Weg met de Cydalima perspectalis!

Van alles heb ik geprobeerd: bezwerende slaapliederen zingen, hun kopjes masseren met bleekwater, ze met een veertje onder de oksels kietelen, ze laten kijken naar alle programma’s waar Annemie Struyf in opdraaft en met een verschroeiende laserstraal in hun ogen schijnen. Niks hielp. Zelfs drie welhaast opeenvolgende douches met het exotisch geurende Bio-Pyretrex brachten nul zoden aan de dijk.

En aldus heb ik deze week mijn stoute (hand)schoenen aangetrokken en al die recalcitrante klootzakken verbannen naar andere oorden, hun habitat incluis. Kortom: adieu rupsen van de buxusmot. Mijn klandizie zullen jullie alvast niet meer belagen wegens eveneens adieu buxushagen.

Drastisch?
Misschien.
Doch vergis u niet. Want de – nimmer aflatende – bestrijding kost u ofwel handenvol geld ofwel eindeloos veel moeite/tijd ofwel beide. Om over de constant weerkerende ergernis nog maar te zwijgen.
Ik heb me alvast resoluut teruggetrokken uit dit gevecht tegen de bierkaai en dat ook aan mijn gewaardeerde cliënteel medegedeeld. Alras bleek dat ik hierin veelvuldig geruggesteund werd/word als ik maar met alternatieven op de proppen kan komen.
En die zijn er.
Taxus baccata, bijvoorbeeld. Of als het dan toch enigszins op buxus moet lijken: Ilex crenata of Lonicera nitida. Zelfs ligustrum is een waardige (doch bladverliezende) vervanger. Alles is heden beter dan buxus. Want wie buxus bezit, krijgt steevast de gelijknamige mot op bezoek. En die legt eitjes dat het niet mooi meer is. Eitjes waaruit erg fraai ogende doch bijzonder vraatzuchtige rupsjes komen. Zeg nú al maar dag met het handje tegen al uw moeizaam verkregen topiaryborders; vroeg of laat zit de mot erin. Sowieso.

Onderstaand toon ik u een gevalletje buxusvervanging. Het is onderhand een routineklus geworden. De klant in kwestie opteerde voor Lonicera nitida Maigrün. Voordeel: goedkoop. Nadeel: minstens twee scheerbeurten per jaar nodig. Veelal drie.
De aanvankelijke keuze viel nochtans op de veel beheerster groeiende Ilex crenata, de groenblijver die buxus vormelijk het dichtst benadert. Dat was: tot de prijs aan bod kwam. Want Ilex crenata is vooralsnog pokkeduur. Wie een aantal jaren wil/kan wachten, zal geheid de aankoopprijs zien zakken. Doch als je tuin vol rosse, dode buxus staat, wil je zoveel doffe ellende simpelweg niet nog langer aanschouwen.

Lonicera nitida Maigrün wordt doorgaans in plastic potten van anderhalve liter verkocht. Om polsontwrichtend schepwerk met een plantenschopje te vermijden, creëerde ik, middels een slijpschijf, een handig werkinstrumentje uit een conisch gevormde zinken vaas met dezelfde diameter als een dergelijke pot. De werking ervan is vergelijkbaar met die van een eenvoudige bollenplanter: tot op de gewenste diepte in de grond duwen en bovenhalen maar.

En daarna is het bijna bandwerk:

  • een reeks putjes maken;
  • putjes tot bovenaan vullen met water;
  • planten erin stoppen en aanduwen;
  • nogmaals stevig begieten…

… om straks – binnen de kortste keren, that is – het resultaat van voor de ingreep te bekomen:


(foto: juli vorig jaar)

Geef toe: a child can do the laundry, isntiet?


[ Foto’s: Menck ]

Gedeukt: ego & co

Het is werkelijk onbeschrijflijk hoe ik me kan laten opnaaien door hersenloze losers die iemands have en goed beschadigen. Zo ook vorige vrijdagavond nadat een dergelijke onverlaat de ganse rechterachterlichtunit van mijn bestelwagen naar de filistijnen had geholpen en alsmede het plaatwerk op een zodanige wijze had geremodelleerd dat de roestduivel er thans vrij spel op heeft. En dan zwijg ik maar over de esthetische kant van zoveel smakeloos deuk- en blutswerk.

Het eerste wat ik dacht toen ik met een zaklamp in de hand de schade aanschouwde, was: wat zou ik die rekel graag eens mijn gedacht zeggen. Wat ik ook deed. Want het toeval wil namelijk dat ik die gast ken. Dientengevolge schold ik hem de huid vol en verwenste ik hem dat het niet mooi meer was. Want, ziet u, die brokkenmaker is niemand minder dan schrijver dezes.

Nochtans: de behoedzaamheid waarmee ik die avond achterwaarts de oprit van een klant verliet, was niet min dan voorbeeldig. Alleen hulde het hol waar ik me bevond zich in een duisternis van heb ik u daar. De overzichtelijkheid van mijn schuur op wielen laat sowieso al danig te wensen over, maar op dat moment reed ik echt zowat op de tast. En ineens was er die nare, doffe bons. Een geluid dat ik prompt herkende van toen ik, vele jaren eerder, eens achterwaarts tegen een betonnen paal reed.
U mag tweemaal raden waartegen ik deze keer abrupt tot stilstand kwam. Yep, een betonnen paal. Een verlichtingspaal dan nog wel. Eentje met een pitje waar zelfs een theelichtje zich laatdunkend over zou uitlaten. Puh.

In alle eerlijkheid mag ik tevens gewag maken van een dodehoekongevalletje. Want noch in mijn spiegels noch door mijn achterraampjes kon ik de lantaarnpaal ontwaren. En zodoende dirigeerde ik mijn busje zonder argwaan de straatkant op. En ineens was daar dus die paal. Die van rechts kwam. De seut.

De snelheid die mijn blikken doos op het moment van aanrijding had ontwikkeld, was niet meer dan stapvoets. In verhouding is de schade dan ook best aanzienlijk te noemen.
Conclusie: een autocarrosserie lijkt heden wel opgetrokken uit aluminiumfolie. Of, zoals alle voertuigfabrikanten daartegenin brengen, uit welberekende kreukelzones. Dat van die kreukels geloof ik voortaan alvast direct.

Toeme toch.

[ Foto: Menck ]

Giveaway: tel en win!

Waar eens een twee meter brede Leylandiihaag stond – die dit voorjaar waarlijk compleet naar de filistijnen was – kwam na verwijdering een lange strook niemandsland vrij. Mijn klant had er graag een houten schutting en Waldsteinia ternata ofte goudaardbei voor in de plaats gehad.
En alzo geschiedde, na eerst de magere zandgrond danig te hebben opgewaardeerd:

Enig nadeel bij zulk een operatie is de manshoge hoeveelheid P9-potjes die resteert na het aanplanten.
Alhoewel, nadeel: als u kunt raden hoeveel dergelijke potjes zich in onderstaande toren tegen mijn tuinpoort bevinden, doneer ik de eerste die het correcte antwoord in het reactieluik plempt met veel graagte een veertiendaagse all inclusive reis naar het exotische Damascus, Syrië.
Da bomb, zeg ik u, u moest al aan het tellen zijn!

* De laatste foto is aanklikbaar voor groter ter vergemakkelijking van de telling. *


[ Foto’s: Menck | Dit schrijfsel kadert in de Zomermodus van deze blog. ]


U P D A T E:

Ik plantte een strook aan van 13 x 2 meter ofte 26 vierkante meter in totaal.
Als je weet dat er per vierkante meter tien planten ter aarde werden besteld, ligt het antwoord voor de hand: 260 plantjes en dus evenzoveel P9-potjes.
Er kwam helaas geen winnaar uit de bus. Volgende keer beter, folks.

Volle maan

.

.
Boven het veld verschijnt de volle maan
boven de stad ziet iedereen haar staan
het is volle maan je voelt het overal
katten en honden wisten het al
wie kan er nou gaan slapen?

’t Is volle maan ik voel me zo klein
alles verdampt in zilveren schijn
en ik vergeet mijn huis en mijn naam
want alle mensen roep ik aan
wie kan er nou gaan slapen?

Iedereen gaat voor het open venster staan
iedereen zegt “dat is de mooiste maan
die ik in heel mijn leven heb gezien
was het een kaas, we beten erin”
wie kan er nou gaan slapen?

– vrij naar Wannes Van de Velde


[ Foto: Menck | Dit schrijfsel kadert in de Zomermodus van deze blog. ]

#levedelente!

De Salvia aurea ‘Kirstenbosch’ bloeit weer in onze tuin. Dit Zuid-Afrikaans curiosum is het soort plant waar je tuinbezoekers fier naar meetroont. Hij groeit uit tot een middelhoge heester met fraaie bladeren en een frappante bruinrode, welhaast koperkleurige bloei:

Vorige en deze week was en ben ik geheel en al in de ban van de lente. Ze openbaart zich dan ook bijzonder fraai dezer dagen en zorgt ervoor dat ik compleet bevlogen mijn handen uit de mouwen steek. Of dacht u dat werken onder deze schone jongen een straf was?

Even geestdriftig als kortstondig tooien ook de krentenbomen (Amelanchier lamarckii) zich met duizenden frêle bloemtrossen. Binnenkort wordt er poëtische lentesneeuw verwacht:

Niet getreurd voor wie geen of geen grote tuin bezit: in elk minituintje of op ieder balkonnetje past wel een teil gevuld met exquise voorjaarspraal of een pot boordevol feeërieke vreugdesymbooltjes:

Geel, wit en blauw voeren de hoofdtoon in de vroege lentetuin:

Wat mij betreft: ik voel me, zowel beroeps- als hobbymatig, de koning te rijk. Ik hoop van harte dat u hetzelfde voorrecht geniet.


[ Foto’s: Menck | Dit schrijfsel kadert in de Zomermodus van deze blog. ]

Zomermodus

Deze blog gaat, naar jaarlijkse traditie, in zomermodus. Concreet houdt zulks in dat:

  • er minder frequent schrijfsels zullen verschijnen;
  • de bijdragen beknopter en minder doorwrocht zullen zijn;
  • de reactiemogelijkheid soms zal worden afgezet;
  • ik uw blogs blijf volgen doch veel minder zal reageren;
  • het beroepsmatig al een ganse tijd ongelooflijk druk is en dit nog een behoorlijke periode zal aanhouden.

Wie me, om god weet welke reden ook, wil contacteren, kan dit e-mailgewijs via: