Categorie: Geen categorie

Faits divers | deel 2

Madam Menck, in de wandelgangen ook wel eens Katrien genoemd, beleefde begin deze maand met enigszins knikkende knieën haar vuurdoop als exposerend keramiste.

Dat gebeurde middels een tweedaagse pop-up galerij in een voormalige fotostudio, samen met vier andere keramisten.
Haar sier- en gebruikshandvaardigheden konden op de nodige interesse rekenen. Twintig van haar werken gingen daarbij over de toonbank. Vooral de kunstzinnig geconcretiseerde theelichthouders uit porselein wisten menig bezoeker te bekoren.
Binnenkort komt haar modeste website online. Dan kunt ook u, geheel en al coronaproof, eens struinen tussen haar uit moeder aarde vervaardigd oeuvre.

* * *

Nu ik toch over de helft van mijn bed bezig ben: ze heeft, na jaren te hebben rondgelopen met een dertien-in-een-dozijn-coupe, haar haren eens duchtig onder handen laten nemen door haar petekind. Deze achttienjarige freule studeert namelijk voor wat ze Managing Cosmetic Designer noemt. In het schoon Vlaams staat zulks veeleer als kapster te boek, doch hou het stil.

Katriens van nature zwarte lokken werden voorheen door haar vertrouwde coiffeur danig mismeesterd. Zulks is mijn persoonlijke mening die zij nimmer heeft gedeeld. Dat ze haar coiffure na elk bezoek aan het kapsalon flagrant als stijlvol chic omschreef, vond ik echter danig bij de haren gegrepen. Ik pareerde haar enthousiasme dan ook telkens met “van de ratten afgebeten”. She was never amused.

Edoch, toen ze het gewrocht van haar petekind in de spiegel bewonderde – meer volume, ander kleurtje, jongere look – moest ze ootmoedig toegeven dat ik in het verleden de bal misschien toch niet geheel misgeslagen had.
Een oog voor ware schoonheid, ik.

* * *

De herfst heeft zich de laatste tijd niet bepaald van zijn fraaiste kant geopenbaard. Maar er is, aldus Sabine Dorenhage, redres op komst.
Deze rooskleurige tijding stemde me zo blij ten moede dat ik prompt richting de plantenkwekerij sjeesde alwaar ik me vooral op de asters en de sedum stortte. Want toegegeven: als er twee najaarsgezanten zijn die bevlogen en langdurig kleur bekennen, is het dit duo wel.
Onderstaand treft u mijn polychrome buit. Bedoeling is om er een sombere tuinhoek wat leven mee in te blazen. Komt vanzelf goed, zie ik nu al.

En u?

[ Foto’s: © Menck ]

* * *

Faits divers | deel 1 leest u HIER.

(Maïs)kolfje naar mijn hand


Vrienden van ons hebben een grote, dicht beplante tuin midden in een bosrijk gebied. Met zijn veertig are, waarvan op zijn beurt de helft is ingenomen door oude loof- en naaldbomen, is deze oase van rust en rijkdom in de loop der jaren verworden tot een favoriet foerageer- en paaigebied van eekhoorns.

Als ik er op bezoek ben, verwonder ik me telkens weer over het aandoenlijke schouwspel dat deze guitige pluimstaarten ten berde kunnen brengen. De souplesse waarmee ze zich van tak tot tak slingeren, de behendigheid die ze tentoonspreiden in de hoogste der kruinen en de snelheid waarmee dit alles geschiedt, zorgt voor spektakel avant la lettre.

Al twee jaar op rij mochten onze vrienden van vrij dichtbij meemaken hoe een koppel eekhoorntjes zich ontfermde over hun kroost in de grote uilenbroedbak die hoog tegen een berk werd opgehangen. Vorig jaar werd, om god weet welke reden, een kleintje verstoten en uit de bak geduwd. Ik heb het frêle jong die dag nog op de gevoelige plaat vastgelegd.

Begin deze week stuurden ze mij e-mailsgewijs een foto die ze van het wereldwijde web hadden geplukt. De prent liet een eekhoorn zien die op een houten miniatuurstoeltje zat wijl hij van een rijpe maïskolf aan het smullen was. Die kolf was op een alleraardigst picknicktafeltje vastgeprikt. Schattigheid galore, luidde het bijschrift.
En óf, dacht ik. Ik liet de pc voor wat hij was en trok de tuin in. Daar lag nog een restje weerbestendige planken. Hier moest beslist iets mee te doen zijn.
En alzo geschiedde. Op een wip en een scheet, zelfs. Daardoor is de afwerking niet bepaald op zijn fijnst, maar de ruwheid van het geheel zou beslist prima matchen met de gegroefde berkenstam tegen dewelke ook het uilenbroedblok hangt.

Toen ik later die dag bij mijn amices kwam aanzetten met het bescheiden kleinood, vergezeld van een zestal onderweg inderhaast geplukte maïskolven – sorry, boer Krelis – waren ze zo enthousiast dat ze het gewrocht terstond een plekje offreerden in de berk. Het hangt thans op zowat vijf meter hoogte, vlakbij het broedblok, zodat meneer en mevrouw eekhoorn hun nieuwbakken keuken onmogelijk over het hoofd zullen kunnen zien.

Het knaagdierenduo al lunchend verschalken met mijn camera zal echter geen sinecure zijn, zeker niet nu mijn telelens onherroepelijk kaduuk ter containerpark werd besteld. But I’ll give it a shot anyway.

Bij gebrek aan een welwillige eekhoorn die dag, heb ik er maar vlug even een prairiehond op gefotoshopt. Hij zat a) in mijn afbeeldingenbestand en is b) familie van de eekhoorn.

[ Foto’s: © Menck ]