Categorie: Nieuwjaar

Schrijfsel 500

Vandaag had ik me voorgenomen
in de met eeuwig groen verweven
hangmat door te brengen tussen de
stevige stammen van de bomen dicht
boven de aarde en van de hemel ver
genoeg verwijderd om me een mens
op zijn plaats te voelen.

Maar het vroor.

Dus staat er koude vis op het menu
en familiewarmte à volonté
waarmee we het oude jaar verbranden
met kaarsen op een tafel vol glitter
die hoopvol schittert op wat komen zal
een jaar vol liefde, vreugd en ondeugd
voor allen die hier lezen en reageren.

Maar ook voor de lurkers.

M1 & M2

De deurbel onderging een langdurige marteling.
De getuigen van Jehovah waren gisteren al op blitzbezoek geweest, de brandweer had me afgelopen weekend hun jaarkalender aangesmeerd en de mannen van de ophaaldienst zullen pas na nieuwjaar alle vervuilers op hun ronde een gezond 2017 komen wensen. Eigenlijk verwachtte ik niemand, maar aangezien ik toch niks specifieks omhanden had, toog ik naar de voordeur met de bedoeling deze op een kier te openen. Tenzij het, om maar ’s iets te zeggen, een langharige blondine van hooguit vijfentwintig lentes betrof met diepblauwe kijkers, ellenlange benen en een bos hout voor de deur van heb ik u daar. Dan durf ik de voordeur al eens met veel gebaar uit haar hengsels te gooien.
Driewerf helaas; vanmorgen betrof het slechts de norse, dik bebaarde postbode. Hij hield een witte enveloppe in zijn hand en las daar netjes mijn naam van af, gevolgd door de vraag “Bent u dat?”
Ik kon niet anders dan hierop bevestigend te antwoorden. Dat leek hem te zinnen, want hij continueerde met “De afzender is straat en huisnummer vergeten te vermelden. Enkel uw naam, het postnummer en de gemeente staan op de omslag geschreven.”
Ik straalde een wijl omwille van de plaatselijke bekendheid die ik in dit gat genoot, tot ik besefte dat deze diender hier al minstens tien jaar lang elke dag trouw zijn zelfde rondje maalt. Hij kon onderhand zijn pappenheimers wel dromen.
“Van harte bedankt, postmans”, kraaide ik, waarna ik de enveloppe van hem overnam. “Ik zou u thans zó graag willen trakteren op een glaasje eindejaarbubbels, doch helaas bent u een geheelonthouder. Zelfs mijn onvermelde adres hebt u onthouden. Respect, man.” Waarna de beambte binnensmonds mompelend afdroop.

De enveloppe was dik en liet zich niet plooien. Ik gokte op een wenskaart. Deze gok bleek de juiste, want nadat ik de omslag enigszins onhandig had opengescheurd, ontwaarde ik de allermooiste kaart die ik in jaren mocht ontvangen. Het was een soortement van drieluik in dik handgeschept zandkleurig papier. Heel erg chic. Toen ik behoedzaam de kaart openvouwde, steeg er een zoete, aromatische geur uit op als had ze een ganse nacht liggen trekken in een bad gevuld met Miss Dior Chérie.
De tekst was zwierig geschreven met goudkleurige inkt:

Moge 2017 voor ons opnieuw het jaar der zwoele nachten worden waarin allesoverheersende tederheid en hevig smachten weer hand in hand zullen gaan met stomende seks.    Je verborgen engel

Geen naam.
Prompt krabde ik me stevig in het haar, de steeds sterker geurende wenskaart voor me uit houdend. “Je verborgen engel?” dacht ik luidop. “Hevig smachten? Stomende seks? Ikke?
Ik had maar wát graag “Yes!” geschreeuwd, doch noodgedwongen hield ik het bij een verbaasde “Qué?”. Tot er me iets begon te dagen.
Ik zette me aan mijn computer, opende 1207.be en tikte vervolgens mijn naam, familienaam, postnummer en gemeente in. Meteen zag ik mijn vermoeden bevestigd: ik had een naamgenoot. Krek dezelfde schrijfwijze. In een wijk op een steenworp hiervandaan. Dat toeval niet bestaat, zegt u? Think again, want dit schrijfsel druipt van de authenticiteit.
En nu?
De boodschap in gouden letters was niet van dien aard dat iemand anders dan de geadresseerde hem mocht aanschouwen. Deze afzending netjes terug dichtplakken en gewoon droppen bij mijn naamgenoot was evenmin aan de orde na mijn onbesuisde envelopvernieling. Maar anderzijds zou niemand argwaan koesteren indien ik de wenskaart gewoon in een andere enveloppe schoof. Helaas bleek dit exemplaar van een buitensporig formaat; dergelijk model van omslag had ik niet te mijner beschikking.
Right. Enige creativiteit drong zich op.
Ik nam een rol feestelijk uitziend cadeaupapier, knipte er een afdoende groot stuk af en wikkelde dat vervolgens om de wenskaart. Daarna tapete ik het zaakje subtiel dicht.
Met een tekenstiftje schreef ik er in drukletters mijn naam op en daaronder het adres van mijn naamgenoot. Geen postzegel, uiteraard. Vraagstelling daaromtrent liet ik met veel graagte aan de geadresseerde over.

Vanavond, als de duisternis mijn bevallige contouren zal omhullen, zal ik me naar de brievenbus mijner naamgenoot begeven om hem, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, het nieuwjaar zijner verlangen te doneren middels een welriekende boodschap.
Niks zo mooi als een happy ending, zeg maar.