Categorie: Tuin

Make-over: stadstuintje

Een koppel middertigers met een kleuter van drie heeft een huis met een tuintje gekocht. Ze werden instant verliefd op de woning, maar de tuin – een stadstuintje van tien bij vijf meter – kon daarentegen een grondige make-over gebruiken.
En zodoende werd me een verlanglijstje onder de neus geduwd:

Bij mijn eerste bezoek kreeg ik onderstaand, eh, idyllisch plekje te zien:

U snapt meteen dat dit kleine stukje natuur allerminst de Tuin van Eden mocht worden genoemd. Volgens het koppel – en ik geloofde hen direct – kwam dat door de algehele desinteresse van de vorige eigenaars. Zij beschouwden deze achtertuin als niet meer dan een dump- en stapelplaats.
“De tuin ziet er nu alweer enigszins toonbaar uit”, gaf de vrouwelijke helft van de twee-eenheid me mee. “Toen we hier voor het eerst aankwamen, was hij bezaaid met allerhande troep die al jaren lag te wachten op een rit naar het containerpark.”

Er stond me maar één ding te doen: handen uit de mouwen, het verlanglijstje van het jonge koppel indachtig. En ja, dé doorn in mijn oog, zijnde het bouwvallige tuinschuurtje, mocht worden verwijderd.

Om niet al te veel gazonruimte in te palmen – de kleuters playground, weet u wel – construeerde ik een lange doch smalle verhoogde plantenbak. Eén uiteinde werd voorzien van een zitruimte waarop bij mooi weer vrolijk gekleurde kussens kunnen worden neergelegd. Zo’n langgerekte constructie doet de tuin optisch groter lijken, iets wat altijd mooi meegenomen is in een stadstuintje van nauwelijks vijftig vierkante meter:

De bak werd gevuld met een mengeling van goede tuinaarde, compost en bentoniet. Dat laatste is een watervasthoudende kleikorrel die al te snelle uitdroging voorkomt.
Als beplanting opteerde ik voor een mix van bloeiende vaste planten die zowel in de lente, ’s zomers als in het najaar kleur aan het geheel zouden geven:

En zoals dat gaat met vaste planten, werden ze al snel groter:

Enkel de vórm van de bak herhaalde ik tegen de garage. Daar komt nauwelijks zon zodat ik op die plek schaduwminnende vaste planten voorzag.
Hier dus geen tweede verhoogde plantenbak; zulks zou alleen maar beklemmend werken. Bovendien maakt variatie in hoogte elke tuin een pak boeiender:

Om de lelijke garagemuur relatief snel aan het oog te onttrekken, bestelde ik vier wilde wingerds ter aarde. Slechts vier, inderdaad, want never underestimate the power of a wilde wingerd, beste lezer:

Al vlug liet zich ook hier weelderigheid optekenen:

De eentonige achterkant van de tuin mocht wel wat doorbroken worden. Ik pootte aldaar twee bolcatalpa’s neer en koos voor hoogstammen. U zult verderop in dit log merken waarom:

Ook het o zo gewilde terras kreeg zijn plaats “daar waar ook ’s avonds nog volop zonlicht is”. Ik besloot om de twee bolcatalpa’s in deze zithoek te integreren.
Het terras – 5 x 3 meter – rust op palen van azobé, een hardhoutsoort van de hoogste duurzaamheidsklasse. De palen, tweeëndertig stuks in totaal, werden middels een zware voorhamer een meter diep in de grond gedreven. Onnodig te vermelden dat ik de dag daarop een hele poos geen gevoel meer had in mijn armen.
Tegen de azobépalen bevestigde ik de draaglatten van het terras. Ik opteerde hiertoe, alsook voor de uiteindelijke deklatten, voor kerngeïmpregneerd vurenhout met FSC-label dat ik immer rechtstreeks van de fabriek betrek:

Het bevestigen van de latten met talloze schroeven maakt dat een dergelijk werkje traag maar gestadig vordert:

Beide bolcatalpa’s werden ingewerkt. Een dun laagje houtsnippers onttrekt het onderliggende antiworteldoek aan het oog:

De voltooiing van de zithoek gebeurde in de volle regen, doch de ligzetel moest er per se al op:

Als u onderstaande foto vergelijkt met hoe de tuin er voor aanvang van de werken uitzag, kunt u nog slechts één iets opmerken: het gazon kan beter:

En ook daar paste ik een mouw aan, of wat dacht u!

[ Foto’s en uitvoering: Menck | Locatie: Melsele, Oost-Vlaanderen ]

Advertenties

Redding in 5 stappen

Het was rond de middag toen de jonge kauwen onze schouw verlieten. Aanvankelijk wat stuntelig rondfladderend onder ouderlijke begeleiding, maar tegen de avond al omgeturnd tot volleerde, zelfstandige piloten. Anderhalve dag later keerden ze het luchtruim boven onze tuin de rug toe, ongetwijfeld om zich aan te sluiten bij de kolonie waartoe het ouderpaar behoort.

Volgende week dinsdag wordt de schoorsteen professioneel gereinigd waarna hij, middels een rasterwerk, definitief zal verworden tot een kauw-no-go.

Eind goed, al goed?

Eh, nee.

Want de morgen nadat de kauwen aan de einder waren verdwenen, werden we ineens opgeschrikt door een paniekerig gekras vanuit de woonkamer.
Mijn eerste gedachte was dat één onzer katten alsnog een kauwtje had verschalkt en er thans mee aan het dollen was in de living. Doch eenmaal ter plaatse bleek alles peis en vree. Op dat wanhopige gekras na. De exacte locatie van die geluidsbron werd alras getraceerd. Om een en ander te verduidelijken, geef ik u hieronder een snelle situatieschets mee:

Yep, er was inderdaad een kauwenjong in de linkse schoorsteenschacht gesukkeld. Die eindigt overigens tegen het plafond van onze woonkamer, initieel bedoeld om er een kachel op aan te sluiten. Een dergelijk verwarmingstoestel is er echter nooit gekomen zodat het gat in het plafond al twee decennia lang is verzegeld middels een dunne plaat. En net op die plaat hoorden wij, tussen het paniekerige gekrijs door, trippelende vogelpootjes.
Ocharme dat jong. Moederziel alleen achtergelaten door de ouders die het wellicht als verloren hebben bestempeld. Omringd door stof, gruis, duisternis en weet ik wat nog allemaal. (Dikke spinnen! Versteende vogelpoep! Een reeds in verregaande staat van ontbinding verkerende Zwarte Piet!)

Hier diende resoluut te worden ingegrepen. Hetgeen ook geschiedde, en wel als volgt:


STAP 1 | De afdekplaat werd met behulp van hamer en beitel ontmanteld. De schade aan het plafond bleef beperkt tot wat afbladderende verf. Maar de hoeveelheid ondefinieerbare troep die uit het gat kwam, was aanzienlijk.
.


STAP 2 | Het jong werd na een moeizame bevrijding liefdevol opgevangen door madam Menck. Het spartelde hevig tegen, wat een goed teken was. Op zijn bek zat geronnen bloed, ongetwijfeld ten gevolge van verwoede ontsnappingspogingen. Met een keukenhanddoek werd het arme dier, geheel tegen zijn zin, grondig afgestoft.
.


STAP 3 | Teneinde straks toch enigszins voorbereid de wijde wereld te kunnen intrekken, liet ik de jonge kauw alvast kennismaken met deredactie.be van onze openbare omroep. Onder meer het artikel over de onveilige asbestverwijdering in Sint-Niklaas droeg diens volle aandacht weg.
.


STAP 4 | De restjes pizza picante noch de boterham met Nutella zeiden het dier iets. Maar dorst had het wel! Een halveliterfles SPA Touch of Lemon werd dra soldaat gemaakt.

STAP 5
Na wat op krachten te zijn gekomen – en vervolgens uitermate nieuwsgierig in quasi elk object in mijn bureel te hebben gepikt – werd het tijd om het kwieke vogeltje een veilig onderkomen te doneren. Onze tuin en diens omgeving waren uitgesloten wegens a) een nog niet vliegwaardig jong, b) zijn ouders die niet langer aanwezig waren en c) ons immer roofzuchtige kattentrio op de loer.
En dus trok Katrien nog diezelfde middag met haar Mini Pooper naar Oostende met het kauwtje netjes naast haar op de passagierszetel – gordel om, ja ja – en The Black Crowes op de radio.
Die dolle rit eindigde hier:

Op het moment dat “onze” kauw voldoende op krachten is gekomen en terug aan het luchtruim zal worden toevertrouwd, ontvangen we hierover een (foto)bericht.
De champagne staat alvast koud!

[ Foto’s: Menck ]

Emma

“Leer me de natuur zien”, zei Emma. “Ik wil die door jou leren kennen.”

Ik zat naast Emma op de verweerde grenen tuinbank en blikte bedenkelijk in haar richting. Ze keek naar me maar zag absoluut niks. Emma is achtentwintig en al zeventien jaar blind. Het gevolg van een overdosis aspartaam, heeft ze me ooit ijlings toevertrouwd. Of ze de ware toedracht maskeert, weet ik niet, maar ze wil het er alvast nooit meer over hebben.

“Hoe moet ik me dat voorstellen, Em?”

We praten vaak over de natuur. Emma is dol op ieder seizoen. Haar ouders hadden vroeger een grote tuin waarin ze tijdens haar verwerkingsproces veel troost heeft gevonden in het anders leren ervaren van vormen, geuren en geluiden. Naar eigen zeggen “ziet” ze nu tien keer meer dan vroeger.
Zes jaar geleden gingen haar ouwelui uit elkaar. Omwille van haar, of toch onrechtstreeks. Haar moeder hield haar vader verantwoordelijk voor haar blindheid. Eenieder deed zulks af als klinkklare onzin. Desondanks hield Emma’s moeder voet bij stuk en vertrok.
Emma woont nu samen met haar vader in onze straat in een veel bescheidener woning dan hun vroegere villa-op-vijftig-are-grond. Ze is een heel open, hartelijke, knappe en wereldwijze meid waar mijn madam en ik geregeld mee babbelen. ’s Zomers zitten we niet zelden op ons schaduwterras te filosoferen, te gieren of gewoon te relaxen tot een stuk in de nacht. Ze heeft het nog wel eens over haar moeder, die al vrij snel na de scheiding is gaan samenhokken met rijke Louis. Maar al zes jaar is ze uit haar – hun – leven verdwenen, iets wat zo nu en dan aan Emma vreet.

“Ik zou zo graag willen dat je je kennis over fauna en flora met me deelt. Je diepe liefde ervoor. Je weet hoe gefascineerd ik daardoor ben, en al zeker door jouw tuin. Wees mijn ogen, Menck. Leer me kijken door jouw ogen, hoe jij de dingen ziet en benadert. Wil je dat doen voor me?”
“Voor jou doe ik alles, dat weet je. Enfin, bijna alles.” Ik lachte.
Emma nam een slok van haar thee.
Soms schaam ik me dat ik naast haar gin of Duvel zit te hijsen. En af en toe, doch echt heel zelden, durft ze zich ook wel eens te verliezen in een avondje gerstenat. Dan wordt ze veelal lacherig en plagerig en bijwijlen weemoedig.

“Weet je wat ik nu het sterkst ruik? Een roos. Een oude theehybride, right?”
“Right”, antwoordde ik naar waarheid. Ze staat zowat vijf meter voor je.”
“Welke naam draagt ze?” Ze draaide haar hoofd naar me toe. Haar ogen leken me echt aan te kijken, hoewel ik wist dat ze daar behoorlijk wat moeite moest voor doen.
“Dat is de Arioso. Rosa ‘Arioso’ om correct te wezen.” Ik glimlachte om mijn pedanterie.
“Een roze?”
“Yep, een roze. Maar dat was een gok, niet?”
“Tuurlijk. Maar ik stel me een roos doorgaans roze voor. Gek, hè?”
“Misschien associeer je dat met vroeger, met de rozen uit jullie gewezen tuin.”
Ze antwoordde niet en nipte nog eens van haar thee.
“Welke geur ruik jij, Menck?”
“Op dit moment, bedoel je?”
“Ja.”
Ik snoof eens heel diep, waardoor Emma in de lach schoot.
“Je mag dat niet doen. Je moet gewoon chill blijven en de sterkste geur in je opnemen. De geur die je neus spontaan komt binnendrijven. Dewelke is dat?”
“De jouwe. Ik ruik shampoo.”
“Gekkerd.” Ze legde haar hoofd op mijn schouder. Zo bleven we een ganse poos stil zitten. Soms heb ik zin om mijn arm om haar heen te slaan en haar dicht tegen me aan te trekken. Maar dat durf ik niet. Ik ben bang dat net iets teveel intimiteit een wig tussen ons zou kunnen drijven en al het moois zou doen splijten.
“Citroen”, zei ze ineens.
“Eh, wat?”
“Ik ruik citroen. De Arioso geurt naar citroen.”
“Wacht”, zei ik, terwijl ik opstond en naar de rozenstruik stapte. Ik plukte er een rijk gevulde bloem af. “Ruik maar.” Ik legde de roos in haar hand.
“Wow, die is dik!” Ze bracht de roos tot tegen haar neus en inhaleerde lichtjes. Toen gaf ze de bloem aan me terug. Met dat gebaar kwam er een sterk citroenaroma vrij.
“Mijn eerste les”, sprak ze zacht. Ze legde opnieuw haar hoofd op mijn schouder. “Rosa ‘Arioso’ is een volle, naar citroen geurende en roze theehybride.” Ze dreunde het schools op, glimlachte voor zich uit en knikte instemmend.
“Perfect. Wedden dat jij dit langer zal onthouden dan ikzelf?”
“Ooit, Menck, ooit zal ik je, als je écht oud en versleten zult zijn, les geven over je eigen tuin. Ooit.”

Ondanks mijn eerdere twijfel, sloeg ik nu toch mijn arm om haar heen. Zacht. Aarzelend ook.
Emma beantwoordde mijn gebaar door haar hoofd tegen mijn borst te leggen en de ogen te sluiten.

Cover-up Catalpa

Moest Adam (die van Eva, jazeker) in ónze tuin zijn geschapen in plaats van in dat ander aards paradijs, dan had hij beslist dat vijgenblaadje gelaten voor wat het was.
Een blad van onze Catalpa om zijn dingeling te bedekken: dát is pas gerief waar je mee kunt uitpakken!

Ach, misschien had Adam gewoon een klein pietje, dat kan ook.

*
*      *

Achter die Catalpa, die aan het begin van elke lente tot schier tegen de stam wordt gekortwiekt (maar behoorlijk snel teruggroeit), gaat een ganse topgevel met twee ramen schuil.
De boom hebben we met andere woorden doelbewust op die plek geplant om onze soms iets te nieuwsgierige buren geen inkijk in onze woonkamer te gunnen. Halfweg de herfst verliest hij weliswaar zijn blad, maar dan worden de rolluiken toch vroeg naar beneden gelaten.

Jaarlijks stevig terugsnoeien doe ik om de structuur van deze gewone Catalpa (geen bolcatalpa, dus) compacter en zodoende steviger te houden. Door zijn talrijke grote bladeren vangt een niet jaarlijks gesnoeide Catalpa veel wind die ervoor kan zorgen dat er makkelijk takbreuk of -afscheuring ontstaat. Dergelijke wonden kunnen gaan infecteren met soms noodlottige ziektes tot gevolg.

Ook (eveneens jaarlijks teruggesnoeide) bolcaltalpa’s staan garant voor de nodige privacy, zeker als ze al enkele jaren oud zijn:

Wie niet jaarlijks de snoeischaar hanteert, wordt eind juli/begin augustus getrakteerd op een rijke bloei met feeërieke orchideeachtige trompetbloemen:

[ Foto’s: Menck W. | De laatste twee foto’s nam ik in de ouderlijke tuin alwaar een oude Catalpa huist die slechts sporadisch wordt gecoupeerd. Hij geniet de (wind)beschutting van andere bomen. ]