Categorie: Doe-het-zelf

Glijdende uren

In tijden waarin het zweet zich dag na dag als een welhaast klaterende waterval van mijn rug stort om vervolgens op de wijze van een wild kolkende rivier nietsontziend mijn bilnaad te eroderen en zich via mijn vermoeide onderdanen een weg te banen naar mijn zompige schoenen, heb ik niet al te veel goesting om ook nog ’s mijn brein te breken teneinde u een vracht vlotte volzinnen te kunnen voorschotelen.
Zomermodus
heet zoiets, als ik me niet vergis.

Een paar foto’s zullen dientengevolge volstaan. Het zijn dit keer stille getuigen van het feit dat met weinig gerief/kosten toch best wel veel kan worden gerealiseerd indien de nodige creativiteit wordt aangeboord.
Zo had ik vorige week, na de constructie van een houten vlonder, een zestal (stukken van) planken over alsook enkele palen van ongelijke lengte en diameter.
Wat doet een mens met zoiets? Stockeren? Een zoveelste plantenbakje construeren? Het gat in de begroting dichten?
Ik maakte er de bevallige uk van vrienden mee gelukkig. Jawel, dat lieflijke kind dat ik in het verleden ook al eens trakteerde op een eigenhandig geconstrueerde zandbak. Die is ze ondertussen enigszins ontgroeid. Of beu, dat kan ook. Met haar +drie lentes kijkt ze namelijk uit naar spannendere avonturen. Gewaagder. Onstuimiger. Een hoog opstijgende schommel, om maar eens iets te noemen. Of een vervaarlijk ogende glijbaan. Want ja, “ik ben wel geen baby’tje meer, hè!”

Een tweedehandse glijbaan wist ik via een zoekertjessite op de kop te tikken voor zegge en schrijve vijf (!) euro. Voorgeschreven montagehoogte: anderhalve meter.
Wat er vervolgens is voortgekomen uit een kleine vier uurtjes creatief zaag-, schroef- en meetplezier, treft u hieronder. Ik heb alvast de kleuter van vrienden én het kind in mezelf levendig gehouden, zeg maar.

[ Foto’s: Menck ]

Woodcarving: uilen uit een eik

[ JANUARI 2017 ]

De oude eik was al een tijd ziek. Zijn kruin was grotendeels vermolmd. Bij al te winderig weer braken er armdikke takken af als waren het spaghettistokjes. Nog even en ook de stam zou worden aangetast. Tijd om deze stoere jongen te vellen, kortom.
Aangezien de boom vrij kon vallen, was het neerhalen ervan veeleer een routineklus. Mijn voorstel aan de tuineigenaars om van de stam anderhalve meter te laten staan, viel meteen in goede aarde toen ze hoorden wat ik ermee van plan was.
Na hooguit enkele minuten kettingzagen, stuikte de getergde eik met veel gedruis ten gronde neer. Uit de omringende bosschage stoven prompt tal van vogels luid krijsend op uit hun middagdutje. Zelfs de hond van de buren, zowat vijftig meter verderop, zette het op een langgerekt blaffen.

[ DECEMBER 2016 ]

Alvorens bovenstaande klus werd uitgevoerd, leerde ik Marc Cuppens kennen. Doelgericht via via, want zo gaat dat bij een nieuwsgierige hovenier als schrijver dezes.
Marc is, behalve een uiterst aimabele mens, tevens een hobbymatige woodcarver. Een sculptuurzager, zeg maar. Zo iemand hanteert kettingzagen en slijpschijven om uit een boomrestant of een blok hout een figuur te scheppen naar eigen creativiteit. Is het een vorm van kunst? Wat mij betreft wel.
Ik vertelde Marc wat ik in petto had met de oude eik. Meteen begonnen zijn ogen te glinsteren. Al na twee minuten en een stevige handdruk was de deal beklonken.

[ JANUARI 2017 ]

Mijn wenslijst aan Marc was kort: twee uilen. Een oehoe en een bosuil. De oehoe uit het resterende stuk stam, de bosuil uit een stuk neergevallen boom. Beiden zouden nadien een prominente plaats in de tuin krijgen. Hij gaf me een duim, zette zijn veiligheidsbril op en trok zijn kettingzaag op gang.
En ik? Ik stond met open mond te kijken. Met ogenschijnlijk gemak kweet deze vaardige hobbyist zich van zijn taak. Er was geen plan, geen tekening, niks. En toch pootte hij zijn kettingzaag keer op keer trefzeker en feilloos neer in het harde eikenhout.
“Maar hoe begin je daar in godsnaam aan?” vroeg ik hem halverwege de rit. Het silhouet van een uil was toen al goed zichtbaar.
“Simpel: alles wat niet op een uil lijkt, zaag je weg.” Gevolgd door een knipoog. Yeah, right.

Mensen die iets goed kunnen, zich daarin vol overgave vastbijten en er bovendien erg bescheiden onder blijven: driewerf hulde.
Doch geniet u vooral even mee:

VIDEO (filmopnames en foto’s):

 

FOTO’S:

[ Foto’s en video: Menck | laatste foto aanklikbaar voor groter ]


Wist-je-datjes:

– Tijd benodigd om één uil te carven: ongeveer 1 uur;
– Kostprijs per uil: 25 euro;
– Uilen en stam na ruim een half jaar drogen behandelen met (blanco) beits voor een lange levensduur;
– Beitsen jaarlijks herhalen;
– Plaats stam op (stenen) sokkel zodat deze de grond niet raakt. Alzo wordt rotting van onderuit voorkomen.

For old times sake

De traditionele kerststal wordt al enkele jaren stevig gefnuikt. Veel mensen doen er dan al wel eens nostalgisch over, maar er zelf één zetten zit er vaak niet meer in. Omdat het een religieus symbool is, lichten ze toe. Dat een kerststal ook tot ons cultureel erfgoed behoort, wordt daarbij vaak over het hoofd gezien. Of misschien juist niet, want tradities zijn er nu eenmaal om te worden doorbroken.

Best wel jammer, vind ik. Want veel kerststallen zijn je reinste (doe-het-zelf)kunstwerkjes. Hoeveel (groot)ouders hebben bovendien niet aan een stalletje geknutseld samen met hun (klein)kinderen? Dat oma of onze ouwelui een kerststal onder of naast de boom plaatsen, vinden we dan ook normaal. Maar we vinden het al even normaal dat we er zelf géén meer zetten. Zo’n stal heet namelijk niet meer van de nieuwe lichting te zijn. Tenzij je hem upgradet. De kerststal 2.0, zeg maar. Onlangs zag ik er zo eentje in een winkelstraat. Jezus was vervangen door een pluchen beertje en Maria en Jozef waren verruild voor hip geklede mannequinpoppen met een smartphone in de hand. Er werd door menigeen lacherig over gedaan. En dat terwijl wellicht negentig procent van die lachers een traditionele kerststal verfoeit.

Neem nou Frankrijk. In dat land worden kerststallen in het straatbeeld binnenkort verboden. De kerststal wordt daarmee op één lijn geplaatst met een sluier, een boerka of een facekini. Het is een expliciete uiting van geloof. En zulks hoort niet, mevrouw, meneer.
En de aloude traditie dan? Mais enfin, monsieur!
Of die beslissing al dan niet terecht is, laat ik overigens geheel in het midden.

Revenons à nos moutons; ik was over de indoorkerststal bezig.
Zet ú er trouwens nog eentje?
Ik wel. Een zelfgemaakte bovendien. Een uurtje of twee, drie knutselwerk en hoppa: een uniek stukje sfeer voor onder de Nordmann. Met materialen uit de tuin en beelden uit de kringwinkel. For old times sake, zeg maar.
Vriend des huizes en af-en-toe-collega John volgde me hierin. Al moet ik zeer ootmoedig toegeven dat hij zonder de minste twijfel baas boven baas is. Ik durf hem zelfs geeneens te vragen hoeveel tientallen uren noeste arbeid hij aan zijn stalletje heeft gespendeerd. Het resultaat mag dan ook, op zijn zachtst gezegd, in-druk-wek-kend worden genoemd. Die details! De talloze finesses!

Edoch, geniet u vooral even mee. En wie weet laat u zich wel inspireren en alsnog verleiden.

[ Foto’s: Menck | laatste foto aanklikbaar voor groter ]

DIY: ‘kinder surprise’!

Nadat ik eerst de garage danig overhoop had gegooid, vond ik uiteindelijk op zolder – na geruime tijd snuffelen tussen de ooit nog wel eens te sorteren bric-à-brac – twee puntgave wijnkistjes. ‘Château Lilian Ladouys 1992’ verduidelijkten de in het hout gebrande letters met veel zwier. Aangezien ik mezelf allerminst een kenner mag noemen omdat ik steevast maagzuur krijg van wijn, zei de naam me hoegenaamd niks. Doch in zulke schone kistjes zal beslist geen boecht van dunaldi hebben gezeten.

Voor elke Enthousiaste Broddelaar, een titel die ik mezelf eveneens met veel graagte toe-eigen, zijn wijnkistjes niet minder dan multifunctionele objecten. Je kan er iets instoppen, ze kunnen worden geïntegreerd in je interieur na er een weloverwogen kleurtje op te hebben gezet en je kan er vogelhuisjes, laatjes, cd- dan wel boekenrekjes en zelfs een lijkkistje voor je schielijk overleden poes of hamster uit vervaardigen.
Mijn plan was echter van gans andere aard: er het tweeënhalf lentes jonge dochtertje van vrienden mee verrassen.
Die uk is zich ineens beginnen te interesseren voor – grotendeels uit mijn jonge jaren stammend – Playmobilspul:

U ziet het: mannetjes en vrouwtjes bij de vleet. Er is zelfs voldoende minuscule huisraad voorhanden om een poppenhuis integraal mee in te richten. Eén maar, echter: dat huis ontbreekt in deze belegen collectie.
Nu weet ik ook wel dat poppenhuizen van Playmobil in alle maten, kleuren en vormen te koop zijn. Die schreeuwerig gekleurde plastic ondingen zijn echter pokkenduur en bovendien zijn ze ook nog eens weinig origineel wegens hun massaproductie.

U voelt me al komen, zegt u?
Right you are, folks.


Na wat meet-, zaag- en timmerwerk


Zo’n chique cabriolet verdient een carport, niet? Het dak werd bekleed met restjes rubberfolie.


Primer aanbrengen. De zuil naast de voordeur is de bovenkant van een borstelsteel. Mijn madam moet zich thans ietsje meer bukken om te vegen.


De kamers werden van vrolijke kleurtjes voorzien. Het bloemetjesbehang is een stukje decoratief karton en de trappen zijn parkietladdertjes.


En inrichten maar!

[ Foto’s en bricolage: Menck ]


BENODIGDHEDEN:

  • twee wijnkratjes;
  • nagels / schroefjes;
  • decoupeerzaag;
  • restjes rubberfolie;
  • verfrestjes;
  • 1 bebloemd stukje karton;
  • 2 takjes (reling aan carport);
  • krachtige hobbylijm;
  • nietjesschieter;
  • kleeffolie met houtlook (vloeren);
  • 2 parkietladdertjes (die werden vastgelijmd);
  • een gezonde dosis fantasie en een uur of twaalf vrije tijd.

AFWERKING:

Het poppenhuisje wordt eerstdaags nog iets gedetailleerder uitgewerkt. Zo zullen de deur- en raamopeningen worden voorzien van een lambrisering uit fineerhout. De reden: foutjes mijnentwege wegwerken wegens het nogal slordig omspringen met de decoupeerzaag. Een beetje perfectionisme is toegelaten, niet?
In latere instantie worden uiteraard ook water en elektriciteit aangesloten en zal Teleslet zorgen dat er kan worden gesurft, gebeld en tv gekeken.

Facelift

Hoe ik een brede glimlach op het gezicht van mijn ouwe tover?
Met een likje verf, zo blijkt.

De letsels waren al jaren legio.
De tand des tijds kent weinig genade, ziet u.
Doch heden heerst weer de glans van oudsher.

[ Foto’s: Menck W. | garagepoort van de ouderlijke woning, d.d. 1964 ]

Pasen op tafel

Madam Menck gaat regelmatig eens checken wat er in mijn aanhangwagen ligt. Wat voor mij allemaal groenafval is, is voor haar vaak bruikbaar decoratiemateriaal.
Vorige week viste ze een stuk of wat sierlijke takken van een krulhazelaar op. Eerder had ze al een rist berkenstammetjes uit de laadruimte van mijn bestelwagen geplukt. Een klant had me een lot gedoneerd (lees: hij wilde er vanaf) met de woorden “Prima haardhout, hoor.” Dat valt overigens te betwijfelen; berkenhout is erg zacht. En een haard heb ik niet, doch zulks is een detail, vaneigens.
Berkenstammetjes en krulhazelaartakken: in mijn hoofd is dat een onmogelijke combinatie, maar de helft van mijn bed dacht daar enigszins anders over.
Terecht, zo bleek alras.
Volgt u even mee?

  1. Zoek of zaag een dunne plank – triplex, om maar iets te noemen – met als afmetingen 75 bij 20 centimeter. De afmetingen mogen uiteraard afwijken, zolang de plank maar een slanke rechthoek is;
    .
  2. Voorzie onderaan de plank wat meubelbeschermende zelfklevende viltstickers;
    .
  3. Diep uit uw hobbykamer een lijmpistool of een tube houtlijm op. Als u niet beschikt over een dergelijke kamer is de plaatselijke doe-het-zelfzaak ook prima;

  1. Tik een partij dikke berkentakken (of heel dunne berkenstammetjes, dat kan ook) op de kop. Andere takken of stammetjes voldoen natuurlijk eveneens, zolang ze maar slank en recht zijn. Berkentakken zijn echter erg decoratief, vandaar;

  1. Zaag de takken/stammetjes middels een decoupeerzaag dan wel een handzaagje op lengtes variërend tussen de zeven en vijftien centimeter. Of doe zoals mijn madam: laat ze zagen. *ahum*
    Opteer niet enkel voor verschillende lengtes maar ook voor diverse diameters.
    Lijm deze alzo bekomen houtjes verticaal op de plank zonder tussenruimte te laten. Bewaar hierbij wél drie op gelijke afstand van elkaar liggende centrale uitsparingen waar later vaasjes in komen te staan.
    Mind you: er gaan best veel van dergelijke houtstompjes in zo’n tafelstuk. In ons geval zelfs een honderdvijftigtal;

  1. Vul de vaasjes met bloeiers van het seizoen. Madam Menck koos – Pasen is in aantocht, jawel – voor (dwerg)narcissen. Hyacinten, blauwe druifjes en zelfs snijtulpjes zijn geschikte alternatieven;

  1. Drapeer de takken van de krulhazelaar (krulwilg kan ook) zwierig over het stuk en pimp het geheel naar eigen goeddunken. Mijn madam opteerde daartoe, de tijd van het jaar indachtig, voor eierschalen, doch later op het jaar kunt u bijvoorbeeld mos, gedroogde bloemen, herfstbladeren, noten of kleine dennenappels aanwenden;

  1. Verlustig u in een tafelstuk waarvan u, mits regelmatige vervanging van de plantjes, vele jaren genot zult hebben. Bovendien kan een dergelijke creatie zowel binnen- als buitenshuis worden aangewend.

[ Foto’s: Menck | Twaait ]

Creatief met eieren

Afgelopen weekend zat madam Menck met een ei. Met verschillende eieren zelfs. En die wilde ze, het spreekwoord indachtig, kwijt.
‘Zijn/haar ei kwijt kunnen’ betekent – en ik citeer: de gelegenheid hebben om zijn/haar creativiteit te kunnen botvieren. Een kolfje naar Katriens hand, kortom. Ze broedde dan ook alras het idee voor onderstaand tafelstuk uit. Volgt u even mee?

Benodigdheden:

Sierlijk gevormde takken. In dit stuk: gedroogde takken van een druivelaar.
Mos. Trek de natuur in en u vindt er plenty. Of kom er anders gerust een paar zakken halen uit onze tuin.
Struisvogeleieren. Die kunt u kant en klaar aanschaffen in de handel. Geen zin om te gaan winkelen? Trek anders eens aan de mouw van uw plaatselijke struisvogelkweker. Of schaf u een struisvogel aan. Naar het schijnt zijn ’t lieve beesten.
Opteer voor gehalveerde eieren.
Witte kippen-/ganzeneieren. Makkelijk vindbaar in uw plaatselijke supermarkt, mogelijks ook in het hoenderhok in uw tuin. Laat deze eieren heel (en blaas ze eventueel uit).
Glazen schaaltjes, vierkant of rond. U schaft deze bij voorkeur aan in een winkel omdat ze zelf mondblazen naar verluidt geen lachertje is.
Gracieuze twijgjes, bij voorkeur met katjes zoals onderstaand (Hazelaar).
Felrode snijbloempjes, geheel naar keuze. Opteer voor kleinbloemige soorten. (In dit tafelstuk: Jatropha, een geslacht uit de Wolfsmelkfamilie.)
Narcissen in pot. Preferabel zijn de lager blijvende soorten, zoals bijvoorbeeld Narcissus Erlicheer (wit en dubbelbloemig). Die hebben niet zo de neiging om open te vallen.

Onder het motto ‘Pimp your table’ wens ik u alvast heel veel creatief genot!

Voor wie het liever wat compacter houdt, is er dit eenvoudiger alternatief:

(Meer bloemstukjes van mijn madams hand zien? Check dan vooral THIS out.)

[ Foto’s: Menck | Twaait ]