Categorie: Open tuinen

Open Tuinen: neerwaartse spiraal?

De twee keurig in het pak gehesen heren waren kort van stof. Een van hen had een blocnote en wat voorgedrukte documenten in de hand, de andere een digitale compactcamera. Onze tuin spreidde zijn herfstkleuren tentoon toen hij, ondertussen een eeuwigheid geleden, door dit duo aan een keuring werd onderworpen. Als hij aan ‘de nodige criteria’ voldeed, zou hij het jaar erop in aanmerking komen voor de gekende Open Tuinen van de Landelijke Gilden, de organisatie waarvoor dit tweetal enigszins stijfdeftig opereerde.
Toen ze hun schouwingsronde na ruim drie kwartier beëindigden, gaven ze ons enkel mee dat de beslissing van de raad zou opgestuurd worden. We waren groentjes in het opentuinengebeuren en vonden het allemaal vreselijk spannend.

De tijden zijn veranderd, beste lezer. Het aantal tuineigenaars dat dingt naar een deelname aan Open Tuinen is sindsdien jaar na jaar gedaald. Waar het aan ligt, daar ligt het aan. De selectiecriteria werden, zo vernam ik uit verschillende monden, naar beneden bijgesteld om de bezoekers kwantitatief eenzelfde aanbod te kunnen blijven bieden. Toen ook dat geen zoden aan de dijk zette, lijkt het wel alsof thans rijp en groen wordt geduld. Misschien is dit een geheel persoonlijke perceptie, maar bij de tuin die mijn madam en ik afgelopen zondag bezochten, stelden we ons toch ernstig vragen omtrent de toelatingseisen. Zijn die er überhaupt nog wel? Want waar de Landelijke Gilden vroeger streefden naar een aanbod waar de combinatie van vernieuwing, veelzijdigheid en kundigheid een conditio sine qua non was, lijkt het wel alsof ze thans elkeen die zijn tuinpoort een weekend wil opengooien aan de mouw naar binnen trekken.
Onze ervaring is helaas geen alleenstaand geval. In liefhebbersmiddens gaat die bedroevende evolutie dezer dagen volop over de tong. Onderstaande foto’s nam ik afgelopen weekend in één van de twee tuinen die we bezochten. Vol verwachting wegens een wervende beschrijving in de ‘Open Tuinen’-gids trokken we erheen. Meewarig hoofdschuddend verlieten we al na een kwartier de doening. Want als we een tuin bezoeken, dan willen we echt wel niet geconfronteerd worden met onderstaande, eh, dingen. Beati pauperes spiritu.

Kijk ’s aan: zowaar een heuse kar bij de inkom. Die hooglijk originele beplanting! Dat unieke ‘wars van alle kitsch’-concept!
De toon was gezet:

“Zou de ijzerhandelaar hier eerstdaags langskomen, denk je?”
“Hm. Dit schroot werd hier volgens mij veeleer bewust in een zogezegd tot verfraaiing dienende compositie neergepoot.”
“Néé!”

Een leeg hoekje aankleden? Dat doe je ui-ter-aard met een antieke karnton. “Zo hoort dat op den boerenbuiten, meneer!”

Ik heb een donkerbruin vermoeden dat de tuineigenaars fan zijn van de Titanic, getuige dit majestueus eerbetoon in een vogeldrinkschaal:

Naast elke vijver hoort nu eenmaal een palmboom. “Onze tuinarchitect was een Haïtiaan, meneer.”
Met een obsessie voor Bekaertdraad bovendien:

Magistraal voorbeeld van een geslaagde randafwerking en -beplanting:

Vanzelfsprekend obligaat: een waterbrakende amforavaas:

Een vlinder met een vleugelspanwijdte van een Boeing 747? Een lollige wuftheid, zeg maar:

Tonnen vreugde voor wie deze tuin betreedt. En een paar emmers ook:

Dit stukje kunstzinnigheid is getiteld: ‘stilleven met melkkan’:

Hoort thuis in elke degelijke Vlaamsche lochting: een zo wit mogelijk gipsen beeld. Ter logische aanvulling: een hamster eekhoorn op de tafel:

Zou Gert Verhulst hier vaak op bezoek komen?

Want dit is Plopsaland!

Moeder Maria, verlos ons van deze ‘Open Tuinen’-deelnemer. En van dat ontsierende groene zeil op de achtergrond, dat ook:

Was het dan allemaal kommer en kwel, beste lezer?
Neen.
Wat buiten de tuin lag, sprak me ten zeerste aan:

En, het moet gezegd, ook de verdwaalde zeldzame Meconopsis wist me te bekoren:

Deze tuin droeg ‘Buitenhof’ als naam. Geen verkeerde keuze; we konden niet rap genoeg buiten zijn.

[ Foto’s: Menck | op eigen risico aanklikbaar voor groter ]

De tuinman was een dame

Het lichtvoetige wicht Evy ‘Start to Run (naar Vier)’ Gruyaert is er geboren en getogen. Hetzelfde kan gezegd worden van politiek analist Carl Devos en van schilder-beeldhouwer Rik Vermeersch. Deze en een paar bekende namen uit de sportwereld plaatsten het West-Vlaamse gat Meulebeke op de kaart.
In tuinmiddens valt er steevast een andere naam als het dorp met meer varkens dan inwoners ter sprake komt: Regina Vuylsteke. Noem haar naam wat mij betreft gerust in één adem met die van Mia Gevaert, Dina Deferme of Lies Vandenberghe. Trek daar vervolgens de ‘ik wil me laten gelden’-mentaliteit af, en u definieert tomeloze passie in stilte.

Ieder jaar kon men gedurende enkele weekends het resultaat van de intense bezieldheid van deze tuindame gaan bewonderen in de vijfduizend vierkante meter grote Tuin van Régine. Tot nu. Want op 14 april laatstleden overleed Regina Vuylsteke op veel te jonge leeftijd. Haar tuin gaat nog één keer open vooraleer hij definitief sluit: op 29 en 30 juni aanstaande.
Waarom eenieder met florale vurigheid in zijn hart er zeker de verplaatsing naar midden-West-Vlaanderen voor dient te maken, gingen madam Menck en ik afgelopen zondag uitzoeken. Een relaas vindt u op Picmenck, de fotodivisie van Twaait: weinig woorden doch héél veel oogstrelende flora. Zo zou Regina het ook beslist gewild hebben.

PRAKTISCH

De Tuin van Régine
Oude Gentstraat 4 te Meulebeke
Zaterdag 29 en zondag 30 juni 2013 van 10 tot 19 uur.
Inkom: 3 € ten voordele van een ter plaatse beschreven goed doel. Kinderen tot 12 jaar: gratis.
E-mail: detuinvanregine@telenet.be | Tel. 051/48 91 76.