Categorie: Natuur

Mid-oktober: Indian Summer!


Zomereik (Quercus robur)


Voorgrond: Schijnacacia (Robinia pseudoacacia)


Prachtriet (Miscanthus x giganteus)


Fluweelboom (Rhus typhina)


Duivelswandelstok (Aralia elata)


Sierappel (Malus ‘Red Sentinel’)


Japanse esdoorn (Acer palmatum)


De rozen hebben nog niks aan kracht/pracht ingeboet.


Afrikaantjes (Tagetes patula).
Na de bloei worden ze ingeploegd om de aaltjes te vernietigen die rozen aantasten via de wortel. Volgend jaar staat dit veld zodoende vol rozensoorten voor de verkoop.


Even over zeven: ‘k heb de zon zien zakken in het bos.


[ Foto’s: Menck ]

Advertenties

Redding in 5 stappen

Het was rond de middag toen de jonge kauwen onze schouw verlieten. Aanvankelijk wat stuntelig rondfladderend onder ouderlijke begeleiding, maar tegen de avond al omgeturnd tot volleerde, zelfstandige piloten. Anderhalve dag later keerden ze het luchtruim boven onze tuin de rug toe, ongetwijfeld om zich aan te sluiten bij de kolonie waartoe het ouderpaar behoort.

Volgende week dinsdag wordt de schoorsteen professioneel gereinigd waarna hij, middels een rasterwerk, definitief zal verworden tot een kauw-no-go.

Eind goed, al goed?

Eh, nee.

Want de morgen nadat de kauwen aan de einder waren verdwenen, werden we ineens opgeschrikt door een paniekerig gekras vanuit de woonkamer.
Mijn eerste gedachte was dat één onzer katten alsnog een kauwtje had verschalkt en er thans mee aan het dollen was in de living. Doch eenmaal ter plaatse bleek alles peis en vree. Op dat wanhopige gekras na. De exacte locatie van die geluidsbron werd alras getraceerd. Om een en ander te verduidelijken, geef ik u hieronder een snelle situatieschets mee:

Yep, er was inderdaad een kauwenjong in de linkse schoorsteenschacht gesukkeld. Die eindigt overigens tegen het plafond van onze woonkamer, initieel bedoeld om er een kachel op aan te sluiten. Een dergelijk verwarmingstoestel is er echter nooit gekomen zodat het gat in het plafond al twee decennia lang is verzegeld middels een dunne plaat. En net op die plaat hoorden wij, tussen het paniekerige gekrijs door, trippelende vogelpootjes.
Ocharme dat jong. Moederziel alleen achtergelaten door de ouders die het wellicht als verloren hebben bestempeld. Omringd door stof, gruis, duisternis en weet ik wat nog allemaal. (Dikke spinnen! Versteende vogelpoep! Een reeds in verregaande staat van ontbinding verkerende Zwarte Piet!)

Hier diende resoluut te worden ingegrepen. Hetgeen ook geschiedde, en wel als volgt:


STAP 1 | De afdekplaat werd met behulp van hamer en beitel ontmanteld. De schade aan het plafond bleef beperkt tot wat afbladderende verf. Maar de hoeveelheid ondefinieerbare troep die uit het gat kwam, was aanzienlijk.
.


STAP 2 | Het jong werd na een moeizame bevrijding liefdevol opgevangen door madam Menck. Het spartelde hevig tegen, wat een goed teken was. Op zijn bek zat geronnen bloed, ongetwijfeld ten gevolge van verwoede ontsnappingspogingen. Met een keukenhanddoek werd het arme dier, geheel tegen zijn zin, grondig afgestoft.
.


STAP 3 | Teneinde straks toch enigszins voorbereid de wijde wereld te kunnen intrekken, liet ik de jonge kauw alvast kennismaken met deredactie.be van onze openbare omroep. Onder meer het artikel over de onveilige asbestverwijdering in Sint-Niklaas droeg diens volle aandacht weg.
.


STAP 4 | De restjes pizza picante noch de boterham met Nutella zeiden het dier iets. Maar dorst had het wel! Een halveliterfles SPA Touch of Lemon werd dra soldaat gemaakt.

STAP 5
Na wat op krachten te zijn gekomen – en vervolgens uitermate nieuwsgierig in quasi elk object in mijn bureel te hebben gepikt – werd het tijd om het kwieke vogeltje een veilig onderkomen te doneren. Onze tuin en diens omgeving waren uitgesloten wegens a) een nog niet vliegwaardig jong, b) zijn ouders die niet langer aanwezig waren en c) ons immer roofzuchtige kattentrio op de loer.
En dus trok Katrien nog diezelfde middag met haar Mini Pooper naar Oostende met het kauwtje netjes naast haar op de passagierszetel – gordel om, ja ja – en The Black Crowes op de radio.
Die dolle rit eindigde hier:

Op het moment dat “onze” kauw voldoende op krachten is gekomen en terug aan het luchtruim zal worden toevertrouwd, ontvangen we hierover een (foto)bericht.
De champagne staat alvast koud!

[ Foto’s: Menck ]

Kauw in de schouw

O, wat aandoenlijk toch, zo’n dartel huppelend kauwtje op een met frêle bloemetjes bezaaid gazon. Deze foto tovert ongetwijfeld een zalige zomerdag voor uw geestesoog. Buiten het beeld bevinden er zich allicht enthousiast barbecueënde koppels wiens kinderen kraaiend van plezier water uit een plonsbadje scheppen teneinde elkaar eens goed nat te spatten, pretlichtjes in hun ogen en al.

Oké, ik liet me even gaan.
Maar wie wordt er niet week bij het aanschouwen van zo’n hulpeloos klein kauwtje dat zacht piepend ligt te wachten tot zijn broertjes dan wel zusjes geboren worden?

Week worden?
Ik niet.
Of beter: niet meer.
Want bovenstaand gezinnetje heeft zich namelijk knusjes genesteld op een plaats waar ik het liever niet had zien geschieden:

Yep, dat is óns dak, inderdaad. En onze schoorsteen. En in die schoorsteen woont thans een kauwengezin. Mama, papa en de kindjes.
Alle kleintjes hebben ondertussen de eierschaal afgeworpen en zijn alive and kicking. Voor wie hieraan mocht twijfelen: vanop het terras horen we van ’s morgens tot ’s avonds lieflijk gekweel uit een handvol gesmeerde keeltjes. Papa werkt zich de naad uit het lijf om de immer hongerige maagjes te vullen. Hij vliegt onafgebroken aan met lekkers, duikt gezwind onder de afdekplaat op de schoorsteen en stilt zonder morren de stevige trek van zijn kroost.
Mama kauw is daarentegen een ouderwetse trees. Een moeder bij de haard, zeg maar. Of beter: bij de gasketel waarmee de schouw in verbinding staat. Een schouw die, ik geef het u voor alle zekerheid maar even mee, potdicht zit. Potdicht zoals in onmogelijk om nog de verwarming op te zetten zonder risico op een fikse schouwbrand. Nogal een geluk dat het weer zich van zijn meest zomerse kant laat zien dezer dagen.

Grote zucht, dus.
Want wat moet ik nou?
De kleintjes laten zitten en wachten tot ze uitvliegen? Weet dan dat daar schier meteen een tweede legsel op volgt. Bovendien hebben madam Menck noch ik de tijd om ganser dagen trouw schoorsteenwaarts te staan turen tot we merken dat de kauwenkroost zijn vleugels wil uitslaan.

Ondertussen heb ik al eens gepolst bij een schoorsteenveger met de melding dat de gang van Zwarte Piet danig verstopt zit. Hij was meteen bereid om de klus te klaren.
“Ik zuig alles eruit van binnenuit, meneer. Fluitje van een cent. Geen al te proper werkje, maar het lukt me gegarandeerd.”
Dat was tot hij hoorde dat we kachel noch open haard hebben en de schouw dus niet vanuit de woonkamer bereikbaar is. Dichtgemetst en netjes gestuct. Oké, ze is mogelijks bereikbaar vanop zolder, maar dat wordt stevig kappen geblazen wegens het ontbreken van een toegangsluik of iets dergelijks. En nee, ik ben écht niet van plan om de gasketel maar eventjes gauw uit de schouw te sleuren, dank je wel.

“Het zal vanop het dak moeten gebeuren, veegmans”, gaf ik hem te kennen.
“Niet te doen”, weerlegde hij mijn voorstel. “Zo’n kraaiennest is niet zelden een meterhoge stapel van takken, bladeren, plastic, textiel, piepschuim en papier. Dat alles hebben die beesten tot één gigaprop geboetseerd. Bovendien is het zo dat naarmate de jongen groeien, en dus zwaarder worden, die prop steeds dieper in de schouw wegzakt.”

Grote zucht 2.

Terwijl ik dit schrijfsel typ, overstemt het enthousiaste gekwinkeleer van het jongbroed het geluid van de tv. Het lijkt wel alsof we te midden van de kauwen leven.
Degenen die zulks een machtig schoon terug-naar-de-natuur-gevoel vinden, wil ik met veel genoegdoening eens een volle kruiwagen nestmaterie doneren, stront incluis.

Om maar te zeggen dat ik mijn brein breek over een oplossing die zowel het jongbroed als ons interieur spaart. Eén schoorsteenveger vond ik ondertussen al wél bereid om vanop het dak te opereren. Neem dat opereren daarbij maar letterlijk, want zijn prijs is chirurgisch hoog.

Ik hou u van het verdere verloop zeker op de, eh, hoogte, beste lezer. En waag het intussen vooral niet om me middels het reactieluik van deze stek te treiteren met het alom gekende ‘In mei leggen alle vogels een ei’.
Dank u.

Volle maan

.

.
Boven het veld verschijnt de volle maan
boven de stad ziet iedereen haar staan
het is volle maan je voelt het overal
katten en honden wisten het al
wie kan er nou gaan slapen?

’t Is volle maan ik voel me zo klein
alles verdampt in zilveren schijn
en ik vergeet mijn huis en mijn naam
want alle mensen roep ik aan
wie kan er nou gaan slapen?

Iedereen gaat voor het open venster staan
iedereen zegt “dat is de mooiste maan
die ik in heel mijn leven heb gezien
was het een kaas, we beten erin”
wie kan er nou gaan slapen?

– vrij naar Wannes Van de Velde


[ Foto: Menck | Dit schrijfsel kadert in de Zomermodus van deze blog. ]

#levedelente!

De Salvia aurea ‘Kirstenbosch’ bloeit weer in onze tuin. Dit Zuid-Afrikaans curiosum is het soort plant waar je tuinbezoekers fier naar meetroont. Hij groeit uit tot een middelhoge heester met fraaie bladeren en een frappante bruinrode, welhaast koperkleurige bloei:

Vorige en deze week was en ben ik geheel en al in de ban van de lente. Ze openbaart zich dan ook bijzonder fraai dezer dagen en zorgt ervoor dat ik compleet bevlogen mijn handen uit de mouwen steek. Of dacht u dat werken onder deze schone jongen een straf was?

Even geestdriftig als kortstondig tooien ook de krentenbomen (Amelanchier lamarckii) zich met duizenden frêle bloemtrossen. Binnenkort wordt er poëtische lentesneeuw verwacht:

Niet getreurd voor wie geen of geen grote tuin bezit: in elk minituintje of op ieder balkonnetje past wel een teil gevuld met exquise voorjaarspraal of een pot boordevol feeërieke vreugdesymbooltjes:

Geel, wit en blauw voeren de hoofdtoon in de vroege lentetuin:

Wat mij betreft: ik voel me, zowel beroeps- als hobbymatig, de koning te rijk. Ik hoop van harte dat u hetzelfde voorrecht geniet.


[ Foto’s: Menck | Dit schrijfsel kadert in de Zomermodus van deze blog. ]

Emma

“Leer me de natuur zien”, zei Emma. “Ik wil die door jou leren kennen.”

Ik zat naast Emma op de verweerde grenen tuinbank en blikte bedenkelijk in haar richting. Ze keek naar me maar zag absoluut niks. Emma is achtentwintig en al zeventien jaar blind. Het gevolg van een overdosis aspartaam, heeft ze me ooit ijlings toevertrouwd. Of ze de ware toedracht maskeert, weet ik niet, maar ze wil het er alvast nooit meer over hebben.

“Hoe moet ik me dat voorstellen, Em?”

We praten vaak over de natuur. Emma is dol op ieder seizoen. Haar ouders hadden vroeger een grote tuin waarin ze tijdens haar verwerkingsproces veel troost heeft gevonden in het anders leren ervaren van vormen, geuren en geluiden. Naar eigen zeggen “ziet” ze nu tien keer meer dan vroeger.
Zes jaar geleden gingen haar ouwelui uit elkaar. Omwille van haar, of toch onrechtstreeks. Haar moeder hield haar vader verantwoordelijk voor haar blindheid. Eenieder deed zulks af als klinkklare onzin. Desondanks hield Emma’s moeder voet bij stuk en vertrok.
Emma woont nu samen met haar vader in onze straat in een veel bescheidener woning dan hun vroegere villa-op-vijftig-are-grond. Ze is een heel open, hartelijke, knappe en wereldwijze meid waar mijn madam en ik geregeld mee babbelen. ’s Zomers zitten we niet zelden op ons schaduwterras te filosoferen, te gieren of gewoon te relaxen tot een stuk in de nacht. Ze heeft het nog wel eens over haar moeder, die al vrij snel na de scheiding is gaan samenhokken met rijke Louis. Maar al zes jaar is ze uit haar – hun – leven verdwenen, iets wat zo nu en dan aan Emma vreet.

“Ik zou zo graag willen dat je je kennis over fauna en flora met me deelt. Je diepe liefde ervoor. Je weet hoe gefascineerd ik daardoor ben, en al zeker door jouw tuin. Wees mijn ogen, Menck. Leer me kijken door jouw ogen, hoe jij de dingen ziet en benadert. Wil je dat doen voor me?”
“Voor jou doe ik alles, dat weet je. Enfin, bijna alles.” Ik lachte.
Emma nam een slok van haar thee.
Soms schaam ik me dat ik naast haar gin of Duvel zit te hijsen. En af en toe, doch echt heel zelden, durft ze zich ook wel eens te verliezen in een avondje gerstenat. Dan wordt ze veelal lacherig en plagerig en bijwijlen weemoedig.

“Weet je wat ik nu het sterkst ruik? Een roos. Een oude theehybride, right?”
“Right”, antwoordde ik naar waarheid. Ze staat zowat vijf meter voor je.”
“Welke naam draagt ze?” Ze draaide haar hoofd naar me toe. Haar ogen leken me echt aan te kijken, hoewel ik wist dat ze daar behoorlijk wat moeite moest voor doen.
“Dat is de Arioso. Rosa ‘Arioso’ om correct te wezen.” Ik glimlachte om mijn pedanterie.
“Een roze?”
“Yep, een roze. Maar dat was een gok, niet?”
“Tuurlijk. Maar ik stel me een roos doorgaans roze voor. Gek, hè?”
“Misschien associeer je dat met vroeger, met de rozen uit jullie gewezen tuin.”
Ze antwoordde niet en nipte nog eens van haar thee.
“Welke geur ruik jij, Menck?”
“Op dit moment, bedoel je?”
“Ja.”
Ik snoof eens heel diep, waardoor Emma in de lach schoot.
“Je mag dat niet doen. Je moet gewoon chill blijven en de sterkste geur in je opnemen. De geur die je neus spontaan komt binnendrijven. Dewelke is dat?”
“De jouwe. Ik ruik shampoo.”
“Gekkerd.” Ze legde haar hoofd op mijn schouder. Zo bleven we een ganse poos stil zitten. Soms heb ik zin om mijn arm om haar heen te slaan en haar dicht tegen me aan te trekken. Maar dat durf ik niet. Ik ben bang dat net iets teveel intimiteit een wig tussen ons zou kunnen drijven en al het moois zou doen splijten.
“Citroen”, zei ze ineens.
“Eh, wat?”
“Ik ruik citroen. De Arioso geurt naar citroen.”
“Wacht”, zei ik, terwijl ik opstond en naar de rozenstruik stapte. Ik plukte er een rijk gevulde bloem af. “Ruik maar.” Ik legde de roos in haar hand.
“Wow, die is dik!” Ze bracht de roos tot tegen haar neus en inhaleerde lichtjes. Toen gaf ze de bloem aan me terug. Met dat gebaar kwam er een sterk citroenaroma vrij.
“Mijn eerste les”, sprak ze zacht. Ze legde opnieuw haar hoofd op mijn schouder. “Rosa ‘Arioso’ is een volle, naar citroen geurende en roze theehybride.” Ze dreunde het schools op, glimlachte voor zich uit en knikte instemmend.
“Perfect. Wedden dat jij dit langer zal onthouden dan ikzelf?”
“Ooit, Menck, ooit zal ik je, als je écht oud en versleten zult zijn, les geven over je eigen tuin. Ooit.”

Ondanks mijn eerdere twijfel, sloeg ik nu toch mijn arm om haar heen. Zacht. Aarzelend ook.
Emma beantwoordde mijn gebaar door haar hoofd tegen mijn borst te leggen en de ogen te sluiten.