Where the magic happens

Ze meet zich de zwierigste prinsessenjurk aan en lijkt zo weggelopen uit het Grote Fantasiarijk van Thea Stilton. Ze verslaat, opgetut als Roodkapje of Doornroosje, mythische eenhoorns met haar fonkelende toverstaf en wisselt glanzende glazen muiltjes in een oogwenk af met zachtroze balletslippers.

Van Maja de bij over prima ballerina naar de koningin van Onderland: de fantasie en de bijhorende verkleedpartijen staan momenteel centraal in haar leven. Zij is nog steeds mijn favoriete uk, dat doddige dochtertje van goeie vrienden. Én ze is vorige week vijf geworden.
“Al zó oud!” kraaide ze. Maar wat mij betreft toch nog bitter jong voor iemand die na een honderdjarige slaap wordt wakker gekust. Door haar mama, weliswaar, doch laat zulks de magie niet bederven.

Hoe het begon?
Op zekere dag kocht oma haar twee dozen vol polychrome verkleedkledij. Tweedehands en zo goed als nieuw.
Het hek was meteen van de dam. Kleine uk begon zich te verdiepen in sprookjes van Duizend-en-één-nacht, fantastische verhalen en magische vertellingen. De Ketnethelden van Nachtwacht zijn haar grootste inspiratoren en Sneeuwwitjes zeven dwergen windt ze prompt om haar vinger. Zelfs als Gelaarsde Kat pak je haar maar beter niet zonder handschoenen aan.

De traditie wil dat ik haar op haar verjaardag iets schenk dat ik zelf ineenknutsel. Originaliteit recht uit het hart, weet u wel.
U zult zich van vorige logjes mogelijks nog de houten zandbak herinneren of het veelkleurige poppenhuis vervaardigd uit wijnkratten. En daarvoor was er de schommel annex glijbaan en het schilderij van Janneke maan. Dat olieverfwerkje hangt nog steeds te schitteren boven haar bed.
Dit jaar lag de keuze voor de hand. Aangezien Uk haar verkleedtenues bewaart in kartonnen dozen, is het zoeken naar de gewenste outfit steevast een rompslomp van jewelste. De dozen worden omgekieperd en dra ligt gans de vloer bezaaid met prinsessenjurkjes en andere heldenpakjes. Kind raakt gefrustreerd en mama wordt kregelig van dit zich dagelijks meermaals herhalende tafereel.
Kortom: Menck to the rescue!

Op Pinterest vond ik een aantal hooglijk schattige en van tuttige franjes verstoken doe-het-zelfkledijrekjes met ‘prinsessen’ en ‘sprookjes’ als thema.
Aangezien Uk gek is van kroontjes wilde ik die integreren in het ontwerp. Een ontwerp op kindermaat dat liefst zo licht maar ook zo stevig mogelijk moest worden. Ik koos dientengevolge voor iets dunnere multiplexplaten als werkmateriaal.
Verder benodigd: een vrolijk retrokleurtje – licht oudgroen naar badkamerblauw neigend – en wat okergele verf voor de kroontjes. Voeg daar een potje primer, een handvol schroeven en metalen L-profieltjes, vier kleine wieltjes en een borstelsteel aan toe en je hebt meteen alle benodigdheden.

Mijn vertellinkje zit erop; vanaf hier laat ik de foto’s spreken.
Mogen ze u evenzoveel betoveren als de twinkelende staf van mijn vijfjarige bontgeschakeerd geklede fee op oudroze balletslippers.

.

[ Foto’s: © Menck ]

Soloduo

Ze stonden met zijn tweeën te liften op de pechstrook, iets wat volgens mij toch tamelijk verboden is. Hij, een sprietige slungel van rond de dertig in een loszittend grijs pak, hield een paraplu boven het hoofd van een verwaaid uitziende brunette in een grotendeels verregende inktzwarte jurk.

Zelfs vanuit mijn cabine ontwaarde ik het kippenvel op haar blote armen. Het was een graad of twaalf, het miezerde en de wind kwam bijzonder nijdig voor de dag. Mei op zijn best.
Ik trapte op de rem en bracht mijn geladen bestelwagen annex volle aanhanger een honderdtal meter verderop kermend tot stilstand. Meteen schakelde ik de vier richtingaanwijzers in en zag in mijn rechterspiegel hoe het duo naar me toe kwam gehold.
De jongeman opende de passagiersdeur en stak prompt ratelend van wal. Of ze mochten meerijden, hun auto had de geest gegeven, dat het nochtans een nieuwe en dure Mercedes was en dat ze verwacht werden op een zeer belangrijk feest, zich nog wilden opfrissen en de wegenwacht bellen.
Rustig, rustig, maande ik hem aan. Naar waar zijn jullie op weg?”
“Brussel, meneer. Het Radisson Blu Hotel. Dat is in de Rue du Fosse-aux-Loups. Enfin, de Wolvengracht. Rijdt u die richting uit?”
“Ik kan één iemand van jullie meenemen tot aan het Viaduct van Vilvoorde. Daar sla ik af richting Antwerpen.”
Er volgde een korte stilte.
“Hoezo, meneer,
één iemand?”
Ik wees naar de enige lege zetel naast me. “Dit is een camionette, beste vriend. Een wérkcamionette. Eén passagierszetel en verder alleen maar laadruimte. Wie van jullie stapt in?”
Ze staarden elkaar enkele seconden verbaasd aan wijl de regendruppels genadeloos uit hun haren lekten. De jongeman richtte zich tot mij.
“Is er echt geen mogelijkheid om ons twee…?”
“Neen.”
Weer blikten ze elkaar aan zonder iets te zeggen. Ik keek uitdrukkelijk op mijn horloge en daarna naar hen. “Ik heb niet zoveel tijd, beste jongelui. Wie wordt het?”
Ik.” De brunette nam voor het eerst het woord.
Mais enfin, Julie, en wat met…?”
“Jij lift verder. Ik stap nú in. Ik ben nat tot op mijn BH, Frederik.” Ze hees zich gezwind aan boord.
Dus jij laat me hier zomaar achter? Ik weet niet eens of iemand me zal oppikken.” Er trok een waas van boosheid en verontwaardiging over zijn gelaat.
“Jij redt je wel.” Waarna ze haar hoofd naar mij draaide: “Rijdt u maar, meneer.”
Gooi je even de deur dicht, Frederik?” meesmuilde ik. Ik gaf een korte dot gas.
Frederik bewoog niet. Hij stond op briljante wijze aan de grond genageld.
Julie reikte naar het handvat en trok met een vlotte beweging het portier naar zich toe. Op dat moment schoot Frederik wild naar voren en blokkeerde de deur met zijn linkerarm.
“Julie, je begaat een grote vergissing, ik zweer het je.”
“Nu niet sentimenteel worden, Fred. Ik zie je op het feest.”
De wanhoop in Frederiks ogen groeide waarneembaar.
“Meneer, is er geen plaats in de laadruimte? Ik maal daar niet om, echt niet.”
“Die steekt vol. Tweehonderd Lonicera’s. Dat is dus een
no go.”
“Ah, loni-, eh, loni-…”
“-cera’s. Dat zijn planten, Frederik. Laat je nou de deur los zodat we kunnen vertrekken? Ik moet deze dame naar een belangrijk feest brengen, zie je.”
Op dat moment liet Frederik geheel ontredderd beide armen langs zijn lichaam vallen waardoor zijn nog steeds geopende paraplu op het asfalt belandde.
“Julie.” Ik knikte even. Ze trok de passagiersdeur dicht. Mijn camionette zette zich traag maar gestaag in beweging. Ik gaf vervolgens extra gas om de pechtstrook enigszins gezwind te kunnen verlaten, waarbij ik Frederik middels een donkere dieselwalm aan het zicht onttrok.

Eenmaal de kilometerteller de honderd aantikte, draaide ik me in Julie’s richting. Ik stak mijn rechterhand naar haar uit.
“Aangenaam, ik ben Menck.”
Ze drukte mijn hand met een onverwachte stevigheid. “Julie. Maar dat wist je al.”
“Jammer voor je partner,” excuseerde ik me, “maar nood breekt wet.”
“Zit er maar niet mee. Het is de laatste keer dat ik hem heb gezien.”

Ze schonk me daarbij een glimlach die zo mysterieus was dat de Mona Lisa er terstond lijkbleek van zou wegtrekken.

Keek op de week

In mijn doorgaans erg boeiende bestaan gapen er wel eens gaten van banaliteit dan wel geborneerdheid. Ze zijn zeldzaam doch niet onbestaande.

Op dergelijke momenten kan ik doelloos uit het raam staren en me afvragen wie ooit als eerste met het woord ‘verveling’ op de proppen is gekomen.
Zij die me kennen weten dat ik me met veel graagte tot de mensen reken die op een tuinfeest in de regen blijven dansen, ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan. Helaas heeft het de laatste weken nauwelijks nog geregend en lokale tuinfeesten worden allengs zeldzamer.

Wat faits divers dan maar. Die schijnen de almaar meer met bloedarmoede kampende blogosfeer nog enigszins te kunnen boeien.
Wegens ‘I don’t like Mondays’ serveer ik u maar meteen…

[ DINSDAG ]

De dorheid van mijn week werd benadrukt door een beeld dat ik vastlegde op weg naar huis. Ik was drie straten van mijn deur verwijderd toen er een nijdige woei de kop opstak die stof voor een omineuze foto opleverde:

Thuisgekomen werd ik geconfronteerd met een laffe moord die zich op de deurmat had gemanifesteerd:

De meedogenloze dader verdiende niet min dan een passende terechtstelling, doch hij had zich, gewiekst als altijd, reeds vóór mijn onverbiddelijke vonnis in de bak opgesloten, daarbij de ogen sluitend voor de waarheid:

[ WOENSDAG ]

In een romantische tuin die ooit ontsproot aan mijn poëtische brein kuierde ik, diep inhalerend, tussen de blauweregen die naar zeep uit lang vervlogen tijden rook:

Ik bevond mij aldaar omdat ik er, verscholen tussen het vele groen, een voetbalveldje voor de kleinkinderen had aangelegd. Amper een week na het inzaaien, bemerkte ik reeds een zweem van groen op de gerolde bedding. Fijn zo.
Dat de frêle zaden niet waren gepikt door de massaal aanwezige vogels was te danken aan de constant wiegende en in de zon fel blikkerende linten waarmee ik het veldje had overwelfd:

Hiertoe had ik een VHS-cassette – kent u dat nog? – opengebroken. Videocassetteband is erg sterk, vele tientallen meters lang en geheel in onbruik geraakt. Tenzij dus in de hovenierswereld.
Op de cassette stond trouwens een liveoptreden van Michael Jackson. Veel moeite om diens ingewanden te ontrollen had ik bijgevolg niet.

[ DONDERDAG ]

Na het construeren van een uit gerecycleerde planken opgetrokken brandhoutberging bij trouwe klanten van me, monteerde ik er meteen ook maar een regenton naast. Gesteld dat het brandhout aan het branden slaat – what’s in a name, nietwaar? – dan is er toch al zeker water in de buurt om het te blussen.
Ik werd geprezen omwille van zoveel ingenieus inzicht doch vervolgens beschimpt omdat het welhaast nooit meer regent.
Dorre tijden, ik vermeldde het eerder al.

Die avond verblijdde ik mijn vader met een bezoek. Hij bevond zich, genietend van het laatste restje avondzon, op zijn terras alwaar ook Sigmund Edelhart, zijn trouwe papegaai, diens eerste stapjes buitenshuis mocht zetten na een ganse winter in de woonkamer te hebben vertoefd:

Dat het beest niet wegvliegt valt, behalve vadsigheid, ook toe te schrijven aan algehele vleugellamheid. Het gebrek aan vliegkracht compenseert de grijze roodstaart dan maar door gedurig luidkeels verwijten te scanderen in het West-Vlaams wijl hij naar elke vinger hapt die ook maar iets te dicht in zijn buurt komt.
Pa is ervan overtuigd dat het beest rust brengt in zijn leven. Gelukkig is mijn ouwe al een aantal jaren potdoof.

[ VRIJDAG ]

Madam Menck graveert minutieus een pas gedraaide kom alvorens ze af te bakken en boetseert daarna twee theelichthouders rond ballonnetjes. Haar bezig zien, maakt dat ik me compleet zen voel.

[ ZATERDAG ]

Mijn schoonouders nodigden ons uit op een visbarbecue in de tuin. Die dag is de zon volop van de partij en hetzelfde kan worden gezegd van onze petekindjes.
Nu ja, kindjes: het zijn op een wip en een scheet heuse juffrouwen geworden die zich ten volle op het leven storten. De ene is zeventien en verkent sinds kort de wereld al scooterend, de andere telt vijftien lentes en leeft zich per quad uit op een privéparcours. Ooit worden het wijven met ballen waarvoor de mannen zullen vallen als vliegen, hell yeah.

[ ZONDAG ]

De week werd afgesloten met een uitermate boeiende rondleiding achter de schermen van het Vogelopvangcentrum Oostende. We zijn lid sinds we er destijds een in onze schouw gesukkelde kauw ter verzorging binnenbrachten.

De daaropvolgende wandeling bracht ons bij schattige aaibare pony’tjes in de wei van iemand met een wel erg groot uitgevallen schotelantenne.
Ik vroeg me een poos af tussen hoeveel zenders je met zo’n apparaat keuze hebt en prees me vervolgens gelukkig dat ik geen tv-kijker ben. Het leven is zo al moeilijk genoeg.

U ziet het, beste luisteraar, mijn leven is op zijn minst zo boeiend als het zien groeien van een okergele paardenbloem in een verder geheel grasgroene beemd.

En u?

[ Foto’s: © Menck ]

Window shopping

Madam Menck, mijn aangetrouwde vrouw waarmee ik tevens gehuwd ben, kan gewoon niet langs een etalage lopen zonder haar nek schier te breken. Ze voelt zich aangesproken door zowat iedere etalagepop, ongeacht in welke winkel ze staat. Want in elke winkel hangt immers wel iets dat ze fraai vindt.
Nee, ze heeft geen gat in haar hand, maar in haar hoofd valt heel veel te combineren voor heel weinig. En van quasi alles weet ze wel iets leuks te maken als ze maar de juiste accessoires treft. En zodoende ontgaan die haar aandacht evenmin als ze de etalages voorbij wandelt.

In den beginne troonde ze me mee op dergelijke vestimentaire strooptochten. De belofte dat ik dan ook iets voor mezelf mocht kiezen, boette echter sneller dan ze had verhoopt aan aantrekkingskracht in.
De lezer die deze blog al wat langer frequenteert, weet hoe ik me voel bij shoppen. Mode interesseert me geen hol, hippe merknamen doen mijn hart allerminst sneller slaan en ik haat drukte nog meer dan Gargamel smurfen.

Groot was dan ook mijn madams verbazing toen ik een poos geleden voorstelde om te gaan winkelen. Ik had, zo luidde de verklaring mijner ongewone suggestie, een wel héél bijzondere en immens aantrekkelijke etalage ontdekt op een boogscheut van onze woonst.
Haar belangstelling was gewekt. Wat er wordt verkocht, wilde ze weten.
Vintage spulletjes”, antwoordde ik geheel naar waarheid. “In van die kekke oude kleuren bovendien.”
“Hm”, twijfelde ze ineens. Ze kent mijn liefde voor vintage, een liefde die niet meteen de hare is. “Ga maar alleen, schat. Neem rustig je tijd. Je krijgt carte blanche van me, als je het maar niet te bont maakt. Hou het op één mooi stuk, wil je?”
Ik gaf haar een knallende zoen, griste mijn autosleutels van het haakje en stapte – huppelde, welhaast – naar mijn wagen.

Carte blanche, had ze gezegd.
En één mooi stuk.
Mo gow vint,(*) kom dat tegen, zeg!

[ Foto’s: © Menck ]

______

(*) Voor de Nederlanders: asjemenou

Zegt de ene boom tegen de andere

Bomen in groep communiceren met elkaar.
Dat klinkt ten zeerste onaannemelijk, en dat was ook het eerste dat bij me opkwam toen een boomchirurg me zulks een jaar of tien geleden verkondigde. Ik word in het ootje genomen, dacht ik nog. Doch de man nam zijn vak bloedernstig en stond nergens te boek als fantast.

Ondertussen weet ik dat de boomchirurg gelijk had. Bomen communiceren en interageren namelijk via een ondergronds schimmelnetwerk dat hen binnen een bepaald ecosysteem verbindt middels hun wortelgestel. Deze symbiose maakt het onder andere mogelijk dat voedingsstoffen gedeeld en verdeeld kunnen worden tussen de verschillende bomen onderling.
De grotere en oudere bomen, de moederbomen genoemd, zorgen er alzo voor dat zaailingen en jonge boompjes het halen, want de ouderlingen staan nu eenmaal in voor het voedingsbeheer van de ganse gemeenschap. Als een moederboom sterft – of wordt omgehakt – riskeren jonge boompjes in diens nabijheid het loodje te leggen.

Dat is pure larie”, opperde Gino. “Ik heb dat stupide broodjeaapverhaal ook al meegekregen.”
Gino is de mens die wel eens bijspringt als ik handen tekort kom.
“Lees erover en verrijk je kennis, beste Gino”, antwoordde ik schouderophalend. “Ik bespaar me alvast de moeite om je te overtuigen.”
Gino is een man met meningen waar hij doorgaans rotsvast van overtuigd is, ook al raken ze soms kant noch wal.
“Dus,” begon hij aarzelend, “als ik deze ouwe rakker hier omleg, dan zullen de vierentwintig anderen dat, eh,
voelen?”
“Voelen is veel gezegd. Maar de interactie via hun wortelgestel, en dan vooral via de
mycorrhiza-schimmeldraden waarin het vervlochten zit, stelt de andere bomen op de hoogte dat hun welvaren wordt verstoord.”
Ik moet wellicht als een belachelijk pedante professor hebben geklonken, want Gino keek me bepaald meesmuilend aan.
“Voor de, ahum, goede orde, Menck: als er één boom omvalt, ontstaat er een soort kortsluiting in de elektriciteit naar de andere bomen toe. Is dat het?” Hij schraapte zijn keel.
“Helemaal niet verkeerd voorgesteld, Gino.”
Prompt schoot hij in een daverende lach. Wat zeg ik: hij verslikte zich welhaast in onbedaarlijk geschater.
Weet je, Menck,” proestte hij, “vertel dit vooral niet teveel verder. De mensen zouden kunnen denken dat je… Enfin, je weet wel wattes.” Hij maakte met zijn wijsvinger een draaiende beweging tegen zijn slaap.
Hebben ze jou op school weleens een betweter genoemd, Gino?”
“Vaak, Menck. Héél vaak.” Met een krachtige ruk trok hij zijn kettingzaag in gang. “En dat kon me helemaal niets schelen”, bulderde hij over het tumult heen. Waarna hij zijn zaag resoluut tegen de stam drukte en het weldra houtpulp begon te sneeuwen.

Is de kabel aangehaakt?” riep ik naar de kraanbestuurder. Hij stak vanuit zijn cabine een duim omhoog. Ik zette mijn oorkappen op en wekte nijdig mijn trouwe Stihl tot leven.
Terwijl ik mijn eerste slachtoffer inwendig hoorde schreeuwen toen ik zijn ruwe bast openhaalde, beeldde ik me in dat de noeste en met kromme groeven dooraderde schors Gino’s rug was. Ik voelde terstond mijn hartslag dalen.

[ Foto’s: © Menck ]

 

* * *

Ruim tachtig procent van de vijfentwintig dennen in deze bostuin werd na gedegen onderzoek zwak dan wel ziek verklaard. Aangezien er reëel gevaar bestond voor ontworteling bij guur weer, werd wijselijk besloten om tot de kap over te gaan, niet in het minst omdat de woning zich middenin de dennengroep bevond.

De dennen (grove den / grenen) werden indertijd kunstmatig aangeplant als houtwinning voor de Limburgse mijnbouw. In deze ganse regio vind je nog legio overgebleven exemplaren. De meesten hebben een hoogte van rond de dertig meter en tal van omvangrijke naaldhoutzones zijn gemeentelijk beschermd op basis van uitzichtbepaling.

Dag van de Arbeid: ontspanning alom

Eén mei, Dag van de Arbeid.
In ons land een vrije dag, in Nederland niet (meer).

Terwijl Katrien onder een lauwwarm zonnetje asperges aan het dunschillen is, daarbij een gezicht trekkend alsof ze al een week of drie lijdt aan obstinate constipatie, neem ik mijn camera ter hand voor een tour du jardin.
Het moet zowat geleden zijn van toen ik nog slank en viriel was dat ik u fotogewijs meetroonde doorheen onze groene oase. In de hoogdagen van de blogosfeer deed ik zulks wel vaker. Thans kuier ik nog maar zelden louter genietend doorheen onze tuin. Het lot van een kleine zelfstandige, vrees ik.

Onze tuin is nu ruim twee decennia oud. Destijds legden we hem aan als romantische verzameltuin. In de loop der jaren is de vasteplantencollectie uitgegroeid tot om en bij de 750 soorten.
Gezien de geringe beplantbare oppervlakte – zeven are – hebben wij weinig grote bomen. De groenblijvende eik en de Japanse sierkers springen daarbij het meest in het oog qua omvang. Verder vindt u hier een handvol bolacacia’s, bolcatalpa’s, een drietal sierappelaars en een flink uit de kluiten gewassen krentenboom. De goed ontwikkelde pruikenboom (Cotinus coggygria) sluit de rangen.

Van het voorjaar tot omstreeks halfweg juli vind ik de tuin op zijn best staan. Daarna speelt, en al zeker de laatste jaren, de droogte hem parten.
We tuinieren op zandgrond. Een dergelijke bodemsoort houdt regenwater maar matig vast. En aangezien het hemelse vocht door de veranderende klimaatomstandigheden een zeldzaam goed aan het worden is, moeten we soms vechten tegen de bierkaai om onze oase groen te houden. Daarbij kunnen we beroep doen op een regenwaterput van 15.000 liter. Lijkt veel, maar schoot de afgelopen paar zomers danig tekort. Als er straks ook nog eens een strengere restrictie komt op het gebruik van leidingwater, zal dorheid elke (na)zomer ons deel zijn. Het gevolg is niet zelden het verlies van planten die het in dergelijke omstandigheden te benauwd krijgen.

Dat laatste is overigens de aanleiding waardoor plantgoed zo verrekte duur is geworden.
Mensen gaan hun door droogte of ziekte afgestorven flora vervangen. Dan doen ze, zo leert ons de realiteit, zelfs massaal. Zulks resulteert in het voorjaar in een stormloop naar tuincentra of plantenkwekerijen. Die kunnen de planten op den duur niet vlot of voldoende genoeg meer aanslepen. Opnieuw een grootschalig kweekprogramma opstarten, vergt tijd. Er ontstaan dan ook al snel grote lacunes in het aanbod. En dan weet u het wel: veel vraag en weinig aangeboden koopwaar resulteert in stijgende prijzen.
Het maakt het er voor mij als hovenier ook niet bepaald makkelijker op. Almaar hogere prijskaartjes en een allengs moeilijker leverbaar assortiment zorgen er voor dat klanten weleens afhaken.

Edoch, ik wijk gigantisch af.
Want tenslotte wilde ik u vergasten op een zonnige rondleiding doorheen onze tuin in voorjaarstooi.

>> DE UITGEBREIDE REPORTAGE, MET FOTO’S OP GROOT FORMAAT, VINDT U HIER. <<

.

O, trouwens, wat betreft die asperges uit de foto bovenaan dit logje: ze waren succulent, zeg ik u!

[ Foto’s: © Menck | foto’s uit de reportage op PICMENCK mogen vrijelijk worden gebruikt mits bronvermelding ]

Uit het (hoveniers)leven gegrepen

Als hovenier betreed ik de meest uiteenlopende tuinen. Op vrijwel elk groen perceel steel ik met mijn ogen, want hoe alledaags een tuin soms ook lijkt, er valt vaker dan verwacht wel iets te ontdekken. Fijne creaties, creatieve oplossingen en charmante trouvailles leg ik met graagte op de gevoelige plaat vast, al zeker als ze vallen onder de noemer ‘goed(koop) gevonden’.

* * *

Behalve misschien in het schuurtje van opa, op – vooral Waalse en Franse – brocantemarktjes en in sommige veel te dure vintagewinkels, vindt u quasi nergens anders meer de geheel in onbruik geraakte metalen flessendroogrekken. Ze zijn zwaar, overmaats en voorbijgestreefd.

Ooit waren dergelijke rekken een zekere noodwendigheid en werden er melk-, limonade- en waterflessen op gedroogd teneinde die (verplicht!) proper te kunnen retourneren aan de plaatselijke melkboer dan wel brouwer. Heden leven we al tijden in een plasticmaatschappij en is een flessendroogrek nog slechts folklore.
Al zijn er tuiniers die een dergelijk vergeten object toch een coole nieuwe bestemming offreren:

* * *

Wat doet een kattenliefhebber wiens geliefde huisdier liever in de tuin dan binnenshuis vertoeft? Juist: een gezellig eigengemaakt buitenverblijf onder het lover voorzien voor dat beest, kekke kussentjes incluis:

* * *

Een zieke boom omleggen en de stam in moten zagen, betekent niet altijd dat er brandhout wordt gewonnen. Wat dacht u bijvoorbeeld van een geheel eigentijdse overwinteringsplaats voor egels?
Dit kunstzinnige ontwerp werd later trouwens afgewerkt met aarde, graszoden en mos. Ganz toll!

* * *

Bolacacia’s snoeien en de takken aan de composthoop toevertrouwen? Geen verkeerd idee, al kan er ook, zelfs gedurende langere tijd, eerst een tuinhoekje plattelandsromantisch mee opgeleukt worden:

* * *

Een kruiwagen die het hard te verduren krijgt, slijt en roest en wordt uiteindelijk afgeschreven. In plaats van hem dan maar meteen naar het containerpark te verwijzen, kan er evenzeer wat creatiever mee worden omgesprongen:

Bij diezelfde klant van me eten (’s winters) en drinken (’s zomers) de vogeltjes uit zijn handen:

* * *

Een wat kleinere tuin(hoek) kunt u optisch groter doen lijken door pienter gebruik te maken van een forse spiegel. Eenmaal strategisch goed geplaatst, creëert hij een immer in beweging zijnde trompe-l’oeil:

* * *

Plankresten gooi ik zelden weg. Want niks is leuker dan ze te investeren in nuttige kleinoden voor tuin en terras:

* * *

Wilt u op Moederdag vrouwlief verrassen met een weelderig en langlevend boeket zonder uw bruintje te plunderen? Vanaf volgende maand kan zulks weer volop. Een vaas gevuld met in de berm geplukt Fluitenkruid oogt ronduit feeëriek.
Of het wegnemen van Fluitenkruid langs de kant van de weg ook wettelijk te verantwoorden valt, weet ik echter niet, doch ik vergrijp me er jaarlijks meermaals aan.

* * *

Een deels vergane, lekke waterton een tweede leven geven? Met potaarde in plaats van water kan ze prima als attractieve plantenkuip dienen!

Hetzelfde geldt overigens voor zinken exemplaren:

* * *

Een aanhanger hoort bij een hovenier als bier bij een café. Maar soms, heel soms, laat dat ding het afweten en wordt het ter verzorging bij de remorquedokter gedropt. Op dergelijke momenten komt de plantrekker in mij naar boven: een bolderkarretje is dan alvast beter dan niets:

* * *

Bij één welbepaalde klant van me was het verlangen om ooit eens een ijsvogel bij zijn vijver aan te treffen een pak groter dan zijn gevoel voor goede smaak. Ach, nood breekt wet, zeg maar:

* * *

Eindigen doe ik met een foto die me tevreden en gelukkig stemt. Want als hovenier plant je meermaals een tuin aan zonder, enkele jaren later, het volwassen resultaat te mogen aanschouwen. Bij onderstaand stukje (voor)tuin kon dat wel, en bovendien vanuit de hoogte.
De foto nam ik vorig jaar in juni toen Rosa ‘Jacky’s Favorite’ (*) op haar fraaist te bewonderen viel tussen het symmetrisch opgebouwde groen van siergrassen en bolbomen.
Onstuimigheid binnen de perken: gotta love it.

[ Foto’s: © Menck | laatste foto aanklikbaar voor groter ]

____________

(*) Een creatie van Jaak ‘Jacky’ Vangampelaere, (gepensioneerd) professioneel rozenkweker, en tevens mijn schoonvader. De roos werd op mondiale schaal gecommercialiseerd wegens haar unieke eigenschappen.