Categorie: Klussen

Huizenjagers: speciale editie

Na afgelopen zondag – wat een overheerlijk weertje! – een paar baantjes te hebben getrokken in ons verwarmd olympisch zwembad, twee stukken vanuit Zambia geïmporteerde nijlpaardfilet aan de barbecue te hebben toevertrouwd, een halfuurtje in de op zolder geïnstalleerde cederhouten infraroodsauna te hebben vertoefd en ter verkoeling daarvan een helikoptervluchtje boven Oostende te hebben geëxecuteerd – wegens te lui om de luchtballon uit de paardentrailer te halen en die te verhitten voor een relaxerende wolkenvaart teneinde mijn chakra’s in de juiste banen te dirigeren – begon ik me toch ietwat te vervelen. Alledaagse dingen staan nu eenmaal snel tegen en aldus zocht ik later die dag mijn heil in wat creatief zaag- en timmerwerk ter algehele verstrooiing mijner kleurloze burgerbestaan.

Op een houten plank, die ik nog overhad na de bouw van onze indoorjacuzzi, tekende ik minutieus een handvol patronen uit. Vervolgens zette ik mijn wipzaag aan het werk, waarmede ik, voor alle duidelijkheid, niet de helft van mijn trouwboek bedoel. Al snel verkreeg ik alzo de benodigde houten vormpjes die in een logische volgorde aan elkaar werden getimmerd tot ik onderstaand tot volle tevredenheid stemmend resultaat verkreeg:

Het gaatje op mezenmaat – diameter drie centimeter – realiseerde ik met een klokboortje, waarna ik de kleine vogelvilla tevens van een landingsstokje uit sierpruimenhout voorzag. Ter afronding van het exterieur koos ik voor een restje oude rubberfolie als dakbedekking, hetwelk ik met nietjes fixeerde.

Noblesse oblige, en dus werden, alvorens te monteren, de binnenwanden van de vogelvilla bekleed met gestoffeerd Italiaans nappaleer. Tevens werd er een met dons gedrapeerd leg- en broedhoekje geconstrueerd ter grootte van maximaal acht eieren. Van dit uiterst elementaire onderdeel werden de zijkantjes afgewerkt met hoogwaardige Chinese zijde voorzien van een vrolijk voorjaarsbladmotiefje.
Het plafond van mijn vogelhuisje leukte ik op met een zonlichtimiterend ledlampje met fluittoonbediening, en ter finale completering voorzag ik de bodem van een op maat gemaakt stukje mosgroen Nepalees tapijt. Handgeweven, dat spreek voor zich.

Helaas vergat ik foto’s te nemen van de binnenkant. Mijn spijt is groot, want nu hangt het kleinood alreeds in de eik, de opening netjes naar het oosten gericht zoals menig vogelkenner immer voorschrijft.

Er is zodoende een nieuwe villa vacant in onze tuin. Benieuwd welk mezenkoppel deze speciale, gevleugelde aflevering van Huizenjagers wint.
Ik hou u, deemoedig en gedienstig zoals u mij kent, uiteraard op de hoogte van het verloop hiervan.

.

[ Foto’s: © Menck ]

Voor zij die ‘Huizenjagers’ niet kennen: KLIK!

Caelum et terras miscere (*)

Niet zo lang geleden, toen Corona nog slechts de gemoederen beroerde van de Anonieme Alcoholisten, berichtte ik u over mijn houten terras en hoe rot het geworden was.

Dat relaas zette ik online voor ik besloot om een grote blogvakantie te nemen. Uw geheugen opfrissen kan overigens hier en hier.

Op het moment dat ik de oude fundering finaal verwijderde, vielen de mussen in groten getale dood van het dak door de premature hitte. April 2019 was de vroege aanzet van wat een van de heetste en droogste zomers sinds de eerste waarneming halfweg de jaren 1880 zou worden. Ik herinner me dat er dagen waren waarop ik tot vier flessen van anderhalve liter water met extreme begerigheid tot mij nam. Dat zijn hoeveelheden waar zelfs een middelgrote pony jaloers van wordt.

Terwijl de nietsontziende koperen ploert ongenadig mijn verzengde lijf teisterde, sleurde ik vierentwintig treinbielzen uit zes ton blauwe grind. Die tweeënhalve meter lange en loodzware liggers ging ik met de kettingzaag te lijf; ik deelde ze op in lengtes van een halve meter, een noodzaak om ze te kunnen behappen. Onverhoopt kon ik al die stukken in één (overbe)lading kwijt in het containerpark, zelfs al was dat niet geheel conform de aldaar gangbare reglementering. Lees: ik werd danig berispt doch mocht mijn vracht na de nodige discussies toch lossen.

De zesduizend kilo grind, zoals je dat heden nog steeds tussen de spoorbielzen vindt, kruide ik in een huurcontainer. Daar deed ik, rekening houdend met de geselende weersomstandigheden, menig uurtje over. Die avond dacht ik dat mijn benen waren gekrompen, doch het waren mijn armen die waren uitgerekt.

In een derde fase diepte ik spadegewijs de kurkdroge en navenant harde bodem uit tot op zowat vijfentwintig centimeter. Dat was nodig om een voldoende dikke laag gestabiliseerd zand in te voeren waarop dan de blauwsteen zou worden gelegd. Wórden gelegd, inderdaad, want die klus liet ik met veel graagte over aan een goed geoliede tandem vaklui. Ik had, zeg maar, ander katten te geselen.

En ziedaar, wat ruim twintig jaar lang drieëndertig vierkante meter houten plankier is geweest waarop allerhande mossoorten immer welig tierden, is thans verworden tot een strakke en onderhoudsarme tuinhoek. Doch ook nu geldt het credo van weleer: algehele verpozing galore.

Binnenkort – lees: begin mei – de kuipplanten uit de serre halen en samen met de tuinset terugplaatsen op onze gerevalueerde zonnestek en we kunnen, als zulks ons althans wordt gegund, nog vele decennia genieten als nooit tevoren.

Alvast een koel drankje, iemand?

(*) Hemel en aarde bewegen

[ Foto’s: © Menck ]

Tijdelijk buiten gebruik

De zondag was te onzent niet bepaald de rustdag zoals hij doorgaans te boek staat. Ik ging een tweede gevecht aan met het terras, waarbij ik even was “vergeten” wat ik tweeëntwintig jaar geleden zo allemaal onder het plankier heb weggemoffeld.

Man, man, man, als dat zo blijft evolueren, vind ik misschien zelfs mijn decennia geleden zoekgeraakte portefeuille terug. Daarin stak, voor zover ik het me kan herinneren, nog een kleine vierduizend frank alsook een niet volledig afgestempelde zuipkaart van de jaarlijks weerkerende Scoutsfuif.

Volgende week vat ik het tweede terrasgedeelte aan. Ook hier weer volop kiezelstenen en al dan niet halfvergane treinbielzen.

En mocht u al denken dat ik de aanzienlijke hoop eerder losgewrikte planken stuk voor stuk op mijn aanhanger heb moeten laden om ze vervolgens nog eens te lossen in het containerpark: nope.

Een simpel zoekertje met als titel ‘Gratis brandhout’ volstond om prompt zestien enthousiaste bedes in mijn mailbox te treffen. Hij die me als eerste mailde, is er ondertussen mee weg. De brave man heeft alles netjes opgeladen terwijl mijn madam en ik onze boterhammen aan het verdienen waren. Een fijne mens noem ik zo iemand.

Kortom: wordt vervolgd.
Want wie is er bijvoorbeeld geïnteresseerd in een twintigtal loodzware treinbielzen variërend van erbarmelijke tot matige kwaliteit en een paar ton blauwe kiezelstenen? Gratis, vaneigens.

U misschien?

[ Foto’s: © Menck ]

Terrasjesweer

Februari heeft welhaast twee weken lang gesolliciteerd om te mogen fungeren als dienaar van de lente. Al die tijd hield de statistisch koudste maand van het jaar met verve de (zonne)schijn op. Maar schijn bedriegt, want op zijn laatste dag komt februari opnieuw iets nukkiger uit de hoek, ook al zit de traditionele vorst die de maand kenmerkt er niet meer in.

In al dat voortijdig genietbaars schuilt gewis ook een zeker onheil. Duizenden verontruste jongeren voorvoelen en vatten het thans bewuster dan wij, de mature tak van de samenleving. Zo stak ik eerder deze week, zonder de minste gewetenswroeging, de kop in het zand en heb ik de ongenadige koperen ploert dolenthousiast in mijn armen gesloten, onderwijl “Meer van dat!” wensend. Wie in dezen zonder zonde is, werpe de eerste steen.
Zoveel premature lente kon ik onmogelijk links laten liggen. Terrasjesweer, dát was het. En zodoende heb ik dan ook langdurig op mijn terras vertoefd, mijn bleke bovenbast slechts gehuld in een dun T-shirtje. Al heb ik op die zonovergoten plek een en ander verricht dat niet bepaald tot de geneugten des levens kan worden gerekend:

Na meer dan twintig jaar was het gros der houten latten zodanig verweerd dat ik letterlijk putten in het plankier stampte. Deze houtsoort dateert nog van voor er ook maar sprake was van het commercieel succes dat bankirai of andersoortig tropisch hardhout heden kenmerkt. De rijke mosgroei waarschuwde me al een paar jaar: dit terras is compleet óp.

De ontmanteling had best wat voeten in de aarde. De koppen braken af bij het willen uitdraaien van de schroeven, een gekend manco van inox. Zodoende diende ik mijn aloude koevoet en baarlijke spierkracht aan te spreken om de hele zooi los te wrikken. Ik verzeker u: er zijn voorwaar fijnere klussen denkbaar.
Op vandaag is het eerste stuk van het terras ontdaan van deklaag en onderconstructie. Het langszij liggende tweede terrasdeel volgt in een later stadium – zijnde bij tijd en goesting.
Rest er nog het elimineren van alle kiezel tussen de treinbielzenfundering om vervolgens ook die loodzware jongens af te voeren.

In de plaats komt er een stenen terras. Tegels, blauwsteen of klinkers, ik ben er nog niet uit. Als het maar niet meer kan rotten. En als het maar niet meer zo verrekte spiegelglad wordt bij nat weer, dat ook.

U ziet het: februari doet vandaag de boeken toe, maar maart opent meteen een schreeuwerige agenda. Al zal die ten dele worden ingevuld door lieden die meer thuis zijn in het construeren van terrassen dan ik. Om maar te zeggen dat ik me liever stort op groen dan op stenen.

* * * * *

Het terras in betere tijden:

[ Foto’s: © Menck ]

Als een snoek op zolder

Omdat de vrouw waarmee ik getrouwd ben sinds we een huwelijk aangingen me poeslief doch indringend heeft gevorderd om een stukje van onze zolder in te richten als hobbyruimte, zocht ik het vandaag dan ook hogerop in onze woning. De laatste keer dat ik de zolder betrad, was Obama nog presidentskandidaat voor zijn eerste termijn en moest de iPad nog worden uitgevonden.
Wat schetste mijn verbazing toen ik de ladder had bestegen? Dat het er nog drukker was dan op een avondmarkt in de Marollen. En even groezelig ook. Want hemeltjelief, wát een stof en wélk een hoeveelheid spinrag trof ik me daar aan.
Geen schatten op onze zolder, doch bovenal rommel, vergeten huisraad en uitgerangeerde toestellen allerhande wegens kapot of voorbijgestreefd. Als ik hier ooit grote schoonmaak moet houden – hetgeen er daadwerkelijk zit aan te komen – dan raad ik mezelf aan een container te huren en alles erin te zwieren. Of toch bijna alles, want een aantal elementen werden destijds op zolder geplaatst om bij te houden. Ik denk aan het stevige hardhouten stapelrek, een zelfgemaakte lange bijzettafel en een marktkramerstent die ik ooit voor een habbekrats op de kop wist te tikken. Niet dat ik marktkramerambities heb, doch als abri voor een tuinfuif is ze evenzeer geschikt. Want dat ben ik wel nog van plan in mijn leven: ettelijke tuinfuiven geven.
Doch eerst maar eens een nieuw terras plaatsen, want vorige week ben ik door het bestaande geschoten met mijn rechtervoet, hetgeen me allerminst deugd deed. Houtrot na tweeëntwintig jaar geseling door ons Belgisch klimaat, het mag geen verwondering wekken.

Achter een gitzwarte kast – had ze vroeger geen glazen deuren? – lag er nog een stapel vergeelde Humo’s uit de tijd dat ik nog in kolder en gein geïnteresseerd was. Eén ervan maakte gewag van de oprichting van de commerciële zender VTM, ondertussen toch alweer dertig jaar geleden.
Ik vond er tevens een bundeltje biljetten van twintig Belgische franken (heden een halve euro), opgerold en bijeengehouden door een eindje vlastouw. Een snelle telling leerde me dat ik alzo drieduizend frank heb laten verkommeren, in die jaren een aanzienlijk bedrag doch heden nog amper vijfenzeventig euro waard. De tijden zijn danig veranderd, wat ik u brom.

Ik nam wat foto’s teneinde een schetsje te kunnen voltrekken van de toekomstige hobbyruimte mijner bedhelft. Exact opmeten doe ik immer daarna.
Ik weet nu al dat ik me met een aantal problemen geconfronteerd zie waar ik, nochtans doe-het-zelver zijnde, geen raad mee weet:

  • Er bevindt zich slechts één stopcontact op zolder. En daarop is de brander aangesloten. Elektriciteit installeren is echt niet mijn ding;
  • De verlichting is op één peertje na onbestaande. Er zal extra bekabeling moeten worden geplaatst naar de hobbyhoek;
  • De betonnen vloer is zo ruw en oneffen als de huid van mijn schoonmoeder. Voorlopig geen idee hoe ik dat zal oplossen.

Staat eveneens in de pijplijn voor 2019:

  • Het oude tuinterras afbreken en een nieuw (laten) plaatsen;
  • De grootste van de twee vijvers leegmaken en die ganse tuinhoek heraanleggen;
  • De hall renoveren en schilderen;
  • Overmatig veel werk op de agenda als zelfstandig hovenier.

Ik wou dat ik een kat was.
Dan had ik negen levens.
Ze zouden zéér van pas komen.

 

De zolder van zuid naar noord (boven) en van noord naar zuid (beneden). Afmeting: 16 x 10 meter, stahoogte: 2,5 meter.

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Glijdende uren

In tijden waarin het zweet zich dag na dag als een welhaast klaterende waterval van mijn rug stort om vervolgens op de wijze van een wild kolkende rivier nietsontziend mijn bilnaad te eroderen en zich via mijn vermoeide onderdanen een weg te banen naar mijn zompige schoenen, heb ik niet al te veel goesting om ook nog ’s mijn brein te breken teneinde u een vracht vlotte volzinnen te kunnen voorschotelen.
Zomermodus
heet zoiets, als ik me niet vergis.

Een paar foto’s zullen dientengevolge volstaan. Het zijn dit keer stille getuigen van het feit dat met weinig gerief/kosten toch best wel veel kan worden gerealiseerd indien de nodige creativiteit wordt aangeboord.
Zo had ik vorige week, na de constructie van een houten vlonder, een zestal (stukken van) planken over alsook enkele palen van ongelijke lengte en diameter.
Wat doet een mens met zoiets? Stockeren? Een zoveelste plantenbakje construeren? Het gat in de begroting dichten?
Ik maakte er de bevallige uk van vrienden mee gelukkig. Jawel, dat lieflijke kind dat ik in het verleden ook al eens trakteerde op een eigenhandig geconstrueerde zandbak. Die is ze ondertussen enigszins ontgroeid. Of beu, dat kan ook. Met haar +drie lentes kijkt ze namelijk uit naar spannendere avonturen. Gewaagder. Onstuimiger. Een hoog opstijgende schommel, om maar eens iets te noemen. Of een vervaarlijk ogende glijbaan. Want ja, “ik ben wel geen baby’tje meer, hè!”

Een tweedehandse glijbaan wist ik via een zoekertjessite op de kop te tikken voor zegge en schrijve vijf (!) euro. Voorgeschreven montagehoogte: anderhalve meter.
Wat er vervolgens is voortgekomen uit een kleine vier uurtjes creatief zaag-, schroef- en meetplezier, treft u hieronder. Ik heb alvast de kleuter van vrienden én het kind in mezelf levendig gehouden, zeg maar.

[ Foto’s: Menck ]

Kauw in de schouw

O, wat aandoenlijk toch, zo’n dartel huppelend kauwtje op een met frêle bloemetjes bezaaid gazon. Deze foto tovert ongetwijfeld een zalige zomerdag voor uw geestesoog. Buiten het beeld bevinden er zich allicht enthousiast barbecueënde koppels wiens kinderen kraaiend van plezier water uit een plonsbadje scheppen teneinde elkaar eens goed nat te spatten, pretlichtjes in hun ogen en al.

Oké, ik liet me even gaan.
Maar wie wordt er niet week bij het aanschouwen van zo’n hulpeloos klein kauwtje dat zacht piepend ligt te wachten tot zijn broertjes dan wel zusjes geboren worden?

Week worden?
Ik niet.
Of beter: niet meer.
Want bovenstaand gezinnetje heeft zich namelijk knusjes genesteld op een plaats waar ik het liever niet had zien geschieden:

Yep, dat is óns dak, inderdaad. En onze schoorsteen. En in die schoorsteen woont thans een kauwengezin. Mama, papa en de kindjes.
Alle kleintjes hebben ondertussen de eierschaal afgeworpen en zijn alive and kicking. Voor wie hieraan mocht twijfelen: vanop het terras horen we van ’s morgens tot ’s avonds lieflijk gekweel uit een handvol gesmeerde keeltjes. Papa werkt zich de naad uit het lijf om de immer hongerige maagjes te vullen. Hij vliegt onafgebroken aan met lekkers, duikt gezwind onder de afdekplaat op de schoorsteen en stilt zonder morren de stevige trek van zijn kroost.
Mama kauw is daarentegen een ouderwetse trees. Een moeder bij de haard, zeg maar. Of beter: bij de gasketel waarmee de schouw in verbinding staat. Een schouw die, ik geef het u voor alle zekerheid maar even mee, potdicht zit. Potdicht zoals in onmogelijk om nog de verwarming op te zetten zonder risico op een fikse schouwbrand. Nogal een geluk dat het weer zich van zijn meest zomerse kant laat zien dezer dagen.

Grote zucht, dus.
Want wat moet ik nou?
De kleintjes laten zitten en wachten tot ze uitvliegen? Weet dan dat daar schier meteen een tweede legsel op volgt. Bovendien hebben madam Menck noch ik de tijd om ganser dagen trouw schoorsteenwaarts te staan turen tot we merken dat de kauwenkroost zijn vleugels wil uitslaan.

Ondertussen heb ik al eens gepolst bij een schoorsteenveger met de melding dat de gang van Zwarte Piet danig verstopt zit. Hij was meteen bereid om de klus te klaren.
“Ik zuig alles eruit van binnenuit, meneer. Fluitje van een cent. Geen al te proper werkje, maar het lukt me gegarandeerd.”
Dat was tot hij hoorde dat we kachel noch open haard hebben en de schouw dus niet vanuit de woonkamer bereikbaar is. Dichtgemetst en netjes gestuct. Oké, ze is mogelijks bereikbaar vanop zolder, maar dat wordt stevig kappen geblazen wegens het ontbreken van een toegangsluik of iets dergelijks. En nee, ik ben écht niet van plan om de gasketel maar eventjes gauw uit de schouw te sleuren, dank je wel.

“Het zal vanop het dak moeten gebeuren, veegmans”, gaf ik hem te kennen.
“Niet te doen”, weerlegde hij mijn voorstel. “Zo’n kraaiennest is niet zelden een meterhoge stapel van takken, bladeren, plastic, textiel, piepschuim en papier. Dat alles hebben die beesten tot één gigaprop geboetseerd. Bovendien is het zo dat naarmate de jongen groeien, en dus zwaarder worden, die prop steeds dieper in de schouw wegzakt.”

Grote zucht 2.

Terwijl ik dit schrijfsel typ, overstemt het enthousiaste gekwinkeleer van het jongbroed het geluid van de tv. Het lijkt wel alsof we te midden van de kauwen leven.
Degenen die zulks een machtig schoon terug-naar-de-natuur-gevoel vinden, wil ik met veel genoegdoening eens een volle kruiwagen nestmaterie doneren, stront incluis.

Om maar te zeggen dat ik mijn brein breek over een oplossing die zowel het jongbroed als ons interieur spaart. Eén schoorsteenveger vond ik ondertussen al wél bereid om vanop het dak te opereren. Neem dat opereren daarbij maar letterlijk, want zijn prijs is chirurgisch hoog.

Ik hou u van het verdere verloop zeker op de, eh, hoogte, beste lezer. En waag het intussen vooral niet om me middels het reactieluik van deze stek te treiteren met het alom gekende ‘In mei leggen alle vogels een ei’.
Dank u.