Categorie: Blogosfeer

Alles liever dan dat

U hebt het ongetwijfeld gemerkt: ik heb mezelf bloggewijs een sabbatical year toegeëigend. Of toch bijna een gans jaar. Mijn hoofd stond, zeg maar, niet naar het online geneuzel waarmee ik me tot eind vorig jaar nog onledig hield.
Nochtans heb ik me in de loop van 2018 meermaals aan mijn pc gezet met de intentie toch maar iets, hoe futiel ook, aan mijn lezersschare toe te vertrouwen. Het is me geen enkele keer gelukt.
Aanvankelijk schrok ik daarvan. Want zulks achtte ik schier onmogelijk: moi, een writer’s block? Is dat niet meer iets voor jeanetten, voor neurologisch aftakelend kanaje of voor auteurs bij wie schielijke frontaalkwabdementie welig aan het tieren is geslagen?

Hoegenaamd niet, vernam ik later bij monde van Alexis, mijn langbenige, inktzwartharige psychiater. Dat schoon kind – haar diepbruine ogen glanzen als kaarslicht in oud koperwerk – heeft me al door hetere vuren gesleurd zodat ik alras één en al oor was.
“Ga eerst maar even lekker op mijn bank liggen, Menck. Dan geef ik je een relaxerende massage. Maakt het hoofd leeg en licht.”
Waarna ze met een flukse beweging haar bloesje ontknoopte en…

Hád ik maar een psychiater.
Dan zou die me prompt gewezen hebben op het abjecte gesternte waaronder 2018 begon. Madam Mencks zus viel ten prooi aan borstkanker. De rotziekte beroofde haar van haar rechterborst, haar haardos en haar levensvreugde. Dat laatste bereikte overigens een absoluut dieptepunt toen haar man hun huwelijk de doodsteek gaf. Wat er in zulk een situatie nog van iemands zelfbeeld overblijft, wil ik niet eens weten.

Dit kwalijke euvel heeft een raderwerk in mijn hersenen in werking gezet waarvan ik het bestaan niet eens bevroedde. Zwarte gedachten staken de kop op. Alles werd ineens zó ongelooflijk relatief en futiel.
Dat gevoel werd er niet beter op toen mijn schoonmoeder aan de vooravond van de verzengende zomer te horen kreeg dat ze hetzelfde lot was beschoren als haar dochter.

Ineens begon ik, geheel tegen mijn aard in, overal onrecht, leed en verdriet te zien. Mijn vader die onheus werd en wordt bejegend. Mijn vrienden die voluit kregen wat ze allerminst verdienden. Mijn madam die, overigens zonder morren noch geweeklaag, sterk als ze is, steeds vaker moet opboksen tegen nietsontziende artrose. En dan zwijg ik nog over de Sansevieria naast mijn pc-monitor die, in weerwil van zijn spreekwoordelijke onsterfelijkheid, traag maar gestadig het loodje aan het leggen is. Zou hij niet tegen porno kunnen, misschien?

Hm.
Wat een feestelijke heropening mijner blog is me dat, zeg. Edoch, het moest me even van het hart. Bovendien had u recht op wat duiding.

Wegduiken in de blogosfeer is me niet geheel vreemd. Zij die me al wat langer volgen, zullen dit volmondig kunnen beamen. Maar schier een jaar van het schrijftoneel verdwijnen?
Ik maak het goed, dat spreekt voor zich.
Voortaan schotel ik u, op de meest onregelmatige basis en zolang het duurt, de nonsens voor die u van mij gewoon bent. Ik beloof u dat ik ze zo weinig mogelijk zal larderen met mistroostigheid.

Deal?

Advertenties

Zou het?

Stay tuned, folks.

Verdict

Verdict (het; o; meervoud: verdicten)
1   De uitspraak, beslissing van gezworenen (de jury);
2   Sententie;
3   Vonnis.

Mooi woord, niet? En zulk een plechtstatige term bovendien; er komt een heuse jury der gezworenen aan te pas om een verdict te vellen.
Maar wist u dat er nu ook al een gewone website bestaat die verdicten velt? Verdicten die schijnbaar nergens op gestoeld zijn, tenzij misschien het humeur – visie is in dezen te beladen – van een enkel individu. Een site die bovendien op generlei zichtbare wijze gelieerd is aan een officiële instantie en waarop namen noch contactadressen voorkomen.

Enfin, na ruim elf jaar bloggen heb ik zulks gisteren geheel per toeval ontdekt. Al surfend op het wereldwijde web nadat ik – zoiets deed u ongetwijfeld ook al wel eens – de naam van mijn webstek had gegoogeld.
Na tal van pagina’s vol vertrouwde gegevens, viel mijn oog ineens op een URL die ik niet ken maar die wel mijn blognaam als onderwerp heeft. En niet enkel mijn blognaam, bleek later. Soit.

Om kort te gaan: ik deed even snel van Alt + PrintScreen en daar houd ik onderstaand fraais aan over:

Ik weet niet of ik nu moet schaterlachen, me in ongeveinsde verbazing dien te hullen dan wel aan het fulmineren moet slaan.
Nergens wordt vermeld waarop deze site het bovenstaande, eh, verdict baseert. Op de oranje pijl klikken, maakte me niets wijzer; ik kreeg slechts de volgende blog te zien die de “jury” op de ontleedtafel had gelegd.

Een fraai staaltje pure bashing, lijkt het wel. Ik kan me vergissen, maar is zoiets niet verschrikkelijk hip tegenwoordig?


De betreffende URL laat ik bewust achterwege. Er is me dunkt al controverse genoeg op de interwebs.

Dienstmededeling

            

Bij bloggers die gebruik maken van bovenstaande platforms kan ik al een poos niet meer reageren.
Hun reCAPTCHA-verificatie (“Bewijs dat u geen robot bent”) laat me niet toe om, na het invullen van mijn persoonlijke gegevens, de correcte afbeelding(en) te selecteren. Dat laatste lijkt me overigens een toegevoegde gadget; voordien werd me daar nooit om gevraagd.

Zodoende, beste Blogger- of Blogspotschrijver, zult u tot nader order verstoken blijven van mijn comments. Het is allerminst kwade wil mijnentwege, wel integendeel.

Zomermodus

Deze blog gaat, naar jaarlijkse traditie, in zomermodus. Concreet houdt zulks in dat:

  • er minder frequent schrijfsels zullen verschijnen;
  • de bijdragen beknopter en minder doorwrocht zullen zijn;
  • de reactiemogelijkheid soms zal worden afgezet;
  • ik uw blogs blijf volgen doch veel minder zal reageren;
  • het beroepsmatig al een ganse tijd ongelooflijk druk is en dit nog een behoorlijke periode zal aanhouden.

Wie me, om god weet welke reden ook, wil contacteren, kan dit e-mailgewijs via:

Thomas’ tag: cars à gogo

Van de heer Thomas Pannenkoek is geweten dat hij een simpele ziel is en dat hij het leven ondergaat. Dat zijn overigens zijn eigen woorden.
Wie, zoals ik, zijn blog al wat langer leest, weet ondertussen al een pak meer over die mens. Sinds deze week onder andere dat hij al zes auto’s naar de verdoemenis heeft geholpen en heden zodoende met zijn zevende voertuig ’s heren wegen onveilig maakt. Daarbij vraagt hij zich af wie van zijn lezers eveneens zulk een “palmares” kan voorleggen.
En ziedaar: een nieuwe tag was geboren.

Mijn lijst is iets langer dan die van Thomas, vrees ik, doch zulks mag geen verwondering wekken als u weet dat zowel mijn madam als ik ons woon-werkverkeer per auto afleggen. Of beter: dienen af te leggen. Want het openbaar vervoer in het gat waar we woonden/wonen was en is je reinste lachertje. De fiets is, door de grote afstanden, evenmin een optie. En dus zwaait Koning Auto de scepter te onzent, al juichen we dat om diverse redenen allerminst toe.

Vooraleer ik u een rondje foto’s met wat uitleg in de maag splits, wil ik dat u weet dat ik allerminst een autogek ben. De nieuwerwetse blikken lijken allemaal net iets te veel op elkaar en missen dus vooral datgene wat de auto’s uit pakweg de sixties wél nog hadden: een eigenwijze smoel, tonnen karakter en vaak ook een lijn waarvan Marilyn Monroe spontaan begon te kwijlen.
Verder biecht ik u eerlijk op dat madam Menck noch ik ooit een nieuwe auto hebben gekocht. Onze karren waren en zijn stuk voor stuk tweedehands. De volkswijsheid dat je daardoor andermans verdriet zou kopen, slaat veelal als een tang op een varken. Een goede, betrouwbare garagist kan u dienaangaande voor veel leed behoeden. Alvorens tot aankoop over te gaan, peil ik steevast grondig naar a) de historiek, b) de betrouwbaarheid, c) het reële verbruik en d) de praktische kant van een auto. Zaken als kleuren, velgen, spoilers en andere toeters en bellen interesseren me geen hol.

Bon, dan steek ik bij deze van wal. Ongeïnteresseerden haken hier best af.
Voor zij die wel van enige nostalgie, leedvermaak en herkenning houden: scrollen maar.

CITROËN 2CV

Deze oude geit (Nederland: eend) was niet van mij, maar het was wel de eerste auto waarin ik een jaarlang op wekelijkse basis naar Keulen en terug reed. Yep, ooit was ik een soldaat. De oranje 2cv behoorde toe aan iemand die vond dat het ding al veel te lang stilstond en me vervolgens de sleutels overhandigde met de woorden: “Behandel mijn dame met zachtheid, beste Menck. Het zal haar deugd doen om eens een ganse tijd haar vleugels te kunnen uitslaan.”

Voordelen: Zuinig | boterzachte vering | open (zeil)dak | klapraampjes | het ‘ware autorijden’-gevoel | een goede – optionele! – geluidsinstallatie.

Nadelen: Tergend traag (van 0 tot 100: een halve dag – topsnelheid met wind in de rug en bergaf: 110) | rumoerig | boterzachte vering | spartaanse zetels.

Prijs: Gratis, de benzine uitgezonderd.


FORD GRANADA – 2.0 benzine (madam Menck)

Toen pa en ma een nieuw voertuig op het oog hadden, werd deze hoekige benzineslurper geschonken aan dochterlief. Al te lang zou ze er niet in rijden, want dit bakbeest was dorstiger dan de gemiddelde Zwitser en was niet bepaald een ‘kruip door sluip door’-model te noemen. Na hooguit een jaartje vertrok hij per boot naar Zuiderse oorden. (Alwaar hij heden ongetwijfeld nog steeds het mooie weer maakt.)

Voordelen: Ruimte, ruimte en nog ’s ruimte | krachtige motor | robuust.

Nadelen: Verbruik | hete skaizetels in de zomer | omvang | roestgevoeligheid.


VOLKSWAGEN GOLF II – 1.6 Diesel

Mijn eerste eigen autootje, geheel en al geschonken door mijn ouwelui. Kostprijs: 250.000 Belgische frank (6.250 euro).
Helaas bleek dit een opgelapt onding dat zo onbetrouwbaar was als de pest. Het ene mankement volgde het andere in sneltempo op. De auto stond meer bij de garagist dan dat hij reed.
Het resultaat was dat ik dit vehikel veel te snel van de hand heb moeten doen teneinde me niet blauw te betalen.

Voordelen: Zuinig | praktische bruikbaarheid.

Nadelen: Zo basic als maar kon (slechts één optie: een sigarettenaansteker) | traag | rammelkar | tal van mankementen | spuuglelijke kleur (babykak).


RENAULT 5 – 1.1 benzine (madam Menck)

Na amper één jaar in ons bezit weigerden de remmen alle dienst en gleed deze Franse dame zonder dralen onder een vrachtwagen. Madam Menck kon het nog navertellen, de Renault helaas niet meer.

Voordelen: Zuinig | groot schuifdak | een leuk ogend snoepje.

Nadelen: De eerste versnelling inleggen resulteerde geregeld in achteruitschakelen. Vervelend, zeker als je in de file staat | traag | basic uitvoering | niet al te degelijk in elkaar geschroefd rammelwagentje.


TALBOT HORIZON – 1.9 diesel

Het merk Talbot is al een poos verdwenen tussen de plooien van de tijd. Jammer, want deze comfortabele Fransoos was best wel fijn om in te rijden.
Ik schafte dit wagentje als tussenoplossing aan. Even doorsparen voor een degelijker exemplaar, zeg maar. Kostprijs: 24.000 frank (600 euro).

Voordelen: Zijdezachte ophanging | verbruik | vinnig voor een ongeblazen dieseltje | de meest comfortabele zetels die ik ooit in een wagen aantrof.

Nadelen: Roestte welhaast hoorbaar | hoge laaddrempel | basic.


VOLKSWAGEN GOLF II – TOUR-uitvoering – 1.6 turbodiesel

Een topwagen. Wat een contrast met mijn eerste Golfje. Deze kar trok op als een tierelier, was tegelijk zuinig en heeft me zo goed als geen enkel moment in de steek gelaten.
Uiteindelijk klokte ik af op 420.000 (!) kilometer waarna ik mijn trouwe metgezel verkocht aan een Afrikaan. “Ies vor export, menier.”
Kostprijs: 300.000 frank (7.500 euro).

Voordelen: Uitermate betrouwbaar | zuinig | vinnig | vijfdeurs | trekhaak.

Nadelen: Nog steeds erg spartaans. De optielijst bij VW is, zelfs nu nog, ellenlang en pokkeduur.


ALFA ROMEO ALFASUD – 1.3 benzine.

Dit afdankertje werd een tijdje het mijne in afwachting van beters. De bedenkelijke reputatie die Italiaanse auto’s in die tijd hadden, maakte dit bruintje meer dan waar: het was storingsgevoelig, roestte terwijl je er op keek en was tuk op zeer frequente benzinepompbezoekjes.

Voordelen: Typische roffelende Alfasound uit die dagen | wegligging | fijn interieur | vinnig kleintje.

Nadelen: Verbruik | roesten | storingsgevoelig | onaantrekkelijke kakakleur.


NISSAN SUNNY – 1.0 benzine (madam Menck)

Deze Sunny verving de onfortuinlijke Renault 5. Hij was groter, zuiniger maar een stuk minder krachtig. Kleur: Ferrarirood, haha.
Problemen met dit wagentje: nul. Dé Japanse gestaalde perfectie, zeg maar. Tot op heden kunt u, mits wat geluk, deze auto’s nog aantreffen in het straatbeeld.
Prijs: 125.000 Belgische frank (3.125 euro).

Voordelen: Ruim | zuinig | betrouwbaar | lichte besturing zonder servo | prima verwarming.

Nadelen: Bij-zon-der traag | zeer basic uitvoering | warmde ’s zomer snel op vanbinnen | saai uiterlijk.


TOYOTA CARINE E – 2.0 Turbodiesel (Toen ik me een Avensis aanschafte, werd dit madam Mencks auto)

Deze Japanse voiture van Engelse makelij was, zonder enige overdrijving, de beste auto die ik ooit heb gehad. Comfortabel, ongelooflijk ruim, voorzien van alle destijds gangbare opties en tevens mijn eerste wagen met servobesturing.
Toentertijd werd hij bestempeld als ouwezakkenbak, doch dat deerde me allerminst. My Toyota was fantastic, jazeker, zelfs na 400.000 probleemloze kilometers.
Kostprijs: 10.000 euro.

Voordelen: Teveel om op te noemen.

Nadelen: Weinig opwindende looks | spuuglelijke zetelbekleding | krasgevoelige lak.


HONDA MAGNA 750cc (madam Menck)

Dit uit Amerika geïmporteerd bobbermodel was een ganse tijd Katriens favoriete verplaatsingsmiddel. Winter en zomer, jawel. Beetje born to be wild, bevroed ik.
Toegegeven, deze stoere chopper hoort niet echt thuis in dit logje, maar ik vind hem desalniettemin vermeldenswaardig. Bij deze, dus.


FORD FIESTA MK II – 1.0 benzine (madam Menck)

Dit slome kleintje schaften we aan voor exact 1.000 euro. Na een jaar verkochten we het wagentje voor dezelfde prijs.
De auto hing al die tijd scheef op links, zodat je als chauffeur de neiging had van je zetel te glijden. De ophanging bleek te zwak, een gekend euvel bij dit model. Zulks was op de duur zo storend dat de Fiësta de deur werd gewezen.

Voordelen: Betrouwbaar | verbruik | onverwacht ruim vanbinnen.

Nadelen: Sloom | ophanging | zeer basic.


PEUGEOT 205 – 1.8 Turbodiesel (madam Menck)

Een tof nummer, luidde destijds de reclameslogan. En dat was ook zo.
Ondanks dat deze Fransoos qua assemblage toch wat te wensen overliet, bracht hij madam Menck immer uiterst gezwind van a naar b. Het staalblauwe kleintje was geen overdreven zuinigheidskampioen, maar schonk wel voldoening middels uitmuntende prestaties. Een scheurijzertje pur sang, met andere woorden.
De Peus sloot zijn leven af met welhaast 300.000 km op de teller en wisselde daarna probleemloos van eigenaar.

Voordelen:
Lekker zittende zetels | groot schuifdak | zeer vinnig | goed compromis vering-wegligging | onverwacht storingsarm.

Nadelen:
Te hoog verbruik | achterbank slechts voor kinderen | matige assemblage | rammelde als gek | zware besturing ondanks servo | schakelde hakerig.


TOYOTA AVENSIS STATIONWAGON – 2.0 Commonrail turbodiesel (D4D)

Over deze slee kan ik kort zijn: een geweldige auto. Na driehonderdduizend kilometer zonder noemenswaardige mankementen, kan ik niet anders dan nogmaals de loftrompet steken over Toyota.
Deze bijzonder ruime stationwagen was mijn eerste wagen met commonrailtechniek. Hierdoor was hij zuinig en snel tegelijk. Het was tevens mijn eerste ‘full option’-auto: elke toen mogelijke optie tekende present, lederen zetels daargelaten. Een luxebeestje, kortom.

Voordelen: Teveel om op te noemen.

Nadelen: Geen. Tenzij misschien de handelbaarheid in de stad.


MINI ONE – 1.4 Turbodiesel (madam Menck – huidige wagen)

Hoewel madam Menck gek is op dit karretje, vind ik er niks aan. Het is klein, de koffer en de achterbank zijn lachertjes, het rammelt dat het een lieve lust is en het is veel te duur voor wat het uiteindelijk maar is. Ook zijn er welhaast geen aflegmogelijkheden in het interieur. Storend, zoiets.
Roemenswaardig zijn echter de degelijke motor (van Toyota, jawel), het lage reële verbruik (4,3 liter / 100 km) en de vinnigheid van het kleine dieseltje.
Het kleinood heeft ondertussen +200.000 kilometer achter de kiezen zonder al te grote kosten.

Voordelen: Zuinig | fantastische wegligging | vinnig | prima stadswagentje dat ook op de autosnelweg zijn mannetje staat | looks interieur en exterieur.

Nadelen: Klein (als mens van 1,90 meter krijg ik me er welhaast niet ingewrongen) | zeer stug |rammelbak | welhaast geen aflegmogelijkheden | dure onderdelen.


NISSAN NV200 – bestelwagen – 1.5 DCI (huidige wagen)

Dit – toegegeven – lelijke hok schafte ik me aan uit noodzaak (lees: als werkpaard). Hierbij hield ik eens te meer rekening met een aantal factoren: verbruik, aanschafprijs, praktische bruikbaarheid, betrouwbaarheid. Na lang wikken en wegen, koos ik uiteindelijk voor deze middelgrote bestelwagen.
Zijn redelijk compacte buitenafmetingen doen allerminst vermoeden dat het laadruim zo groot is (4,2 m3). De laaddrempel is bovendien de laagste in zijn categorie en de ultrakorte draaicirkel bombardeert deze bestelwagen zelfs tot een prima stadskameraad.
Na twee jaar en honderdduizend kilometer ben ik nog immer tevreden over deze aankoop, ook al mocht de trekkracht van de betrekkelijk kleine diesel wat mij betreft gerust wat groter zijn. Hulde echter voor zijn zuinigheid.

Voordelen: Compact van buiten, ruim van binnen | hoge zitpositie | verbruik | wendbaarheid | heel veel opties.

Nadelen: Stugge vering | motor mocht krachtiger | Slechts twee zetels (in plaats van drie zoals bij tal van soortgenoten) | rumoerig.


En u?

Prangende zoekterm: uw dienaar antwoordt

Kijk, mocht de schoonvader van de vraagsteller in kwestie over zo’n gezellig ouderwets pijpenrekje beschikken, dan zou in bovenstaande zinsnede een – toegegeven: ongelukkige – schrijffout zijn geslopen. Zij (of misschien wel hij, maar dat sluit ik voor het verdere verloop van de tekst gemakshalve even uit), een naar afwisseling zoekende rookster, wil schoonvaders pijpen. En dat kan. Door het die mens vriendelijk te vragen, bijvoorbeeld. Of door ze in een onbewaakt ogenblik mee te grissen, ik zeg maar wat.

Een tweede denkpiste die ik, in een verwoede poging om de goede naam van deze blog te handhaven, met graagte bewandel, is die van de broekspijpen. Want het is natuurlijk niet geheel ondenkbaar dat de schoonvader waarvan sprake drager is van een gegeerde pantalon met hippe, opzienbarende dan wel vintage pijpen. Voor dergelijke couturegerelateerde zaken, beste vraagstelster, bestaan er ettelijke patroontjes, gespecialiseerde magazines en toffe tweedehands- dan wel retrowinkels. Zelfs uw lokale kringwinkel kan uitkomst bieden.

Edoch, laten we wel wezen: dit is het internet. Bijwijlen is het dan ook diepbedroevend te moeten vaststellen via welke ambigue terminologie men op dit blog belandt. Ik gun u allerminst het leedvermaak omwille van de vele geladen formuleringen die menig bezoeker alhier hoopt te kunnen exploreren. Vaak zijn het begrippen waarmee men zelfs vraagtekens zou kunnen toveren in de ogen van, pakweg, la Liekens of Kaat Bollen.
Laat ik er dus maar van uitgaan dat wat u middels de schermafdruk hierboven te zien krijgt, een onverholen smeekbede om degelijke en diepgefundeerde informatie van lichtpornografische aard is. En die wil ik, goedzak zijnde, de lezeres die hier tot twaalf maal toe om bad niet onthouden.

Het eenvoudigste, beste mevrouw, zou natuurlijk zijn om uw schoonvader onbeschroomd zetelwaarts te duwen, zijn gulp open te ritsen en zonder veel omwegen ’s mans snikkel in uw mond te nemen. Dergelijke situaties zijn echter vaak droomscenario’s die ver af staan van de realiteit, waar de gevaren (schoonmoeder, partner, kinderen) maar al te frequent om de hoek loeren. Veelal letterlijk.
Dientengevolge lijkt het me geraadzamer om u op wat listigheid te beroepen. Mijn advies is om een spoedcursus hypnose te volgen. Daar is een weinig doorzettingsvermogen en wat bereidwilligheid voor nodig, maar doorgaans loont zulks. Ik garandeer u dat u uw mond vol zult hebben over het resultaat, zijnde een gewillig meewerkende schoonvader. Nadeel aan deze onderneming kan zijn dat de drager van het lichaamsdeel uwer verlangen weinig tot niks zal beleven aan het ganse gebeuren. De mens is immers gehypnotiseerd. Als u zich daarmee kunt verzoenen: wat houdt u tegen?

Gesteld dat u toch enige interactie verlangt, dan zult u de zaken geheel anders dienen aan te pakken. Peilen naar de bereidwilligheid uwer schoonvader kan onder meer middels de zeer filmische teen-in-kruis-onder-tafel. Merkt u geen tegenstand doch een gestaag breder wordende glimlach annex traag dichtvallende ogen: u bent al halfweg. En bij onverhoopt protest van de mens tegenover u, kunt u altijd een vergissing veinzen en daarbij vervallen in een rist excuses. Mistakes happen.
Meer kans op succes maakt u op een familiefeestje dat, zoals dat zo vaak gaat, in de late uurtjes ontaardt in jolige dronkenschap. Placeer u tijdens een doldwaas moment van enthousiast feestgedruis op schoonvaders schoot. Laat hierbij een weinig kontwrikken niet na. Van het moment dat u zich verheven weet, dan is de vis gevangen. Sta niet direct recht, dat zou hoogst onverstandig zijn. Ga daarentegen een stap verder door nog intensere manoeuvres met uw derrière te effectueren, ondertussen ‘I like to move it’ neuriënd. Een man van de wereld weet voorzeker wat daarmee aan te vangen.

Mochten mijn luttele voorstellen niet tegemoetkomen aan uw prangende behoefte, dan suggereer ik om de oplossing elders op deze blog te gaan zoeken. Tenslotte heeft Google u hierheen geleid. Al zou u zich dan wel eens hooglijk kunnen verbazen over de grote hoeveelheid onschuld waarin mijn schrijfsels gedoopt zijn.
Een mond vol tanden: ’t is eens iets anders, nietwaar?