Categorie: Tuinstruinen

Dag van de Arbeid: ontspanning alom

Eén mei, Dag van de Arbeid.
In ons land een vrije dag, in Nederland niet (meer).

Terwijl Katrien onder een lauwwarm zonnetje asperges aan het dunschillen is, daarbij een gezicht trekkend alsof ze al een week of drie lijdt aan obstinate constipatie, neem ik mijn camera ter hand voor een tour du jardin.
Het moet zowat geleden zijn van toen ik nog slank en viriel was dat ik u fotogewijs meetroonde doorheen onze groene oase. In de hoogdagen van de blogosfeer deed ik zulks wel vaker. Thans kuier ik nog maar zelden louter genietend doorheen onze tuin. Het lot van een kleine zelfstandige, vrees ik.

Onze tuin is nu ruim twee decennia oud. Destijds legden we hem aan als romantische verzameltuin. In de loop der jaren is de vasteplantencollectie uitgegroeid tot om en bij de 750 soorten.
Gezien de geringe beplantbare oppervlakte – zeven are – hebben wij weinig grote bomen. De groenblijvende eik en de Japanse sierkers springen daarbij het meest in het oog qua omvang. Verder vindt u hier een handvol bolacacia’s, bolcatalpa’s, een drietal sierappelaars en een flink uit de kluiten gewassen krentenboom. De goed ontwikkelde pruikenboom (Cotinus coggygria) sluit de rangen.

Van het voorjaar tot omstreeks halfweg juli vind ik de tuin op zijn best staan. Daarna speelt, en al zeker de laatste jaren, de droogte hem parten.
We tuinieren op zandgrond. Een dergelijke bodemsoort houdt regenwater maar matig vast. En aangezien het hemelse vocht door de veranderende klimaatomstandigheden een zeldzaam goed aan het worden is, moeten we soms vechten tegen de bierkaai om onze oase groen te houden. Daarbij kunnen we beroep doen op een regenwaterput van 15.000 liter. Lijkt veel, maar schoot de afgelopen paar zomers danig tekort. Als er straks ook nog eens een strengere restrictie komt op het gebruik van leidingwater, zal dorheid elke (na)zomer ons deel zijn. Het gevolg is niet zelden het verlies van planten die het in dergelijke omstandigheden te benauwd krijgen.

Dat laatste is overigens de aanleiding waardoor plantgoed zo verrekte duur is geworden.
Mensen gaan hun door droogte of ziekte afgestorven flora vervangen. Dan doen ze, zo leert ons de realiteit, zelfs massaal. Zulks resulteert in het voorjaar in een stormloop naar tuincentra of plantenkwekerijen. Die kunnen de planten op den duur niet vlot of voldoende genoeg meer aanslepen. Opnieuw een grootschalig kweekprogramma opstarten, vergt tijd. Er ontstaan dan ook al snel grote lacunes in het aanbod. En dan weet u het wel: veel vraag en weinig aangeboden koopwaar resulteert in stijgende prijzen.
Het maakt het er voor mij als hovenier ook niet bepaald makkelijker op. Almaar hogere prijskaartjes en een allengs moeilijker leverbaar assortiment zorgen er voor dat klanten weleens afhaken.

Edoch, ik wijk gigantisch af.
Want tenslotte wilde ik u vergasten op een zonnige rondleiding doorheen onze tuin in voorjaarstooi.

>> DE UITGEBREIDE REPORTAGE, MET FOTO’S OP GROOT FORMAAT, VINDT U HIER. <<

.

O, trouwens, wat betreft die asperges uit de foto bovenaan dit logje: ze waren succulent, zeg ik u!

[ Foto’s: © Menck | foto’s uit de reportage op PICMENCK mogen vrijelijk worden gebruikt mits bronvermelding ]

Zegen: zon na regen

Vanavond struinde ik, mijn camera in de aanslag, een poos door de zonovergoten tuin. Na een dag vol miezerige regen was deze plotse ommekeer een meer dan welkome afwisseling.
Omdat een logje niet altijd uit heelder lappen tekst moet bestaan – en al zeker niet nu deze stek nog immer in zomermodus verkeert – schotel ik u hieronder zonder al te veel woorden de vruchten mijner lens voor.

Wandelt u even mee?
Na afloop trakteer ik u op een hartige koffie met een koekje. Beloofd.


Wisteria sinensis | Blauweregen


Clematis verovert boom (1)


Oeverzone van de amfibiepoel


Acanthus mollis onder bloesemsneeuw


Polygonum odoratum | Salomonszegel


De dans der volle (hosta)potten


Camassia cusickii | Prairielelie


Erysimum ‘Bowles Mauve’ | Steenraket of Muurbloem


Clematis verovert boom (2)


Choisya ternata | Glansmispel


Iris hollandica ‘Blue Magic’


Blauweregen langsheen het zuiderterras (1)


Blauweregen langsheen het zuiderterras (2)


Iris pseudacoris variegata | Gele lis in een oud eiken tonnetje


We love privacy


Akelei


Euphorbia martinii | Wolfsmelk


Ontluikend varenblad


Alliums zijn geliefkoosde hommelplanten


Onze woning raakt langzaamaan ‘ingeklimopt’


Hekkensluiter: Chatblis op de vogeldrinkpaal


[ Foto’s: Menck ]

O ja, belofte maakt schuld. Alstublieft:

 

Ode an die Herbstfreude

Een nat pak vandaag.
Twee natte pakken, zelfs.
Uiteindelijk heb ik de handdoek in de ring gegooid en me een derde keer natgemaakt. Onder de douche weliswaar.

Hoe geheel anders was het gisteren, toen de herfst zich nog van zijn lieflijkste en kleurrijkste kant liet zien:

[ Foto’s: Menck ]

Makrons

In de seventies kochten mijn ouders traditiegetrouw makrons voor me op de jaarlijkse dorpskermis. Deze uit Frankrijk overgewaaide ronde koekjes van bloem en suiker werden toentertijd gepresenteerd op een stuk eetpapier, ook wel ouwel genoemd. Op zo’n eetpapier kleefden, althans voor zover ik mij herinner, wel honderd makronnetjes. Ik was er helemaal weg van.

Sindsdien heb ik geen makrons meer gegeten. Meer nog: ik was hun bestaan zo goed als vergeten.
Tot ik vandaag deze – wegens de wind helaas niet al te scherpe – foto nam in de tuin:

Zou dat nog te verkrijgen zijn, zo’n groot eetpapier vol makrons? Want man, wat heb ik daar nou ineens zin in, zeg!

Wist-je-datje:
Makron werd in het Frans macaron genoemd. Die benaming werd eerst in het Nederlands aangepast tot makaron, met als meervoud makarons (vgl. Frans macarons) en als verkleinvorm makaronnetje.

Vervolgens werd het woord verder aangepast tot makron, met als meervoud het nog steeds op het Frans gebaseerde makrons, maar daarnaast ook een vernederlandst makronnen en een verkleinvorm makronnetje.

[ Foto: Menck | Twaait ]

Onze tuin doorheen de seizoenen

Tot enkele jaren geleden namen madam Menck en ik om het andere jaar deel aan Open Tuinen. Elke editie bracht tijdens het laatste weekend van juni tal van enthousiaste tuinliefhebbers op de been. Er werden ervaringen uitgewisseld, foto’s genomen, flora en fauna bewonderd en contacten gelegd. Bijzonder fijn allemaal.
De laatste jaren ontbreekt het ons echter aan de tijd om nog deel te nemen. Er gaat behoorlijk wat voorbereiding aan vooraf en de opentuinweekends zelf zijn erg intensief. Bovendien wordt er al geruime tijd ook op zaterdag gewerkt te onzent en bijwijlen moet zelfs de zondag eraan geloven. Exit Open Tuinen, kortom.

Tijdens de opentuinweekends heb ik tal van (nu vaak ex-)bloggers mogen verwelkomen in onze lochting. Dat was aangenaam, en misschien was u er wel eentje van.
If not, dan kan u een bezoek aan onze groene long voortaan virtueel beleven. Oké, zulks is dan misschien een veeleer slap afkooksel van the real deal, doch alles beter dan niks.
Bovenaan deze blog heb ik daartoe een nieuwe pagina gelanceerd: ‘Onze tuin doorheen de seizoenen’. Onder de algemene inleiding selecteerde ik per jaargetijde een resem overzichts- en detailfoto’s. Om het scrollen niet onnodig lang te maken, worden de foto’s in een formaat van 500 pixels weergeven. De pagina zal in de toekomst geregeld worden geüpdatet.

Bon. Als u me dan nu wil volgen?

Polychrome veelzijdigheid

Geregeld krijg ik de vraag of je Helleborus ook kunt houden in pot. Mijn antwoord is gestoeld op ervaring: beter van niet.
Nochtans wordt op groensites, in magazines of bij het tuincentrum vaak het tegenovergestelde beweerd. Helaas is er tussen theorie en praktijk niet zelden een wereld van verschil. In een pot is Helleborus geen lang leven beschoren, ongeacht de soort. Een jaar of twee, drie lukt nog net, maar daarna gaat het snel bergafwaarts met de plant. Waar het aan ligt, daar ligt het aan.

Nooit kreeg ik echter de vraag of je Helleborus ook als snijbloem kunt aanwenden. Gek, want net dat kan wél.
Al dien ik hier een belangrijke kanttekening bij te maken: niet met de steel in een vaas doch enkel als bloemhoofdje drijvend op het water. Loop dus niet als de wiedeweerga naar de bloemenzaak om een ruiker Helleborussen, want die vind je nergens. Trek daarentegen de tuin in met een schaar. Knip de bloemhoofdjes nooit af als het vriest. Beperk je tot één à twee bloemetjes per plant. En laat vooral een stukje steel aan elke bloem; dat zal fungeren als watertoevoer.

Het resultaat is een fraai polychroom geheel dat om en bij de twee weken standhoudt. In de tuin laten Helleborussen hun hoofdjes hangen zodat je ze moet oprichten om van hun schoonheid te kunnen genieten. Maar als drijfbloempjes blikken ze je fleurig aan.
Hoe meer kleurdiversiteit je in de schaal kunt brengen, hoe geslaagder de compositie wordt. Het is dus zaak om verschillende soorten Helleborus in je tuin te hebben. Of om, al dan niet stiekem, op rooftocht te gaan bij de buren, dat kan ook.

Tenslotte gedijt Helleborus ook als – tijdelijke! – kamerplant.
Verhuis je aankoop van de tuinzaak naar een mooie pot in de huiskamer. Weet hierbij dat deze kamerplant ad interim na de bloei zo snel mogelijk de tuin in moet. Vertrouw ze echter nooit aan de volle grond toe als het vriest.

[ Foto’s: Menck | Twaait ]

Over kleuren, knutselen en kolder in de kop

Wie deze blog al wat langer volgt, weet het wel: de afgelopen maanden heb ik meermaals de doe-het-zelfkolder in de kop gehad. Het resultaat daarvan waren vooral specifieke projecten van iets grotere omvang, al dan niet op bestelling.
In dit logje offreer ik u echter enkele kleine, nuttige en vooral goedkope creaties die een hoog recyclagegehalte in zich dragen. Onder het motto ‘een kind kan de was doen’ begin ik met een voederhuisje. Want yep, het eerste vogelrestaurant in onze tuin is sedert deze week een feit, vooralsnog met wisselend succes wat de gevleugelde klandizie betreft. Er is wat gewenning nodig, vermoed ik, alsook wat lagere temperaturen.

VOEDERHUISJE

Wat ik gebruikte:

  • Een houten balkje van zes bij zes centimeter met een lengte van een meter;
  • Een restant van een geverniste kleerkastdeur;
  • Schroeven;
  • Spijkers;
  • Nietjes;
  • Een schroefhaak;
  • Wat dode – geen rottende! – takjes;
  • Een restje rubberfolie. (Een ander waterdicht materiaal kan uiteraard ook, als het maar niet al te snel verweert.)

Werkgerief:

  • Een schroefmachine (of een schroevendraaier als u ijveriger bent dan ik);
  • Een decoupeerzaag (een gewone handzaag voldoet eveneens);
  • Een hamer;
  • Een nietjesschieter.

En dan is het een kwestie van vooraf een schetsje te maken om uiteindelijk tot onderstaand resultaat te komen. De opstaande randen omheen de voederplank voorkomen dat het vogelzaad al te makkelijk op de grond belandt.

UILENKAST

Van een voederhuisje naar een uilenkast lijkt een enigszins rare sprong. Doch de kast werd vervaardigd voor een goede tuinvriendin die, zonder uitzondering, elke avond en nacht een koppel bosuilen op bezoek krijgt en dat al geruime tijd. Dat die beesten naarstig op zoek zijn naar een geschikte overwinterings- annex voorjaarse broedplaats in haar bomenrijke tuin, zeg ik u.

Er werd gerecycleerd merantihout gebruikt. Dat is stevig maar tevens erg zwaar.
Zulk een lijvige, overmaatse uilenkast op vijf meter hoogte tegen een boom installeren, is een werkje dat je maar beter niet alleen probeert uit te voeren. Door een dik nylontouw over een tak te zwieren, creëerden een hulpvaardige vriend en ik een soortement van katrol. Daarmee werd de uilenkast tot op de gewenste hoogte gehesen door de man op de grond (zijnde ik) en tegen de boom bevestigd door de man op de ladder (zijnde mijn maat). De kast hangt netjes in de aanvliegroute van de uilen. Als die beesten dat oversized geval nu niet opmerken, zijn het échte uilen.

Nog even een plannetje erbij voor wie zelf aan de slag wil gaan, alsook enkele beelden van het eindresultaat:


(Plan is aanklikbaar voor groter.)

INSECTENHOTEL

Afgelopen zomer knutselde ik eindelijk ook ’s een insectenhotel in elkaar. Enfin, veeleer een hotelletje.
Piece of cake dacht ik nog voor ik er aan begon. Dat credo gaat dan misschien wel op voor de constructie zelf, maar het vullen van de verschillende compartimenten bleek een ander paar mouwen. Vele tientallen bamboestokjes op maat zagen (knippen met de snoeischaar lukt niet wegens splijten) en terdege uitboren, om maar eens iets te noemen. Om het eufemistisch te stellen: je hebt er een beetje geduld voor nodig. Zulks is bovendien een erg eentonige bezigheid, iets waar ik niet bepaald gelukkig van word.
Edoch de aanhouder wint. Naast droge bamboestokjes wendde ik tevens dennenappels aan (mieren en kevers) alsook houtkrullen (lieveheersbeestjes en vlinders) en boorde ik gaten van diverse diameters in hout en klei (wespen, solitaire bijen en metselbijen).

Het insectenhotel werd vervaardigd uit restanten van geïmpregneerd tuinhout en is voorzien van een foliedakje. Het hangt sinds deze zomer naast het zonneterras in onze tuin, vlak boven een klimroos.
De allereerste “bewoner” was overigens een spin die haar net vlak voor de aanvliegroute van de insecten spon en bij wie moord met voorbedachten rade in de ogen stond te lezen.

HERFSTIMPRESSIES

Tot slot troon ik u mee richting het weekend middels enkele vurige foto’s. Want wat is de herfst toch een polychroom, feeëriek seizoen!
De onderstaande bewoners schoot ik – cameragewijs, that is – in eigen tuin in de vuile pollen van madam Menck. Over ‘All creatures great and small’ gesproken.
De overige opnames zijn sfeerbeelden van plekjes waar ik, al dan niet beroepsmatig, geregeld vertoef.

Enjoy, folks!

* * * * *

Nog immer wakker: salamanders:

Hamamelis (uiterst links) naast Acer palmatum (midden):

De siergrassen staan nu op hun mooist:

Quercus rubra:

Quercus robur bij een twee jaar geleden geplaatste takkenwal:

Was elke straat maar zo magisch:

Rood verkleurende Parthenocissus (wilde wingerd) vervlochten met de nog immer groene Aristolochia (Duitse pijp):

Blad van Parthenocissus:

Herfstverkleuring van Euphorbia cyparissias ‘Clarice Howard’:

[ Foto’s: Menck | Twaait ]

Nieuwe borstels vegen niet noodzakelijk beter

De nieuweling lost de verwachtingen aardig in, maar ik zou liegen mocht ik beweren dat de foto’s significant kwalitatiever zijn dan de afbeeldingen die uit mijn ter ziele gegane camera rolden. Ze zijn een pak groter qua formaat, dat wel, maar daar zat ik nu niet bepaald op te wachten.
De EOS 700D heeft, zoals u op deze stek reeds kon lezen, de EOS 450D noodgedwongen opgevolgd, maar het predicaat ‘hoger in rang’ gun ik hem niet, tenzij misschien wat de instelmogelijkheden en de videofunctie betreft.
In every parting there is an image of death, zeg maar.

Ter staving: in de onderstaande reeks bevinden zich drie foto’s die nog met het vorige fotoapparaat zijn gemaakt. U haalt ze er geheid niet uit.

[ Foto’s: Menck | Twaait ]

De krakers van het ijskasteel

Zondag 1 februari.
Het hagelt, het regent, het sneeuwt natte vlokken.
Tussen twee buien door trek ik onder een zwaarbeladen uitspansel de verzopen tuin in. Hij geurt naar kleffe aarde en rottend loof.
Het houten terras is doorweekt, groenig en verraderlijk glad, de vijver treedt ei zo na buiten zijn oevers. Het is halfvijf en er heerst een complete stilte. Prompt trekt er een rilling over mijn rug; de winter kietelt me treiterig.
Maar! Zelfs met een koude hand liefkoost de lijzig ontwakende natuur de krakers van het ijskasteel. Krokus en helleborus, longkruid en hemerocallis, winteriris en judaspenning: ze beschimpen stuk voor stuk dit barre seizoen en lonken naar de lente. Ik zou die winterse schonen in mijn tuin in een gedicht willen zetten. Doch waarom zou ik? Ze bevinden zich per slot van rekening waar ze zijn moeten: in een gedicht daarbuiten. Dat van het verlangen.

U treft het HIER.

Afscheid van een kwakkelzomer

Half september.
De zomerse dagen zijn, althans als we de televisionele weerzeggers mogen geloven, ei zo na geteld; de herfst loert alreeds begerig om de hoek.
Wijl madam Menck afgelopen zondag het (w)ondergoed deed, trok ik, gewapend met 13 megapixels, de tuin in om u de laatste kleuren te kunnen presenteren. Er bloeit nog behoorlijk wat, zij het niet zelden in veel valere tinten dan tijdens de hoogdagen. (Al zijn die er helaas nooit echt geweest deze zomer, doch soit.)
Struint u even mee op de vermoedelijk laatste polychrome tuinwandeling van 2014?

[ Foto: Menck/Twaait | directe link naar de fotoreportage ]