Categorie: It’s my life

Boom shake the room

Soms zullen de mensen om je heen je keuzes niet begrijpen. Dat is niet erg, want je maakt ze ook niet voor hen.
Toen ik destijds onze keuken ten dele in fel limoengroen wilde verven, werd daar door een aantal mensen uit mijn nabije omgeving met afschuw op gereageerd. Maar na de transformatie draaiden ze bij: “Hm, dat valt best wel mee, eigenlijk.”
Ondertussen zijn we menig jaartje verder en zijn Katrien en ik dat opdringerige groen wat beu geraakt. Dat komt wel vaker voor met kleuren die niet meteen als neutraal te boek staan. We hebben dan ook besloten om het groen te vervangen door wit.
En wat blijkt? Daar wordt door sommige mensen uit mijn nabije omgeving met afschuw op gereageerd. “Je gaat dát toch niet doen, zeker?”
Tja.

Afgelopen zomer maakten we nog maar eens een bewuste keuze. Die hield echter een behoorlijk drastische ingreep in. Doch dit keer geen kat die ze afkeurde.
We hadden namelijk weken op voorhand een cognitief proces gefinetuned. De merites van meerdere mogelijkheden werden telkens nauwgezet tegen elkaar afgewogen. Uiteindelijk kon ik onze beslissing perfect funderen. En dat vernemen de meeste mensen graag, het waaróm van een keuze. Als het dan om een praktische en nuttige beweegreden gaat, wordt er doorgaans instemmend geknikt.

Maar nu ter zake.
Om ons zuidgericht terras te bereiken, dienen we de woning via de achterdeur te verlaten. Die geeft echter uit op de noordkant van onze tuin. U ziet me thans beslist al laveren met een dienblad vol glazen en hapjes doorheen de dichte bosschage en over de lange ruige paden die onze wilde tuin kenmerken teneinde mijn gasten van spijs en drank te voorzien.
Ook zij die, ik zeg maar iets, even naar het toilet willen, moeten dit tracé afleggen. Het wasrek op het terras plaatsen? Idem. Net zoals alles aanslepen voor een barbecue en de boel ’s avonds weer binnenhalen.
En dat terwijl het terras zich vlak naast de erker bevindt. Die laatste is weliswaar voorzien van grote glaspartijen doch niet van een deur. Een afgesloten geheel, zeg maar.

Ja, u voelt me al komen.
Verdere uitleg dienaangaande is overbodig; ik laat de foto’s voor zich spreken.
Weet echter één ding: tot nader order de beste beslissing van ons leven. Oké, oké, op ons huwelijk na, misschien.

.

SITUATIE VOOR:

SITUATIE TIJDENS:

SITUATIE NA:

De buitensituatie nog afwerken en klaar is Kees.

[ Foto’s: © Menck ]

Advertenties

Terrasjesweer

Februari heeft welhaast twee weken lang gesolliciteerd om te mogen fungeren als dienaar van de lente. Al die tijd hield de statistisch koudste maand van het jaar met verve de (zonne)schijn op. Maar schijn bedriegt, want op zijn laatste dag komt februari opnieuw iets nukkiger uit de hoek, ook al zit de traditionele vorst die de maand kenmerkt er niet meer in.

In al dat voortijdig genietbaars schuilt gewis ook een zeker onheil. Duizenden verontruste jongeren voorvoelen en vatten het thans bewuster dan wij, de mature tak van de samenleving. Zo stak ik eerder deze week, zonder de minste gewetenswroeging, de kop in het zand en heb ik de ongenadige koperen ploert dolenthousiast in mijn armen gesloten, onderwijl “Meer van dat!” wensend. Wie in dezen zonder zonde is, werpe de eerste steen.
Zoveel premature lente kon ik onmogelijk links laten liggen. Terrasjesweer, dát was het. En zodoende heb ik dan ook langdurig op mijn terras vertoefd, mijn bleke bovenbast slechts gehuld in een dun T-shirtje. Al heb ik op die zonovergoten plek een en ander verricht dat niet bepaald tot de geneugten des levens kan worden gerekend:

Na meer dan twintig jaar was het gros der houten latten zodanig verweerd dat ik letterlijk putten in het plankier stampte. Deze houtsoort dateert nog van voor er ook maar sprake was van het commercieel succes dat bankirai of andersoortig tropisch hardhout heden kenmerkt. De rijke mosgroei waarschuwde me al een paar jaar: dit terras is compleet óp.

De ontmanteling had best wat voeten in de aarde. De koppen braken af bij het willen uitdraaien van de schroeven, een gekend manco van inox. Zodoende diende ik mijn aloude koevoet en baarlijke spierkracht aan te spreken om de hele zooi los te wrikken. Ik verzeker u: er zijn voorwaar fijnere klussen denkbaar.
Op vandaag is het eerste stuk van het terras ontdaan van deklaag en onderconstructie. Het langszij liggende tweede terrasdeel volgt in een later stadium – zijnde bij tijd en goesting.
Rest er nog het elimineren van alle kiezel tussen de treinbielzenfundering om vervolgens ook die loodzware jongens af te voeren.

In de plaats komt er een stenen terras. Tegels, blauwsteen of klinkers, ik ben er nog niet uit. Als het maar niet meer kan rotten. En als het maar niet meer zo verrekte spiegelglad wordt bij nat weer, dat ook.

U ziet het: februari doet vandaag de boeken toe, maar maart opent meteen een schreeuwerige agenda. Al zal die ten dele worden ingevuld door lieden die meer thuis zijn in het construeren van terrassen dan ik. Om maar te zeggen dat ik me liever stort op groen dan op stenen.

* * * * *

Het terras in betere tijden:

[ Foto’s: © Menck ]

Als een snoek op zolder

Omdat de vrouw waarmee ik getrouwd ben sinds we een huwelijk aangingen me poeslief doch indringend heeft gevorderd om een stukje van onze zolder in te richten als hobbyruimte, zocht ik het vandaag dan ook hogerop in onze woning. De laatste keer dat ik de zolder betrad, was Obama nog presidentskandidaat voor zijn eerste termijn en moest de iPad nog worden uitgevonden.
Wat schetste mijn verbazing toen ik de ladder had bestegen? Dat het er nog drukker was dan op een avondmarkt in de Marollen. En even groezelig ook. Want hemeltjelief, wát een stof en wélk een hoeveelheid spinrag trof ik me daar aan.
Geen schatten op onze zolder, doch bovenal rommel, vergeten huisraad en uitgerangeerde toestellen allerhande wegens kapot of voorbijgestreefd. Als ik hier ooit grote schoonmaak moet houden – hetgeen er daadwerkelijk zit aan te komen – dan raad ik mezelf aan een container te huren en alles erin te zwieren. Of toch bijna alles, want een aantal elementen werden destijds op zolder geplaatst om bij te houden. Ik denk aan het stevige hardhouten stapelrek, een zelfgemaakte lange bijzettafel en een marktkramerstent die ik ooit voor een habbekrats op de kop wist te tikken. Niet dat ik marktkramerambities heb, doch als abri voor een tuinfuif is ze evenzeer geschikt. Want dat ben ik wel nog van plan in mijn leven: ettelijke tuinfuiven geven.
Doch eerst maar eens een nieuw terras plaatsen, want vorige week ben ik door het bestaande geschoten met mijn rechtervoet, hetgeen me allerminst deugd deed. Houtrot na tweeëntwintig jaar geseling door ons Belgisch klimaat, het mag geen verwondering wekken.

Achter een gitzwarte kast – had ze vroeger geen glazen deuren? – lag er nog een stapel vergeelde Humo’s uit de tijd dat ik nog in kolder en gein geïnteresseerd was. Eén ervan maakte gewag van de oprichting van de commerciële zender VTM, ondertussen toch alweer dertig jaar geleden.
Ik vond er tevens een bundeltje biljetten van twintig Belgische franken (heden een halve euro), opgerold en bijeengehouden door een eindje vlastouw. Een snelle telling leerde me dat ik alzo drieduizend frank heb laten verkommeren, in die jaren een aanzienlijk bedrag doch heden nog amper vijfenzeventig euro waard. De tijden zijn danig veranderd, wat ik u brom.

Ik nam wat foto’s teneinde een schetsje te kunnen voltrekken van de toekomstige hobbyruimte mijner bedhelft. Exact opmeten doe ik immer daarna.
Ik weet nu al dat ik me met een aantal problemen geconfronteerd zie waar ik, nochtans doe-het-zelver zijnde, geen raad mee weet:

  • Er bevindt zich slechts één stopcontact op zolder. En daarop is de brander aangesloten. Elektriciteit installeren is echt niet mijn ding;
  • De verlichting is op één peertje na onbestaande. Er zal extra bekabeling moeten worden geplaatst naar de hobbyhoek;
  • De betonnen vloer is zo ruw en oneffen als de huid van mijn schoonmoeder. Voorlopig geen idee hoe ik dat zal oplossen.

Staat eveneens in de pijplijn voor 2019:

  • Het oude tuinterras afbreken en een nieuw (laten) plaatsen;
  • De grootste van de twee vijvers leegmaken en die ganse tuinhoek heraanleggen;
  • De hall renoveren en schilderen;
  • Overmatig veel werk op de agenda als zelfstandig hovenier.

Ik wou dat ik een kat was.
Dan had ik negen levens.
Ze zouden zéér van pas komen.

 

De zolder van zuid naar noord (boven) en van noord naar zuid (beneden). Afmeting: 16 x 10 meter, stahoogte: 2,5 meter.

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Boe noch ba

We namen plaats aan een ronde glazen tafel, hij met een kloeke bel cognac en ik met een veel te slappe koffie. Op een aftands taboeretje dat in de hoek van de verder lege kamer stond, bevond zich zijn jonge bruid. Ik schatte haar begin dertig, mogelijks iets ouder. Het gros van de tijd zat ze met gebogen hoofd in haar glas water te staren als ware ze verlegen om in onze nabijheid te vertoeven.
V
orig jaar had hij haar ten huwelijk gevraagd. Ze had meteen ja gezegd, zelfs nadat hij haar had voorgesteld om definitief in België te komen wonen.
Ze liet zich, welhaast op fluistertoon, ontvallen dat ze nooit meer terug wil naar Thailand. “Belgium bettel”, besloot ze kordaat, al was van enige overtuiging in haar nederige decisie niet veel merkbaar.
Haar Engels gaat erop vooruit”, gaf haar nieuwbakken echtgenoot me enigszins meesmuilend mee. “Maar nu volgt ze ook Nederlandse les. Nietwaar schat?”
“Ies moeluk, Dutch.” Waarna ze opnieuw het hoofd boog en haar volle aandacht weer op het glas water in haar handen richtte.

Hij is een naar België uitgeweken norse Duitser van achter in de zeventig. Drie jaar geleden verloor hij zijn eerste vrouw aan de dood door sterfte wegens overlijden. Zij had erop gestaan dat hij niet single zou blijven.
Na meer dan dertig jaar verblijf in ons land, is zijn uitspraak nog steeds erg Pfaffiaans. Voor de niet-Belgen onder u: hij spreekt Nederlands met een zware Duitse tongval.
“Nog ein Kaffee, Menck?”
“Nee, dank u. Laten we terzake komen.” Ik schoof mijn kartonnen mapje dichterbij en diepte een balpen uit mijn binnenzak op.
“Gut idee. Maar ich neem da nog ein beetchen cognac bei.” Hij stond op en slofte, zijn lege glas in de hand, naar het kleine aanpalende keukentje.
Er viel thans een welhaast breekbare stilte. Zij bleef gefascineerd naar haar glas water staren, misschien wachtend tot het geheel en al verdampte, en ik bladerde geruisloos door mijn schetsen en berekeningen.

Ein kot, dus. Ein afdak, eigenluk. Für de fietsen enerzeids en für de containers anderzeids.”
Met containers bedoelde hij de plastic gft- en vuilnisbak. Onze noorderburen plegen die dingen wel eens kliko te noemen.
De constructie diende te worden opgetrokken in een onregelmatig gevormde, scherpe L-hoek van de tuin. De afmetingen werden me een paar weken geleden bij benadering doorgemaild. Voor de rest kreeg ik carte blanche, zolang het maar “Nicht zu duur” zou zijn. “Geen kostbare tand- und groefplanken, bitte. Als de rommel an das sicht van de straat onttrokken ist, ist das al lang goed voor mei. Alles klar?”

Toen de klus eenmaal achter de rug was, werd ik snel en correct vergoed. Via-via vernam ik dat meneer erg tevreden was over mijn werk. Me deze heuglijke tijding in eigen persoon meedelen, was echter teveel van het goeie. Hij is een man van weinig tot geen complimenten met een star, koud gezicht dat zich nimmer laat aflezen. Zoals het een rechtgeaarde stoïcijnse Duitser betaamt, denk ik dan.

Dit voorjaar mag ik tevens de nu nog geheel uit gazon opgetrokken tuin aanleggen. En er zelfs een tuinschuurtje construeren. Dat is me ook wat waard, natuurlijk, al had een persoonlijk compliment of een gemeende dankjewel wellicht nóg meer deugd gedaan.

* * * * *

Aanvangssituatie:

Schets van de berging vóór opmeting:

Uitvoering en afwerking:

Materialen:

  • kerngeïmpregneerd vurenhout;
  • dakbedekking: multiplex + EPDM rubberfolie;
  • vloer: verharde dolomiet.

Later nog te plaatsen:

  • goten + regenpijp

___

[ Foto’s & schetsen: © Menck ]

De alpacadegeneratie

Mijn kindertijd was weinig benijdenswaardig. Terwijl het gros van mijn klasgenootjes thuis een tv had, sommigen zelfs al een heuse kleurenbak, hadden mijn ouders slechts een antenne op hun dak laten plaatsen. Dat stakige mastje wekte bij de goegemeente de schijn dat ook wij tv-kijkers waren, terwijl er heelder avonden niks anders werd uitgespookt dan patatten jassen, wortelen kuisen en wortelpuree maken. Uit arren moede had mijn moeder namelijk een bijbaantje aangenomen als proefkonijn in een wortelkwekerij. Elke avond kwam ze vol oranje vlekken thuis en viel ze, uitgeput door de alom gevreesde chronische peendiarree, languit op de bank neer. Dat dit toch zo niet langer kon, jammerde ze daarbij telkens.

Ik was beschaamd om vriendjes uit te nodigen. Die zouden ontdekken dat we dan tóch geen tv hadden en dat mijn moeders moegetergde rectum regelmatig ranzig kon rochelen. En alzo werd ik te langen leste verstoten door mijn klasgenoten waardoor ik het op een zuipen ben beginnen te zetten.
Kinderalcoholisme was in die tijd nog lang geen gemeengoed. De leraren wisten dientengevolge niet wat met mij aan te vangen als ik voor de zoveelste keer straalbezopen en luid lallend het klaslokaal binnenstrompelde. Me naar de directeur verwijzen was uit den boze omdat dit heerschap zelf als een notoir alcoholicus te boek stond. Vandaar dat het hen maar het verstandigst leek om me mijn roes te laten uitslapen op mijn lessenaar.
Mijn alcoholisme werd op den duur echter zo’n probleem dat ik uit ergernis gestopt ben met drinken. Van de weeromstuit stopte ik tevens met rijkswachters uitkafferen, mieren in brand steken en brievenbussen vol plassen. Ik besloot mijn leven te beteren en begon shag te roken. Dat durfden slechts twee leerlingen uit mijn klas, stiekem dan nog wel, de schijters. Later kwam ik te weten dat ook zij geen tv doch slechts een antenne hadden thuis en dat hun beider moeders eveneens als proefkonijn werkten in de plaatselijke wortelkwekerij.

Aan deze weinig kleurrijke omstandigheden kwam enige beterschap toen mijn vader zijn luizenbaantje liet voor wat het was en alpaca’s begon te kweken en te verkopen aan de zoo van Antwerpen. Later werd ook de Olmense zoo en Karels Kinderboerderij klant. Het was vanaf dan dat mijn ouwelui zich een zwart-wittelevisietoestel konden veroorloven. Een auto was echter nog veel te hoog gegrepen, temeer daar aan het levenswerk van mijn vader al na onverhoopt korte tijd een einde kwam doordat de vraag naar alpaca’s plots compleet stagneerde.

Mijn vader besloot zich aan te sluiten bij een rebelse en mede door het vele stelen geheel zelfbedruipende motorbende, wijl mijn moeder zich bekeerde tot de Orde der Nymfomania’s. Beiden werden ze alzo op een drafje rijk, hetgeen hun huwelijk nieuw leven inblies. Pas toen er, naast de Harley van pa en de Solex van ma, ook een nagelnieuwe Peugeot 304 Cabriolet stond geparkeerd op onze oprit, durfde ik voor het eerst klasmaatjes uit te nodigen. Ik doneerde ze warme chocomelk on the rocks en colalolly’s, ze waren ondersteboven van mijn vaders ruige avonturen en mijn moeders ruige avonduren, en voor ik het goed en wel besefte werd ik gebombardeerd tot the leader van de klas. Yes!

Ondertussen zijn we ruim veertig jaar verder en leef ik een gans ander leven dan in mijn jonge jaren, mede ook omdat ik nu getrouwd ben en toentertijd nog niet.
Bij mijn vader echter speelt dat rebelse kantje zo nu en dan toch nog ’s op, zeker na het overlijden van ma. Dan dagdroomt hij van een moto tussen zijn benen in plaats van een volwassenenluier en steekt hij in de beslotenheid van zijn woonkamer uitdagend zijn middelvinger op naar al wie of wat hem niet zint.
Het is hem gegund, de held.

 

Mag ik dan nu mijn jas terug, pa?

[ Foto: © Menck ]

De nervositeit voorbij

Mocht u het zich al afvragen: ik heb de feestdagen manhaftig overleefd, dank u. In onze kringen staan ze, naar aloude traditie, voor vier keer tafelen: kerstavond, kerst, oudjaar en nieuw. En tussenin wordt er ook al eens bij een buur, een collega of een kennis binnengewipt voor een natje en/of een droogje en de bijhorende beste wensen en kleffe zoenen.
Om kort te gaan: ik heb het weer gehád voor een jaar. Teveel drank, teveel vette spijs, teveel kussen, teveel oude moppen en steevast te laat in bed.

Wonder boven wonder is er na al dat feestgedruis geen gram bijgekomen, zo meldde me mijn weegschaal toen ik ze eerder deze week blode besteeg. Het zullen de zenuwen zijn geweest, vermoed ik, want ik kan in ieder geval niet worden beticht er alle calorieën eventjes snel te hebben afgesport. Ik bespaar mijn kathedraal van een lichaam die vrijwillige marteling met graagte.

Dat ik gewag maak van nervositeit tijdens dagen die bol zouden moeten staan van de ontspanning, zal u wellicht bevreemdend toeschijnen. Doch als ik merk dat tante Hildegonde, na het lichten heurer derrière, ook dit jaar weer verantwoordelijk was voor het achterlaten van een okergele urinevlek op een onzer witte simililederen stoelen, dan heb ik veel goesting om dat immer lekkende mens in plasticfolie te wikkelen en terug te sturen naar afzender.
Toen ze zich vervolgens, volgevreten en gedraineerd, wou neerploffen in de bank, was ik haar gelukkig voor. Onder het voorwendsel dat zoveel zachts haar zitgemak ten zeerste zou bevorderen, drapeerde ik alras een vierdubbelgevouwen strandlaken onder ’s vrouws kont. Hulde aan de eerste die haar eindelijk eens een cadeaubon van Pampers offreert als kerstgeschenk. En nee, dat durf zelfs ík niet.

Nonkel Hugo, zesenzeventig gure winters oud, had, toen 2018 zijn laatste stuiptrekkingen beleefde, de weledele taak op zich genomen om, evenzeer naar aloude traditie, de Druivelaar uit het hoofd te leren en die met de regelmaat van een klok ook nog ’s te debiteren. Tot ieders vermaak, leek het wel, behalve dan het mijne. Ik weet niet of u de Druivelaar kent, maar de moppen op de ommezijde van elk kalenderblaadje zijn van een niveau om u tegen te zeggen. Thans ziet u wellicht de ironie van uw scherm druipen. Enfin, ik mag het toch hopen.
De brave man schept er bovendien een heimelijk genoegen in zich bij elke opdissing in mijn richting te draaien als ware ik de eregast in zijn publiek. Ik verzeker u: daarbij iedere keer weer een geforceerde lach uit mijn keel moeten sleuren, heeft mijn leven danig verkort. Ik was dan ook effenaf opgelucht dat ik eerder deze week alsnog mijn tweeënvijftigste verjaardag mocht meemaken.

Waar ik ook zo van baal? Van zoenen. Ik ben hoegenaamd geen zoenmens. Laat voor mijn part al die kussen maar achterwege en hou het bij een hand. Een stevige handdruk prefereer ik ver boven een mondafdruk, zelfs als de tegenpartij van het andere geslacht is. Toen tante Hildegonde zich aanbood, kreeg ik gelukkig ineens een bloedneus. Was mijn avond toch nog een beetje gered, zeg.

Voor de genodigden van volgend jaar heb ik, op de valreep van dit schrijven, nog één goede raad: laat uw huisdieren thuis. Of denkt u werkelijk dat iedereen gediend is van twee enkelhoge keffers die zich de godganse avond continue tegen je been aanschurken? Het jeukt nóg, zeg ik u.

Doch laat ik afsluiten met voorname, welgemanierde mensen die mij hun zoenen gelukkig slechts virtueel kunnen toesturen: mijn lezersschare. Ik wens u allen twaalf maanden van goede gezondheid, tweeënvijftig weken boordevol geluk en driehonderdvijfenzestig kommerloze dagen.

Cheers!

[ Foto: © Menck ]

K staat voor kut

Maandag 1 januari 2018

Er wordt getoost op het nieuwe jaar. ‘En op een goede gezondheid’ blijft voor het eerst onvermeld. De glazen worden enigszins schoorvoetend geheven waarna er welhaast werktuiglijk wordt genipt van de gouden bubbels. De stilte die volgt, duurt een fractie te lang. Aretha Franklin zet vanuit het behang een nieuw lied in. Sisters are doin’ it for themselves klonk nooit eerder zo gesmoord.
Ik zie dat Katrien naar haar zus kijkt. Hun ogen vinden elkaar. Haar zus wendt het hoofd af, reikt naar een borrelhapje op de salontafel, zet haar glas neer en staart vervolgens voor zich uit. Haar jongste dochter slaat een arm om haar heen. Ik merk hoe hun beider ogen waterachtig worden.

Anderhalf uur later wordt het hoofdgerecht geserveerd. Kabeljauw op een bedje van weetikveelwat begeleid door een te zoete wijn. De babbels na het maal zijn luid en worden zo nu en dan gelardeerd met een gulle lach om geestige anekdotes. De alcohol sorteert effect.
Ik ben met Katriens zus verwikkeld in een gesprek over pijnlijk dure Parajumpersjassen die heden opmars maken bij de jeugd en het Millet-tijdperk uit onze schooltijd doen herleven. We halen tal van herinneringen op, vergelijken toen met nu, laten ons treiterend-laatdunkend uit over de materialistische ingesteldheid van haar twee dochters die naast ons aan tafel zitten en kelderen elk verweer van de tieners.
“Je lach doet me goed”, geef ik haar ineens mee. Waarna ze haar gezicht instant in serieuze modus plooit als wil ze zich verontschuldigen om zoveel misplaatste uitgelatenheid.
Ik leg over tafel mijn hand op de hare. “Niet doen,” zeg ik, “een mens is het strijdbaarst als hij de lach blijft vinden.”
Ze kijkt me een hele tijd aan en glimlacht wijl de tranen over haar wangen rollen.

Woensdag 10 januari 2018

“Het ergste is achter de rug”, meldt mijn schoonbroer me telefonisch. “De tumor was helaas wel groter dan gedacht.”
“Wat houdt dat in?” vraag ik hem zenuwachtig.
“Dat de operatie jammer genoeg niet borstsparend was.”
Er volgt een lange stilte.
“En nu?”
“Sowieso bestraling. En afwachten of er geen uitzaaiingen zijn.”
“Ja.” Meer kan ik niet uitbrengen.
“Als de uitslag gunstig is, wordt er gedurende twee weken een soort ballon ingebracht om de huid op te rekken. Daarna volgt een reconstructie met eigen weefsel.”