N.v.d.r.

Het had wat voeten in de aarde, maar de dames en heren van WordPress hebben hun beste beentje voorgezet en me uit de nood geholpen. Ik kan, kortom, weer reageren op wordpress.com-blogs.

Kolder of op zolder?

Herinnert u zich nog het amusante vragenvuur dat een poos geleden door de blogosfeer waarde? Het heette ‘The randomness of being’.
Laat ik even terugkomen op vraag 14 van die tag, die ik toen alzo invulde:

14 | Als je iets kon veranderen aan je huis – ook al is het niet handig of mogelijk – wat zou het dan zijn?

De plannen voor een hobbykamer op zolder zijn al getekend. Nu de uitvoering nog. De klusser in mij wordt reeds uitzinnig bij de gedachte alleen al.
Het wordt een ruimte waar mijn madam ongestoord haar geliefde hobby – pottenbakken – zal kunnen uitoefenen. Daar mag ze naar hartenlust het toerental van haar draaischijf opvoeren, morsen met klei en spatten met glazuur.

Ik mag dan al een enthousiaste doe-het-zelver zijn, erg hoog durf ik de lat zelden te leggen. Sterk in het iets ruwere werk, zeg maar, en bij voorkeur in robuuste composities voor buiten.
Nu lijkt het wel alsof ik vaak de Franse slag hanteer, doch niets is minder waar. Er schuilt wel degelijk een perfectionist in me die streeft naar een zo degelijk mogelijk afgewerkt product dat ook nog eens gezien mag worden. Mijn grote lacune is echter gepast werkgerief. Voor elke taak het best geschikte – vaak peperdure – materiaal aanschaffen, niet zelden voor een eenmalige klus: mij niet gezien. Ik vul die leemte bij voorkeur op met creatief denken en de zogenoemde truken van de foor.

Edoch, een volledige kamer construeren op onze zolder is een emplooi van een gans ander kaliber. Want wat ken ik nou van valse muren, verlaagde plafonds, een verhoogde vloer en elektriciteit? Er was, kortom, enige zelfstudie nodig alvorens ik me in de handen mocht spuwen.
Nooit gedacht dat het www me op zo goed als alle vragen die in mijn hoofd rondspookten een pasklaar antwoord zou kunnen bieden. Vooral YouTube was in dezen een machtige informatiebron met zijn glasheldere instructievideo’s.
Bovendien had ik me voorgenomen om een rode draad te trekken doorheen deze allerminst lucratieve schnabbel: “Alles zo goedkoop mogelijk zonder aan soliditeit in te boeten.

Wat denkt u, beste lezer: wist ik mijn belofte aan Katrien – al dan niet eigenhandig – te vervullen? Heb ik me voor een of meer puntjes moeten beroepen op derden/vaklui om me uit de miserie te verlossen? En vooral: kan mijn madam nu eigenlijk al morsen met klei en spatten met glazuur?

Bevredig uw nieuwsgierigheid door HIER te klikken, gij allen.

______________
N.v.d.r.: Ik verkeer nog steeds in de onmogelijkheid om te reageren op wordpress.com-blogs, m.u.v. mijn eigen stek. Afgaand op de mail die ik deze week mocht ontvangen, is WordPress “ermee bezig”.

Redactioneel

Sinds een dag of twee verkeer ik in de onmogelijkheid om reacties te plaatsen op WordPress.com-blogs. Van zodra ik een reactie aan het scherm wil toevertrouwen, verschijnt de melding “Verbinden met WordPress.com” samen met het zoekwielicoontje dat tot in den treure rondjes blijf draaien.
Ik lees uw logs wél, wil maar wát graag reageren, doch WordPress denkt daar helaas compleet anders over.
Ik hoop dat een en ander snel opgelost raakt, want alzo buitengesloten worden, vind ik allerminst fijn.

Under a mask

Mijn madam draagt, als de situatie zulks vereist, bij voorkeur een gifgroen mondmasker met daarop het tricolore logo van haar werkgever. De opdruk is fris en modern van vormgeving. Ze noemt het dan ook haar lievelingsmondmasker.

Een mondmasker – mondkapje voor de Nederlanders – is geleidelijk aan het verworden tot een trendy ding en een tastbaar medium voor een statement. Wie een ordinair wit of zwart stoffen masker draagt of – o treurnis – een blauwwit papieren exemplaar, uit zich heden nog slechts als een defaitistisch individu dat er door nood toe gebracht werd gebukt te gaan onder die obligate broeierige lap. Doch die mistroostige gelatenheid maakt gaandeweg plaats voor clemente revolte.

Steeds vaker duiken mondmaskers op die de deels onherkenbaar gemaakte drager weer een gezicht geven. Een prominent aanwezige ‘tanden bloot’-glimlach als opdruk verraadt een optimistische geest, een opgestoken middelvinger een rebels karakter en met een levensechte print van dat deel van het gezicht dat bedekt wordt, wil de mens achter het masker demonstratief uit de anonimiteit treden.

Deze week mocht ik me verheugen in een allegaartje van originaliteit.
Voor me aan de kassa stond een jong vrouwspersoon schattig te wezen met haar roze masker bezaaid met blauwe cirkels. Of er een boodschap achter zat, valt te betwijfelen, maar de overdosis aan koddigheid maakte het lange aanschuiven ineens wat draaglijker.
Twee oude besjes op de parking van datzelfde winkelcomplex droegen beiden een mondmasker met vintage look: grote kleurige bloemen op een okergele achtergrond. De coolness droop eraf. Bovendien waren ze zich maar al te bewust van de blikken die ze toegeworpen kregen, want ze etaleerden het sierlijke stukje stof met een flagrante parmantigheid.
En wat te denken van het personeel van de zaak van wie het masker gegarneerd was met het bedrijfslogo en daaronder “Onze prijzen laten uw mond openvallen!”

Gemeengoed is het allemaal nog niet. Maar de kentering is gaande.
Tenslotte moeten we het nog een hele poos uitzingen met zulk een zweetdoek op onze facie. Onze vrijheid is dezer dagen een pak kleiner dan onze fantasie. Dat de commercie hier geraffineerd op inspeelt, vind ik dan ook helemaal oké. Want alleen mensen met verbeelding hebben oog voor de werkelijkheid.

En u?
.

The randomness of being

Teneinde het relatieve silentium mijner blog wat te doorbreken – ik ben offline met duizend-en-een dingen bezig – onderwerp ik me voor u met graagte aan een amusant vragenvuur dat al een poos in de blogosfeer rondwaart.

1 | Pak het boek dat het dichtste bij je ligt, ga naar pagina 18 en zoek regel 4.

Deze zin, die er eigenlijk geen is, komt uit Stephan Vanfleterens ‘PRESENT’, de bijbel voor al wie superieure fotografie in de armen sluit.
Deze drie kilogram zware en ruim 500 bladzijden tellende turf is een indrukwekkend overzicht van Vanfleterens oeuvre en geeft een compleet beeld van hem als fotograaf, als kunstenaar en bovenal als mens, die met empathie, verwondering en nieuwsgierigheid in het leven staat.
Grote fan, ik.

2 | Strek je linkerarm zo ver uit als je kan. Wat kan je aanraken?

Aangezien deze vraag in het midden laat of ik mijn arm al dan niet naar links, naar rechts of naar voor dien te strekken, houd ik het maar op het laatste. In dat geval raak ik, zoals u onderstaand kunt bemerken, de monitor van mijn desktop aan.

3 | Wat deed je voor je deze tag begon in te vullen?

Ik was aan het werk in de Oost-Vlaamse negorij Nieuwkerken-Waas alwaar ik een haag heb geplant van 70 stuks Portugese laurier. (Prunus lusitanica ‘Angustifolia’)
De opdracht werd met een niet mis te verstane aandrang gesommeerd, wars van mijn meermaals herhaalde waarschuwing dat de bodem thans te droog is voor een dergelijk manoeuvre. Ik vrees dat de tuineigenaren – een stel sympathieke edoch eigenwijze dertigers – zullen mogen opstaan om water te geven willen ze de groenblijvende heg groenblijvend houden.
Onder meer om die reden reik ik al jaren geen bezegelde plantgarantie meer uit.

4 | Wat hoor je op het moment?

Vanuit de living dringt het geluid van de televisie mijn bureel binnen. Te oordelen naar de kakofonie van klanken – hijgen, kreunen, onmiskenbaar klaarkomen – ontrolt zich de een of andere erotische prent op de buis.
Later vernam ik van Katrien, na enige aarzeling, dat ze die avond geen tv heeft gekeken. Haar rooie kop sprak boekdelen.

5 | Wanneer ben je voor het laatst buiten geweest? Wat deed je toen?

Rond halftien vanavond. Ik zette de PMD-zak tegen de brievenbus, trakteerde de maan op een knallende broekhoest en slofte terug naar de voordeur wijl ik wat verderop iemand in de lach hoorde schieten.

6 | Heb je gedroomd afgelopen nacht?

Ik was twaalf, bevond me met mijn ouders op de kermis alwaar ik een gigantische suikerspin overhandigd kreeg die ik terstond met gretige happen naar binnen werkte. ’s Morgens vond ik mijn hoofdkussen niet meer. Paniek, zeg ik u.

7 | Wanneer heb je voor het laatst gelachen? Waarom?

Toen er in het journaal werd aangekondigd dat de een of andere malle Chinees een vleermuis had verorberd en daar behoorlijk ziek van was geworden.
Sindsdien is het lachen me wat vergaan, eigenlijk.

8 | Wat hangt er op de muur van de kamer waar je in bent?


Een fractie van mijn uilencollectie


Een werkje van Katriens hand, olie op doek


Aquarel ‘Aquatic Splendor’ (150 x 100 cm) van Brent Heighton

9 | Zou je het ooit overwegen te emigreren?

Nope. Geen enkel oord dat kan tippen aan het romantische, aanminnige, natuurrijke en mondaine Ichtegem.
Een weelderige paalwoning op de vloedlijn van het tropische Bora Bora als tweede verblijf sla ik echter niet af.

10 | Door wie ben je voor het laatst gebeld?

Door Marie-Jeanne die liet weten dat de cake klaarstond in de veranda.
Alras bleek dat ze een verkeerd nummer had ingetoetst. Jammer, want cake.

11 | Laatste keer dat je in een zwembad zwom?

Augustus 2015. Een privézwembad in de tuin van vrienden. Het water was echter zodanig koud dat mijn flieter schier geheel eclipseerde. Sindsdien hou ik het bij warme douches als liquide vertier.

12 | Luister je op het moment naar muziek?

Stubru uit het behang. Een quasi dagelijkse happening, eigenlijk.
Momenteel jaagt Gunter D. het zwijn door de bieten. Pómpen!

13 | Welke kleur is de vloer van je slaapkamer?

14 | Als je iets kon veranderen aan je huis – ook al is het niet handig of mogelijk – wat zou het dan zijn?

De plannen voor een hobbykamer op zolder zijn al getekend. Nu de uitvoering nog. De klusser in mij wordt reeds uitzinnig bij de gedachte alleen al.
Het wordt een ruimte waar mijn madam ongestoord haar geliefde hobby – pottenbakken – zal kunnen uitoefenen. Daar mag ze naar hartenlust het toerental van haar draaischijf opvoeren, morsen met klei en spatten met glazuur.

15 | Wat is het laatste wat je hebt gekocht?

Een flink uit de kluiten gewassen Fatsia japonica ‘Spider’s Web’. Ik heb een aanzienlijke schaduwplek in de tuin op te vullen.

16 | Ooit op een moto gereden?

Jazeker, want toen ik madam Menck leerde kennen, was ze een motard van het zuiverste bloed. Ze scheerde over ’s Heren wegen op een dieprode Amerikaanse Honda Magna 750cc. Leren jekker. Leren broek. Leren pijpen.
De moto hebben we verkocht omdat de praktische bruikbaarheid van een auto preferabel werd.


Scan van een analoge foto

17 | Wat is het verste weg dat je ooit bent geweest?

Pescara, halfweg de Italiaanse laars aan de Adriatische Zee. Er is geen groot reiziger aan mij verloren gegaan, ook al was die trip toentertijd een ronduit onvergetelijke belevenis om meerderlei redenen.

18 | Heb je ooit een trofee/beker gewonnen?

Telt een medaille ook? Voor een verdienstelijke actie op de (burger)dienst Slachtofferhulp van de Rijkswacht, later de Federale Politie. Ja, stiekem nog steeds fier op. De job werd me uiteindelijk mentaal te zwaar.

19 | Hoe heette je eerste huisdier?

Tica. Dat was een Japans nachtegaaltje. Na drie jaar fluitgewijs ons gehoor te hebben geteisterd, lag het zangvogeltje op een blauwe maandagmorgen dood op zijn zitstok.
Of op de grond van zijn kooi, sla me dood.

20 | Wat is de laatste film die je in de bioscoop hebt gezien?

Ik vermoed Titanic. Doch samen met dat schip is ook mijn liefde voor de cinema finaal gekelderd. Ik word bloednerveus van dat lange stilzitten.

21 | Wat doe je als je je verveelt?

Ik spring in mijn champagnekleurige Porsche 911 Turbo en scheur wat rond. Als dat geen uitweg biedt, verkies ik het zachte deinen dat ik ervaar in de bordeauxrode velourszetels van de Esmeralda, mijn jacht in de Nieuwpoortse haven.

Kortom: als ik me verveel, sla ik weleens aan het fantaseren.

22 | Wat wilde je vroeger worden?

Oud.
Het is gelukt.

23 | Met welke auto rijd je?

Beroepshalve doorkruis ik Vlaanderen middels een ondertussen danig geblutste Nissan camionette (annex dubbelassige kipper). Een trouw doch spartaans beest.


Privé bezig ik, zij het veeleer sporadisch, een MINI Countryman, ook al claimt mijn madam die bolide als de hare.

24 | Wat voor jobs heb je gehad?

  • Verkoper bij MAN trucks West-Vlaanderen;
  • Verkoper bij DAF trucks Torhout;
  • Verkoper bij DAF trucks Brugge;
  • Corrector in uitgeverij Die Keure in Brugge;
  • Dienst Slachtofferhulp bij de Rijkswacht/Federale Politie;
  • Zelfstandig hovenier, en daarmee uiteindelijk het roer compleet omgegooid, zoals ik het al tijden begeerde.

25 | Hoe ver van je geboorteplaats woon je?

Dertig kilometer en drie komma vijfenzeventig centimeter.

.
Nog iets?

.

[ Foto’s: © Menck ]

PLOG: Corona non grata

Al de woorden die ik op deze stek wil loslaten, voelen ineens aan als quatsch en holle frasen in het licht van de ons omringende ellende.

Mijn niet zelden onzinnige schrijfsels steken maar schril af tegen de huidig heersende gesteldheid van bittere ernst, beroering, behoedzaamheid en tristesse. Dientengevolge laat ik mijn blog almaar vaker voor wat hij is.
Hoewel het niet altoos spreekt uit de inhoud van mijn toetsenvruchten, ben ik een behoorlijk beladen en kwetsbare mens die dezer dagen soms duchtig heen en weer wordt geslingerd tussen weerbarstigheid en deernis, beklemming en euforie alsmede morositeit en gelatenheid.

Als ik bijvoorbeeld nog maar dénk aan hoe mijn ouwe vadertje op heden in zijn eentje aanmoddert zonder de voor hem zo cruciale lijfelijke aanwezigheid van zijn geliefden, voel ik welhaast fysiek hoe zijn veerkracht stukje bij beetje afbrokkelt. Hij plengt naar eigen zeggen regelmatig een traan en is veel sneller geëmotioneerd dan voordien, een term waarmee hij doelt op het precoronabestaan. Hierdoor verlies ik van de weeromstuit alle goesting om online nog wat beuzelpraat te gaan verkopen. Ik hoop dat u mij deze humane reactie kunt vergeven. In ruil beloof ik u beterschap van zodra zich een waardige opflakkering van herstel annex versoepeling aandient.

Anderzijds wil ik evenmin toegeven aan de amorele nukken van die zogenoemde onzichtbare vijand. Dat doe ik door me zo veerkrachtig mogelijk op te stellen terwijl de dag zich ontrolt. Er zijn zelfs momenten dat ik mezelf betrap op fluiten of neuriën tijdens beroeps- dan wel hobbymatige klussen. Dat zijn de momenten waarop ik er, niet zelden onbewust, in slaag mijn nare geestesarbeid te verdrijven door blijmoedige gedachten. Die momenten koester ik als waren ze hemelse nectar. Nectar die ik wil hamsteren zoals dwazeriken wc-papier.

Neemt u deze week voor een keertje genoegen met een woordarm plogje?
Het is een fotogewijze opsomming geworden van datgene waarmee ik me de laatste weken zoal onledig hield teneinde mijn obscuriteit de kop in te drukken. Komt wel goed.

.
A | BINNEN


↑  Het bureel werd heringericht en opnieuw geverfd in een frisse teint. De rekken rechts, die een deel van mijn uilenverzameling herbergen, vervaardigde ik uit langwerpige houten kisten waar grote filmrollen voor de grafische sector in getransporteerd werden. Het lange werkblad waar de monitor op staat, is een eigen creatie.


↑  De hal werd gerenoveerd. Het langste stuk van deze T-vormige ruimte is tien meter lang. Muren, plafonds en (10!) deuren veranderden van beige naar sneeuwwit.
Op bovenstaande foto werd de primerlaag aangebracht. What a difference some paint makes!


↑  Madam Menck in diepe concentratie. We brachten elk een complete eindlaag aan, zowel wat muur- als lakverf betreft.

↓  Hieronder treft u enkele foto’s van het eindresultaat:

.
B | BUITEN


↑  Katrien voert een verbeten strijd tegen de klimop op de pannen terwijl ik het opruimen en hakselen voor mijn rekening neem.


↑  Het voorlopige resultaat: een huis met een dikke, groene kuif. Die wordt volgende week geëlimineerd.


↑  Ik bestelde en plantte een boom: een hoogstam sierpeer ofte Pyrus calleryana “Chanticleer”. Draagt prachtige voorjaarsbloesems en ondergaat een mooie gouden herfstverkleuring.


↑ ↓  Aan de achterdeur komt een paadje in blauwsteen. Het vorige oudmodische exemplaar ging ik met de drilboor te lijf.
De buxussen op de onderstaande foto hebben te lijden onder de droogte.

↓  En verder is het natuurlijk heerlijk toeven in de tuin. Thank God for our garden in deze coronatijden, zeg.

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Gemondkapt aanmodderen

De lockdown waarin we welhaast mondiaal verzeild zijn geraakt, maakt dat ik – net als ongetwijfeld velen onder u – zo stilaan toch wat zwaar op de hand aan het worden ben. Gelukkig zijn de strohalmen waaraan ik me optrek nog steeds sterk genoeg.

Als zelfstandig hovenier kan ik dan wel reglementair aan de slag blijven, doch ook in mijn vak loert het vermaledijde virus om elke hoek. Zo draag ik tijdens het arbeiden voortaan een mondmasker om de excessieve speekseloverdracht mijner overwegend bejaarde klandizie, die in meer gevallen dan ik bevroedde nog nooit van social distancing heeft gehoord, te weren.
Dat zulk een beschermende lor wat mij betreft niet bepaald een zegen is, valt te wijten aan mijn ongerijmde gewoonte om om de haverklap mijn lippen te bevochtigen met mijn tong. Het gevolg hiervan is dat het aanvoelt alsof ik mond en neus afscherm met een iets te intens gebruikte en pas afkoelende beflap. Met de uitzonderlijk zomerse temperaturen van de afgelopen week, leek het daarenboven alsof ik gedurig aan het vapen was, terwijl het gewoon mijn eigen mondvocht betrof dat via die vunzige vod verdampte. Moge de huidige koelere week daar please verandering in brengen.

Bovenstaande paragraaf kan de indruk wekken dat ik thans weder geheel de slaaf van een overvolle agenda ben geworden, doch niets is minder waar. Er zijn namelijk nog aardig wat klanten die de aanwezigheid hunner vertrouwde hovenier dezer dagen (lees: weken) niet op prijs stellen wegens latent besmettingsgevaar. Als zij in hun kot moeten blijven, dan ik ook maar.

En dus rest er mij meer vrije tijd dan me lief is. Tijd om aan het thuisfront zowel binnen als buiten diverse klussen uit te voeren die ik anders toch maar voor me uit zou hebben geschoven.
Verven, om er maar eens eentje te noemen. Ik beheers die nobele ambacht behoorlijk, doch executeer hem node. En aangezien de eindeloos lijkende quarantaine madam Menck en ik de gelegenheid biedt wat karweien van grotere omvang aan te gaan, verfden we meteen maar de hal en alle tien deuren die er op uitkomen. Wij betrekken een bungalow, ziet u. Daarin is een lange gang met veel deuren welhaast een conditio sine qua non.
Het eindresultaat van ons kwastenspel stemt zowel Katrien als ik uiterst tevreden. Wat voorheen een massieve expositie van vage zandkleuren was, is heden verworden tot een maagdelijk witte entree. Een langgerekte witte gang met plenty witte deuren: het is toch nog eventjes wennen. Als we onze woning binnenstappen, voelt het nog steeds alsof we een ziekenhuis betreden. Straks toch maar proberen om alvast díe knop om te draaien.

Á propos, wit: die kleur heerst niet alleen binnenshuis. Ook in de tuin, waarin ik steeds meer mijn heil zoek, is er momenteel een ware sneeuwexplosie aan de gang, slechts sporadisch onderbroken door een vonkje rood. En daar heb ik foto’s van. In dit annus horribillis zijn het shots die oplichten als fel fonkelende sterren in een verder compleet duistere nacht.

De bewijzen van onze verflust schotel ik u in de loop der lockdown geheid ook nog voor. Ik heb dus nog wel even de tijd, zeg maar.

.


Ondertussen net uitgebloeid: krentenboom (Amelanchier lamarckii).

Nog volop hun pracht tentoonspreidend (sierappel- en -kerselaars):

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Huizenjagers: speciale editie

Na afgelopen zondag – wat een overheerlijk weertje! – een paar baantjes te hebben getrokken in ons verwarmd olympisch zwembad, twee stukken vanuit Zambia geïmporteerde nijlpaardfilet aan de barbecue te hebben toevertrouwd, een halfuurtje in de op zolder geïnstalleerde cederhouten infraroodsauna te hebben vertoefd en ter verkoeling daarvan een helikoptervluchtje boven Oostende te hebben geëxecuteerd – wegens te lui om de luchtballon uit de paardentrailer te halen en die te verhitten voor een relaxerende wolkenvaart teneinde mijn chakra’s in de juiste banen te dirigeren – begon ik me toch ietwat te vervelen. Alledaagse dingen staan nu eenmaal snel tegen en aldus zocht ik later die dag mijn heil in wat creatief zaag- en timmerwerk ter algehele verstrooiing mijner kleurloze burgerbestaan.

Op een houten plank, die ik nog overhad na de bouw van onze indoorjacuzzi, tekende ik minutieus een handvol patronen uit. Vervolgens zette ik mijn wipzaag aan het werk, waarmede ik, voor alle duidelijkheid, niet de helft van mijn trouwboek bedoel. Al snel verkreeg ik alzo de benodigde houten vormpjes die in een logische volgorde aan elkaar werden getimmerd tot ik onderstaand tot volle tevredenheid stemmend resultaat verkreeg:

Het gaatje op mezenmaat – diameter drie centimeter – realiseerde ik met een klokboortje, waarna ik de kleine vogelvilla tevens van een landingsstokje uit sierpruimenhout voorzag. Ter afronding van het exterieur koos ik voor een restje oude rubberfolie als dakbedekking, hetwelk ik met nietjes fixeerde.

Noblesse oblige, en dus werden, alvorens te monteren, de binnenwanden van de vogelvilla bekleed met gestoffeerd Italiaans nappaleer. Tevens werd er een met dons gedrapeerd leg- en broedhoekje geconstrueerd ter grootte van maximaal acht eieren. Van dit uiterst elementaire onderdeel werden de zijkantjes afgewerkt met hoogwaardige Chinese zijde voorzien van een vrolijk voorjaarsbladmotiefje.
Het plafond van mijn vogelhuisje leukte ik op met een zonlichtimiterend ledlampje met fluittoonbediening, en ter finale completering voorzag ik de bodem van een op maat gemaakt stukje mosgroen Nepalees tapijt. Handgeweven, dat spreek voor zich.

Helaas vergat ik foto’s te nemen van de binnenkant. Mijn spijt is groot, want nu hangt het kleinood alreeds in de eik, de opening netjes naar het oosten gericht zoals menig vogelkenner immer voorschrijft.

Er is zodoende een nieuwe villa vacant in onze tuin. Benieuwd welk mezenkoppel deze speciale, gevleugelde aflevering van Huizenjagers wint.
Ik hou u, deemoedig en gedienstig zoals u mij kent, uiteraard op de hoogte van het verloop hiervan.

.

[ Foto’s: © Menck ]

Voor zij die ‘Huizenjagers’ niet kennen: KLIK!

Quarantaine sans gêne

Katrien drukt met een kleine keramiekspatel plakjes papierklei op een stevig opgeblazen ballon. De dunne partjes overlappen elkaar en vormen al snel een kom die zich strak om de latex luchtbol sluit. Daarna werkt ze het minutieus vormgegeven geheel af met een rudimentair aangebracht reliëfje.

Eenmaal de klei voldoende droog is geworden, zal ze de ballon laten knappen. Wat overblijft, is een holle creatie die zich, eens gebakken en geglazuurd, dienstig zal maken als eigengereide theelichthouder.
Het is telkens weer pure passie die mijn madam bekruipt als ze met klei bezig is, ook al doodt ze er thans vooral een ledig stuk coronatijd mee.

Gelukkig laat de zon zich dezer dagen overwegend van haar beste kant zien. Dan duiken we beiden welgemutst de tuin in.
In vergelijking met de vorige jaren staan we ver voor op schema. Er werd alreeds gesnoeid, geschoren en gewied, gekuist, geschikt en geplant. En er wordt bovenal genoten. De bloesems spatten als feeëriek voorjaarsvuurwerk van de sierfruitbomen, op tal van plaatsen wordt de klamme bodem gekliefd door bevlogen opduikend lentegroen wijl talloze baltsende mannetjesmezen, -mussen en -merels bronstige wijfjes onder hun aandacht trachten te kwinkeleren.

De lucht is, kortom, zwanger van een onstuitbare, grenzeloze geestdrift. Wij laten ons met veel graagte op sleeptouw nemen door deze dolle draaikolk van hartstocht, ook al gaat dit fraaie seizoen dan latent gebukt onder een abstracte volksvijand.
Zo ben ik het aloude houten tuinmeubilair te lijf gegaan met de hogedrukreiniger. Een dergelijke ingreep is absoluut not done, werd me ooit ingefluisterd door een gedreven houtbewerker. Hij zwoer bij hoog en bij laag dat de kern van het hout hierdoor beschadigd raakt. Dat zal best, doch ik heb gedurig nauwgezet gespritst met een aanvaardbare pressie. Immer handig, zo’n regelbare drukspuit.
Ons welhaast een kwarteeuw door weer en wind geteisterd – en nooit voorheen gereinigd – tuinameublement werd alzo getrakteerd op een verjongingskuur van heb ik u daar.

Heden oogt het terras weer ganselijk seduisant, doch gasten, alsook potplanten, blijven noodgedwongen nog wat uit. Ons leven ten volle kleuren, zal pas kunnen nadat de Boze Chinese Blafhoest met de noorderzon is vertrokken.
Mijn plannen voor een glorieus herenigingsfeest zijn nochtans zo goed als in kannen en kruiken. Familie en vrienden terug in de armen mogen sluiten, staat momenteel helemaal bovenaan mijn bucketlist.
Het wordt geheid een Garden Party die zijn weerga niet zal kennen. De barbecue zal worden verhit tot het vlees krijst om genade, de dranken zullen koel, fel en menigvuldig zijn en er zal gedanst en gelachen worden tot de nacht de ochtend wakker kust.

Hoeveel nachtjes slapen is dat nog?
En vooral: hoeveel keer de handen wassen?

.

[ Foto’s: © Menck ]

Caelum et terras miscere (*)

Niet zo lang geleden, toen Corona nog slechts de gemoederen beroerde van de Anonieme Alcoholisten, berichtte ik u over mijn houten terras en hoe rot het geworden was.

Dat relaas zette ik online voor ik besloot om een grote blogvakantie te nemen. Uw geheugen opfrissen kan overigens hier en hier.

Op het moment dat ik de oude fundering finaal verwijderde, vielen de mussen in groten getale dood van het dak door de premature hitte. April 2019 was de vroege aanzet van wat een van de heetste en droogste zomers sinds de eerste waarneming halfweg de jaren 1880 zou worden. Ik herinner me dat er dagen waren waarop ik tot vier flessen van anderhalve liter water met extreme begerigheid tot mij nam. Dat zijn hoeveelheden waar zelfs een middelgrote pony jaloers van wordt.

Terwijl de nietsontziende koperen ploert ongenadig mijn verzengde lijf teisterde, sleurde ik vierentwintig treinbielzen uit zes ton blauwe grind. Die tweeënhalve meter lange en loodzware liggers ging ik met de kettingzaag te lijf; ik deelde ze op in lengtes van een halve meter, een noodzaak om ze te kunnen behappen. Onverhoopt kon ik al die stukken in één (overbe)lading kwijt in het containerpark, zelfs al was dat niet geheel conform de aldaar gangbare reglementering. Lees: ik werd danig berispt doch mocht mijn vracht na de nodige discussies toch lossen.

De zesduizend kilo grind, zoals je dat heden nog steeds tussen de spoorbielzen vindt, kruide ik in een huurcontainer. Daar deed ik, rekening houdend met de geselende weersomstandigheden, menig uurtje over. Die avond dacht ik dat mijn benen waren gekrompen, doch het waren mijn armen die waren uitgerekt.

In een derde fase diepte ik spadegewijs de kurkdroge en navenant harde bodem uit tot op zowat vijfentwintig centimeter. Dat was nodig om een voldoende dikke laag gestabiliseerd zand in te voeren waarop dan de blauwsteen zou worden gelegd. Wórden gelegd, inderdaad, want die klus liet ik met veel graagte over aan een goed geoliede tandem vaklui. Ik had, zeg maar, ander katten te geselen.

En ziedaar, wat ruim twintig jaar lang drieëndertig vierkante meter houten plankier is geweest waarop allerhande mossoorten immer welig tierden, is thans verworden tot een strakke en onderhoudsarme tuinhoek. Doch ook nu geldt het credo van weleer: algehele verpozing galore.

Binnenkort – lees: begin mei – de kuipplanten uit de serre halen en samen met de tuinset terugplaatsen op onze gerevalueerde zonnestek en we kunnen, als zulks ons althans wordt gegund, nog vele decennia genieten als nooit tevoren.

Alvast een koel drankje, iemand?

(*) Hemel en aarde bewegen

[ Foto’s: © Menck ]