Categorie: Blogosfeer

Verdict

Verdict (het; o; meervoud: verdicten)
1   De uitspraak, beslissing van gezworenen (de jury);
2   Sententie;
3   Vonnis.

Mooi woord, niet? En zulk een plechtstatige term bovendien; er komt een heuse jury der gezworenen aan te pas om een verdict te vellen.
Maar wist u dat er nu ook al een gewone website bestaat die verdicten velt? Verdicten die schijnbaar nergens op gestoeld zijn, tenzij misschien het humeur – visie is in dezen te beladen – van een enkel individu. Een site die bovendien op generlei zichtbare wijze gelieerd is aan een officiële instantie en waarop namen noch contactadressen voorkomen.

Enfin, na ruim elf jaar bloggen heb ik zulks gisteren geheel per toeval ontdekt. Al surfend op het wereldwijde web nadat ik – zoiets deed u ongetwijfeld ook al wel eens – de naam van mijn webstek had gegoogeld.
Na tal van pagina’s vol vertrouwde gegevens, viel mijn oog ineens op een URL die ik niet ken maar die wel mijn blognaam als onderwerp heeft. En niet enkel mijn blognaam, bleek later. Soit.

Om kort te gaan: ik deed even snel van Alt + PrintScreen en daar houd ik onderstaand fraais aan over:

Ik weet niet of ik nu moet schaterlachen, me in ongeveinsde verbazing dien te hullen dan wel aan het fulmineren moet slaan.
Nergens wordt vermeld waarop deze site het bovenstaande, eh, verdict baseert. Op de oranje pijl klikken, maakte me niets wijzer; ik kreeg slechts de volgende blog te zien die de “jury” op de ontleedtafel had gelegd.

Een fraai staaltje pure bashing, lijkt het wel. Ik kan me vergissen, maar is zoiets niet verschrikkelijk hip tegenwoordig?


De betreffende URL laat ik bewust achterwege. Er is me dunkt al controverse genoeg op de interwebs.

Advertenties

Dienstmededeling

            

Bij bloggers die gebruik maken van bovenstaande platforms kan ik al een poos niet meer reageren.
Hun reCAPTCHA-verificatie (“Bewijs dat u geen robot bent”) laat me niet toe om, na het invullen van mijn persoonlijke gegevens, de correcte afbeelding(en) te selecteren. Dat laatste lijkt me overigens een toegevoegde gadget; voordien werd me daar nooit om gevraagd.

Zodoende, beste Blogger- of Blogspotschrijver, zult u tot nader order verstoken blijven van mijn comments. Het is allerminst kwade wil mijnentwege, wel integendeel.

Zomermodus

Deze blog gaat, naar jaarlijkse traditie, in zomermodus. Concreet houdt zulks in dat:

  • er minder frequent schrijfsels zullen verschijnen;
  • de bijdragen beknopter en minder doorwrocht zullen zijn;
  • de reactiemogelijkheid soms zal worden afgezet;
  • ik uw blogs blijf volgen doch veel minder zal reageren;
  • het beroepsmatig al een ganse tijd ongelooflijk druk is en dit nog een behoorlijke periode zal aanhouden.

Wie me, om god weet welke reden ook, wil contacteren, kan dit e-mailgewijs via:

Thomas’ tag: cars à gogo

Van de heer Thomas Pannenkoek is geweten dat hij een simpele ziel is en dat hij het leven ondergaat. Dat zijn overigens zijn eigen woorden.
Wie, zoals ik, zijn blog al wat langer leest, weet ondertussen al een pak meer over die mens. Sinds deze week onder andere dat hij al zes auto’s naar de verdoemenis heeft geholpen en heden zodoende met zijn zevende voertuig ’s heren wegen onveilig maakt. Daarbij vraagt hij zich af wie van zijn lezers eveneens zulk een “palmares” kan voorleggen.
En ziedaar: een nieuwe tag was geboren.

Mijn lijst is iets langer dan die van Thomas, vrees ik, doch zulks mag geen verwondering wekken als u weet dat zowel mijn madam als ik ons woon-werkverkeer per auto afleggen. Of beter: dienen af te leggen. Want het openbaar vervoer in het gat waar we woonden/wonen was en is je reinste lachertje. De fiets is, door de grote afstanden, evenmin een optie. En dus zwaait Koning Auto de scepter te onzent, al juichen we dat om diverse redenen allerminst toe.

Vooraleer ik u een rondje foto’s met wat uitleg in de maag splits, wil ik dat u weet dat ik allerminst een autogek ben. De nieuwerwetse blikken lijken allemaal net iets te veel op elkaar en missen dus vooral datgene wat de auto’s uit pakweg de sixties wél nog hadden: een eigenwijze smoel, tonnen karakter en vaak ook een lijn waarvan Marilyn Monroe spontaan begon te kwijlen.
Verder biecht ik u eerlijk op dat madam Menck noch ik ooit een nieuwe auto hebben gekocht. Onze karren waren en zijn stuk voor stuk tweedehands. De volkswijsheid dat je daardoor andermans verdriet zou kopen, slaat veelal als een tang op een varken. Een goede, betrouwbare garagist kan u dienaangaande voor veel leed behoeden. Alvorens tot aankoop over te gaan, peil ik steevast grondig naar a) de historiek, b) de betrouwbaarheid, c) het reële verbruik en d) de praktische kant van een auto. Zaken als kleuren, velgen, spoilers en andere toeters en bellen interesseren me geen hol.

Bon, dan steek ik bij deze van wal. Ongeïnteresseerden haken hier best af.
Voor zij die wel van enige nostalgie, leedvermaak en herkenning houden: scrollen maar.

CITROËN 2CV

Deze oude geit (Nederland: eend) was niet van mij, maar het was wel de eerste auto waarin ik een jaarlang op wekelijkse basis naar Keulen en terug reed. Yep, ooit was ik een soldaat. De oranje 2cv behoorde toe aan iemand die vond dat het ding al veel te lang stilstond en me vervolgens de sleutels overhandigde met de woorden: “Behandel mijn dame met zachtheid, beste Menck. Het zal haar deugd doen om eens een ganse tijd haar vleugels te kunnen uitslaan.”

Voordelen: Zuinig | boterzachte vering | open (zeil)dak | klapraampjes | het ‘ware autorijden’-gevoel | een goede – optionele! – geluidsinstallatie.

Nadelen: Tergend traag (van 0 tot 100: een halve dag – topsnelheid met wind in de rug en bergaf: 110) | rumoerig | boterzachte vering | spartaanse zetels.

Prijs: Gratis, de benzine uitgezonderd.


FORD GRANADA – 2.0 benzine (madam Menck)

Toen pa en ma een nieuw voertuig op het oog hadden, werd deze hoekige benzineslurper geschonken aan dochterlief. Al te lang zou ze er niet in rijden, want dit bakbeest was dorstiger dan de gemiddelde Zwitser en was niet bepaald een ‘kruip door sluip door’-model te noemen. Na hooguit een jaartje vertrok hij per boot naar Zuiderse oorden. (Alwaar hij heden ongetwijfeld nog steeds het mooie weer maakt.)

Voordelen: Ruimte, ruimte en nog ’s ruimte | krachtige motor | robuust.

Nadelen: Verbruik | hete skaizetels in de zomer | omvang | roestgevoeligheid.


VOLKSWAGEN GOLF II – 1.6 Diesel

Mijn eerste eigen autootje, geheel en al geschonken door mijn ouwelui. Kostprijs: 250.000 Belgische frank (6.250 euro).
Helaas bleek dit een opgelapt onding dat zo onbetrouwbaar was als de pest. Het ene mankement volgde het andere in sneltempo op. De auto stond meer bij de garagist dan dat hij reed.
Het resultaat was dat ik dit vehikel veel te snel van de hand heb moeten doen teneinde me niet blauw te betalen.

Voordelen: Zuinig | praktische bruikbaarheid.

Nadelen: Zo basic als maar kon (slechts één optie: een sigarettenaansteker) | traag | rammelkar | tal van mankementen | spuuglelijke kleur (babykak).


RENAULT 5 – 1.1 benzine (madam Menck)

Na amper één jaar in ons bezit weigerden de remmen alle dienst en gleed deze Franse dame zonder dralen onder een vrachtwagen. Madam Menck kon het nog navertellen, de Renault helaas niet meer.

Voordelen: Zuinig | groot schuifdak | een leuk ogend snoepje.

Nadelen: De eerste versnelling inleggen resulteerde geregeld in achteruitschakelen. Vervelend, zeker als je in de file staat | traag | basic uitvoering | niet al te degelijk in elkaar geschroefd rammelwagentje.


TALBOT HORIZON – 1.9 diesel

Het merk Talbot is al een poos verdwenen tussen de plooien van de tijd. Jammer, want deze comfortabele Fransoos was best wel fijn om in te rijden.
Ik schafte dit wagentje als tussenoplossing aan. Even doorsparen voor een degelijker exemplaar, zeg maar. Kostprijs: 24.000 frank (600 euro).

Voordelen: Zijdezachte ophanging | verbruik | vinnig voor een ongeblazen dieseltje | de meest comfortabele zetels die ik ooit in een wagen aantrof.

Nadelen: Roestte welhaast hoorbaar | hoge laaddrempel | basic.


VOLKSWAGEN GOLF II – TOUR-uitvoering – 1.6 turbodiesel

Een topwagen. Wat een contrast met mijn eerste Golfje. Deze kar trok op als een tierelier, was tegelijk zuinig en heeft me zo goed als geen enkel moment in de steek gelaten.
Uiteindelijk klokte ik af op 420.000 (!) kilometer waarna ik mijn trouwe metgezel verkocht aan een Afrikaan. “Ies vor export, menier.”
Kostprijs: 300.000 frank (7.500 euro).

Voordelen: Uitermate betrouwbaar | zuinig | vinnig | vijfdeurs | trekhaak.

Nadelen: Nog steeds erg spartaans. De optielijst bij VW is, zelfs nu nog, ellenlang en pokkeduur.


ALFA ROMEO ALFASUD – 1.3 benzine.

Dit afdankertje werd een tijdje het mijne in afwachting van beters. De bedenkelijke reputatie die Italiaanse auto’s in die tijd hadden, maakte dit bruintje meer dan waar: het was storingsgevoelig, roestte terwijl je er op keek en was tuk op zeer frequente benzinepompbezoekjes.

Voordelen: Typische roffelende Alfasound uit die dagen | wegligging | fijn interieur | vinnig kleintje.

Nadelen: Verbruik | roesten | storingsgevoelig | onaantrekkelijke kakakleur.


NISSAN SUNNY – 1.0 benzine (madam Menck)

Deze Sunny verving de onfortuinlijke Renault 5. Hij was groter, zuiniger maar een stuk minder krachtig. Kleur: Ferrarirood, haha.
Problemen met dit wagentje: nul. Dé Japanse gestaalde perfectie, zeg maar. Tot op heden kunt u, mits wat geluk, deze auto’s nog aantreffen in het straatbeeld.
Prijs: 125.000 Belgische frank (3.125 euro).

Voordelen: Ruim | zuinig | betrouwbaar | lichte besturing zonder servo | prima verwarming.

Nadelen: Bij-zon-der traag | zeer basic uitvoering | warmde ’s zomer snel op vanbinnen | saai uiterlijk.


TOYOTA CARINE E – 2.0 Turbodiesel (Toen ik me een Avensis aanschafte, werd dit madam Mencks auto)

Deze Japanse voiture van Engelse makelij was, zonder enige overdrijving, de beste auto die ik ooit heb gehad. Comfortabel, ongelooflijk ruim, voorzien van alle destijds gangbare opties en tevens mijn eerste wagen met servobesturing.
Toentertijd werd hij bestempeld als ouwezakkenbak, doch dat deerde me allerminst. My Toyota was fantastic, jazeker, zelfs na 400.000 probleemloze kilometers.
Kostprijs: 10.000 euro.

Voordelen: Teveel om op te noemen.

Nadelen: Weinig opwindende looks | spuuglelijke zetelbekleding | krasgevoelige lak.


HONDA MAGNA 750cc (madam Menck)

Dit uit Amerika geïmporteerd bobbermodel was een ganse tijd Katriens favoriete verplaatsingsmiddel. Winter en zomer, jawel. Beetje born to be wild, bevroed ik.
Toegegeven, deze stoere chopper hoort niet echt thuis in dit logje, maar ik vind hem desalniettemin vermeldenswaardig. Bij deze, dus.


FORD FIESTA MK II – 1.0 benzine (madam Menck)

Dit slome kleintje schaften we aan voor exact 1.000 euro. Na een jaar verkochten we het wagentje voor dezelfde prijs.
De auto hing al die tijd scheef op links, zodat je als chauffeur de neiging had van je zetel te glijden. De ophanging bleek te zwak, een gekend euvel bij dit model. Zulks was op de duur zo storend dat de Fiësta de deur werd gewezen.

Voordelen: Betrouwbaar | verbruik | onverwacht ruim vanbinnen.

Nadelen: Sloom | ophanging | zeer basic.


PEUGEOT 205 – 1.8 Turbodiesel (madam Menck)

Een tof nummer, luidde destijds de reclameslogan. En dat was ook zo.
Ondanks dat deze Fransoos qua assemblage toch wat te wensen overliet, bracht hij madam Menck immer uiterst gezwind van a naar b. Het staalblauwe kleintje was geen overdreven zuinigheidskampioen, maar schonk wel voldoening middels uitmuntende prestaties. Een scheurijzertje pur sang, met andere woorden.
De Peus sloot zijn leven af met welhaast 300.000 km op de teller en wisselde daarna probleemloos van eigenaar.

Voordelen:
Lekker zittende zetels | groot schuifdak | zeer vinnig | goed compromis vering-wegligging | onverwacht storingsarm.

Nadelen:
Te hoog verbruik | achterbank slechts voor kinderen | matige assemblage | rammelde als gek | zware besturing ondanks servo | schakelde hakerig.


TOYOTA AVENSIS STATIONWAGON – 2.0 Commonrail turbodiesel (D4D)

Over deze slee kan ik kort zijn: een geweldige auto. Na driehonderdduizend kilometer zonder noemenswaardige mankementen, kan ik niet anders dan nogmaals de loftrompet steken over Toyota.
Deze bijzonder ruime stationwagen was mijn eerste wagen met commonrailtechniek. Hierdoor was hij zuinig en snel tegelijk. Het was tevens mijn eerste ‘full option’-auto: elke toen mogelijke optie tekende present, lederen zetels daargelaten. Een luxebeestje, kortom.

Voordelen: Teveel om op te noemen.

Nadelen: Geen. Tenzij misschien de handelbaarheid in de stad.


MINI ONE – 1.4 Turbodiesel (madam Menck – huidige wagen)

Hoewel madam Menck gek is op dit karretje, vind ik er niks aan. Het is klein, de koffer en de achterbank zijn lachertjes, het rammelt dat het een lieve lust is en het is veel te duur voor wat het uiteindelijk maar is. Ook zijn er welhaast geen aflegmogelijkheden in het interieur. Storend, zoiets.
Roemenswaardig zijn echter de degelijke motor (van Toyota, jawel), het lage reële verbruik (4,3 liter / 100 km) en de vinnigheid van het kleine dieseltje.
Het kleinood heeft ondertussen +200.000 kilometer achter de kiezen zonder al te grote kosten.

Voordelen: Zuinig | fantastische wegligging | vinnig | prima stadswagentje dat ook op de autosnelweg zijn mannetje staat | looks interieur en exterieur.

Nadelen: Klein (als mens van 1,90 meter krijg ik me er welhaast niet ingewrongen) | zeer stug |rammelbak | welhaast geen aflegmogelijkheden | dure onderdelen.


NISSAN NV200 – bestelwagen – 1.5 DCI (huidige wagen)

Dit – toegegeven – lelijke hok schafte ik me aan uit noodzaak (lees: als werkpaard). Hierbij hield ik eens te meer rekening met een aantal factoren: verbruik, aanschafprijs, praktische bruikbaarheid, betrouwbaarheid. Na lang wikken en wegen, koos ik uiteindelijk voor deze middelgrote bestelwagen.
Zijn redelijk compacte buitenafmetingen doen allerminst vermoeden dat het laadruim zo groot is (4,2 m3). De laaddrempel is bovendien de laagste in zijn categorie en de ultrakorte draaicirkel bombardeert deze bestelwagen zelfs tot een prima stadskameraad.
Na twee jaar en honderdduizend kilometer ben ik nog immer tevreden over deze aankoop, ook al mocht de trekkracht van de betrekkelijk kleine diesel wat mij betreft gerust wat groter zijn. Hulde echter voor zijn zuinigheid.

Voordelen: Compact van buiten, ruim van binnen | hoge zitpositie | verbruik | wendbaarheid | heel veel opties.

Nadelen: Stugge vering | motor mocht krachtiger | Slechts twee zetels (in plaats van drie zoals bij tal van soortgenoten) | rumoerig.


En u?

Prangende zoekterm: uw dienaar antwoordt

Kijk, mocht de schoonvader van de vraagsteller in kwestie over zo’n gezellig ouderwets pijpenrekje beschikken, dan zou in bovenstaande zinsnede een – toegegeven: ongelukkige – schrijffout zijn geslopen. Zij (of misschien wel hij, maar dat sluit ik voor het verdere verloop van de tekst gemakshalve even uit), een naar afwisseling zoekende rookster, wil schoonvaders pijpen. En dat kan. Door het die mens vriendelijk te vragen, bijvoorbeeld. Of door ze in een onbewaakt ogenblik mee te grissen, ik zeg maar wat.

Een tweede denkpiste die ik, in een verwoede poging om de goede naam van deze blog te handhaven, met graagte bewandel, is die van de broekspijpen. Want het is natuurlijk niet geheel ondenkbaar dat de schoonvader waarvan sprake drager is van een gegeerde pantalon met hippe, opzienbarende dan wel vintage pijpen. Voor dergelijke couturegerelateerde zaken, beste vraagstelster, bestaan er ettelijke patroontjes, gespecialiseerde magazines en toffe tweedehands- dan wel retrowinkels. Zelfs uw lokale kringwinkel kan uitkomst bieden.

Edoch, laten we wel wezen: dit is het internet. Bijwijlen is het dan ook diepbedroevend te moeten vaststellen via welke ambigue terminologie men op dit blog belandt. Ik gun u allerminst het leedvermaak omwille van de vele geladen formuleringen die menig bezoeker alhier hoopt te kunnen exploreren. Vaak zijn het begrippen waarmee men zelfs vraagtekens zou kunnen toveren in de ogen van, pakweg, la Liekens of Kaat Bollen.
Laat ik er dus maar van uitgaan dat wat u middels de schermafdruk hierboven te zien krijgt, een onverholen smeekbede om degelijke en diepgefundeerde informatie van lichtpornografische aard is. En die wil ik, goedzak zijnde, de lezeres die hier tot twaalf maal toe om bad niet onthouden.

Het eenvoudigste, beste mevrouw, zou natuurlijk zijn om uw schoonvader onbeschroomd zetelwaarts te duwen, zijn gulp open te ritsen en zonder veel omwegen ’s mans snikkel in uw mond te nemen. Dergelijke situaties zijn echter vaak droomscenario’s die ver af staan van de realiteit, waar de gevaren (schoonmoeder, partner, kinderen) maar al te frequent om de hoek loeren. Veelal letterlijk.
Dientengevolge lijkt het me geraadzamer om u op wat listigheid te beroepen. Mijn advies is om een spoedcursus hypnose te volgen. Daar is een weinig doorzettingsvermogen en wat bereidwilligheid voor nodig, maar doorgaans loont zulks. Ik garandeer u dat u uw mond vol zult hebben over het resultaat, zijnde een gewillig meewerkende schoonvader. Nadeel aan deze onderneming kan zijn dat de drager van het lichaamsdeel uwer verlangen weinig tot niks zal beleven aan het ganse gebeuren. De mens is immers gehypnotiseerd. Als u zich daarmee kunt verzoenen: wat houdt u tegen?

Gesteld dat u toch enige interactie verlangt, dan zult u de zaken geheel anders dienen aan te pakken. Peilen naar de bereidwilligheid uwer schoonvader kan onder meer middels de zeer filmische teen-in-kruis-onder-tafel. Merkt u geen tegenstand doch een gestaag breder wordende glimlach annex traag dichtvallende ogen: u bent al halfweg. En bij onverhoopt protest van de mens tegenover u, kunt u altijd een vergissing veinzen en daarbij vervallen in een rist excuses. Mistakes happen.
Meer kans op succes maakt u op een familiefeestje dat, zoals dat zo vaak gaat, in de late uurtjes ontaardt in jolige dronkenschap. Placeer u tijdens een doldwaas moment van enthousiast feestgedruis op schoonvaders schoot. Laat hierbij een weinig kontwrikken niet na. Van het moment dat u zich verheven weet, dan is de vis gevangen. Sta niet direct recht, dat zou hoogst onverstandig zijn. Ga daarentegen een stap verder door nog intensere manoeuvres met uw derrière te effectueren, ondertussen ‘I like to move it’ neuriënd. Een man van de wereld weet voorzeker wat daarmee aan te vangen.

Mochten mijn luttele voorstellen niet tegemoetkomen aan uw prangende behoefte, dan suggereer ik om de oplossing elders op deze blog te gaan zoeken. Tenslotte heeft Google u hierheen geleid. Al zou u zich dan wel eens hooglijk kunnen verbazen over de grote hoeveelheid onschuld waarin mijn schrijfsels gedoopt zijn.
Een mond vol tanden: ’t is eens iets anders, nietwaar?

U weze gewaarschuwd

Deze week trok er zowaar een kleine deining door blogsaland. Een aandacht zoekende scribente heeft namelijk, zonder evenwel namen te noemen, het ‘lef’ gehad om zich uit te laten over wat haar algemeen ergert aan blogs en bloggers. Heel wat, zo bleek, zodat iedereen die het bewuste schrijfsel las wel iets op zichzelf kon projecteren.
La honte en van die dingen.

Nu mijn stek de laatste weken behoorlijk wat nieuwe volgers genereert – welkom, gij allen! – wens ik een dergelijke glaswaterstorm te vermijden. Daarom enumereer ik onderstaand waaraan u zich kunt verwachten als u hier als newbie komt lezen. Dat u achteraf niet komt klagen, is de voornaamste betrachting ervan.

Beroepsmatig ben ik een hovenier en hobbymatig een tuinier. Het mag dan ook geen verwondering wekken dat er al wel eens een floristisch schrijfsel uit mijn toetsenbord rolt. Daarbij serveer ik u, godbetert, meestal ook foto’s.
Voor wie het tuiniersgebeuren aan zijn of haar reet kan roesten en ‘tuin’ synoniem staat voor ‘last’ of ‘Libellegeneuzel’, heb ik één gouden raad: keer op uw schreden terug.

Al tijden ben ik fan van archaïsch taalgebruik. Ik durf teksten dan ook te larderen met woorden als doch, aanstonds of alstoen. Ik weet wel dat er alternatieven zijn voor dergelijke oubollige en formele termen, doch daar heb ik ronduit lak aan. Archaïsmen vind ik gewoon té zalig.
U niet, zegt u?
Wegblijven dan maar.

Mogelijks leidde u het al af uit bovenstaande alinea – en het klopt bovendien als een zwerende vinger: dit is geen hippe blog. U zult hier tevergeefs zoeken naar nieuwerwetse trends, stylingadvies, recensies van blitse places to be of geënthousiasmeerde verslagen over survivaltochten dan wel -reizen.
U zult mij evenmin kunnen betrappen op logjes over mode, baby’s/kinderen, de laatste superfoods en te ontdekken sporten voor waaghalzen. Ook verslaggevingen over de allernieuwste uniseksgelaatsverzorgingsproducten en over hoe nieuwe mannen thans breien en haken zonder verstrengeld te raken, catalogiseer ik met veel graagte onder de noemer quatsch.

Ik ben al twintig jaar samen met mijn aangetrouwde echtgenote die ik in tal mijner stukjes opvoer als madam Menck of mijn madam. Mocht u zulks een veeleer beledigende benaming vinden, weet dan dat ze geheel en al liefkozend is bedoeld  Die van ons, mijn prente of mijn vrouwmensch vind ik wél aanstootgevend. Toch op een deftige stek als deze.

Te oordelen naar de handvol vrouwelijke volgers die de afgelopen weken hebben afgehaakt – en dat terwijl ze voorheen gek genoeg op quasi elke nieuwe post reageerden – lijkt het erop dat deze blog uiteindelijk toch niet bepaald spek voor de vrouwelijke bek is.
Of hebben ze gewoon foto’s van mij ontdekt? In dat geval: veel sterkte.

Humor is onlosmakelijk verbonden met mijn schrijfsels, ook al dient u er soms nauwgezet naar op zoek te gaan, tussen de regels te lezen of geen bezwaar te hebben tegen een snuifje ironie, een vleugje sarcasme of een mespuntje galgenhumor.
U lust hier geen pap van? Adieu!

De lijn tussen fictie en werkelijkheid is op deze blog vaak een hele dunne. Bewust, overigens. Als u echter prat gaat op duidelijkheid dienaangaande, zal ik u mateloos teleurstellen.

Het leven, en daaruit volgend het bloggen, neem ik niet altijd even ernstig. Enfin, meestal niet, eigenlijk. Ik beschouw mijn aards verblijf als een kortlopend feestje, een eindige kermis en een grabbelton vol kansen op geneugte en vreugde.
Ondanks mijn bitchy resting face ben ik dus allesbehalve Mister Serious. Al kan ik dat, indien hoogstnodig, wel zijn. Net zoals ik – alom schrikken geblazen – wel eens zwartgallig, emotioneel of zelfs boos tegen het leven kan aankijken. Waaruit u slechts mag concluderen dat rariteiten me geenszins vreemd zijn.
Desalniettemin: azijnpissers zullen hier hun gading niet vinden.

Het is ooit wel ’s anders geweest, maar socializen is zeg maar niet mijn ding. Me warm maken voor blogmeetings en andere veelmensenactiviteiten is absoluut verloren moeite. Zelfs sociale media draag ik geen warm hart toe. Het spijt me, doch niet van harte.

Op deze blog valt geen thema te kleven, er is geen rode draad noch een noemer om hem onder te klasseren. Tenzij u ‘hutsepot’ wel aardig vindt.
Ik schrijf, kortom, zowel over het seksloze luilekkerleven mijner katten, de deerniswekkende dood van mijn tante Sonja’s rectale steenpuist, de oculatie van genetisch gemanipuleerde stamrozen en mijn nieuwverworven citroengele ‘LACK’-tafeltje uit de Gentse IKEA-vestiging.
Ik oreer met verve over hoe ik compostbakken in elkaar bricoleer, hoe ik nestkastjes vervaardig uit afgedragen bh’s van madam Menck en hoe bloederig het brijspoor was dat mijn auto achterliet nadat hij een zeldzame Cunnilingusvos had opgeschept.
U hebt het liever over politiek? Over de tanende economische toestand van ons land? Over hoeveel kilometers u bij elkaar hebt gejogd deze week? Over hoe goed de laatste prent van Martin Scorsese wel niet was?
Helaas, u zult in de wachtzaal moeten blijven zitten.

Wat er hier dan wél te lezen valt?
Zoek dat zelf eens uit, zeg. Hop, u moest al bezig zijn.
Doch kom achteraf niet klagen, hè!

Wat ik me afvroeg (en heden ook weet)

U had nog wat antwoorden van me tegoed, remember? De juiste antwoorden deze keer, want niemand van de negenendertig participanten – bedankt voor uw inzendingen, overigens! – kan het predicaat ‘zegepraler’ worden opgespeld. Of wacht: de allereerste deelnemer klokte af op tien correcte keuzes. Die allereerste deelnemer was ik, geheel ter controle van de al dan niet feilloze werking van de enquête.

Kandidaat 34, wie dat dan ook moge zijn, slaagde erin om werkelijk alle vakjes rood te doen uitslaan. Een compleet foutief parcours: faut le faire. Ik raad die mens hierbij ten stelligste af om zijn lottoformulier nog langer zelf in te vullen.
Mijn aandachtigste lezer(es) – of die met het beste geheugen/het naarstigste zoekwerk – is deelnemer 30. Hij of zij scoorde negentig procent en vergiste zich enkel in de naam van onze Noorse boskat. De kat laat weten erg verbolgen te zijn.
Wie zich meent te herkennen in nummer 30 – u deponeerde uw formulier in mijn virtuele bus op donderdag 19 november om 18:34 – mag bij deze de pluimen op zijn of haar hoed steken. Mocht u geen hoed dragen, dan is een lichaamsopening naar keuze wat mij betreft ook oké.

Uw antwoorden kwamen terecht op een Excelformulier (zie schermafdruk 2 hieronder). Een rood veldje betekent een foutief antwoord; een nummertje in een blanco veld geeft een juiste match weer. En middels de eerste schermafdruk schotel ik u voor wat u wél had moeten antwoorden.

Ik vond het in ieder geval geinig om te doen, beste lezer. En tof om te zien hoe enthousiast u op de kar sprong. Want negenendertig deelnames is, toegegeven, meer dan ik had verwacht voor een B-blogje als Twaait.
En dan is het nu wachten op de blogger die zich ook eens waagt aan zulk een experiment. Al kan dat, zo weet u ook, evengoed wachten op Godot zijn.

 

DE CORRECTE ANTWOORDEN:

UW ANTWOORDEN:


(aanklikbaar voor groter)

Misschien dat dit uw geheugen wat opfrist: acht van de tien antwoorden kon u al afleiden uit recente en minder recente foto’s die hier de revue passeerden:

[ Foto’s: Menck | Twaait ]