Categorie: Feest!

SATUR9’s Photo Challenge (2)

.

.
Twee zomers geleden, toen Corona nog slechts een simpel pilsje was, kreeg ik van goeie vrienden het verzoek om te fungeren als fotograaf van het huwelijk hunner dochter. Zowel de officiële echtverbintenis als het feest achteraf zouden plaatsvinden in hun grote, romantische tuin. “We hopen op een zonovergoten dag én op je bevestiging!”

Ik had welgeteld één keer een huwelijk op de gevoelige plaat vastgelegd, een jaar vóór bovenstaand verzoek. De omstandigheden waren toen allerminst favorabel: een donker stadhuis, een feestzaal met getemperd kunstlicht en een meute immer ambulante gasten.
De nacht voordien deed ik geen oog dicht. Wat als ik die mensen hun mooiste dag zou verkloten met miserabele foto’s? Ik was tenslotte geen professional in de wereld van de digitale daguerreotypie, hoe enthousiast ik ook opging in mijn hobby. Gelukkig is alles goedgekomen, ook al heb ik die bewuste vrijdag peentjes gezweet van de stress. Mijn eerste shoot was een feit en de tortelduifjes bleken in de wolken met mijn prestaties.
Saillant detail: nog geen jaar later was het koppel al in een vechtscheiding verwikkeld. Of mijn digitale reportage er voor iets tussen zat, ben ik nooit te weten gekomen.

Revenons à nos moutons: het tuinfeest-huwelijk.
Dat vond plaats onder een bijzonder gunstig gesternte: die dag was het bloedheet – we schrijven eind augustus – en vielen de mussen schier letterlijk dood van het dak. De drankjes koel houden was zo’n beetje de enige kopzorg van het gebeuren. De geïmproviseerde doch met polychrome toeters en bellen opgeleukte bar was opgetrokken onder een wijd uitdijende acacia alwaar de serveerders en serveuses heelder pakken ijsblokjes lieten aanrukken teneinde het aangeboden geestrijke vocht van de nodige afkoeling te kunnen voorzien.
De omvangrijke en feestelijk getooide tuin stroomde alras vol enthousiastelingen die het jonge paar kwamen toejuichen. In hun middens: een drukdoende amateurfotograaf die zich liet meedrijven op de uitgelaten sfeer. Ik werd simpelweg meegezogen in zoveel uitbundigheid en martelde mijn camera dat het niet mooi meer was. Buitenopnames zijn ronduit heerlijk en geschieden stukken spontaner dan het eeuwige geklooi met de camera-instellingen in een gesloten ruimte. Kortom: mijn uitgebreide reportage bleek achteraf een schot in de roos.

En dan nu Satur9’s uitdaging, zijnde ‘kader in kader’.
Die dag had ik tussen een forse berk en een inderhaast in de grond geslagen houten paal een aftandse fotolijst opgehangen waarachter de gasten konden plaatsnemen teneinde zich letterlijk te laten inkaderen voor de eeuwigheid. Dat initiatief kon op veel bijval rekenen, want toen ik ’s namiddags die fotoshoot luidkeels annonceerde, stond de – ondertussen al enigszins beschonken – meute algauw in een lange rij aan te schuiven.
Onderstaand heb ik lukraak één beeld uit die bewuste fotoserie opgediept: een geïnviteerd koppeltje dat zich astrant overgeeft aan hun gevoelens voor elkaar. Let love rule the world!

Wil de laatste de deur dichtdoen?

Eerder deze week nam ik een enigszins verkleurde foto ter hand die het levenslicht zag in de donkere kamer van een lokale fotograaf toen de zeventiger jaren nog niet zo bijster lang de eighties hadden gebaard.

De matglanzende afdruk exposeert tafelende familieleden in de ouderlijke woonkamer op oudejaarsavond. Mijn moeder zag er ravissant en vooral nog heel levend uit. Mijn vader was de enige die niet aan tafel zat; hij was opgestaan teneinde de asbak te kunnen overhandigen aan een rooklustige disgenoot en was door de camera in die fase bevroren.
Van het gezelschap rookte toentertijd zowat iedereen; meer dan de helft actief, de rest passief. Heden is schier tachtig procent van de afgebeelde genodigden reeds zelf tot as verworden en is de overige twintig procent stokoud dan wel van middelbare leeftijd. Tot die laatste categorie reken ik, niet geheel onterecht, ook mezelf.
Op de foto spring ik een weinig uit de band met mijn menageuze aanzet tot een hanenkam. Hiermee trachtte ik me bovenal af te zetten tegen de verwelkte bloemenkinderen uit het hippiedom. Daartoe rekende ik, behalve mijn ouwelui, ook enkele andere individuen op deze prent. Het muziekgenre dat in mijn eigen kringen de boventoon voerde, was progrock die sterk naar punk neigde. Sociaal en cultureel tegenwicht bieden was ons motto. Van naïveteit had ik in die dagen alvast nog nooit gehoord en klein geluk was evenzeer een onontgonnen terrein.

De woonkamer was destijds getooid met een donkergroen behang dat bijzonder druk aandeed. De overdadig aanwezige dessins buitelden over elkaar heen middels hallucinante kronkelingen. Thans is het moeilijk te geloven dat ik zoveel wansmaak ettelijke jaren heb moeten aanschouwen.
Pas toen hij te nicotinekleurig werd bevonden, besloot mijn vader om de ganse woonkamer te laten updaten door een bevriende schilder-behanger. Vanaf dan was het meteen ook afgelopen met roken in huis.

De voor die tijd al stokoude houten radio op de schoorsteenmantel hoor ik in mijn verbeelding nog steeds amechtig klaroenen over de hoofden van eenieder aldaar aanwezig. Het kranige kleinood produceerde trouwens ternauwernood schelle tonen wegens dof klinkende middengolfmuzak.
De enige die ontbreekt in het gezelschap, is mijn zus. Ze was nochtans al geboren maar hield zich die avond ongetwijfeld onledig met het vullen haren luier in de kleinste der drie bedsteeën.

Wat niet op de afbeelding te zien is, doch absoluut rijkelijk aanwezig was, is de ongedwongen sfeer tussen de opeengehoopte feestvierders die luidop lachten, kommerloos knuffelden en klinkend kusten dat het een lieve lust was. De kleuren van het leven waren fel, de zorgen stevig opgeborgen. Boven de hoofden hing een blinkende kristallen luchter in plaats van Damocles’ zwaard.

Ik schoof de foto terzijde, trok een dubbele wenskaart uit haar cellofaanverpakking en hield mijn balpen in de aanslag. De woorden wilden niet meteen komen.
Hoe graag had ik de oude familiefoto in deze kaart gestopt met daarop – handgeschreven – een gelijkaardige tijd als in die dagen ambiërend. Toen geluk nog eenvoudig was, om maar eens een dooddoener te gebruiken.
Doch in mijn hoofd maakte ik een doorslagje van 2020, vouwde het achteloos in vieren en stuurde het naar eenieder met de kreet: ‘2021 wordt vertrouwd, laat ons daar maar een Corona op drinken.’

Nee.
Nee, nee, néé!
Aangezien ik volgend jaar elke vorm van zwartgalligheid uit mijn bestaan wens te bannen – ja, dit klinkt zowaar als mijn goede voornemen – wil ik er, zeg maar als opwarming, op gelijkaardige wijze dit roerige jaar mee afsluiten:
.

De langverwachte overgang vieren we dit jaar
met een ander soort alcohol weliswaar.
Er zijn wel bubbels, doch niet in champagne,
vieren mag buiten en daar kan je
honderduit klinken op een positieve start
zolang je die niet met een covidtest verwart.
Hierbij wensen Katrien en ik jullie allen

een jaar van opstaan en nooit meer vallen,
een toekomst vol knuffels en zonder handgel,
een virusvrij leven, hetgeen elkeen wil.
Voorspoed voor allen, geen mondmaskers meer,

geen handen ontsmetten, keer op keer,
doch een bestaan zoals ook wij ’t verkiezen,
waarbij je elkaar in ’t gezicht kan niezen,
en vervolgens oreert, gemeend en geheid:
Ik wens je hiermee een goede gezondheid!”

.
Tot in 2021, gij allen!

[ Foto: © Menck ]

Where the magic happens

Ze meet zich de zwierigste prinsessenjurk aan en lijkt zo weggelopen uit het Grote Fantasiarijk van Thea Stilton. Ze verslaat, opgetut als Roodkapje of Doornroosje, mythische eenhoorns met haar fonkelende toverstaf en wisselt glanzende glazen muiltjes in een oogwenk af met zachtroze balletslippers.

Van Maja de bij over prima ballerina naar de koningin van Onderland: de fantasie en de bijhorende verkleedpartijen staan momenteel centraal in haar leven. Zij is nog steeds mijn favoriete uk, dat doddige dochtertje van goeie vrienden. Én ze is vorige week vijf geworden.
“Al zó oud!” kraaide ze. Maar wat mij betreft toch nog bitter jong voor iemand die na een honderdjarige slaap wordt wakker gekust. Door haar mama, weliswaar, doch laat zulks de magie niet bederven.

Hoe het begon?
Op zekere dag kocht oma haar twee dozen vol polychrome verkleedkledij. Tweedehands en zo goed als nieuw.
Het hek was meteen van de dam. Kleine uk begon zich te verdiepen in sprookjes van Duizend-en-één-nacht, fantastische verhalen en magische vertellingen. De Ketnethelden van Nachtwacht zijn haar grootste inspiratoren en Sneeuwwitjes zeven dwergen windt ze prompt om haar vinger. Zelfs als Gelaarsde Kat pak je haar maar beter niet zonder handschoenen aan.

De traditie wil dat ik haar op haar verjaardag iets schenk dat ik zelf ineenknutsel. Originaliteit recht uit het hart, weet u wel.
U zult zich van vorige logjes mogelijks nog de houten zandbak herinneren of het veelkleurige poppenhuis vervaardigd uit wijnkratten. En daarvoor was er de schommel annex glijbaan en het schilderij van Janneke maan. Dat olieverfwerkje hangt nog steeds te schitteren boven haar bed.
Dit jaar lag de keuze voor de hand. Aangezien Uk haar verkleedtenues bewaart in kartonnen dozen, is het zoeken naar de gewenste outfit steevast een rompslomp van jewelste. De dozen worden omgekieperd en dra ligt gans de vloer bezaaid met prinsessenjurkjes en andere heldenpakjes. Kind raakt gefrustreerd en mama wordt kregelig van dit zich dagelijks meermaals herhalende tafereel.
Kortom: Menck to the rescue!

Op Pinterest vond ik een aantal hooglijk schattige en van tuttige franjes verstoken doe-het-zelfkledijrekjes met ‘prinsessen’ en ‘sprookjes’ als thema.
Aangezien Uk gek is van kroontjes wilde ik die integreren in het ontwerp. Een ontwerp op kindermaat dat liefst zo licht maar ook zo stevig mogelijk moest worden. Ik koos dientengevolge voor iets dunnere multiplexplaten als werkmateriaal.
Verder benodigd: een vrolijk retrokleurtje – licht oudgroen naar badkamerblauw neigend – en wat okergele verf voor de kroontjes. Voeg daar een potje primer, een handvol schroeven en metalen L-profieltjes, vier kleine wieltjes en een borstelsteel aan toe en je hebt meteen alle benodigdheden.

Mijn vertellinkje zit erop; vanaf hier laat ik de foto’s spreken.
Mogen ze u evenzoveel betoveren als de twinkelende staf van mijn vijfjarige bontgeschakeerd geklede fee op oudroze balletslippers.

.

[ Foto’s: © Menck ]

Window shopping

Madam Menck, mijn aangetrouwde vrouw waarmee ik tevens gehuwd ben, kan gewoon niet langs een etalage lopen zonder haar nek schier te breken. Ze voelt zich aangesproken door zowat iedere etalagepop, ongeacht in welke winkel ze staat. Want in elke winkel hangt immers wel iets dat ze fraai vindt.
Nee, ze heeft geen gat in haar hand, maar in haar hoofd valt heel veel te combineren voor heel weinig. En van quasi alles weet ze wel iets leuks te maken als ze maar de juiste accessoires treft. En zodoende ontgaan die haar aandacht evenmin als ze de etalages voorbij wandelt.

In den beginne troonde ze me mee op dergelijke vestimentaire strooptochten. De belofte dat ik dan ook iets voor mezelf mocht kiezen, boette echter sneller dan ze had verhoopt aan aantrekkingskracht in.
De lezer die deze blog al wat langer frequenteert, weet hoe ik me voel bij shoppen. Mode interesseert me geen hol, hippe merknamen doen mijn hart allerminst sneller slaan en ik haat drukte nog meer dan Gargamel smurfen.

Groot was dan ook mijn madams verbazing toen ik een poos geleden voorstelde om te gaan winkelen. Ik had, zo luidde de verklaring mijner ongewone suggestie, een wel héél bijzondere en immens aantrekkelijke etalage ontdekt op een boogscheut van onze woonst.
Haar belangstelling was gewekt. Wat er wordt verkocht, wilde ze weten.
Vintage spulletjes”, antwoordde ik geheel naar waarheid. “In van die kekke oude kleuren bovendien.”
“Hm”, twijfelde ze ineens. Ze kent mijn liefde voor vintage, een liefde die niet meteen de hare is. “Ga maar alleen, schat. Neem rustig je tijd. Je krijgt carte blanche van me, als je het maar niet te bont maakt. Hou het op één mooi stuk, wil je?”
Ik gaf haar een knallende zoen, griste mijn autosleutels van het haakje en stapte – huppelde, welhaast – naar mijn wagen.

Carte blanche, had ze gezegd.
En één mooi stuk.
Mo gow vint,(*) kom dat tegen, zeg!

[ Foto’s: © Menck ]

______

(*) Voor de Nederlanders: asjemenou

Valentijn

.

[ Foto: ©Menck ]

Dit eekhoornjong viel eind september vorig jaar uit een hoog in de berk opgehangen kweekblok.
Een ongeluk, of verstoten door de ouders.

De nervositeit voorbij

Mocht u het zich al afvragen: ik heb de feestdagen manhaftig overleefd, dank u. In onze kringen staan ze, naar aloude traditie, voor vier keer tafelen: kerstavond, kerst, oudjaar en nieuw. En tussenin wordt er ook al eens bij een buur, een collega of een kennis binnengewipt voor een natje en/of een droogje en de bijhorende beste wensen en kleffe zoenen.
Om kort te gaan: ik heb het weer gehád voor een jaar. Teveel drank, teveel vette spijs, teveel kussen, teveel oude moppen en steevast te laat in bed.

Wonder boven wonder is er na al dat feestgedruis geen gram bijgekomen, zo meldde me mijn weegschaal toen ik ze eerder deze week blode besteeg. Het zullen de zenuwen zijn geweest, vermoed ik, want ik kan in ieder geval niet worden beticht er alle calorieën eventjes snel te hebben afgesport. Ik bespaar mijn kathedraal van een lichaam die vrijwillige marteling met graagte.

Dat ik gewag maak van nervositeit tijdens dagen die bol zouden moeten staan van de ontspanning, zal u wellicht bevreemdend toeschijnen. Doch als ik merk dat tante Hildegonde, na het lichten heurer derrière, ook dit jaar weer verantwoordelijk was voor het achterlaten van een okergele urinevlek op een onzer witte simililederen stoelen, dan heb ik veel goesting om dat immer lekkende mens in plasticfolie te wikkelen en terug te sturen naar afzender.
Toen ze zich vervolgens, volgevreten en gedraineerd, wou neerploffen in de bank, was ik haar gelukkig voor. Onder het voorwendsel dat zoveel zachts haar zitgemak ten zeerste zou bevorderen, drapeerde ik alras een vierdubbelgevouwen strandlaken onder ’s vrouws kont. Hulde aan de eerste die haar eindelijk eens een cadeaubon van Pampers offreert als kerstgeschenk. En nee, dat durf zelfs ík niet.

Nonkel Hugo, zesenzeventig gure winters oud, had, toen 2018 zijn laatste stuiptrekkingen beleefde, de weledele taak op zich genomen om, evenzeer naar aloude traditie, de Druivelaar uit het hoofd te leren en die met de regelmaat van een klok ook nog ’s te debiteren. Tot ieders vermaak, leek het wel, behalve dan het mijne. Ik weet niet of u de Druivelaar kent, maar de moppen op de ommezijde van elk kalenderblaadje zijn van een niveau om u tegen te zeggen. Thans ziet u wellicht de ironie van uw scherm druipen. Enfin, ik mag het toch hopen.
De brave man schept er bovendien een heimelijk genoegen in zich bij elke opdissing in mijn richting te draaien als ware ik de eregast in zijn publiek. Ik verzeker u: daarbij iedere keer weer een geforceerde lach uit mijn keel moeten sleuren, heeft mijn leven danig verkort. Ik was dan ook effenaf opgelucht dat ik eerder deze week alsnog mijn tweeënvijftigste verjaardag mocht meemaken.

Waar ik ook zo van baal? Van zoenen. Ik ben hoegenaamd geen zoenmens. Laat voor mijn part al die kussen maar achterwege en hou het bij een hand. Een stevige handdruk prefereer ik ver boven een mondafdruk, zelfs als de tegenpartij van het andere geslacht is. Toen tante Hildegonde zich aanbood, kreeg ik gelukkig ineens een bloedneus. Was mijn avond toch nog een beetje gered, zeg.

Voor de genodigden van volgend jaar heb ik, op de valreep van dit schrijven, nog één goede raad: laat uw huisdieren thuis. Of denkt u werkelijk dat iedereen gediend is van twee enkelhoge keffers die zich de godganse avond continue tegen je been aanschurken? Het jeukt nóg, zeg ik u.

Doch laat ik afsluiten met voorname, welgemanierde mensen die mij hun zoenen gelukkig slechts virtueel kunnen toesturen: mijn lezersschare. Ik wens u allen twaalf maanden van goede gezondheid, tweeënvijftig weken boordevol geluk en driehonderdvijfenzestig kommerloze dagen.

Cheers!

[ Foto: © Menck ]

Vet? Moddervet!

Mijn favoriete uk, het dochtertje van vrienden, werd afgelopen zomer vier. Twee weken voor haar verjaardag viel er een onwijs charmante – wegens door haar getekende – uitnodiging in mijn bus. Nu ja, bus: in mijn mailbox. De tekening was zorgvuldig ingescand. Een mens moet nu eenmaal mee met zijn tijd, zelfs al is-ie pas vier.

Bij een verjaardag hoort vanzelfsprekend een cadeautje. Via de mama had ik een hint ontvangen over iets wat dochterlief had ontdekt op YouTube, haar favoriete kanaal waarop ze voornamelijk tekenfilms verslindt: een mud kitchen.
Toen ik googelde op die term, want ik kende zo’n ding niet, bleek alras dat het om een eigenhandig ineengeflanst buitenkeukentje op kindermaat ging én dat het kleinood op korte tijd immens populair was geworden.

Zulk een keukentje is allerminst geschikt om pakweg pannenkoeken of brownies te bakken, maar zelf bereide zandtaartjes en moddercakejes, verkregen uit polychrome bakvormpjes in de gekste gedaantes, zijn dan weer wél een instant hit. Beetje water, beetje zand en roeren maar. Een kind kan de was doen.

Bij het aanschouwen van de honderden modderkeukentjes op mijn monitor, het ene al ingenieuzer en origineler dan het andere, viel me meteen op dat er voornamelijk werd gewerkt met pallethout. Doch aangezien een dergelijk speeltoestel overwegend buiten vertoeft, leek het me prudenter om te kiezen voor geïmpregneerd tuinhout. Een paar planken en een handvol schroefjes volstaan, dus erg prijzig is het allemaal niet.

Een mud kitchen ineenzetten, neemt slechts enkele uurtjes in beslag. Het is echter geraadzaam vooraf een ruw schetsje te maken waarop onder meer de diverse afmetingen zijn aangebracht. Eenmaal dat is gebeurd, is het een doe-het-zelfklusje waar je ontzettend veel plezier aan beleeft. Bij de vormgeving en de inrichting ervan laat je je fantasie maar naar hartenlust de vrije loop gaan. Tijdens het construeren, voelde ik me zelf weer even kind worden. Ronduit heerlijk.

Wat mijn geknutsel uiteindelijk heeft opgeleverd, treft u hieronder in enkele foto’s. En voor wie zelf aan de slag wil, is vooral pinterest.com een welkome stek. Kortom: u moest al bezig zijn!

Bovenstaand: stoeltje vervaardigd uit een stuk stam met daarop de afgezaagde leuning van een oud hobbelpaard.

[ Foto’s: © Menck ]