Categorie: Video

This is THE voice

.
Die avond zaten we beiden onderuitgezakt op de bank met een dekentje over onze moegestreden benen. De tv stond afgesteld op een digitaal muziekkanaal en strooide gedempte klanken de woonkamer in. De zithoek werd subtiel geïllumineerd door twee sfeerlampjes.

Op Katriens schoot hadden Chatblis en Zohra zich behaaglijk zij aan zij genesteld. Ze sliepen of deden alsof, want hun oren stonden gespitst en vingen ongetwijfeld, net zoals de mijne, het vertrouwde tikken op van breipennen die elkaar tijdens het kruisen lieflijk groetten. Vanuit mijn rechter ooghoek zag ik hoe vlot mijn madam het lichtvoetige spel van vlugge vingers, dikke naalden en warrige wol beheerste. Nog even en ik word eigenaar van een zwarte cardigan met minuscule bleke spikkels. Nooit geweten dat er zoiets als gespikkelde zwarte schapen bestaan.

Mijn aandacht werd afgeleid door de schittering van de welhaast perfect ronde maan die me door de voorramen van de living een stralende goedenavond toewierp. De ganse eettafel baadde in een gevoileerd licht dat het zelfgecreëerde tafelstuk feeëriek in de schijnwerpers zette.
In mijn hoofd overliep ik de dag van morgen. Een gedegen planning vooropstellen is het halve werk. Het gebeurt wel vaker dat ik zulks executeer vanuit mijn luie zetel.
Katrien niesde kort. En nog eens. Daarna hervatten de breinaalden hun nobele taak.

“Zeg, schat”, brak ik de relatieve stilte.
“Ja?” Ze antwoordde sloom en keek niet op.
“Moest jij nou je favoriete zangstem van de eenentwintigste eeuw moeten kiezen, van wie zou die dan zijn?”
Het gebeurde wel vaker dat we lukraak een onderwerp aansneden om daar dan op verder te breien. In het verleden zijn alzo reeds geestige en boeiende gesprekken ontstaan. Doch dit keer liet ik me leiden door wat het tv-kanaal op dat moment bracht: het niet meteen zoetgevooisde stemgeluid van Bronski Beats Jimmy Somerville. Toen die groep nog hoge ogen gooide, rolde ik met de mijne. Wat een oorpijniging was me dat, zeg.
“Da’s een moeilijke, Menck. En van de eenentwintigste eeuw? Ik zou het niet zo meteen weten.”
“Waag je er toch eens aan.”
“Hm. Ik heb het wel voor Brian Johnsons ruwe stemgeluid, eigenlijk. Ook na de nillies blijft hij razend actueel.”
Katrien heeft al decennia een voorliefde voor AC/DC, dus vond ik haar mening mogelijks wat te vanzelfsprekend.
“Dus dat is voor jou hét mooiste stemgeluid? Het mag anders ook een vrouw zijn, hoor.”
“Ik denk niet dat er een vrouwenstem is die daaraan kan tippen. Zoals die gast zingt: zowat alle octaven komen aan bod. Oké, ondertussen is hij al een jaartje ouder. Maar het nieuwe album (N.v.d.r.: ‘Power Up’) heeft me toch weer compleet overtuigd van ’s mans vocale talent. En jij?”
“Ik?”
“Aan welke zanger of zangeres behoort jouw favoriete zangstem?”
“Ik twijfel tussen twee.”
“Ga dan gewoon voor beiden.”

En dat deed ik.
Hieronder, meer bepaald.

En u? Welke artiest anno de eenentwintigste eeuw kan ú vocaal in de zevende hemel brengen?

.

1. Eddie Vedder (Pearl Jam)

2. Chris Cornell († 2017) (Audioslave)

Naast zijn eigen muziek – start to google, folks! – vind ik deze twee covers ronduit supergaaf:

The best is yet to come

.
De talrijke reacties die ik mocht ontvangen op mijn voorgaande schrijfsel waren hartverwarmend, helend en vooral onomwonden. Veel commentaren heb ik een paar keer herlezen omdat ze de troost boden die ik zocht, de warme humaniteit offreerden die in deze kwade tijden al eens durft zoek te raken en de stimulans waren die ik ten zeerste vandoen had. En dat, beste lezer, is wat ik bedoel met de wezenlijke interactie van het bloggen; de meerwaarde ervan is werkelijk onbetaalbaar. Waarvoor dank.

Twee dagen na publicatie van dat logje werd ik – alsof ze aldaar geabonneerd zijn op mijn stek – gecontacteerd door de afdeling chirurgie van het lokale ziekenhuis met de melding dat mijn operatie aanstaande vrijdag zal plaatsvinden. Maakt u zich hierover vooral geen zorgen, dat doe ik wel in uw plaats.
De ingreep is noodzakelijk. Ik bespaar u de details, maar grofweg komt het erop neer dat mijn gezicht via een heelkundige noviteit zal gewisseld worden met mijn reet omdat mijn adem te veel stinkt. U zult me naderhand herkennen aan mijn brede verticale glimlach. Doch tot zover de medische kant van het verhaal.

Om mijn inferieure humeur wat op te krikken, heb ik een beroep gedaan op mijn grenzeloze en onbeteugelde fantasie, zelfs in die mate dat ik ze meenam in een grandioze droom die ik u niet wil onthouden.
Ik was de CEO van een internationaal gerenommeerd hoveniersbedrijf. Mijn ruim vierhonderd man sterk veldpersoneel kon de onafgebroken binnenstromende opdrachten welhaast niet bolwerken.
Teneinde ook de boekhoudkundige en administratieve kant meester te blijven, had ik een honderdtal secretaressen in dienst genomen, zorgvuldig geselecteerd op hun beloftevolle capaciteiten en, geheel toevallig, allen jonger dan vijfentwintig.
De dag was gekomen dat ik mijn hondstrouwe medewerkers rijkelijk wilde belonen voor hun tomeloze inzet. De werkmannen ontvingen elk een bonus ter waarde van zegge en schrijve honderddertig euro en twee uren vrije tijd op elke eerste paaszondag van de maand september.
De secretaressen, tenslotte de groep met wie mijn samenwerking het innigst is, trakteerde ik op een veertiendaagse vakantie op het zonovergoten subtropische eiland Bora Bora met mezelf als enige reisleider. Zon, zee, strand, muziek en dans, totale zorgeloosheid en geheel verstoken van corona: life as we knew it.

Om het enigszins aanschouwelijk te maken, bied ik u onderstaande video aan. Zet uw geluid op tien, leun achterover en ga helemaal op in zoveel fraais.
Weet alvast één ding: als dat smerige virus finaal de pijp aan Maarten heeft gegeven, zal grenzeloos genieten effectief helemaal bovenaan op mijn to-dolijst prijken. Met de hand op het hart, wat ik u brom.
.

Ten baetens van

Als een legendarische klassieker zo magistraal wordt heruitgebracht, en als zulks dan ook nog eens gebeurt in het kader van een initiatief dat me bijzonder genegen is, kan ik niet anders dan er een logje aan wijden.

Actrice Veerle Baetens en The Broken Circle Breakdown Bluegrass Band brengen een eigenzinnige, beklijvende cover van ‘Laat ons een bloem’ van Louis Neefs. Zo willen ze Natuurpunt helpen om geld in te zamelen voor méér bos in Vlaanderen.
Doe ook uw duit in het zakje, en kom mee planten! Meer info vindt u HIER.

Amaïs nog niet (*)

Als jongeling, toen ik nog uitermate knap, bijzonder viriel, heel erg single, compleet onvermoeibaar en ten zeerste potig was, ging ik verschillende keren aan de slag bij een loonwerker tijdens de maïsoogstseizoenen om wat bij te verdienen. Een rijbewijs G was – en is nog steeds voor wie geboren is vóór 1982 – geen verplichting als meerderjarige. Zodoende mocht ik elk landbouwvoertuig tot een maximumgewicht van 44 ton besturen.
Ik kreeg ieder seizoen weer de grasgroene hakselaar toegewezen, een luidruchtige en enigszins aftandse John Deere.

De taakomschrijving was even kort als efficiënt: slaap weinig en werk veel. Een dag- en nachttaak naeen tot een goed einde brengen, was geen uitzondering. We hielden ons wakker met sterke koffie, zware shag en tonnen camaraderie. Want het moet gezegd: de groep waarmee ik van maïsveld naar maïsveld trok, was zulk een toffe bende dat ze voorgoed in mijn geheugen gegrift staat.

Deze week heb ik al meermaals teruggedacht aan dat avontuurlijke verleden, aan het goddelijke gevoel van vrijheid dat ik toen had, het niet aflatende gekscheren met elkaar en het besturen van zo’n machtige machine waarmee je immer op je hoede moest zijn en waar je toentertijd, zelfs met gehoorbescherming, potdoof van werd. Het maïsseizoen is immers weer volop aan de gang.
Als je, zoals ik, op het platteland woont, is het dezer dagen onmogelijk om je van a naar b te verplaatsen zonder minstens één mastodont van een tractor met zwaarbeladen pulpaanhanger tegen te komen. Op tal van velden ontwaar je reusachtige, hoogwielige monsters met blikkerende tanden die heelder rijen maïskolven zonder versagen naar binnen slokken. Ik word gedurig teruggekatapulteerd naar mijn eighties.

Vandaar ook dat onderstaande video me zo boeit. En al duurt deze opname de volle achtentwintig minuten, toch heb ik ze in één ruk uitgekeken. Meer nog: mijn ogen waren als het ware aan het scherm gebrand omwille van zoveel schoons.
Ach, kon ik nog maar één keertje zo’n wild beest berijden.

Alvorens u de PLAY-toets beroert: this is a man’s world. Al zijn sommige vrouwen er evenmin vies van, het moet gezegd.

 


(*) Refererend aan de Vlaamse uitdrukking ‘Amai nog niet’ –> Het zal wel zijn.

Een nieuwe naam…

… doch een vertrouwd concept. Adieu TWAAIT, ook al werd de inhoud van die stek – op menigerlei verzoek – bewaard. U vindt hem integraal terug, reacties incluis, onder huidig schrijfsel.

Met voorlopig een tweetal volgers verwacht ik alhier weinig tot geen commentaren, doch laat dat de pret vooral niet drukken. De postfrequentie wordt sowieso nog geruime tijd laag gehouden wegens de overmaatse hoeveelheid arbeidsvitaminen die ik dezer dagen te slikken krijg. Een gedwongen kuur die naar alle waarschijnlijkheid tot diep in de herfst zal aanhouden.

Mocht u hier desalniettemin, al dan niet toevallig, binnen komen vallen én hopelijk ook even blijven plakken: spread the word, folks. Zelf heb ik momenteel geen tijd voor reclamecampagnes aka reacties op uw schrijfsels, al kom ik wél geregeld bij u lurken.

Als Wiedergutmachung voor mijn zoveelste verdwijntruc (zei daar iemand ‘een Menckje doen’?) nodig ik u alvast uit voor een virtueel bezoek aan onze kleine groene long, in de volksmond ook wel eens tuin genoemd. De opnames gebeurden gisteren tussen diverse plensbuien door. Lente in Belgenland, of zoiets.

Tip: bekijk in HD 1080p.

 

Tiny’s tag: voorgeboortelijke muziek

In 1963 veranderde de rock-‘n-roll voorgoed toen vier jonge knapen, The Trashmen, besloten om Surfin’ Bird op de wereld los te laten. Het nummer sloeg in als een bom: alleen al tijdens het eerste weekend van de release gingen ruim dertigduizend exemplaren over de toonbank.
Surfin’ Bird werd uiteindelijk zo’n groot succes dat het naderhand ettelijke malen werd gecoverd. De versie van The Ramones is wellicht de bekendste. Ook hun eerste grote hitsingle, Rock ’n’ Roll High School, was erop gebaseerd.

Middels dit logje geef ik zodoende met graagte gevolg aan de oproep van Tiny:

Noem het een tag, noem het een stokje, noem het gewoon een zot idee. Ga eens op zoek naar een liedje van een hele tijd geleden. Zo lang geleden dat je zelfs nog niet eens geboren was. Maar toch blijft het hangen, vind je het mooi of net niet – dat kan ook.

Surfin’ Bird werd uitgebracht vier jaar voordat ik mijn baarmoederlijke bestaan inruilde voor een plekje op deze aardkloot. Via mijn ouders – en hun voorliefde voor de piratenzenders van weleer – leerde ik het nummer kennen. Ik was er meteen wild van en ben dat tot op heden gebleven. Het nummer belichaamt immers datgene wat rock-‘n-roll altijd zou moeten zijn: ruig, snel, meeslepend en zonder al te veel franjes; de sound wint het van de lyrics, quoi.

Rest mij nog slechts een advies: volume op tien en shake that booty, folks!

And… action!

Niet schokkerig filmen, in-en uitzoomen beperken dan wel weglaten, creatief in- en uitfaden van de opname, er een streepje muziek – royalty free, want anders een YouTube-ban! – onder plakken en dat vervolgens langzaam laten wegebben op het einde van het filmpje: het is toch gans andere koek dan een foto nemen.
Me nog dringend eigen te maken: tekst invoegen waar nodig, meerdere opnames naadloos aan elkaar lassen, diverse muziekjes in elkaar laten overvloeien, storende achtergrondgeluiden wegwerken, eindigen met een over het scherm rollende generiek, etc.

Jeuj, ik denk dat ik een nieuw leutig tijdverdrijfje heb gevonden. Chatblis mocht vandaag alvast kortstondig de spits afbijten als figurante in mijn amateuristisch gehannes:

The children they are a-changin’

Ik leerde veters knopen. Ik kon links en rechts aanwijzen. Ik begon fantasie aan te wenden in een verhaaltje. Ik was bij machte om op één been te staan. Ik kon een bal vangen. Ik had het touwtjespringen onder de knie. Ik kon alle kleuren opnoemen. Ik kon een vormpje maken in de zandbak. Ik kon een vierkant uit een stukje papier knippen. Ik kon knopen open- en dichtdoen. Ik kon fietsen – met steunwieltjes. Ik kon correcte zinnetjes opzeggen die allemaal met ‘ik’ begonnen.

Ik was vijf en al een hele pief.

Gelukkig bestond YouTube toen nog niet, want mijn trots zou prompt in elkaar zijn gezakt als een plumpudding.

Vijf jaar.
No kidding.
Aanstormend talent, iemand?

De Staat staat er. En hoe!

Het nieuwe en lichtjes geniale nummer van De Staat al opgepikt? De bijhorende videoclip is zelfs niet min dan grandioos.
De Staat? Dat is een alternatieve rockband uit Nijmegen, Nederland. Holland, of all places. Maar zelfs als verstokte Belpopliefhebber steek ik dit keer mijn enthousiasme niet onder stoelen of banken, kun je nagaan.
In 2009 vergezelden ze dEUS op hun tour door Engeland. Maar ook op Lowlands, Glastonbury, Dour en het Sziget-festival in Hongarije veroverden ze tal van muziekharten. Onder meer dat van Chris Goss, producer van Queens of the Stone Age, wat resulteerde in een deal met het fameuze Mascot Records.
Om dit weekend te fêteren – vlug, want het is al zondag – is hun laatste worp dé ideale stemmingmaker. Draai de volumeknop vooral stevig naar rechts, kinders!

Update:
En zo werd de clip, geheel door de computer gegenereerd, in elkaar gebokst: