bent al halfweg. En bij onverhoopt protest van de mens tegenover u, kunt u altijd een vergissing veinzen en daarbij vervallen in een rist excuses. Mistakes happen.
Meer kans op succes maakt u op een familiefeestje dat, zoals dat zo vaak gaat, in de late uurtjes ontaardt in jolige dronkenschap. Placeer u tijdens een doldwaas moment van enthousiast feestgedruis op schoonvaders schoot. Laat hierbij een weinig kontwrikken niet na. Van het moment dat u zich verheven weet, dan is de vis gevangen. Sta niet direct recht, dat zou hoogst onverstandig zijn. Ga daarentegen een stap verder door nog intensere manoeuvres met uw derrière te effectueren, ondertussen ‘I like to move it’ neuriënd. Een man van de wereld weet voorzeker wat daarmee aan te vangen.

Mochten mijn luttele voorstellen niet tegemoetkomen aan uw prangende behoefte, dan suggereer ik om de oplossing elders op deze blog te gaan zoeken. Tenslotte heeft Google u hierheen geleid. Al zou u zich dan wel eens hooglijk kunnen verbazen over de grote hoeveelheid onschuld waarin mijn schrijfsels gedoopt zijn.
Een mond vol tanden: ’t is eens iets anders, nietwaar?

Voor de kat

Na achttien jaar herrie in huis is het te onzent ineens bijzonder stil geworden. Oké, de keuken wordt niet meer op stelten gezet, de vloer blijft proper en de katten worden niet langer gek van de bijwijlen ultrahoge tonen. Maar de plotse stilte is desalniettemin oorverdovend.
Het wordt serieus wennen nu onze polychrome ondeugd naar de eeuwige vogelvelden is vertrokken. Bloemen noch kransen, want daar zijn dwergpapegaaien niet tuk op.
RIP, gij immer opgewekte smeerpoets.

Eén ding weten mijn madam en ik wel zeker: geen dieren in gevangenschap meer voor ons. Het kattentrio – dat vrijelijk beschikt over een kattenluikje richting tuin – volstaat.

[ Foto: Menck ]

U weze gewaarschuwd

Deze week trok er zowaar een kleine deining door blogsaland. Een aandacht zoekende scribente heeft namelijk, zonder evenwel namen te noemen, het ‘lef’ gehad om zich uit te laten over wat haar algemeen ergert aan blogs en bloggers. Heel wat, zo bleek, zodat iedereen die het bewuste schrijfsel las wel iets op zichzelf kon projecteren.
La honte en van die dingen.

Nu mijn stek de laatste weken behoorlijk wat nieuwe volgers genereert – welkom, gij allen! – wens ik een dergelijke glaswaterstorm te vermijden. Daarom enumereer ik onderstaand waaraan u zich kunt verwachten als u hier als newbie komt lezen. Dat u achteraf niet komt klagen, is de voornaamste betrachting ervan.

Beroepsmatig ben ik een hovenier en hobbymatig een tuinier. Het mag dan ook geen verwondering wekken dat er al wel eens een floristisch schrijfsel uit mijn toetsenbord rolt. Daarbij serveer ik u, godbetert, meestal ook foto’s.
Voor wie het tuiniersgebeuren aan zijn of haar reet kan roesten en ‘tuin’ synoniem staat voor ‘last’ of ‘Libellegeneuzel’, heb ik één gouden raad: keer op uw schreden terug.

Al tijden ben ik fan van archaïsch taalgebruik. Ik durf teksten dan ook te larderen met woorden als doch, aanstonds of alstoen. Ik weet wel dat er alternatieven zijn voor dergelijke oubollige en formele termen, doch daar heb ik ronduit lak aan. Archaïsmen vind ik gewoon té zalig.
U niet, zegt u?
Wegblijven dan maar.

Mogelijks leidde u het al af uit bovenstaande alinea – en het klopt bovendien als een zwerende vinger: dit is geen hippe blog. U zult hier tevergeefs zoeken naar nieuwerwetse trends, stylingadvies, recensies van blitse places to be of geënthousiasmeerde verslagen over survivaltochten dan wel -reizen.
U zult mij evenmin kunnen betrappen op logjes over mode, baby’s/kinderen, de laatste superfoods en te ontdekken sporten voor waaghalzen. Ook verslaggevingen over de allernieuwste uniseksgelaatsverzorgingsproducten en over hoe nieuwe mannen thans breien en haken zonder verstrengeld te raken, catalogiseer ik met veel graagte onder de noemer quatsch.

Ik ben al twintig jaar samen met mijn aangetrouwde echtgenote die ik in tal mijner stukjes opvoer als madam Menck of mijn madam. Mocht u zulks een veeleer beledigende benaming vinden, weet dan dat ze geheel en al liefkozend is bedoeld  Die van ons, mijn prente of mijn vrouwmensch vind ik wél aanstootgevend. Toch op een deftige stek als deze.

Te oordelen naar de handvol vrouwelijke volgers die de afgelopen weken hebben afgehaakt – en dat terwijl ze voorheen gek genoeg op quasi elke nieuwe post reageerden – lijkt het erop dat deze blog uiteindelijk toch niet bepaald spek voor de vrouwelijke bek is.
Of hebben ze gewoon foto’s van mij ontdekt? In dat geval: veel sterkte.

Humor is onlosmakelijk verbonden met mijn schrijfsels, ook al dient u er soms nauwgezet naar op zoek te gaan, tussen de regels te lezen of geen bezwaar te hebben tegen een snuifje ironie, een vleugje sarcasme of een mespuntje galgenhumor.
U lust hier geen pap van? Adieu!

De lijn tussen fictie en werkelijkheid is op deze blog vaak een hele dunne. Bewust, overigens. Als u echter prat gaat op duidelijkheid dienaangaande, zal ik u mateloos teleurstellen.

Het leven, en daaruit volgend het bloggen, neem ik niet altijd even ernstig. Enfin, meestal niet, eigenlijk. Ik beschouw mijn aards verblijf als een kortlopend feestje, een eindige kermis en een grabbelton vol kansen op geneugte en vreugde.
Ondanks mijn bitchy resting face ben ik dus allesbehalve Mister Serious. Al kan ik dat, indien hoogstnodig, wel zijn. Net zoals ik – alom schrikken geblazen – wel eens zwartgallig, emotioneel of zelfs boos tegen het leven kan aankijken. Waaruit u slechts mag concluderen dat rariteiten me geenszins vreemd zijn.
Desalniettemin: azijnpissers zullen hier hun gading niet vinden.

Het is ooit wel ’s anders geweest, maar socializen is zeg maar niet mijn ding. Me warm maken voor blogmeetings en andere veelmensenactiviteiten is absoluut verloren moeite. Zelfs sociale media draag ik geen warm hart toe. Het spijt me, doch niet van harte.

Op deze blog valt geen thema te kleven, er is geen rode draad noch een noemer om hem onder te klasseren. Tenzij u ‘hutsepot’ wel aardig vindt.
Ik schrijf, kortom, zowel over het seksloze luilekkerleven mijner katten, de deerniswekkende dood van mijn tante Sonja’s rectale steenpuist, de oculatie van genetisch gemanipuleerde stamrozen en mijn nieuwverworven citroengele ‘LACK’-tafeltje uit de Gentse IKEA-vestiging.
Ik oreer met verve over hoe ik compostbakken in elkaar bricoleer, hoe ik nestkastjes vervaardig uit afgedragen bh’s van madam Menck en hoe bloederig het brijspoor was dat mijn auto achterliet nadat hij een zeldzame Cunnilingusvos had opgeschept.
U hebt het liever over politiek? Over de tanende economische toestand van ons land? Over hoeveel kilometers u bij elkaar hebt gejogd deze week? Over hoe goed de laatste prent van Martin Scorsese wel niet was?
Helaas, u zult in de wachtzaal moeten blijven zitten.

Wat er hier dan wél te lezen valt?
Zoek dat zelf eens uit, zeg. Hop, u moest al bezig zijn.
Doch kom achteraf niet klagen, hè!

De Slotvraag

Het achttiende-eeuwse gasthof baadde in de weldadige gloed van de schier manshoge open haard en hulde zich in wolkjes van jazzmuziek, geroezemoes van klandizie, klinkende glazen en lachsalvo’s.
“Nog een laatste rondje van mij”, opperde Wim.
Wim en Conny zie ik veel te weinig. Onze vriendschap is nochtans zo oud als de weg naar Rome. De gezellige herberg waar we ons bevonden, maakt sinds jaar en dag deel uit van onze ontmoetingen. Hier werden en worden onze slaapmutsjes genuttigd en worden steevast agenda’s naast elkaar gelegd.
“Wim, zou je dat wel doen? Straks zweet je nog hoppe”, bracht Conny daartegenin.
“One for the road, Conny. Menck lust er ook nog wel eentje, niet?” Hij vorste me een nanoseconde en knipoogde schalks. “Bovendien is Katrien vanavond Bob. Hà!”
Mijn madam legde haar rechterhand op haar glas Schweppes. “Voor mij niks meer, Wim.”
Wim negeerde haar en stak vier vingers in de lucht richting de bar. De barvrouw knikte instemmend.
“Bovendien, beste Menck, moet ik nog De Slotvraag stellen. Die traditie kunnen we niet overboord gooien, toch?”
Wat wij De Slotvraag noemen, is destijds ontstaan als een gekkigheid. Om de avond af te sluiten, stelde Wim toen een vraag waarop het antwoord niet meteen voor de hand lag. Hij is dat blijven doen bij al onze latere ontmoetingen. We weten allebei dat zulks een kwestie is van de tijd te rekken om er nog eentje achterover te kunnen kappen, doch zelf veinst hij bittere ernst.
“Ik ben benieuwd, Wimpie.”
Hij zette plechtstatig zijn glas neer, kuchte gedistingeerd en mat zich vervolgens een seriositeit aan die me deed gniffelen.
“Wat bezit jij al gans je leven?” Hij leunde achterover en kruiste zijn armen achter zijn hoofd.
Ik keek even naar mijn madam en zij naar mij. Mochten onze blikken hebben kunnen spreken, dan zou er ‘Huh?’ weerklonken hebben.
“Enfin, Wim, da’s toch een lachertje?” meesmuilde ik. “Er zijn zoveel antwoorden mogelijk. Mijn ogen. Mijn stem. Mijn onweerstaanbare uitstraling ook, vaneigens.”
“Sorry, míjn fout. Laat ik wat specifieker zijn: wat bezit je al gans je leven dat tastbaar is? Dat behoort tot het materiële, het stoffelijke, los van je lichaam en je zijn, dus. Zo beter?”
“Je doelt op een voorwerp?” probeerde ik.
“Mogelijks.” Hij glimlachte geheimzinnig.
“Bezit jij zoiets?” Ik grijnsde.
“Misschien. Doch ik stel steeds de vraag, Menck.”
“Héél mijn leven? Vanaf mijn geboorte tot nu?”
“Yep.”
Ik krabde even in mijn haardos.
“Oei, zoiets heeft bijna niemand, vrees ik”, probeerde madam Menck. Zelf was ik al volop mijn brein aan het breken.
“Oké, ik wil, geheel tegen de regels, wel kwijt dat ik zoiets bezit”, gooide Wim in de groep. “Maar uiteraard zwijg ik om je niet te beïnvloeden.” Hij keek me zelfvoldaan aan.
“Jeetje, man, dat is een venijnig breinbrekertje. Of ik iets heb dat…? Hm, ik kan écht niks bedenken.”
Onze drankjes arriveerden. Meteen nam ik een slok en sloot me vervolgens nog meer op in mijn hoofd.
“Omdat je niet ‘niks’ zou antwoorden, wil ik je nog meegeven dat ik wéét dat jij zoiets bezit, beste Menck. Ik weet het omdat je het me lang geleden nog hebt verteld. Tenzij je toen gelogen hebt, natuurlijk.”
Met onverholen verbazing keek ik hem aan. “Jij wéét het? Ga weg! Hoe komt het dan dat ik geen antwoord heb op De Slotvraag? Enfin, maat, je maakt me blaasjes wijs. Je wil gewoon dat ik vannacht wakker blijf liggen.”
Wim lachte luidop, schudde vervolgens zijn hoofd en verzekerde me dat hij allerminst aan het zwanzen was. “Mail me het antwoord maar, Menckie. Want vanavond kom je er niet meer op, zie ik. Bovendien…” Hij wees naar mijn Duvel. “… functioneren hersenen in gerstenat niet optimaal, maatje.”

Pas anderhalve week later wist ik – lees: viel mijn oog toevallig op – wat al gans mijn leven bij mij is gebleven. Wat mij werd gedoneerd toen ik geboren werd – in onze regio naar verluidt welhaast een soortement van traditie toentertijd – en wat ik, zelfs na zes keer te zijn verhuisd, nog steeds in mijn bezit heb. Net als bij zijn baasje heeft het verval ongenadig toegeslagen, maar ik , sentimentele mens, kan het niet over mijn hart kan krijgen om het weg te doen.

Diezelfde avond stuurde ik Wim via e-mail twee foto’s.
Per kerende mail ontving ik een zegegebaar.
Yes!

Door de bank genomen

Toen ik me die avond uit de bank hees, een licht scheurend geluid hoorde en vervolgens constateerde dat er een reep kunstleer aan mijn zitvlak kleefde, sprak ik de volgende gevleugelde woorden tot zij die met mij tafel, bed en bad deelt: “Schat, ik denk dat we nu wel toe zijn aan een nieuw bankstel.”
Over de toenmalige aankoop deed ik u hier al kond. Dat was, zoals u kunt bemerken, nauwelijks drie jaar geleden. Fier als een gieter waren we toen.

Oké, toegegeven, alles is eindig, doch aangaande onze zitcombinatie mag met recht en rede gewag worden gemaakt van een exceptioneel stukje wegwerpmaatschappij. Drie jaar! Ons vorig bankstel, een romantisch wijnrood exemplaar, zong het zegge en schrijve zeventien jaar uit.

“We hebben ons laten overhalen door die slinkse verkoper, weet je nog?” antwoordde mijn madam. “Jij twijfelde nog over de bekleding.”
“Yep. Maar nadat ik hem zijn lofrede hoorde afsteken over dat geavanceerde kunstleer ging ik door de knieën. Dat het een geheel nieuwe samenstelling van kwaliteitsmaterialen was, dat het alle troeven van leer had doch niet de nadelen, dat het zich zalig liet onderhouden en weet ik wat nog allemaal. Tarara. Is dit nu niet in- en intriest?”
Madam Menck knikte slechts, compleet ontstemd. Ze besefte maar al te goed dat de meubelgigant ons ronduit had voorgelogen. En ook dat de prijs van het bankstel als te hoog zou mogen worden omschreven moesten we de koop niet in de soldenperiode hebben verricht.

En zodoende gingen we, geheel en al misnoegd, over tot de aanschaf van een nieuw bankstel. We trokken daartoe naar een meubelzaak die bekendstaat om haar – en ik citeer – betaalbaar design. Alras bleek dat betaalbaar een erg relatief begrip is: we dienden voor de nieuweling in dezelfde opstelling – doch dit keer weliswaar in een dicht geweven en stukken degelijker aanvoelende stof – exact vijfhonderd euro meer neer te tellen dan drie jaar geleden.
Bij het verlaten van de zaak vroegen we ons af of we nou de winkelnaam/-faam dan wel de hopelijk betere kwaliteit hadden betaald.

Gisteren werd het nieuwe bankstel geplaatst. De leveringstijd bleek een pak gunstiger dan aanvankelijk gevreesd. Het rook naar nieuwe auto maar dan anders.
De versleten driezitsbank van het oude stel transporteerde ik vandaag naar het containerpark. Dumpkosten: anderhalve euro. Oef.
De nog intacte tweezitsbank werd versjacherd via een tweedehandssite. Ik zweeg aldaar in alle talen over hoe het zijn langere evenknie is vergaan. Hij werd opgehaald door een Antwerps koppel van middelbare leeftijd op het moment dat ons nieuw bankstel door twee potige mannen werd geïnstalleerd.

Dit sneuvel- en heropstandingsschrijfsel rond ik af met een saillante annex.
Dat een ongeluk nooit alleen komt, werd gisteravond nogmaals bewezen. Mijn netjes in de straat geparkeerde werkcombinatie – bestelwagen + aanhangwagen, that is – werd onzacht op de kont gekust door een roekeloze chauffeur. Mijn aanhanger ving de klap op. Resultaat: een uit te deuken achterzijde en een verbrijzelde achterlichtunit.
Alsof dat nog niet genoeg is, pleegde de held van dienst ook nog ’s vluchtmisdrijf. Ik hoorde hem met gierende banden achteruitrijden en vervolgens even luidruchtig weer optrekken. Onder en rond mijn aanhanger lagen tal van brokstukken van zijn botsauto.
De nietsnut (m/v) in kwestie ligt nu waarschijnlijk thuis languit op de bank te snikken omwille van zoveel onverantwoordelijk gedrag met ongetwijfeld hoge kosten tot gevolg. Ik hoop daarbij vooral dat het een bank is van deze West-Vlaamse brolmeubelgigant:

Hà!


[ Foto’s (eerste drie): Menck ]

Nieuwe bazen, nieuwe wetten

“De traditionele collegiale kus ter begroeting wordt onder mijn beleid afgeschaft, Sylvia.”
De heer Donald T. hees zich uit zijn rundlederen bureaustoel en stapte met een zekere aplomb op zijn nieuwbakken secretaresse af. “Is dat oké voor je?”
“Eh, na-natuurlijk, sir.”
“Voortaan geef ik je elke morgen een hand.”

DIY: ‘kinder surprise’!

Nadat ik eerst de garage danig overhoop had gegooid, vond ik uiteindelijk op zolder – na geruime tijd snuffelen tussen de ooit nog wel eens te sorteren bric-à-brac – twee puntgave wijnkistjes. ‘Château Lilian Ladouys 1992’ verduidelijkten de in het hout gebrande letters met veel zwier. Aangezien ik mezelf allerminst een kenner mag noemen omdat ik steevast maagzuur krijg van wijn, zei de naam me hoegenaamd niks. Doch in zulke schone kistjes zal beslist geen boecht van dunaldi hebben gezeten.

Voor elke Enthousiaste Broddelaar, een titel die ik mezelf eveneens met veel graagte toe-eigen, zijn wijnkistjes niet minder dan multifunctionele objecten. Je kan er iets instoppen, ze kunnen worden geïntegreerd in je interieur na er een weloverwogen kleurtje op te hebben gezet en je kan er vogelhuisjes, laatjes, cd- dan wel boekenrekjes en zelfs een lijkkistje voor je schielijk overleden poes of hamster uit vervaardigen.
Mijn plan was echter van gans andere aard: er het tweeënhalf lentes jonge dochtertje van vrienden mee verrassen.
Die uk is zich ineens beginnen te interesseren voor – grotendeels uit mijn jonge jaren stammend – Playmobilspul:

U ziet het: mannetjes en vrouwtjes bij de vleet. Er is zelfs voldoende minuscule huisraad voorhanden om een poppenhuis integraal mee in te richten. Eén maar, echter: dat huis ontbreekt in deze belegen collectie.
Nu weet ik ook wel dat poppenhuizen van Playmobil in alle maten, kleuren en vormen te koop zijn. Die schreeuwerig gekleurde plastic ondingen zijn echter pokkenduur en bovendien zijn ze ook nog eens weinig origineel wegens hun massaproductie.

U voelt me al komen, zegt u?
Right you are, folks.


Na wat meet-, zaag- en timmerwerk


Zo’n chique cabriolet verdient een carport, niet? Het dak werd bekleed met restjes rubberfolie.


Primer aanbrengen. De zuil naast de voordeur is de bovenkant van een borstelsteel. Mijn madam moet zich thans ietsje meer bukken om te vegen.


De kamers werden van vrolijke kleurtjes voorzien. Het bloemetjesbehang is een stukje decoratief karton en de trappen zijn parkietladdertjes.


En inrichten maar!

[ Foto’s en bricolage: Menck ]


BENODIGDHEDEN:

  • twee wijnkratjes;
  • nagels / schroefjes;
  • decoupeerzaag;
  • restjes rubberfolie;
  • verfrestjes;
  • 1 bebloemd stukje karton;
  • 2 takjes (reling aan carport);
  • krachtige hobbylijm;
  • nietjesschieter;
  • kleeffolie met houtlook (vloeren);
  • 2 parkietladdertjes (die werden vastgelijmd);
  • een gezonde dosis fantasie en een uur of twaalf vrije tijd.

AFWERKING:

Het poppenhuisje wordt eerstdaags nog iets gedetailleerder uitgewerkt. Zo zullen de deur- en raamopeningen worden voorzien van een lambrisering uit fineerhout. De reden: foutjes mijnentwege wegwerken wegens het nogal slordig omspringen met de decoupeerzaag. Een beetje perfectionisme is toegelaten, niet?
In latere instantie worden uiteraard ook water en elektriciteit aangesloten en zal Teleslet zorgen dat er kan worden gesurft, gebeld en tv gekeken.