Categorie: Tag

Tag: #De eerste keer

De Belgisch-Nederlands-Mozambikaanse blogger Koen Schyvens gooit een – ongetwijfeld hardhouten – stokje ofte tag doorheen de blogosfeer. Laat het toevallig ook op deze stek zijn terechtgekomen: #De eerste keer, een virtuele calvarie in elf staties:

  1. Wanneer heb je voor het eerst gevlogen?

In 1985. Mijn toenmalige vriendin en ik hadden onze laatste centen bijeengelegd voor een helikopterluchtdoop. Voor de studenten die we in die tijd waren, was dat vluchtje een bijzonder prijzige aangelegenheid.
En toch had ik deze uitspatting voor geen geld ter wereld willen missen; we vlogen over beider ouderlijke woningen, zagen onze ouwelui op straat staan zwaaien en ontdekten dat de immer uit de hoogte doende buurman van drie huizen verder zowaar een zwembad van olympische afmetingen in zijn tuin had. Dolletjes!
Ik herinner me nog het fijne, welhaast tintelende gevoel dat zich in mijn maagstreek nestelde toen het luidruchtige hefschroefvliegtuigje ons richting luchtruim tilde. Al kan dat ook geweest zijn omdat mijn vriendinnetje gedurende de ganse vlucht mijn hand vasthield. Ik verdenk haar heden nog steeds van schijtluizigheid, iets dat ze nooit ofte nimmer heeft willen toegeven.

Later ben ik, omwille van de job die ik toen uitoefende, nog ettelijke keren helikoptergewijs van de grond geweest. Vlucht na vlucht bleef ik het een overdonderende belevenis vinden.

  1. Waar ging je voor het eerst naar school?

Naar de kakschool in Zedelgem, een plattelandshol vlak bij Brugge. Mijn eerste juf was Greta, een ongelooflijk lief mens. Afgelopen zomer heb ik nog een ganse tijd met haar gepraat. En hoewel ze thans een dame van een zekere leeftijd is, herkende ik haar na welhaast zevenenveertig jaar meteen. (Doch zij mij niet, de seut.)

  1. Waar en wanneer ging je voor het eerst zonder je ouders op vakantie?

Het zal u hooglijk verbazen, doch ik ben nooit met mijn ouders op vakantie geweest. Het nest waar ik opgroeide, was even arm als warm, ziet u. Mijn eerste reis zonder mijn ouwelui – naar Pescara in Italië – was zodoende tevens mijn eerste reis tout court.

  1. Wat weet je nog van de allereerste keer dat je alcohol dronk/proefde?

Ik proefde, op vijftienjarige leeftijd, voor het eerst een pilsje: een Jupiler. Dat spul vond ik toen zo vies en bitter smaken, dat ik het nadien nooit meer heb genuttigd. Tot op heden ben ik nog steeds geen echte bieradept, feitelijk.

  1. Wat is de eerste single / lp / cassettebandje / cd die je zelf kocht (of kreeg)?

‘I want Candy’ van Bow Wow Wow. Die aankoop geschiedde in 1982 en vond plaats in de toenmalige piepkleine Brugse Bilbo.

  1. Wie was de eerste dode mens die je zag?

Wie hij was, weet ik niet. Wel dat ik hem heb gewassen. Klaarstomen om af te leggen, noemden we dat destijds in het Militair Hospitaal te Keulen alwaar ik tien maand actief deel uitmaakte van de verzorgende staf.

  1. Weet je nog iets van de eerste keer dat je de zee zag?

Ja hoor. Ik was een kind en weet nog dat ik dacht: ‘De zee is zó machtig mooi en fascinerend dat ik later in haar buurt wil komen wonen.’
En alzo geschiedde.

  1. Waar stond het bed waarin je voor het eerst sliep nadat je je ouderlijk huis had verlaten?

In de master bedroom van het eerste huurhuis waar mijn ex en ik voor vier jaar introkken. Dat statige pand was eigendom van mijn toenmalige schoonouders. Zulks was huren aan een zeer zacht prijsje, wat ik je brom.

  1. Wie was de eerste niet-Nederlander / niet-Vlaming / iemand met een andere culturele achtergrond waar je mee hebt gepraat?

Véronique, een Parijse schone met wie ik alras een langdurige grensoverschrijdende liefdesrelatie aanknoopte. Het was het begin van wat ik ‘Mijn Franse Periode’ noem en aan dewelke ik met enorm veel genoegdoening terugdenk. Wat een hete spetter was die Véro, zeg!

  1. Wat was de eerste plek die je bezocht buiten Europa?

Geen.

 

En een extra vraag voor de openhartige liefhebber:

  1. Wat weet je nog van de eerste keer dat je je (al dan niet huidige) partner voor het eerst helemaal bloot zag?

Dat moet in een later stadium een belevenis geweest zijn zoals ik ze ooit alhier beschreef.
Doch in het allerprilste begin was de eerste gedachte die mijn harses bekroop nadat we elkaar hadden uitgekleed: ‘Heeft werkelijk élk meisje zo’n opzichtige mol-met-een-open-ruggetje op de plaats waar haar benen samenkomen?’
Yep, we schrijven the eighties en ik was, zo bevroedde u allicht wel, een groentje van jewelste.

En u?

Advertenties

Thomas’ tag: cars à gogo

Van de heer Thomas Pannenkoek is geweten dat hij een simpele ziel is en dat hij het leven ondergaat. Dat zijn overigens zijn eigen woorden.
Wie, zoals ik, zijn blog al wat langer leest, weet ondertussen al een pak meer over die mens. Sinds deze week onder andere dat hij al zes auto’s naar de verdoemenis heeft geholpen en heden zodoende met zijn zevende voertuig ’s heren wegen onveilig maakt. Daarbij vraagt hij zich af wie van zijn lezers eveneens zulk een “palmares” kan voorleggen.
En ziedaar: een nieuwe tag was geboren.

Mijn lijst is iets langer dan die van Thomas, vrees ik, doch zulks mag geen verwondering wekken als u weet dat zowel mijn madam als ik ons woon-werkverkeer per auto afleggen. Of beter: dienen af te leggen. Want het openbaar vervoer in het gat waar we woonden/wonen was en is je reinste lachertje. De fiets is, door de grote afstanden, evenmin een optie. En dus zwaait Koning Auto de scepter te onzent, al juichen we dat om diverse redenen allerminst toe.

Vooraleer ik u een rondje foto’s met wat uitleg in de maag splits, wil ik dat u weet dat ik allerminst een autogek ben. De nieuwerwetse blikken lijken allemaal net iets te veel op elkaar en missen dus vooral datgene wat de auto’s uit pakweg de sixties wél nog hadden: een eigenwijze smoel, tonnen karakter en vaak ook een lijn waarvan Marilyn Monroe spontaan begon te kwijlen.
Verder biecht ik u eerlijk op dat madam Menck noch ik ooit een nieuwe auto hebben gekocht. Onze karren waren en zijn stuk voor stuk tweedehands. De volkswijsheid dat je daardoor andermans verdriet zou kopen, slaat veelal als een tang op een varken. Een goede, betrouwbare garagist kan u dienaangaande voor veel leed behoeden. Alvorens tot aankoop over te gaan, peil ik steevast grondig naar a) de historiek, b) de betrouwbaarheid, c) het reële verbruik en d) de praktische kant van een auto. Zaken als kleuren, velgen, spoilers en andere toeters en bellen interesseren me geen hol.

Bon, dan steek ik bij deze van wal. Ongeïnteresseerden haken hier best af.
Voor zij die wel van enige nostalgie, leedvermaak en herkenning houden: scrollen maar.

CITROËN 2CV

Deze oude geit (Nederland: eend) was niet van mij, maar het was wel de eerste auto waarin ik een jaarlang op wekelijkse basis naar Keulen en terug reed. Yep, ooit was ik een soldaat. De oranje 2cv behoorde toe aan iemand die vond dat het ding al veel te lang stilstond en me vervolgens de sleutels overhandigde met de woorden: “Behandel mijn dame met zachtheid, beste Menck. Het zal haar deugd doen om eens een ganse tijd haar vleugels te kunnen uitslaan.”

Voordelen: Zuinig | boterzachte vering | open (zeil)dak | klapraampjes | het ‘ware autorijden’-gevoel | een goede – optionele! – geluidsinstallatie.

Nadelen: Tergend traag (van 0 tot 100: een halve dag – topsnelheid met wind in de rug en bergaf: 110) | rumoerig | boterzachte vering | spartaanse zetels.

Prijs: Gratis, de benzine uitgezonderd.


FORD GRANADA – 2.0 benzine (madam Menck)

Toen pa en ma een nieuw voertuig op het oog hadden, werd deze hoekige benzineslurper geschonken aan dochterlief. Al te lang zou ze er niet in rijden, want dit bakbeest was dorstiger dan de gemiddelde Zwitser en was niet bepaald een ‘kruip door sluip door’-model te noemen. Na hooguit een jaartje vertrok hij per boot naar Zuiderse oorden. (Alwaar hij heden ongetwijfeld nog steeds het mooie weer maakt.)

Voordelen: Ruimte, ruimte en nog ’s ruimte | krachtige motor | robuust.

Nadelen: Verbruik | hete skaizetels in de zomer | omvang | roestgevoeligheid.


VOLKSWAGEN GOLF II – 1.6 Diesel

Mijn eerste eigen autootje, geheel en al geschonken door mijn ouwelui. Kostprijs: 250.000 Belgische frank (6.250 euro).
Helaas bleek dit een opgelapt onding dat zo onbetrouwbaar was als de pest. Het ene mankement volgde het andere in sneltempo op. De auto stond meer bij de garagist dan dat hij reed.
Het resultaat was dat ik dit vehikel veel te snel van de hand heb moeten doen teneinde me niet blauw te betalen.

Voordelen: Zuinig | praktische bruikbaarheid.

Nadelen: Zo basic als maar kon (slechts één optie: een sigarettenaansteker) | traag | rammelkar | tal van mankementen | spuuglelijke kleur (babykak).


RENAULT 5 – 1.1 benzine (madam Menck)

Na amper één jaar in ons bezit weigerden de remmen alle dienst en gleed deze Franse dame zonder dralen onder een vrachtwagen. Madam Menck kon het nog navertellen, de Renault helaas niet meer.

Voordelen: Zuinig | groot schuifdak | een leuk ogend snoepje.

Nadelen: De eerste versnelling inleggen resulteerde geregeld in achteruitschakelen. Vervelend, zeker als je in de file staat | traag | basic uitvoering | niet al te degelijk in elkaar geschroefd rammelwagentje.


TALBOT HORIZON – 1.9 diesel

Het merk Talbot is al een poos verdwenen tussen de plooien van de tijd. Jammer, want deze comfortabele Fransoos was best wel fijn om in te rijden.
Ik schafte dit wagentje als tussenoplossing aan. Even doorsparen voor een degelijker exemplaar, zeg maar. Kostprijs: 24.000 frank (600 euro).

Voordelen: Zijdezachte ophanging | verbruik | vinnig voor een ongeblazen dieseltje | de meest comfortabele zetels die ik ooit in een wagen aantrof.

Nadelen: Roestte welhaast hoorbaar | hoge laaddrempel | basic.


VOLKSWAGEN GOLF II – TOUR-uitvoering – 1.6 turbodiesel

Een topwagen. Wat een contrast met mijn eerste Golfje. Deze kar trok op als een tierelier, was tegelijk zuinig en heeft me zo goed als geen enkel moment in de steek gelaten.
Uiteindelijk klokte ik af op 420.000 (!) kilometer waarna ik mijn trouwe metgezel verkocht aan een Afrikaan. “Ies vor export, menier.”
Kostprijs: 300.000 frank (7.500 euro).

Voordelen: Uitermate betrouwbaar | zuinig | vinnig | vijfdeurs | trekhaak.

Nadelen: Nog steeds erg spartaans. De optielijst bij VW is, zelfs nu nog, ellenlang en pokkeduur.


ALFA ROMEO ALFASUD – 1.3 benzine.

Dit afdankertje werd een tijdje het mijne in afwachting van beters. De bedenkelijke reputatie die Italiaanse auto’s in die tijd hadden, maakte dit bruintje meer dan waar: het was storingsgevoelig, roestte terwijl je er op keek en was tuk op zeer frequente benzinepompbezoekjes.

Voordelen: Typische roffelende Alfasound uit die dagen | wegligging | fijn interieur | vinnig kleintje.

Nadelen: Verbruik | roesten | storingsgevoelig | onaantrekkelijke kakakleur.


NISSAN SUNNY – 1.0 benzine (madam Menck)

Deze Sunny verving de onfortuinlijke Renault 5. Hij was groter, zuiniger maar een stuk minder krachtig. Kleur: Ferrarirood, haha.
Problemen met dit wagentje: nul. Dé Japanse gestaalde perfectie, zeg maar. Tot op heden kunt u, mits wat geluk, deze auto’s nog aantreffen in het straatbeeld.
Prijs: 125.000 Belgische frank (3.125 euro).

Voordelen: Ruim | zuinig | betrouwbaar | lichte besturing zonder servo | prima verwarming.

Nadelen: Bij-zon-der traag | zeer basic uitvoering | warmde ’s zomer snel op vanbinnen | saai uiterlijk.


TOYOTA CARINE E – 2.0 Turbodiesel (Toen ik me een Avensis aanschafte, werd dit madam Mencks auto)

Deze Japanse voiture van Engelse makelij was, zonder enige overdrijving, de beste auto die ik ooit heb gehad. Comfortabel, ongelooflijk ruim, voorzien van alle destijds gangbare opties en tevens mijn eerste wagen met servobesturing.
Toentertijd werd hij bestempeld als ouwezakkenbak, doch dat deerde me allerminst. My Toyota was fantastic, jazeker, zelfs na 400.000 probleemloze kilometers.
Kostprijs: 10.000 euro.

Voordelen: Teveel om op te noemen.

Nadelen: Weinig opwindende looks | spuuglelijke zetelbekleding | krasgevoelige lak.


HONDA MAGNA 750cc (madam Menck)

Dit uit Amerika geïmporteerd bobbermodel was een ganse tijd Katriens favoriete verplaatsingsmiddel. Winter en zomer, jawel. Beetje born to be wild, bevroed ik.
Toegegeven, deze stoere chopper hoort niet echt thuis in dit logje, maar ik vind hem desalniettemin vermeldenswaardig. Bij deze, dus.


FORD FIESTA MK II – 1.0 benzine (madam Menck)

Dit slome kleintje schaften we aan voor exact 1.000 euro. Na een jaar verkochten we het wagentje voor dezelfde prijs.
De auto hing al die tijd scheef op links, zodat je als chauffeur de neiging had van je zetel te glijden. De ophanging bleek te zwak, een gekend euvel bij dit model. Zulks was op de duur zo storend dat de Fiësta de deur werd gewezen.

Voordelen: Betrouwbaar | verbruik | onverwacht ruim vanbinnen.

Nadelen: Sloom | ophanging | zeer basic.


PEUGEOT 205 – 1.8 Turbodiesel (madam Menck)

Een tof nummer, luidde destijds de reclameslogan. En dat was ook zo.
Ondanks dat deze Fransoos qua assemblage toch wat te wensen overliet, bracht hij madam Menck immer uiterst gezwind van a naar b. Het staalblauwe kleintje was geen overdreven zuinigheidskampioen, maar schonk wel voldoening middels uitmuntende prestaties. Een scheurijzertje pur sang, met andere woorden.
De Peus sloot zijn leven af met welhaast 300.000 km op de teller en wisselde daarna probleemloos van eigenaar.

Voordelen:
Lekker zittende zetels | groot schuifdak | zeer vinnig | goed compromis vering-wegligging | onverwacht storingsarm.

Nadelen:
Te hoog verbruik | achterbank slechts voor kinderen | matige assemblage | rammelde als gek | zware besturing ondanks servo | schakelde hakerig.


TOYOTA AVENSIS STATIONWAGON – 2.0 Commonrail turbodiesel (D4D)

Over deze slee kan ik kort zijn: een geweldige auto. Na driehonderdduizend kilometer zonder noemenswaardige mankementen, kan ik niet anders dan nogmaals de loftrompet steken over Toyota.
Deze bijzonder ruime stationwagen was mijn eerste wagen met commonrailtechniek. Hierdoor was hij zuinig en snel tegelijk. Het was tevens mijn eerste ‘full option’-auto: elke toen mogelijke optie tekende present, lederen zetels daargelaten. Een luxebeestje, kortom.

Voordelen: Teveel om op te noemen.

Nadelen: Geen. Tenzij misschien de handelbaarheid in de stad.


MINI ONE – 1.4 Turbodiesel (madam Menck – huidige wagen)

Hoewel madam Menck gek is op dit karretje, vind ik er niks aan. Het is klein, de koffer en de achterbank zijn lachertjes, het rammelt dat het een lieve lust is en het is veel te duur voor wat het uiteindelijk maar is. Ook zijn er welhaast geen aflegmogelijkheden in het interieur. Storend, zoiets.
Roemenswaardig zijn echter de degelijke motor (van Toyota, jawel), het lage reële verbruik (4,3 liter / 100 km) en de vinnigheid van het kleine dieseltje.
Het kleinood heeft ondertussen +200.000 kilometer achter de kiezen zonder al te grote kosten.

Voordelen: Zuinig | fantastische wegligging | vinnig | prima stadswagentje dat ook op de autosnelweg zijn mannetje staat | looks interieur en exterieur.

Nadelen: Klein (als mens van 1,90 meter krijg ik me er welhaast niet ingewrongen) | zeer stug |rammelbak | welhaast geen aflegmogelijkheden | dure onderdelen.


NISSAN NV200 – bestelwagen – 1.5 DCI (huidige wagen)

Dit – toegegeven – lelijke hok schafte ik me aan uit noodzaak (lees: als werkpaard). Hierbij hield ik eens te meer rekening met een aantal factoren: verbruik, aanschafprijs, praktische bruikbaarheid, betrouwbaarheid. Na lang wikken en wegen, koos ik uiteindelijk voor deze middelgrote bestelwagen.
Zijn redelijk compacte buitenafmetingen doen allerminst vermoeden dat het laadruim zo groot is (4,2 m3). De laaddrempel is bovendien de laagste in zijn categorie en de ultrakorte draaicirkel bombardeert deze bestelwagen zelfs tot een prima stadskameraad.
Na twee jaar en honderdduizend kilometer ben ik nog immer tevreden over deze aankoop, ook al mocht de trekkracht van de betrekkelijk kleine diesel wat mij betreft gerust wat groter zijn. Hulde echter voor zijn zuinigheid.

Voordelen: Compact van buiten, ruim van binnen | hoge zitpositie | verbruik | wendbaarheid | heel veel opties.

Nadelen: Stugge vering | motor mocht krachtiger | Slechts twee zetels (in plaats van drie zoals bij tal van soortgenoten) | rumoerig.


En u?