Categorie: Weg van hier!

Soloduo

Ze stonden met zijn tweeën te liften op de pechstrook, iets wat volgens mij toch tamelijk verboden is. Hij, een sprietige slungel van rond de dertig in een loszittend grijs pak, hield een paraplu boven het hoofd van een verwaaid uitziende brunette in een grotendeels verregende inktzwarte jurk.

Zelfs vanuit mijn cabine ontwaarde ik het kippenvel op haar blote armen. Het was een graad of twaalf, het miezerde en de wind kwam bijzonder nijdig voor de dag. Mei op zijn best.
Ik trapte op de rem en bracht mijn geladen bestelwagen annex volle aanhanger een honderdtal meter verderop kermend tot stilstand. Meteen schakelde ik de vier richtingaanwijzers in en zag in mijn rechterspiegel hoe het duo naar me toe kwam gehold.
De jongeman opende de passagiersdeur en stak prompt ratelend van wal. Of ze mochten meerijden, hun auto had de geest gegeven, dat het nochtans een nieuwe en dure Mercedes was en dat ze verwacht werden op een zeer belangrijk feest, zich nog wilden opfrissen en de wegenwacht bellen.
Rustig, rustig, maande ik hem aan. Naar waar zijn jullie op weg?”
“Brussel, meneer. Het Radisson Blu Hotel. Dat is in de Rue du Fosse-aux-Loups. Enfin, de Wolvengracht. Rijdt u die richting uit?”
“Ik kan één iemand van jullie meenemen tot aan het Viaduct van Vilvoorde. Daar sla ik af richting Antwerpen.”
Er volgde een korte stilte.
“Hoezo, meneer,
één iemand?”
Ik wees naar de enige lege zetel naast me. “Dit is een camionette, beste vriend. Een wérkcamionette. Eén passagierszetel en verder alleen maar laadruimte. Wie van jullie stapt in?”
Ze staarden elkaar enkele seconden verbaasd aan wijl de regendruppels genadeloos uit hun haren lekten. De jongeman richtte zich tot mij.
“Is er echt geen mogelijkheid om ons twee…?”
“Neen.”
Weer blikten ze elkaar aan zonder iets te zeggen. Ik keek uitdrukkelijk op mijn horloge en daarna naar hen. “Ik heb niet zoveel tijd, beste jongelui. Wie wordt het?”
Ik.” De brunette nam voor het eerst het woord.
Mais enfin, Julie, en wat met…?”
“Jij lift verder. Ik stap nú in. Ik ben nat tot op mijn BH, Frederik.” Ze hees zich gezwind aan boord.
Dus jij laat me hier zomaar achter? Ik weet niet eens of iemand me zal oppikken.” Er trok een waas van boosheid en verontwaardiging over zijn gelaat.
“Jij redt je wel.” Waarna ze haar hoofd naar mij draaide: “Rijdt u maar, meneer.”
Gooi je even de deur dicht, Frederik?” meesmuilde ik. Ik gaf een korte dot gas.
Frederik bewoog niet. Hij stond op briljante wijze aan de grond genageld.
Julie reikte naar het handvat en trok met een vlotte beweging het portier naar zich toe. Op dat moment schoot Frederik wild naar voren en blokkeerde de deur met zijn linkerarm.
“Julie, je begaat een grote vergissing, ik zweer het je.”
“Nu niet sentimenteel worden, Fred. Ik zie je op het feest.”
De wanhoop in Frederiks ogen groeide waarneembaar.
“Meneer, is er geen plaats in de laadruimte? Ik maal daar niet om, echt niet.”
“Die steekt vol. Tweehonderd Lonicera’s. Dat is dus een
no go.”
“Ah, loni-, eh, loni-…”
“-cera’s. Dat zijn planten, Frederik. Laat je nou de deur los zodat we kunnen vertrekken? Ik moet deze dame naar een belangrijk feest brengen, zie je.”
Op dat moment liet Frederik geheel ontredderd beide armen langs zijn lichaam vallen waardoor zijn nog steeds geopende paraplu op het asfalt belandde.
“Julie.” Ik knikte even. Ze trok de passagiersdeur dicht. Mijn camionette zette zich traag maar gestaag in beweging. Ik gaf vervolgens extra gas om de pechtstrook enigszins gezwind te kunnen verlaten, waarbij ik Frederik middels een donkere dieselwalm aan het zicht onttrok.

Eenmaal de kilometerteller de honderd aantikte, draaide ik me in Julie’s richting. Ik stak mijn rechterhand naar haar uit.
“Aangenaam, ik ben Menck.”
Ze drukte mijn hand met een onverwachte stevigheid. “Julie. Maar dat wist je al.”
“Jammer voor je partner,” excuseerde ik me, “maar nood breekt wet.”
“Zit er maar niet mee. Het is de laatste keer dat ik hem heb gezien.”

Ze schonk me daarbij een glimlach die zo mysterieus was dat de Mona Lisa er terstond lijkbleek van zou wegtrekken.

Soms, hè!

2017.
Onze planeet warmt almaar meer op, de gemoederen raken mondiaal oververhit, de onverdraagzaamheid laat steeds hogere pieken optekenen, wereldleiders verworden tot narren, de haat, de armoede en het racisme regeren als nooit tevoren, extreem gedachtegoed zegeviert, de angst plooit zich als een nietsontziende vuist om ieders hart en de postbode heeft me geen nieuwjaarswens overgemaakt. Als zelfs mijn drieëntachtigjarige vader zich ineens bezorgd uitlaat over zijn toekomst, dan weet ik het wel: het jaar is naar de knoppen nog voor het goed en wel is begonnen.

En dan zijn er enkelen die me vragen wat mijn goede voornemens zijn voor 2017.

Straks maar eens mijn ‘Neuters gonna neut’-trui uit de kast halen, denk ik.


Voor de noorderburen: neuten.

Heel wat te biede: Ter Yde

Het was er zó onaards mooi dat ik mijn madam rozewolkgewijs voorstelde om er voor ons tweetjes een huisje neer te poten en er permanent te gaan wonen. Maar dat mag niet in een natuurreservaat, natuurlijk.

Zondag 14 augustus | Oostduinkerke | Exploratie ‘Ter Yde’

Zwoel, windstil en een handvol verdwaalde schapenwolkjes aan een verder staalblauw firmament: afgelopen weekend liet de zomer zich ontegensprekelijk van zijn fraaiste kant zien. Mijn madam en ik besloten die zondagmiddag om de benenwagen te nemen en daarbij de platgetreden paden bewust te mijden. Ons oog viel op natuurreservaat Ter Yde, een uitgestrekte duinengordel waar fauna en flora hun gang kunnen gaan zonder al te veel menselijke inmenging.
Achteraf gezien hadden we die dag misschien toch maar beter de koelte van een of ander bos opgezocht, want niet eens halverwege de ruige wandeling parelde het zweet ongegeneerd op onze beider voorhoofden en hadden mijn okselvijvers reeds apparente vormen aangenomen. We zetten onze klautertocht onder de loden zon verder na een poos te hebben gepauzeerd op een karakteristieke mosduin waar wat schaduw te rapen viel. Iets meer dan zeven kilometer sappelen door rul duinenzand in een zwaar glooiend kustgebied is in niets te vergelijken met een gezapige zondagse wandeling op de dijk of het natte strand, zelfs niet voor mensen mét een topconditie.

Ter Yde in Oostduinkerke is de verzamelnaam voor een uitgestrekt duinencomplex van 260 hectare. Deze natuurparel heeft een grote variatie aan duintypes zoals duinpannen, duinbos, open graslanden en kammen vol dwergstruweel en vormt een brede overgang tussen duin en polder.
Het Hannecartbos, dat er deel van uitmaakt, is een nat elzenbroekbos waardoor de enige duinbeek van de Vlaamse kust stroomt. Een wandeling door dit natuurreservaat openbaart kwetsbare en zeer gediversifieerde flora, schitterende landschappen en wilde paarden en ezels die een deel van het gebied begrazen.

Onze kust is ronduit lelijk, vinden veel landgenoten. Ze storen zich voornamelijk aan de monotone, allesoverheersende hoogbouw. Maar de kustregio omhelst zoveel meer dan bewaakte zonnebaadzones, wandeldijken en veel te dure restaurants en prullariawinkeltjes. Het natuurschoon treft u niet zelden al op een steenworp van deze commerciële bastions. Enkel voor wie het toeristisch circuit wil verlaten, dat spreekt.
Overigens is het geheel en al onwaar dat de Belgische strandlijn slechts zou worden gevormd door flats, betonnen zeewering, schreeuwerig beschilderde strandcabines en overbevolkte terrasjes. Ik ben er, chauvinist zijnde, dan ook maar weinig mee opgezet als mensen me wijsneuzerig verkondigen dat ze naar Nederland dienen uit te wijken “om aldaar nog ongerepte stukken strand en natuurlijke duinen te treffen”.
Triple bah.

De dag afronden deden we desalniettemin op het – compleet verlaten – strand. Daar heerste een verfrissende woei. De ondergaande zon zorgde daarenboven voor genietbare taferelen.

[ Foto’s: Menck W. ]


Meer foto’s zien? KLIK.

The Crystal Ship

The Crystal Ship is een grootschalig evenement rond kunst in de openbare ruimte dat dit jaar, samen met een massa creatief talent, in Oostende neerstreek. Wereldbekende kunstenaars creëerden gigantische muurschilderingen en fantastische installaties die een permanent artistiek parcours vormen in de binnenstad.

Ook op de minder toeristische Oosteroever zijn een aantal knappe werken te bezichtigen van het kunstenfestival.
Op de Hendrik Baelskaai siert bijvoorbeeld een doorleefde visserskop de zijgevel en silo van de voormalige ijsfabriek ‘Everest’. In het gebouw huist nu Architectenbureau Quemas.
Dit knap kunstwerk is van de hand van Guido van Helten, een hedendaagse realistische street artist afkomstig uit Brisbane, Australië. Hij studeerde beeldende kunst en experimenteerde veel met aquarel.
Van Helten maakt reusachtige portretten op uitdagende muren met een appreciatie voor het architecturale karakter van de gebouwen. Hij inspireert zich op oude foto’s waardoor de muurschilderijen zeer realistische portretten voorstellen met daarbij veel emotie door het nostalgisch karakter.

Meer weten over The Crystal Ship? CHECK.

[ Foto: Menck | aanklikbaar voor groter ]

Update: voor volgend jaar is een vervolg voorzien.

Herfstidyllisch Brugge

Ons land zou volgens de meteorologen van Accuweather een wisselvallige herfst kennen, waarbij korte warme perioden zullen eindigen met regen of storm.
Vooral in oktober en november kunnen krachtige stormen in West-Europa voor windschade en overvloedige neerslag zorgen.

[ De Morgen, 30 augustus 2015 ]

Afgelopen zondag, zijnde gisteren, was daar in ieder geval hoegenaamd niks van te merken. Want onder een zeer welwillend herfstzwerk trokken madam Menck en ik richting het Venetië van het Noorden alwaar we de vesten, het Begijnhof en het Minnewaterpark onveilig maakten met de reflexcamera. Ons doel: Brugge in al zijn herfstidylle vastleggen. We vermeden hierbij uitdrukkelijk de groenarme binnenstad met zijn shoppende mensenzee.
Of een en ander gelukt is, kunt u beoordelen via PicMenck, de no click image viewer van deze blog.

Creatief met Helleborus

You gotta love Helleborus.
Terwijl zowat de hele tuin nog dor is en in winterslaap, is hij de voorbode van de lente. Als een soort van belofte – in diverse maten, vormen en kleuren – die stante pede stevig omarmd wordt.
En toch. Helleborus is niet immer de makkelijkste plant in de tuin. Soms slaat ze aan, soms helemaal niet. Helleborus is kieskeurig qua standplaats – een beschut plekje in de (half)schaduw in goed doorlatende, kalkhoudende en voedzame grond – en gevoelig voor allerlei schimmels en ziekten. Maar eerlijk is eerlijk: Helleborussen groeien te onzent sinds jaar en dag als kool en tieren er welig, ongeacht de soort of variëteit. Ik plant ze, knip tijdig hun bladeren, doneer ze wat kalk en verder laat ik ze ongemoeid. Geen centje pijn. Zelfs spontane zaailingen vallen me jaarlijks te beurt.

Koren op Helleborus’ molen is zijn veelzijdigheid. Hij doet het in volle grond, als potplant op een terras of balkon, als snijbloem en zelfs als drijfbloempje op water in de huiskamer. In het laatste geval laat u aan de bloemen een centimetertje steel. Vul een schaal met water en posteer de bloempjes – bij voorkeur in diverse kleuren en vormen – er zodanig op dat ze het ganse wateroppervlak bedekken. Magisch!

Het afgelopen weekend bezochten madam Menck en ik de jaarlijkse Helleborusdagen van vasteplantenkwekerij Het Wilgenbroek in Oostkamp, nabij Brugge. Die lopen overigens nog tot eind deze maand. De kwekerij is wereldvermaard omwille van haar Helleborussen. Februari is daar dan ook dé topmaand bij uitstek.
We mochten er de Helleborus Award meemaken, de allereerste editie van een wedstrijd waarin maximum 25 floristen konden meedingen. Doelstelling: het creëren van het mooiste bloemstuk met Helleborus. Dat weekend werden de werken getoond aan het publiek en heeft ook een vakjury de creaties beoordeeld en prijzen toegekend.

Maar er is meer. Want op zondag 22 februari om halfdrie presenteert Grote Tuindame Dina Deferme er ‘Een leerzame reis doorheen de seizoenen in tuinen met gemengde borders’, een voordracht over het gebruik van planten in de tuin om het gehele jaar door van te genieten.
En op zaterdag 28 februari komt Wim Lybaert (VIER) er om 14:30 tal van basisbegrippen en allerhande tips voor een geslaagde moestuin uit de doeken doen in ‘Hoe start ik een moestuin?’. De deelname bedraagt telkens vijf euro.

Bon. Ik zal er alvast bij zijn op 28 februari. En van het afgelopen weekend heb ik tal van beelden voor u. Ik heb ze netjes gerangschikt op PICMENCK, de no click image viewer van TWAAIT.

Allen daarheen!

Brugge die Gesellighe | Kerst 2014

De Brugse winkelstraat par excellence, de Steenstraat, braakte afgelopen zondag een kleurrijke, deinende mensenzee uit op de Grote Markt. Madam Menck en ik lieten ons, geheel noodgedwongen, meevoeren op deze stuwende stroom kijk- dan wel kooplustigen. Een zwaar verkouden mannenmens hoestte meermaals onbeschaamd in mijn nek, ik kreeg tig teisterende porren in mijn rug, viel ei zo na over een verdwaalde kinderbuggy en bleef met mijn jas haken aan een scheef tegen een gevel geplaatste kerstboom vol kitscherige lampjes. De stad geurde naar een mengeling van oliebollen, warme wafels, paardenstront en glühwein. Rokerige worstenstandjes benamen me bijwijlen de adem. Er werd gelachen, geroepen en gezongen; een permanente en nimmer aflatende kakofonie van geluiden gelardeerd met allerlei muzakjes en muziekjes. En uitgerekend op zo’n dag gaan wij toeristje-in-eigen-stad spelen.
De horror?
Toch niet. Ik geniet er namelijk met volle teugen van dat provinciestad Brugge thans ook eens in de wat latere uurtjes nog volop vibreert van het leven. Ik hou bovendien van mensjeskijken en sfeerproeven, vooral in deze tijd van het jaar. Kerst heeft, hoe u het ook draait of keert, iets magisch, ook al is het dan voornamelijk opgeklopte commerciële magie. Er zijn lichtjes in tweeëndertig kleuren en evenzoveel flikkeringen, er werd een heuse schaatspiste opgetrokken met daarrond tientallen stalletjes vol prullaria die voor geen meter verkopen en er wandelen zoveel Kerstmannen rond dat zowat elke min-zesjarige prompt begint te twijfelen aan de authenticiteit van de Enige Echte. Dolletjes.
Meermaals haalde ik mijn camera boven om Brugge die Gesellighe vast te leggen. De mensenstroom achter me hield dan even halt om me mijn ding te laten doen. Ik schoot haastig en uit de losse pols, wierp de vele geduldigen een luide ‘Thank you’ toe en zwengelde vervolgens de stroom weer aan nadat een gekke Japanner inderhaast nog een foto van mij wilde nemen. Alleen God en hij weten waarom, maar het zal beslist niet zijn omdat hij dagelijks overzees mijn blog leest.
In de C&A – na de Fnac het enige winkelpand dat we bezochten; Atlantic Wall van Stephan Vanfleteren was helaas uitverkocht – schafte ik me op vijf minuten tijd een antracietkleurige trui aan van negenentwintig euro. Een verwennerijtje mijner madam. Tijdens opwellingen is ze best wel een schat.

En u? Mijdt u stereotiep het ganse jinglebellstheater als de pest of hebt u er stiekem toch een dikke boon voor?
Wat er ook van zij: ik dompel u met graagte even onder in de warme kleuren en de broeierige foule die ik op een meteorologisch koude zondagavond heb vastgelegd. Geheel virtueel, dat spreekt.

Kerst in Brugge beleeft u tenvolle middels de no click image viewer die PICMENCK heet. Mary Kristmus, gij allen.