Categorie: Tuinstruinen

Zegen: zon na regen

Vanavond struinde ik, mijn camera in de aanslag, een poos door de zonovergoten tuin. Na een dag vol miezerige regen was deze plotse ommekeer een meer dan welkome afwisseling.
Omdat een logje niet altijd uit heelder lappen tekst moet bestaan – en al zeker niet nu deze stek nog immer in zomermodus verkeert – schotel ik u hieronder zonder al te veel woorden de vruchten mijner lens voor.

Wandelt u even mee?
Na afloop trakteer ik u op een hartige koffie met een koekje. Beloofd.


Wisteria sinensis | Blauweregen


Clematis verovert boom (1)


Oeverzone van de amfibiepoel


Acanthus mollis onder bloesemsneeuw


Polygonum odoratum | Salomonszegel


De dans der volle (hosta)potten


Camassia cusickii | Prairielelie


Erysimum ‘Bowles Mauve’ | Steenraket of Muurbloem


Clematis verovert boom (2)


Choisya ternata | Glansmispel


Iris hollandica ‘Blue Magic’


Blauweregen langsheen het zuiderterras (1)


Blauweregen langsheen het zuiderterras (2)


Iris pseudacoris variegata | Gele lis in een oud eiken tonnetje


We love privacy


Akelei


Euphorbia martinii | Wolfsmelk


Ontluikend varenblad


Alliums zijn geliefkoosde hommelplanten


Onze woning raakt langzaamaan ‘ingeklimopt’


Hekkensluiter: Chatblis op de vogeldrinkpaal


[ Foto’s: Menck ]

O ja, belofte maakt schuld. Alstublieft:

 

Ode an die Herbstfreude

Een nat pak vandaag.
Twee natte pakken, zelfs.
Uiteindelijk heb ik de handdoek in de ring gegooid en me een derde keer natgemaakt. Onder de douche weliswaar.

Hoe geheel anders was het gisteren, toen de herfst zich nog van zijn lieflijkste en kleurrijkste kant liet zien:

[ Foto’s: Menck ]

Makrons

In de seventies kochten mijn ouders traditiegetrouw makrons voor me op de jaarlijkse dorpskermis. Deze uit Frankrijk overgewaaide ronde koekjes van bloem en suiker werden toentertijd gepresenteerd op een stuk eetpapier, ook wel ouwel genoemd. Op zo’n eetpapier kleefden, althans voor zover ik mij herinner, wel honderd makronnetjes. Ik was er helemaal weg van.

Sindsdien heb ik geen makrons meer gegeten. Meer nog: ik was hun bestaan zo goed als vergeten.
Tot ik vandaag deze – wegens de wind helaas niet al te scherpe – foto nam in de tuin:

Zou dat nog te verkrijgen zijn, zo’n groot eetpapier vol makrons? Want man, wat heb ik daar nou ineens zin in, zeg!

Wist-je-datje:
Makron werd in het Frans macaron genoemd. Die benaming werd eerst in het Nederlands aangepast tot makaron, met als meervoud makarons (vgl. Frans macarons) en als verkleinvorm makaronnetje.

Vervolgens werd het woord verder aangepast tot makron, met als meervoud het nog steeds op het Frans gebaseerde makrons, maar daarnaast ook een vernederlandst makronnen en een verkleinvorm makronnetje.

[ Foto: Menck | Twaait ]

Onze tuin doorheen de seizoenen

Tot enkele jaren geleden namen madam Menck en ik om het andere jaar deel aan Open Tuinen. Elke editie bracht tijdens het laatste weekend van juni tal van enthousiaste tuinliefhebbers op de been. Er werden ervaringen uitgewisseld, foto’s genomen, flora en fauna bewonderd en contacten gelegd. Bijzonder fijn allemaal.
De laatste jaren ontbreekt het ons echter aan de tijd om nog deel te nemen. Er gaat behoorlijk wat voorbereiding aan vooraf en de opentuinweekends zelf zijn erg intensief. Bovendien wordt er al geruime tijd ook op zaterdag gewerkt te onzent en bijwijlen moet zelfs de zondag eraan geloven. Exit Open Tuinen, kortom.

Tijdens de opentuinweekends heb ik tal van (nu vaak ex-)bloggers mogen verwelkomen in onze lochting. Dat was aangenaam, en misschien was u er wel eentje van.
If not, dan kan u een bezoek aan onze groene long voortaan virtueel beleven. Oké, zulks is dan misschien een veeleer slap afkooksel van the real deal, doch alles beter dan niks.
Bovenaan deze blog heb ik daartoe een nieuwe pagina gelanceerd: ‘Onze tuin doorheen de seizoenen’. Onder de algemene inleiding selecteerde ik per jaargetijde een resem overzichts- en detailfoto’s. Om het scrollen niet onnodig lang te maken, worden de foto’s in een formaat van 500 pixels weergeven. De pagina zal in de toekomst geregeld worden geüpdatet.

Bon. Als u me dan nu wil volgen?

Polychrome veelzijdigheid

Geregeld krijg ik de vraag of je Helleborus ook kunt houden in pot. Mijn antwoord is gestoeld op ervaring: beter van niet.
Nochtans wordt op groensites, in magazines of bij het tuincentrum vaak het tegenovergestelde beweerd. Helaas is er tussen theorie en praktijk niet zelden een wereld van verschil. In een pot is Helleborus geen lang leven beschoren, ongeacht de soort. Een jaar of twee, drie lukt nog net, maar daarna gaat het snel bergafwaarts met de plant. Waar het aan ligt, daar ligt het aan.

Nooit kreeg ik echter de vraag of je Helleborus ook als snijbloem kunt aanwenden. Gek, want net dat kan wél.
Al dien ik hier een belangrijke kanttekening bij te maken: niet met de steel in een vaas doch enkel als bloemhoofdje drijvend op het water. Loop dus niet als de wiedeweerga naar de bloemenzaak om een ruiker Helleborussen, want die vind je nergens. Trek daarentegen de tuin in met een schaar. Knip de bloemhoofdjes nooit af als het vriest. Beperk je tot één à twee bloemetjes per plant. En laat vooral een stukje steel aan elke bloem; dat zal fungeren als watertoevoer.

Het resultaat is een fraai polychroom geheel dat om en bij de twee weken standhoudt. In de tuin laten Helleborussen hun hoofdjes hangen zodat je ze moet oprichten om van hun schoonheid te kunnen genieten. Maar als drijfbloempjes blikken ze je fleurig aan.
Hoe meer kleurdiversiteit je in de schaal kunt brengen, hoe geslaagder de compositie wordt. Het is dus zaak om verschillende soorten Helleborus in je tuin te hebben. Of om, al dan niet stiekem, op rooftocht te gaan bij de buren, dat kan ook.

Tenslotte gedijt Helleborus ook als – tijdelijke! – kamerplant.
Verhuis je aankoop van de tuinzaak naar een mooie pot in de huiskamer. Weet hierbij dat deze kamerplant ad interim na de bloei zo snel mogelijk de tuin in moet. Vertrouw ze echter nooit aan de volle grond toe als het vriest.

[ Foto’s: Menck | Twaait ]

Over kleuren, knutselen en kolder in de kop

Wie deze blog al wat langer volgt, weet het wel: de afgelopen maanden heb ik meermaals de doe-het-zelfkolder in de kop gehad. Het resultaat daarvan waren vooral specifieke projecten van iets grotere omvang, al dan niet op bestelling.
In dit logje offreer ik u echter enkele kleine, nuttige en vooral goedkope creaties die een hoog recyclagegehalte in zich dragen. Onder het motto ‘een kind kan de was doen’ begin ik met een voederhuisje. Want yep, het eerste vogelrestaurant in onze tuin is sedert deze week een feit, vooralsnog met wisselend succes wat de gevleugelde klandizie betreft. Er is wat gewenning nodig, vermoed ik, alsook wat lagere temperaturen.

VOEDERHUISJE

Wat ik gebruikte:

  • Een houten balkje van zes bij zes centimeter met een lengte van een meter;
  • Een restant van een geverniste kleerkastdeur;
  • Schroeven;
  • Spijkers;
  • Nietjes;
  • Een schroefhaak;
  • Wat dode – geen rottende! – takjes;
  • Een restje rubberfolie. (Een ander waterdicht materiaal kan uiteraard ook, als het maar niet al te snel verweert.)

Werkgerief:

  • Een schroefmachine (of een schroevendraaier als u ijveriger bent dan ik);
  • Een decoupeerzaag (een gewone handzaag voldoet eveneens);
  • Een hamer;
  • Een nietjesschieter.

En dan is het een kwestie van vooraf een schetsje te maken om uiteindelijk tot onderstaand resultaat te komen. De opstaande randen omheen de voederplank voorkomen dat het vogelzaad al te makkelijk op de grond belandt.

UILENKAST

Van een voederhuisje naar een uilenkast lijkt een enigszins rare sprong. Doch de kast werd vervaardigd voor een goede tuinvriendin die, zonder uitzondering, elke avond en nacht een koppel bosuilen op bezoek krijgt en dat al geruime tijd. Dat die beesten naarstig op zoek zijn naar een geschikte overwinterings- annex voorjaarse broedplaats in haar bomenrijke tuin, zeg ik u.

Er werd gerecycleerd merantihout gebruikt. Dat is stevig maar tevens erg zwaar.
Zulk een lijvige, overmaatse uilenkast op vijf meter hoogte tegen een boom installeren, is een werkje dat je maar beter niet alleen probeert uit te voeren. Door een dik nylontouw over een tak te zwieren, creëerden een hulpvaardige vriend en ik een soortement van katrol. Daarmee werd de uilenkast tot op de gewenste hoogte gehesen door de man op de grond (zijnde ik) en tegen de boom bevestigd door de man op de ladder (zijnde mijn maat). De kast hangt netjes in de aanvliegroute van de uilen. Als die beesten dat oversized geval nu niet opmerken, zijn het échte uilen.

Nog even een plannetje erbij voor wie zelf aan de slag wil gaan, alsook enkele beelden van het eindresultaat:


(Plan is aanklikbaar voor groter.)

INSECTENHOTEL

Afgelopen zomer knutselde ik eindelijk ook ’s een insectenhotel in elkaar. Enfin, veeleer een hotelletje.
Piece of cake dacht ik nog voor ik er aan begon. Dat credo gaat dan misschien wel op voor de constructie zelf, maar het vullen van de verschillende compartimenten bleek een ander paar mouwen. Vele tientallen bamboestokjes op maat zagen (knippen met de snoeischaar lukt niet wegens splijten) en terdege uitboren, om maar eens iets te noemen. Om het eufemistisch te stellen: je hebt er een beetje geduld voor nodig. Zulks is bovendien een erg eentonige bezigheid, iets waar ik niet bepaald gelukkig van word.
Edoch de aanhouder wint. Naast droge bamboestokjes wendde ik tevens dennenappels aan (mieren en kevers) alsook houtkrullen (lieveheersbeestjes en vlinders) en boorde ik gaten van diverse diameters in hout en klei (wespen, solitaire bijen en metselbijen).

Het insectenhotel werd vervaardigd uit restanten van geïmpregneerd tuinhout en is voorzien van een foliedakje. Het hangt sinds deze zomer naast het zonneterras in onze tuin, vlak boven een klimroos.
De allereerste “bewoner” was overigens een spin die haar net vlak voor de aanvliegroute van de insecten spon en bij wie moord met voorbedachten rade in de ogen stond te lezen.

HERFSTIMPRESSIES

Tot slot troon ik u mee richting het weekend middels enkele vurige foto’s. Want wat is de herfst toch een polychroom, feeëriek seizoen!
De onderstaande bewoners schoot ik – cameragewijs, that is – in eigen tuin in de vuile pollen van madam Menck. Over ‘All creatures great and small’ gesproken.
De overige opnames zijn sfeerbeelden van plekjes waar ik, al dan niet beroepsmatig, geregeld vertoef.

Enjoy, folks!

* * * * *

Nog immer wakker: salamanders:

Hamamelis (uiterst links) naast Acer palmatum (midden):

De siergrassen staan nu op hun mooist:

Quercus rubra:

Quercus robur bij een twee jaar geleden geplaatste takkenwal:

Was elke straat maar zo magisch:

Rood verkleurende Parthenocissus (wilde wingerd) vervlochten met de nog immer groene Aristolochia (Duitse pijp):

Blad van Parthenocissus:

Herfstverkleuring van Euphorbia cyparissias ‘Clarice Howard’:

[ Foto’s: Menck | Twaait ]

Nieuwe borstels vegen niet noodzakelijk beter

De nieuweling lost de verwachtingen aardig in, maar ik zou liegen mocht ik beweren dat de foto’s significant kwalitatiever zijn dan de afbeeldingen die uit mijn ter ziele gegane camera rolden. Ze zijn een pak groter qua formaat, dat wel, maar daar zat ik nu niet bepaald op te wachten.
De EOS 700D heeft, zoals u op deze stek reeds kon lezen, de EOS 450D noodgedwongen opgevolgd, maar het predicaat ‘hoger in rang’ gun ik hem niet, tenzij misschien wat de instelmogelijkheden en de videofunctie betreft.
In every parting there is an image of death, zeg maar.

Ter staving: in de onderstaande reeks bevinden zich drie foto’s die nog met het vorige fotoapparaat zijn gemaakt. U haalt ze er geheid niet uit.

[ Foto’s: Menck | Twaait ]