Categorie: Madam Menck

Faits divers | deel 1

Ze kroelde het schier aride loof van de smalle dreven en viel later in volle schittering neer op de vloedlijn en het verlaten zandkasteel, wijl ze levend goud op onze kruinen liet beven; een goddelijk waas uit zijde en licht geweven: nooit voorheen ervoer ik zulk een magisch tafereel.

Aanschouwde u dinsdagavond ook die werkelijk glorieuze zonsondergang?
Het moet zowat half acht zijn geweest toen de koperen ploert ineens groot en oranjerood de einder kuste. Diens boodschap was onmiskenbaar: geniet nog een laatste maal ten volle van mijn zomerse gloed, gij allen, want ge zult er een tijd van verstoken blijven.
Op dat betoverende moment bevonden mijn madam en ik ons vlakbij een vrij grote plas water die gemeenzaam ook wel eens Noordzee wordt genoemd. Ik diepte mijn camera uit de schoudertas op en legde zoveel welhaast onaardse schoonheid meermaals vast.

Vanmorgen regende het, voor het eerst sinds lang, oude wijven. We wennen er maar beter aan als ik het KMI mag geloven.

* * *

Maar ik wil niet zo’n afzichtelijk groot toestel in de woonkamer”, zeurde Katrien wijl ze op mijn pc-scherm een foto aanwees van een doordeweekse hometrainer. “Geen computers en andere overtollige toeters en bellen, maar een minder log ding, liefst ook een beetje esthetisch verantwoord, dat me op een franjeloze manier de nodige training garandeert.”
“Het moet dus bij ons interieur passen?”, meesmuilde ik. “Daar ga ik niet eens naar op zoek om de eenvoudige reden dat zoiets niet bestaat, lieve schat.”
Mijn madam stond verontwaardigd op, trok haar smartphone uit haar achterzak en stapte mijn bureau uit.

Vier dagen later werd het geleverd.
Het was verbazend klein, erg fraai vormgegeven en woog op de kop af 120 kilo. Nog een geluk dat het niet log was.

Daar zal ze niet lang plezier aan beleven”, gaf een mijner klanten, die tevens sportleraar is, me mee. Hij heeft zijn eigen gymzaal vol logge toestellen.
“Dat kleinood is vooral mooi maar hoegenaamd niet praktisch. Je kunt je benen op geen enkel ogenblik voluit strekken met kniepijn als uiteindelijk resultaat. Het ontbreken van een stuur houdt een marteling voor de rug in, met alle kwalijke gevolgen van dien. Zeg maar tegen je vrouw dat haar gekoesterde machientje haar zuur zal opbreken.”

Het fitnessapparaat staat ondertussen te koop op 2dehands.be. We lieten de prijs al zakken tot 35 euro, doch geen vermaledijde kat die reageert.
Wijl ik dit aan het scherm toevertrouw, ligt mijn madam voor de vijfde van twaalf beurten op de behandeltafel van Kinesitherapie Kraakmans alwaar ik haar om kwart voor acht dien op te pikken.

* * *

En u?

.
[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Kolder of op zolder?

Herinnert u zich nog het amusante vragenvuur dat een poos geleden door de blogosfeer waarde? Het heette ‘The randomness of being’.
Laat ik even terugkomen op vraag 14 van die tag, die ik toen alzo invulde:

14 | Als je iets kon veranderen aan je huis – ook al is het niet handig of mogelijk – wat zou het dan zijn?

De plannen voor een hobbykamer op zolder zijn al getekend. Nu de uitvoering nog. De klusser in mij wordt reeds uitzinnig bij de gedachte alleen al.
Het wordt een ruimte waar mijn madam ongestoord haar geliefde hobby – pottenbakken – zal kunnen uitoefenen. Daar mag ze naar hartenlust het toerental van haar draaischijf opvoeren, morsen met klei en spatten met glazuur.

Ik mag dan al een enthousiaste doe-het-zelver zijn, erg hoog durf ik de lat zelden te leggen. Sterk in het iets ruwere werk, zeg maar, en bij voorkeur in robuuste composities voor buiten.
Nu lijkt het wel alsof ik vaak de Franse slag hanteer, doch niets is minder waar. Er schuilt wel degelijk een perfectionist in me die streeft naar een zo degelijk mogelijk afgewerkt product dat ook nog eens gezien mag worden. Mijn grote lacune is echter gepast werkgerief. Voor elke taak het best geschikte – vaak peperdure – materiaal aanschaffen, niet zelden voor een eenmalige klus: mij niet gezien. Ik vul die leemte bij voorkeur op met creatief denken en de zogenoemde truken van de foor.

Edoch, een volledige kamer construeren op onze zolder is een emplooi van een gans ander kaliber. Want wat ken ik nou van valse muren, verlaagde plafonds, een verhoogde vloer en elektriciteit? Er was, kortom, enige zelfstudie nodig alvorens ik me in de handen mocht spuwen.
Nooit gedacht dat het www me op zo goed als alle vragen die in mijn hoofd rondspookten een pasklaar antwoord zou kunnen bieden. Vooral YouTube was in dezen een machtige informatiebron met zijn glasheldere instructievideo’s.
Bovendien had ik me voorgenomen om een rode draad te trekken doorheen deze allerminst lucratieve schnabbel: “Alles zo goedkoop mogelijk zonder aan soliditeit in te boeten.

Wat denkt u, beste lezer: wist ik mijn belofte aan Katrien – al dan niet eigenhandig – te vervullen? Heb ik me voor een of meer puntjes moeten beroepen op derden/vaklui om me uit de miserie te verlossen? En vooral: kan mijn madam nu eigenlijk al morsen met klei en spatten met glazuur?

Bevredig uw nieuwsgierigheid door HIER te klikken, gij allen.

______________
N.v.d.r.: Ik verkeer nog steeds in de onmogelijkheid om te reageren op wordpress.com-blogs, m.u.v. mijn eigen stek. Afgaand op de mail die ik deze week mocht ontvangen, is WordPress “ermee bezig”.

Madam Menck maakt het bont

zet het blauw
van de zee
tegen het
blauw van de
hemel veeg
er het wit
van een zeil
in en de
wind steekt op

[ Willem Hussem | ‘In Druk’, 1965 ]

.

Ze overviel me compleet toen ze me de grote papieren zak overhandigde. Daarin trof ik tientallen tubes verf, penselen in alle maten, diverse paletmessen en een achttal strak opgespannen linnen doeken. Daarna overhandigde ze me nog een doek dat apart was verpakt wegens het buitenissige formaat: één bij anderhalve meter.
“Als dit niet dé aanleiding is om je verlangen te vervullen, dan weet ik het ook niet meer.” Ze schonk me de liefste glimlach mogelijk.
Nou, verrast ben ik alleszins. Ook over je voortvarendheid, trouwens.”
“Hoezo?”
Ik wilde mijn oude liefde nieuw lezen inblazen eens ik met pensioen ben. Dat is over, pakweg, vijftien jaar pas.”
“Weet ik, weet ik. Maar de microbe heeft je al wél weer te pakken.”
“Dat ontken ik niet. En wie weet wordt me wel eens een rustige week gegund dit jaar.”
“Voilà.”
Ik stond op, omhelsde haar en gaf haar een klappende pakkerd. “Heel erg lief en attent van je, en dat meen ik oprecht.”

Nauwelijks twee dagen later trof ik Katrien in mijn bureel aan voor een maagdelijk wit doek dat ze op mijn tekentafel had geposteerd. Ernaast ontwaarde ik enkele tubes verf en twee penselen.
“Ga jij ook…?” vroeg ik opgetogen.
“Ik wil het zó graag eens proberen.”
“Nooit geweten dat je schildersambities hebt.”
“Ik vind abstract erg mooi. En ik heb schitterende voorbeelden gevonden op Pinterest.”
“Zo werkt dat niet, schat. Originaliteit is hét codewoord bij het creëren van een werk.”
Ik ga heus niet na-apen, mocht je dat denken. Maar ik vond er wel een massa inspiratie.”
“Hm. Abstract dus.” Ik proefde het woord op mijn tong. “Abstract.”
Ja. Met lekker veel felle kleuren en absurde, wilde vormen. Hang zo’n doek tegen een witte muur en je krijgt een contrastelement van jewelste.”
En de, eh, visueel waarneembare werkelijkheid, zegt die je niks?”
“Bwah. Zoiets wordt al snel te klef, vind ik. Bovendien waag ik me daar niet aan. En om nou te zeggen dat ik daar fan van ben? Nee. Ik ben meer voor het moderne genre. Kleuren, vormen, lijnen, ritme, toonwaarden; zoiets.” Ze maakte enthousiaste armbewegingen wijl er een zekere opwinding in haar ogen verscheen.
“Ik denk dat ik je maar beter een hele poos alleen laat. Je hebt duidelijk je muze gevonden.”

Heden hangt Katriens schilderij in mijn werkruimte, beste lezer. Op haar verzoek heb ik er een strakke houten lijst voor geconstrueerd en die wit gelakt. Mocht ik ook eens schilderen.
Mensen die het werkje aanschouwen, worden altijd eerst even stil. Ik ben er nog niet uit of dat een goed of een slecht teken is.
Het is abstract”, zeg ik dan maar. Alsof dat alles verklaart.

Met graagte laat ik ook u een oordeel vellen. Klad het reactieluik van deze stek maar vol.
En geef vooral eens een onomwonden antwoord op de volgende prangende vraag:
“Zou u het schilderij ophangen of eerder de schilder zelf?”

.

[ Foto’s: © Menck ]

Haar klei(n) geluk

Na een pauze van ruim twintig (!) jaar, is madam Menck weer aan het bakken geslagen. Anders dan u denkt, situeert dat bakken zich niet in de keuken doch wel in een ruim en lichtrijk pottenbakkersatelier in de schone Brugse binnenstad. Al ben ik ondertussen wel een paar keer ingefluisterd en bestookt met niet mis te verstane hints dat ze maar wát graag haar eigen kleine hobbyruimte zou willen betrekken. “Onze zolder is zo groot en is slechts stof aan het vergaren”, luidt het dan.
2019 wordt nog eens een druk jaar, zeg ik u.

Naast verf op doek gebruikt mijn madam nu dus ook weer klei om haar ideeën beeldend vorm te geven. Klei is zacht, kneedbaar, amorf, flexibel en vormbaar en wordt na het bakproces hard en ongenaakbaar. Maar ook kwetsbaar en fragiel of stoer en krachtig, robuust en aards.
In haar hart schuilt de ware pottenbakker die zweert bij de gebruiksfunctie, een traditie die sinds oudsher in stand wordt gehouden. Zij vervaardigt dientengevolge geen kunst; de ambachtelijkheid staat hoog in het vaandel. Kennis van materialen, technieken en gereedschappen is noodzakelijk om datgene te bereiken wat ze wil.
Als keramiste wil ze het gehele proces, van de zachte klei tot het versteende object, in eigen hand houden en niet zelden de grenzen van het materiaal kennen en tarten.

2019 is amper zeventien dagen oud, maar de oogst is nu al behoorlijk groot. Weet echter dat wat u onderaan dit logje treft, een werk van lange adem – lees: talloze processen – is. Zodoende werd met deze keramische schnabbel vorig jaar reeds een aanvang genomen.

Alle voorwerpen die ze creëert – en vroeger reeds vervaardigde – worden te onzent ook daadwerkelijk gebruikt. Kommen dienen om soep, thee en koffie in te doen, in de vazen en potten pronken geregeld bloemen en planten, en ons dagelijks servies, inclusief een stel robuuste spaghettikommen, is ooit aan haar draaischijf ontsproten.
Geregeld wordt iets uit de met tal van vormen en kleuren beladen etagère genomen om aan te wenden. Na gebruik vliegt het, zonder de minste gevolgen, de vaatwasser in om daarna weer te worden uitgestald. Geen centje pijn, kortom.

Mocht u, na het doornemen van dit logje, zin hebben gekregen om óók aan de slag te gaan, stuur me dan gerust een mail met al uw besognes. U vindt mijn – nieuw – e-mailadres bovenaan deze blog onder de zwarte knop ‘CONTACT‘.

 

[ Foto’s: © Menck ]

Meer van Katriens creaties vindt u
HIER.

Onverbloemd

De week voor Moederdag is, naar jaarlijkse traditie, een bijzonder hectische periode voor madam Menck. Dan is het alle hens aan dek in de bloemenzaak waar ze werkt. Vakantiedagen mogen niet worden genomen, de wekelijkse vrije maandag vervalt, ziek worden of ineens bevallen is uit den boze en vooral blijven ademen is de boodschap.
De zaterdag voor Moederdag gaat de winkel in alle vroegte open. Zowat de hele dag door staan klanten in een rij tot buiten aan te schuiven om te worden besteld. Gelukkig wordt er ook veel gereserveerd op voorhand, gaande van boeketten over bloemstukken tot kamer- dan wel terrasplanten.
Drie tot vier man extra personeel springt dat weekend bij om elke kooplustige zo goed en zo snel mogelijk te kunnen bedienen. De kassa rinkelt schier onafgebroken, honderden ruikers worden ineengestoken en onderling wordt er nauwelijks gesproken.
“Verwacht me niet thuis voor tien uur ’s avonds”, gaf Katrien me reeds mee.
“Geen probleem, schat”, repliceerde ik. “Dan kan ik eindelijk eens die al tijden opgenomen film bekijken.”
“Welke film?”
Fuck My Dirty Shithole. Machtige prent met een glansrol voor de Zweedse Salfken Vorandeprume.”
“Yeah, right.”

Eveneens traditie: de bazin kiest voor alle personeelsleden – op twee man na allemaal vrouwen – eenzelfde werkoutfit. Die wordt geruime tijd voor de drukte besteld via een gekende Duitse-webwinkel-met-hoge-werkdruk om vervolgens te passen en al dan niet te retourneren voor een andere maat.
Dit jaar werd er geopteerd voor casual chic: zwarte stretchbroek, schoenen die het midden houden tussen witte vintage turnpantoffels en All Stars van Dunaldi, en een zwarte blouse met contrasterende grote bloemenprint waarvan de korte mouwen te lang of de lange mouwen te kort zijn. Mensen van de wereld zouden gewagen van driekwartsmouwen, doch ik reken mezelf allerminst tot die groep.

Geef toe: mijn madam zou niet misstaan in een boekske. Een Vogue of een Marie-Claire van halfweg de seventies, om er maar eens twee te noemen. Nu ze negen kilo is vermagerd – bespeur ik daar een ontluikende Twiggy? – en zich het kapsel van de jonge Ringo Starr heeft aangemeten, gaat ze bovendien volledig op in de tijdsgeest van toen. Als ik me niet vergis, werd Moederdag toen ook al gevierd. Aan den haard, of zo.

En u?


[ Foto: Menck ]

Eén met het universum

“En, Menck, hoe heb jij eigenlijk je madam leren kennen?”
“Goh, dat is een heel verhaal.”
“Vertel, jong!”
“Welaan, dan.

Voor ik beroepsmatig deed wat ik nu doe, heb ik een groot aantal jaren in een uitgeverij gewerkt. Ik was er corrector.
Zulks vergde, behalve een grondige kennis van het Nederlands, het Engels en het Frans ook nog enige schoolse basiskennis van het – vooral geschreven – Duits. Voor de rest werd er niks gestipuleerd. Doordat ik in enigerlei mate voldeed aan die vereisten, voelde ik me aangesproken toen ik mijn oog op de wervingsadvertentie liet vallen. Ik solliciteerde via de telefoon, wat in die dagen behoorlijk hip was. Weinig later werd ik middels een formeel vodje (de postbode had het – tevergeefs – tussen een dikke bundel reclame proberen te proppen) uitgenodigd voor een mondelinge en schriftelijke proef.
Aldaar aangekomen trok ik mijn dasje recht, sprak met twee woorden en wist redelijk goed te gokken op de geschreven test. Om kort te gaan: ik kon de week erop al aan de slag.

Voorheen leidde ik een behoorlijk hectisch bestaan als vertegenwoordiger van een groot vrachtwagenmerk. De job van corrector bleek stukken verteerbaardere koek. Ik diende slechts te zitten en te lezen.
Lézen, gedomme. Iets wat velen zich tot hobby stellen. Kopje koffie en een koekje erbij, zelfs. En dan die rust! Slechts nu en dan diende ik mijn hand eens op te heffen om een occasionele fout aan te stippen en een bladzij om te slaan. Geen onnodig geprakkiseer meer noch overdreven bemoeienis van hogerhand. Ik had een aardig verdekt opgesteld bureautje en een stoeltje. Het leeswerk werd me gebracht. Alleen de koffie moest ik zelf halen, maar dat had ik er voor over.
Als er tijdens al die jaren één iets was dat ik met stellige overtuiging als onweerlegbaar mocht claimen, dan was het wel dat ik als een belezen mens diende te worden beschouwd. Ik las wetteksten, romans, en kunstboeken. Ik doorsnuffelde reclamefolders, verkiezingsdrukwerk en pamfletten. Ik verdiepte me in magazines over cosmetica, baby’s, tuinen en auto’s. Een paar ondertussen aardig gekende boeken gingen eerst door mijn handen alvorens te worden gedrukt. Yep, ik voelde me een hele pief. Een gevoel dat helaas al snel omsloeg toen ik mijn eerste maandloon inde. Doch dit uiteraard geheel in de rand, want mijn jobvreugde werd er nauwelijks door aangetast.

De baan had één nadeel: ze verklootte mijn ogen. Ik las bij Tl-licht dat niet zelden flikkerde en bovendien veel te hoog hing. Mijn diverse klachten hieromtrent werden honend weggelachen met een immer weerkerend “De lampen zullen worden aangepast eens de huidige de geest hebben gegeven.” Al die jaren zijn ze blijven branden. En flikkeren. Wat heeft geleid tot mijn eerste bril (en in latere instantie lenzen).
Die bril had dan weer als voordeel dat ik het aanwezige vrouwvolk veel beter kon observeren. Want dat was nóg zo’n niet te versmaden voordeel van mijn job: het atelier waar mijn bureel zich bevond, werd in hoofdzaak bevolkt door het geslacht waar ik een groot zwak voor heb. En aldus hield ik me op kalme momenten onledig met praatjes slaan en grapjes maken. Spoedig werd alzo mijn vriendinnenbestand uitgebreid. Wat op zijn beurt weer leidde tot ontspannende ‘nawerkse’ uren.
Gaandeweg raakte ik verslingerd aan één welbepaald werkneemstertje. Dat het wederzijds bleek, kon ik dra opmaken uit de verlegen lachjes en de blos op haar wangen telkens als ze mijn bureel passeerde. We hadden amper woorden gewisseld, maar de steelse blikken vlogen bijzonder frequent heen en weer. Mijn hart bonsde dubbel zo hard als ik haar zag en mijn bloeddruk schoot menigmaal naar grote hoogtes. Ik kreeg klamme handen, wat het schrijven danig bemoeilijkte. Mijn gedachtewerk hield me op den duur van mijn leeswerk af. Kortom: ik werd verliefd.

Een afspraak op een zonnige voorjaarsmiddagpauze in het Brugse Minnewaterpark – what’s in a word, nietwaar? – mondde uit in de eerste kus. Die voelde aan alsof er in mijn lichte hoofd duizend nachtegaaltjes romantisch kwelend een liefdeszang aanhieven terwijl ontelbare vlinders uitgelaten mijn buik als danszaal bezigden. U raadt het al: we raakten verwikkeld in een relatie.
Verwikkeld, jawel. Want boven dit ogenschijnlijk onschuldige tafereel trokken zich donkere wolken samen: die van een bestaand huwelijk. Wilt u er nog wat bliksems bovenop? Welaan dan: haar man werkte in hetzelfde bedrijf, zij het gelukkig op een andere afdeling. ‘Ruk eens gezellig een koppel uiteen’ is niet bepaald mijn levensmotto. Ik was dan ook – excusez le mot – verheugd toen bleek dat er al geruime tijd meerdere haren in de huwelijksboter zaten. Eigenlijk wilde ze dus niets liever dan een beetje betrapt te worden. Wat ook gebeurde. Door haar vent bovendien. Met minder aangename gevolgen: die mens eiste mijn ontslag omdat ik ‘een regelrecht gevaar was voor zijn huwelijk’. Van enig gebrek aan realiteitszin kon ik hem alvast niet beschuldigen.
Ik ontving, netjes verpakt in een officieel uitziende omslag, een kreukvrij papiertje dat kortweg ‘C4’ als titel droeg. Geen aangename tijding, dat begrijpt u. Doch dit logje eindigt geenszins negatief. Wat volgde, kan uitermate beknopt worden weergegeven zonder aan duidelijkheid in te boeten: madam liep inderhaast bij meneer weg, ze stortte zich in mijn armen, we leefden nog lang en gelukkig.
Enfin, dat laatste dient u te beschouwen als de expressie mijner grootste hoop. Maar ondertussen zijn mijn madam en ik wel al tweeëntwintig jaar samen. Correctie: tweeëntwintig en een half.
Dat corrigeren gaat er toch maar moeilijk uit, verdorie.


TOEN:

NU:

Lach de winter eens uit

“Wat vind je van deze?”
“Nee. Afschuwelijke kleur. Lijkt wel koffie met melk.”
“Tiens, nu je het zegt. Daarnet zag hij er nog beigeachtig uit. ’t Zal onder invloed van dit rare kunstlicht zijn, zeker?”

“En nu?”
“Hm, kweenie. Te klein volgens mij. Knelt dat niet hier?”
Ik wees ‘hier’ aan.
“Een beetje wel.”
“Een beetje is een beetje te veel, denk je niet?”

“Beter?”
Ik schrok.
“Wow, dat is wel erg, eh, gewaagd. Niet?”
“Mag toch?”
“Van mij wel. Maar je ziet wel de helft van je…”
Ik wees.
Ze keek.
En schrok.

“Dit kleurtje vind ik super.”
“Absoluut de max. Wat vind je van het model?”
“Ik weet het zo niet.”
“Ik ook niet, eigenlijk.”

“Open zijkantjes. Tof, hè?”
“Draai je eens een beetje.”
Ze draaide zich traag naar links. Vervolgens naar rechts.
“Mja.”
“Is dat een tja of een jààh?”
“Er ergens tussenin.
“Ik word moe.”
“Wat je zegt.”

“Met roze bolletjes. Schattig.”
“Next.”

“Ik heb mijn twijfels over deze.”
“Welke stof is dat?”
“Een soort kunststof, denk ik. Voel eens.”
“Plastic, toch?”
Ik nam mijn aansteker.
“Hé, laat dat, wil je?”

“Dit is echt de laatste, hoor.”
“Knap!”
“Echt?”
“Echt.”
“En de kleur? Het motiefje?”
“Prima. Ik meen het.”
“…”
“Ja maar,  ik meen het écht.”
“Vind je dit…” Ze wees naar ‘dit’. “…niet te, eh, bloot?”
“Net goed, vind ik. Ze komen er zeker niet teveel uit, als je dat bedoelt.”
“Nee? Ook niet als ik spring?”
Ze sprong twee keer op en neer.
“Zit als gegoten, zie je wel?”
“Ja…”
Ze draaide zich drie keer om voor de spiegel, blikte naar haar poep en voelde aan haar borsten. Ze duwde ze eventjes omhoog. Toen keek ze naar onderen.
“Dat zal wel iedere keer héél fijn scheren worden.”
“Je ziet niks hoor.”
“Hm.”
“Neem je hem?”
“Ja.”
Ik slaakte een zucht.
Ze ritste het gordijntje dicht.

Mijn madam had afgelopen weekend ineens door dat de soldenperiode(*) op haar einde liep en wilde een nieuwe – hou u vast – bikini.
“We kunnen er niet vlug genoeg bij zijn”, zei ze.

Die ‘we’ bedoelde ze helaas letterlijk.

[ Foto: via ]

 


(*) Voor de Nederlanders: koopjesperiode.

Nu zij nog

“Met wie zou jíj eigenlijk eens een nachtje willen doorbrengen?”
Katriens ogen fixeerden me van boven haar magazine.
“Wat bedoel je?” vroeg ik afwezig. Ik zat volop in een film.
“Je favoriete onenightstand. Ik alleszins niet met Paul Jambers.”
“Paul Jambers? Hoe kom je dáár nou bij?”
“Hierdoor.” Ze reikte me het magazine aan. De kop van Jambers prijkte, slecht getrukeerd, op een atletisch lichaam. Achter hem stond een enigszins streng kijkende brunette. De foto suggereerde een beginnende stoeipartij.
“Wie is zij?” Bij nadere beschouwing had Jambers toch niet zo’n slechte smaak.
“Een of andere Amerikaanse journaliste die wereldtoerisme belicht. Zijn wens voor één nacht, blijkbaar. Ik ken haar niet.”
“Ach zo.” Ik gaf haar het blad terug en draaide me opnieuw naar de beeldbuis.
“Nu heb je nog niet op mijn vraag geantwoord.” Ze nam de zapper en dimde het volume.
“Moet dat per se nú? Ik tracht hier wel een film te volgen, schat.”
“Niet meer nodig. Kijk maar.” Ze knikte in de richting van het scherm.
“Getver, wééral reclame. Da’s al het derde blok. Klotezender.” Ik zuchtte en greep naar de zak chips op de salontafel. “Wat wilde jij ook weer weten?”
“Met wie jij voor een nacht de lakens zou willen delen. Doe maar alsof ik een glossyreportster ben.”
“Dat heb ik je toch al eens verteld, dacht ik.”
“Ja, maar dat was geen Belgische schone.”
“Die van Paul Jambers toch ook niet?”
“Nee, en dat vind ik raar. Normaal staat dit blad er iedere week op dat het een man of vrouw uit eigen land is. Jambers is bang om zijn onenightstand tijdens een tv-opname tegen het lijf te lopen, las ik. Nou, en?” Ze lachte.
“Wie zou jij kiezen?”
“Zo niet, hè. Ik heb de vraag wel eerst gesteld.”
“Goh, ik heb niet zo meteen iemand voor ogen, eigenlijk. Jij wel?”
Ze knikte en grijnsde. “Eerst jij.”
“Mag ik daar even over nadenken? Ik moet toch plassen. Potdenken gaat me goed af.”
“Oké. Ik wacht wel.”

Toen ik terug de woonkamer binnenkwam, speelde er een glimlach om mijn lippen.
“Wat loop jij nou te grijnzen?” vroeg mijn madam verbaasd.
“Ik grijns niet, ik wéét het.”
“O ja? Wie?”
“Raad ‘s.”
“Nicole van Hugo?” Ze schaterde het uit.
“Bijna juist. Een tip dan maar? Als ik me niet vergis, staat er een fotootje van haar in datzelfde magazine.”
“In déze editie, zeg je? Wacht, ik vind ze wel.” Ze begon naarstig te bladeren.
“Doe maar rustig. De film begint weer.” Ik nestelde me behaaglijk in mijn luie fauteuil.
“Bieke Ilegems?”
Ik trok mijn schouders op.
“Ja maar, je moet het me wel zeggen als ik erop zit, hè.”
“Ik zal het je vooral niet laten weten als ik erop zit.”
Een nanoseconde later zoefde er een weekblad door de lucht. Mijn afweerpoging haalde weinig uit; het boekske trof me in de nek en fladderde vervolgens op de grond. Het viel open op pagina 51.

“Kom dat tegen, zeg.” Ik raapte het verfomfaaide magazine van de grond. “Je hebt zowaar raak geschoten, schat.”
Mijn madam keek me een wijl niet-begrijpend aan. Toen glimlachte ze en griste met een ongekende felheid het blad uit mijn handen.
“Hmmjaaaah, dié heeft inderdaad wel wat.

 


UPDATE 24/01:
Wie klikt(e) op het punt achter de laatste zin van bovenstaand schrijfsel, ziet/zag dit plaatje verschijnen:


[ aanklikbaar voor groter ]

Luchtkussenjumper Van Het Jaar

Afgelopen zomer deed madam Menck geheel zelfverzekerd een gooi naar de titel ‘Luchtkussenjumper Van Het Jaar’.
De lokale publieksjury van het evenement bleek van de goedmoedige soort en kende haar een gouden medaille toe voor Moed en Zelfopoffering.
De Officiële Keurdelegatie had echter sterk haar twijfels omtrent de stijl, originaliteit en afwerking van Katriens act. Dientengevolge ontving ze uit handen van de voorzitter, de heer A. Z. Ynpisser, een troostprijs in de vorm van het boek ‘Jonger dan je denkt?’. Volgens datzelfde heerschap maakte madam Menck op voorhand al geen schijn van kans tegen de grote schare jeugdige tegenstanders. “Waarvan akte”, luidde zijn afrondende commentaar.
De daarmee gepaard gaande grijns op ’s mans gezicht werd prompt onthaald op luid, welhaast hysterisch boegeroep van het talrijk opgekomen publiek. Vanuit de massa werd een kogel afgevuurd die de heer Ynpisser vol in de borst trof. Hij was op slag dood. Diezelfde avond nog werd de aanslag opgeëist door IS.

Doch oordeelt u vooral eens zélf:

[ Video: Menck ]


(IS: Internationale Springkasteelfederatie)