Categorie: Feest!

Kaas come a casa

“Als hoofdmaaltijd wordt er driehonderddertig gram kaas per persoon voorgeschreven. Kijk maar, het staat letterlijk op de site.”
“Driehonderddertig gram? Is dat niet wat van het goede teveel?” twijfelde mijn madam.
“Ik geef slechts mee wat door de speciaalzaak wordt geadviseerd, een kaasdeskundige ben ik niet. Maar ik zou er toch maar voor gaan. Stel je voor dat we er niet in slagen alle hongerige magen te vullen; ik mag er niet aan denken.”

Afgelopen zaterdag organiseerden we een kaasavond voor acht personen – mijn madam en ik incluis. Daartoe haalden we exact 2,64 kilogram kaas in huis, verdeeld over twaalf qua smaak en afkomst erg uiteenlopende kwaliteitshompen. We serveerden tevens verschillende soorten brood, fruit en vruchtenjam.
Na afloop van deze bourgondische avond bleven we achter met meer dan de helft van de kaas. De zachte kazen waren ondertussen tot een soort kleverige smurrie verworden en vulden de woonkamer met bijzonder rijke geuren.
Wij houden het erop dat we voorafgaand aan de eigenlijke maaltijd waarschijnlijk te veel aperitiefhapjes hebben geserveerd.

Soit.

Toch nog even een leukigheidje meegeven dat deze calorierijke avond inluidde.
De kazen wilde ik namelijk à la façon de Menck presenteren. Niet op een ordinaire schaal of zo’n dertien-in-een-dozijn-kaasplank, dus.
Mijn aanpak daartoe was en is even simpel als doeltreffend:

  1. Zaag een boom om. Een overjaarse berk, bijvoorbeeld. Wegens de decoratieve schors.
  2. Haal uit diens stam, middels de kettingzaag, de benodigde aantallen tweeënhalve centimeter dikke houtschijven. Ik hield het op twee stuks:
    .

    .
  3. Schuur één kant van elke houtschijf zo vlak mogelijk:
    .

    .
  4. Rep u naar uw plaatselijke doe-het-zelfzaak en koop er de kleinste zwenkbare wieltjes verkrijgbaar. Voorzie vier stuks per houtschijf:
    .

    .
  5. Rep u nogmaals naar uw plaatselijke doe-het-zelfzaak en schaf u aldaar een voldoende grote doorzichtige plexiplaat aan van zowat een millimeter dikte. Knip er de omvang uwer houtschijven uit. Zulks lukt prima met een gewone keukenschaar. Plaats de alzo bekomen cirkelvormen op het geschuurde oppervlak. Op de wieltjes zou behoorlijk belachelijk zijn.
    .

    .
  6. Ziedaar uw geheel draai- en verplaatsbare, uitermate natuurlijk ogende kaasdienblad(en). Uw gasten hoeven zich niet langer uit hun stoel te lichten én de armen vruchteloos te strekken teneinde een stukje kaas te kunnen aansnijden dat zich op het verste randje van het kaasblad bevindt. Een simpele draaibeweging volstaat om de gewenste kaassoort in hun richting te dirigeren.
    .

    .

Volgende keer: hoe ik een fonduestel vervaardig uit twee afgedankte rollators en een Duitse legerhelm.


[ Foto’s: Menck ]

Advertenties

Lang zal hij beven!

Zijn moeder was een halve zool en zijn vader een gehaaide egoïst-zakkenvuller.
De enige nestwarmte die hij als kind kende, was de hitte van de kachel. Zijn opvoeding bestond uit harde woorden, rake klappen en frequente vernederingen.
Op zijn veertiende stond hij al in de fabriek, een leeftijd waarop de kindervreugde normaal hoogtij dient te vieren. Werken moest hij, werken tot hij erbij neerviel. Zijn loon moest hij daarbij tot de laatste cent afgeven. “Tot de dag dat ge trouwt, manneke.”
Hij was eenendertig toen hij huwde, om halfacht ’s morgens in een schier lege kerk. Zijn enige wens was om linea recta op eigen benen te staan, bevrijd van de ouderlijke tirannie. Geen sinecure als je quasi platzak bent. De eerste huisraad was een door buren geschonken tafel en vier stoelen. Verder niks. Maar de vrijheid die hij genoot, was onbetaalbaar.

Dat een dergelijk verleden toch blijvende littekens op zijn ziel moet achterlaten, hoor ik u denken. Dat het welhaast niet anders kan dan dat zulks zijn eigen karakter nefast heeft beïnvloed.
Nee, dus.
Wel integendeel.
Want nooit nog zal ik zulk een aimabele, warmhartige, gulle, begripvolle en open mens leren kennen als mijn vader. O ja, hij heeft zijn kuren en kleine kantjes – koppigheid en drammerigheid om maar eens iets te noemen – doch wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.
Hij heeft zijn kinderen geschonken wat hij zelf altijd heeft moeten ontberen: vrijheid, verantwoordelijkheid, ontplooiingskansen en liefde, héél veel liefde. Moest ik vader zijn geworden, dan wenste ik me prompt een aardje naar mijn vaartje.

Vandaag wordt hij vierentachtig.
Afgaand op de gemiddelde leeftijd van een Vlaamse man, worden hem thans extra jaren gegund. En dat terwijl hij al vanaf zijn vijftigste verkondigt “dat hij het niet al te lang meer zal trekken”.
Krakende wagens en zo, u kent dat wel.

Na het verlies van mijn moeder, ondertussen bijna vier jaar geleden, is hij wat vereenzaamd.
Een poos na haar overlijden schreef hij zich nog in bij een aantal ouderlingenverenigingen, maar heden laat hij ze stuk voor stuk links liggen. “Al die ouwe mensen ook”, is zijn enige uitleg.
Vertier vindt hij nog in fietsen, ook al vergaat zijn lichaam van de artrose. “Stappen lukt maar moeilijk meer, maar fietsen gaat nog wonderwel”, verkondigt hij telkens. Dat is: tot hij valt. Want zonder hulp van een welwillende medemens slaagt hij er hoegenaamd niet meer in om overeind te komen. De gedachte dat mijn vader ooit eens de nacht in een verlaten straatje zal dienen door te brengen, spookt dan ook geregeld door mijn hoofd.

Verder houdt hij zich onledig met tv-kijken, roddelblaadjes lezen, op zijn terras zitten en naar de radio luisteren.
Maar het liefst van al schaart hij zijn drie kinderen en diens partners rond zich. Dan vergeet hij even dat hij niet meer piep en vaak moe is en waant hij zich weer de energieke hoeder van weleer, vol enthousiasme en droge humor, met een vlotte babbel en geheel en al de tijd uit het oog verliezend.

Proficiat, ouwe. Dat we dat laatste woord trouwens nog vele jaren mogen bezigen. Zolang je maar niet begint te zingen. [ zie video onderaan ]


In huwelijksoutfit (mei 1964).


Genietend op het terras, een enigszins geforceerde glimlach om de lippen…


… al is te langdurige ernst niet aan hem besteed.


Even waant hij zich nog een jonge god in de sportbolide van mijn zus, maar zonder hulp van buitenaf raakt hij er geheid nooit meer uit.



Mijn vader “zingt” een ode aan mijn moeder.


[ Foto’s + video: Menck ]

Onverbloemd

De week voor Moederdag is, naar jaarlijkse traditie, een bijzonder hectische periode voor madam Menck. Dan is het alle hens aan dek in de bloemenzaak waar ze werkt. Vakantiedagen mogen niet worden genomen, de wekelijkse vrije maandag vervalt, ziek worden of ineens bevallen is uit den boze en vooral blijven ademen is de boodschap.
De zaterdag voor Moederdag gaat de winkel in alle vroegte open. Zowat de hele dag door staan klanten in een rij tot buiten aan te schuiven om te worden besteld. Gelukkig wordt er ook veel gereserveerd op voorhand, gaande van boeketten over bloemstukken tot kamer- dan wel terrasplanten.
Drie tot vier man extra personeel springt dat weekend bij om elke kooplustige zo goed en zo snel mogelijk te kunnen bedienen. De kassa rinkelt schier onafgebroken, honderden ruikers worden ineengestoken en onderling wordt er nauwelijks gesproken.
“Verwacht me niet thuis voor tien uur ’s avonds”, gaf Katrien me reeds mee.
“Geen probleem, schat”, repliceerde ik. “Dan kan ik eindelijk eens die al tijden opgenomen film bekijken.”
“Welke film?”
Fuck My Dirty Shithole. Machtige prent met een glansrol voor de Zweedse Salfken Vorandeprume.”
“Yeah, right.”

Eveneens traditie: de bazin kiest voor alle personeelsleden – op twee man na allemaal vrouwen – eenzelfde werkoutfit. Die wordt geruime tijd voor de drukte besteld via een gekende Duitse-webwinkel-met-hoge-werkdruk om vervolgens te passen en al dan niet te retourneren voor een andere maat.
Dit jaar werd er geopteerd voor casual chic: zwarte stretchbroek, schoenen die het midden houden tussen witte vintage turnpantoffels en All Stars van Dunaldi, en een zwarte blouse met contrasterende grote bloemenprint waarvan de korte mouwen te lang of de lange mouwen te kort zijn. Mensen van de wereld zouden gewagen van driekwartsmouwen, doch ik reken mezelf allerminst tot die groep.

Geef toe: mijn madam zou niet misstaan in een boekske. Een Vogue of een Marie-Claire van halfweg de seventies, om er maar eens twee te noemen. Nu ze negen kilo is vermagerd – bespeur ik daar een ontluikende Twiggy? – en zich het kapsel van de jonge Ringo Starr heeft aangemeten, gaat ze bovendien volledig op in de tijdsgeest van toen. Als ik me niet vergis, werd Moederdag toen ook al gevierd. Aan den haard, of zo.

En u?


[ Foto: Menck ]

WinterBBQ: fazant

Afgelopen week ontspon zich de perfecte setting voor een idyllische winterbarbecue: beetje poedersneeuw ‘s morgens, een zonnetje dat welwillend het wolkendek openduwde en de wind die geheel en al verstek gaf. Op het menu, zoals het deze tijd van het jaar betaamt: fazant.

Al snel zocht en vond ik op de interwebs een haalbaar recept dat ik netjes afdrukte:

Nog voor de middag had madam Menck alle ingrediënten bij elkaar gewinkeld.
Alle ingrediënten, behalve eentje: de fazant. Ik had naast dat bestanddeel immers ‘niet kopen!’ genoteerd en mijn madam is gelukkig van de zeldzame gedweeë soort.

Mocht u thans de wenkbrauwen fronsen: don’t. Want, ziet u, te onzent biedt zulk een hoofdgerecht zich in dit jaargetijde zélf aan. Zo ook vorige week. Zonder dralen stapte het slachtoffer van dienst op zijn correcte eindbestemming af alwaar het netjes bleef wachten tot ik mijn koksschort had aangetrokken en mijn mes geslepen.
Nog snel een foto voor het na-geslacht en hup, handen uit de mouwen maar. Ik laat mijn visite nu eenmaal niet graag wachten.

Mocht u het zich overigens afvragen: ik zou nog drie keer fazant op het menu kunnen plaatsen. Maar dat zijn alle drie vrouwtjes en die zijn, naast compleet onwillig, véél te taai. Rings a bell.


[ Foto: Menck | aanklikbaar voor groter ]

Schrijfsel 500

Vandaag had ik me voorgenomen
in de met eeuwig groen verweven
hangmat door te brengen tussen de
stevige stammen van de bomen dicht
boven de aarde en van de hemel ver
genoeg verwijderd om me een mens
op zijn plaats te voelen.

Maar het vroor.

Dus staat er koude vis op het menu
en familiewarmte à volonté
waarmee we het oude jaar verbranden
met kaarsen op een tafel vol glitter
die hoopvol schittert op wat komen zal
een jaar vol liefde, vreugd en ondeugd
voor allen die hier lezen en reageren.

Maar ook voor de lurkers.

Chef ad interim

De kalkoen loopt hier al een week onnodig te stressen, want deze Kerst staat er te onzent eend op het menu.
Aangezien madam Menck in de zaak haar drukste maand beleeft, zal schrijver dezes ad interim de keuken onveilig maken. En daar ik op voorhand graag weet wat me te wachten staat, heb ik nú reeds mijn to do’s chronologisch gerangschikt. Een goede planning is immers het halve werk, nietwaar?

Benodigdheden:
– Een eend van 5 kg;
– 2 flessen Schotse whisky;
– Spekreepjes;
– Olijfolie.

Bereidingswijze:
De eend larderen en de binnenkant inwrijven met peper en zout.
De oven tien minuten voorverwarmen op honderdtachtig graden.
Een longdrinkglas voor de helft vullen met whisky.
De whisky opdrinken gedurende het voorverwarmen van de oven.
De eend op een vuurvaste schaal leggen en een tweede glas whisky inschenken.
Het tweede glas whisky opdrinken en de eend in de oven zetten.
Na twintig minuten de oven op tweehonderd graden zetten en tvee glaven vubben met whisky.
De glaven opdjinken en de scherven van et eeiste glav oplaapen.
Nog en naiff glav insjenke en opdlinke.
Na en naiff uui de hoven opedoen om deend te sjekkn.
Blantwondezalf in de padkamer ganaale en op de povenkand van de linkerand toen.
Denove nen sgop geve.
Twee glave wiskiinsjenke en tmiddeste glaf leegdwinke.
De nove opedoen naadattet eerste glaf leeggis en de sjotel vastpakke.
De blantwondezalf op de binnekand van de regtehantoen en deent oprape.
Deent noggis oprape em met nen nantdoek de bwantwondesaiv van deent vege.
Ze hande ontvette met viskey en de tupe ssalf veeroprape.
Tkapotte glazzopvege endeent terug in de hove toen.
Deheent oprape en dove eers opedoen.
De twwwiede fles biski pedoen en overeindzette.
Opstaan van de vjoer ent vetssspek ondrde kas vege.
Noggis opstaan van de vjoer en tochma blijve zitte.
De bles op de grondzette.
Uide bles drinke wande glave sijn opof kabot.
Den’ove aftette, deooge sluite en omvalle.

De volgende late voormiddag zal ik dan de eend aansnijden met het zilveren feestbestek en degusteren met citroen en mayonaise.
De hele rest van de middag en de vroege avond ruim ik de rotzooi in de keuken op en maak ik muren en plafond schoon.
Tenslotte nog de glasscherven en lege flessen naar de glasbak brengen en op de terugweg Paracetamol en maagzout kopen.

Yep, het wordt beslist een onvergetelijk feest.

[ Foto: Menck ]

Dag 30.316 – Gespreksflarden

“Juicht ende jubelt, vader(*): vandaag beleef je je dertigduizend driehonderd en zestiende dag op deze aardkloot. Dat is zoveel als drieëntachtig jaar. Iemand die niet weet hoe oud je bent, schat jou jonger in, zeg je altijd. En dan glunder je. Ik zou ook glunderen moest die eer me ooit eens te beurt vallen.”

“Je bent een van de laatste echte broekvegers die ik ken. Niet gemassacreerd door de nieuwerwetse lichting would-be goeroes die heden de boekskes bevuilen. Op je boterham pleur je échte boter en een hele plak spek. En uiteraard druipt het vet van je kin als je een kippenbil afpeuzelt. Cholesterol is een hol begrip voor je. Gek dat je desalniettemin maalt over je bloeddruk. Zo onprincipieel. Net zoals je zonder morren hebt aanvaard dat ik je levenswijze niet wil volgen.”

“Ik heb je menigmaal bewonderd en evenzo vaak verguisd. Toen ik niet kreeg wat mijn vrienden van gegoede ouders wél kregen, bijvoorbeeld. Of omdat moeder geëduceerd was en jij al op je veertiende in de fabriek stond maar me constant aanmaande om meer te studeren toen ik veertien was. Puberen, noemde je mijn gedrag. Infantiliteit mijnentwege, besef ik thans. Want zie mij nu, ondanks alles: ik ben evenzeer een ploeteraar geworden. Het is jouw beurt om mij te beschimpen. Maar jij doet zulks niet. Jij bent mijn vader.”

met mijn zakdoek
sla ik de stoflaag af
van een teruggevonden foto
uit de vergetelheid doemt
het beeld op van de vader mijner jeugd

“Je zult niet lang meer leven, beweer je. Dat oreer je overigens al minstens dertig jaar lang. Doch zie: op je taart staan drie kaarsjes. Ze staan voor de jaren die je moeder al hebt overleefd. Blaas ze maar uit. Spuw ze desnoods uit met al het opgekropte verdriet van de afgelopen drie jaar, het kan me niet schelen. Weet echter één ding: vandaag is het féést, verdomme. Ik hef, trots en vol respect, het glas op jouw gezondheid.
En hey, er zijn hapjes en taart en al. Proost!”


(*) Ik noem mijn ouwe al sinds mensenheugenis vader. Niet papa, niet pa en – godbetert – niet bij zijn eigen naam. Gewoon vader. Of voadre, in ons heilig dialect.

[ Foto: Menck W. ]