Categorie: Doe-het-zelf

Huizenjagers: speciale editie

Na afgelopen zondag – wat een overheerlijk weertje! – een paar baantjes te hebben getrokken in ons verwarmd olympisch zwembad, twee stukken vanuit Zambia geïmporteerde nijlpaardfilet aan de barbecue te hebben toevertrouwd, een halfuurtje in de op zolder geïnstalleerde cederhouten infraroodsauna te hebben vertoefd en ter verkoeling daarvan een helikoptervluchtje boven Oostende te hebben geëxecuteerd – wegens te lui om de luchtballon uit de paardentrailer te halen en die te verhitten voor een relaxerende wolkenvaart teneinde mijn chakra’s in de juiste banen te dirigeren – begon ik me toch ietwat te vervelen. Alledaagse dingen staan nu eenmaal snel tegen en aldus zocht ik later die dag mijn heil in wat creatief zaag- en timmerwerk ter algehele verstrooiing mijner kleurloze burgerbestaan.

Op een houten plank, die ik nog overhad na de bouw van onze indoorjacuzzi, tekende ik minutieus een handvol patronen uit. Vervolgens zette ik mijn wipzaag aan het werk, waarmede ik, voor alle duidelijkheid, niet de helft van mijn trouwboek bedoel. Al snel verkreeg ik alzo de benodigde houten vormpjes die in een logische volgorde aan elkaar werden getimmerd tot ik onderstaand tot volle tevredenheid stemmend resultaat verkreeg:

Het gaatje op mezenmaat – diameter drie centimeter – realiseerde ik met een klokboortje, waarna ik de kleine vogelvilla tevens van een landingsstokje uit sierpruimenhout voorzag. Ter afronding van het exterieur koos ik voor een restje oude rubberfolie als dakbedekking, hetwelk ik met nietjes fixeerde.

Noblesse oblige, en dus werden, alvorens te monteren, de binnenwanden van de vogelvilla bekleed met gestoffeerd Italiaans nappaleer. Tevens werd er een met dons gedrapeerd leg- en broedhoekje geconstrueerd ter grootte van maximaal acht eieren. Van dit uiterst elementaire onderdeel werden de zijkantjes afgewerkt met hoogwaardige Chinese zijde voorzien van een vrolijk voorjaarsbladmotiefje.
Het plafond van mijn vogelhuisje leukte ik op met een zonlichtimiterend ledlampje met fluittoonbediening, en ter finale completering voorzag ik de bodem van een op maat gemaakt stukje mosgroen Nepalees tapijt. Handgeweven, dat spreek voor zich.

Helaas vergat ik foto’s te nemen van de binnenkant. Mijn spijt is groot, want nu hangt het kleinood alreeds in de eik, de opening netjes naar het oosten gericht zoals menig vogelkenner immer voorschrijft.

Er is zodoende een nieuwe villa vacant in onze tuin. Benieuwd welk mezenkoppel deze speciale, gevleugelde aflevering van Huizenjagers wint.
Ik hou u, deemoedig en gedienstig zoals u mij kent, uiteraard op de hoogte van het verloop hiervan.

.

[ Foto’s: © Menck ]

Voor zij die ‘Huizenjagers’ niet kennen: KLIK!

Where the magic happens

Ze meet zich de zwierigste prinsessenjurk aan en lijkt zo weggelopen uit het Grote Fantasiarijk van Thea Stilton. Ze verslaat, opgetut als Roodkapje of Doornroosje, mythische eenhoorns met haar fonkelende toverstaf en wisselt glanzende glazen muiltjes in een oogwenk af met zachtroze balletslippers.

Van Maja de bij over prima ballerina naar de koningin van Onderland: de fantasie en de bijhorende verkleedpartijen staan momenteel centraal in haar leven. Zij is nog steeds mijn favoriete uk, dat doddige dochtertje van goeie vrienden. Én ze is vorige week vijf geworden.
“Al zó oud!” kraaide ze. Maar wat mij betreft toch nog bitter jong voor iemand die na een honderdjarige slaap wordt wakker gekust. Door haar mama, weliswaar, doch laat zulks de magie niet bederven.

Hoe het begon?
Op zekere dag kocht oma haar twee dozen vol polychrome verkleedkledij. Tweedehands en zo goed als nieuw.
Het hek was meteen van de dam. Kleine uk begon zich te verdiepen in sprookjes van Duizend-en-één-nacht, fantastische verhalen en magische vertellingen. De Ketnethelden van Nachtwacht zijn haar grootste inspiratoren en Sneeuwwitjes zeven dwergen windt ze prompt om haar vinger. Zelfs als Gelaarsde Kat pak je haar maar beter niet zonder handschoenen aan.

De traditie wil dat ik haar op haar verjaardag iets schenk dat ik zelf ineenknutsel. Originaliteit recht uit het hart, weet u wel.
U zult zich van vorige logjes mogelijks nog de houten zandbak herinneren of het veelkleurige poppenhuis vervaardigd uit wijnkratten. En daarvoor was er de schommel annex glijbaan en het schilderij van Janneke maan. Dat olieverfwerkje hangt nog steeds te schitteren boven haar bed.
Dit jaar lag de keuze voor de hand. Aangezien Uk haar verkleedtenues bewaart in kartonnen dozen, is het zoeken naar de gewenste outfit steevast een rompslomp van jewelste. De dozen worden omgekieperd en dra ligt gans de vloer bezaaid met prinsessenjurkjes en andere heldenpakjes. Kind raakt gefrustreerd en mama wordt kregelig van dit zich dagelijks meermaals herhalende tafereel.
Kortom: Menck to the rescue!

Op Pinterest vond ik een aantal hooglijk schattige en van tuttige franjes verstoken doe-het-zelfkledijrekjes met ‘prinsessen’ en ‘sprookjes’ als thema.
Aangezien Uk gek is van kroontjes wilde ik die integreren in het ontwerp. Een ontwerp op kindermaat dat liefst zo licht maar ook zo stevig mogelijk moest worden. Ik koos dientengevolge voor iets dunnere multiplexplaten als werkmateriaal.
Verder benodigd: een vrolijk retrokleurtje – licht oudgroen naar badkamerblauw neigend – en wat okergele verf voor de kroontjes. Voeg daar een potje primer, een handvol schroeven en metalen L-profieltjes, vier kleine wieltjes en een borstelsteel aan toe en je hebt meteen alle benodigdheden.

Mijn vertellinkje zit erop; vanaf hier laat ik de foto’s spreken.
Mogen ze u evenzoveel betoveren als de twinkelende staf van mijn vijfjarige bontgeschakeerd geklede fee op oudroze balletslippers.

.

[ Foto’s: © Menck ]

Uit het (hoveniers)leven gegrepen

Als hovenier betreed ik de meest uiteenlopende tuinen. Op vrijwel elk groen perceel steel ik met mijn ogen, want hoe alledaags een tuin soms ook lijkt, er valt vaker dan verwacht wel iets te ontdekken. Fijne creaties, creatieve oplossingen en charmante trouvailles leg ik met graagte op de gevoelige plaat vast, al zeker als ze vallen onder de noemer ‘goed(koop) gevonden’.

* * *

Behalve misschien in het schuurtje van opa, op – vooral Waalse en Franse – brocantemarktjes en in sommige veel te dure vintagewinkels, vindt u quasi nergens anders meer de geheel in onbruik geraakte metalen flessendroogrekken. Ze zijn zwaar, overmaats en voorbijgestreefd.

Ooit waren dergelijke rekken een zekere noodwendigheid en werden er melk-, limonade- en waterflessen op gedroogd teneinde die (verplicht!) proper te kunnen retourneren aan de plaatselijke melkboer dan wel brouwer. Heden leven we al tijden in een plasticmaatschappij en is een flessendroogrek nog slechts folklore.
Al zijn er tuiniers die een dergelijk vergeten object toch een coole nieuwe bestemming offreren:

* * *

Wat doet een kattenliefhebber wiens geliefde huisdier liever in de tuin dan binnenshuis vertoeft? Juist: een gezellig eigengemaakt buitenverblijf onder het lover voorzien voor dat beest, kekke kussentjes incluis:

* * *

Een zieke boom omleggen en de stam in moten zagen, betekent niet altijd dat er brandhout wordt gewonnen. Wat dacht u bijvoorbeeld van een geheel eigentijdse overwinteringsplaats voor egels?
Dit kunstzinnige ontwerp werd later trouwens afgewerkt met aarde, graszoden en mos. Ganz toll!

* * *

Bolacacia’s snoeien en de takken aan de composthoop toevertrouwen? Geen verkeerd idee, al kan er ook, zelfs gedurende langere tijd, eerst een tuinhoekje plattelandsromantisch mee opgeleukt worden:

* * *

Een kruiwagen die het hard te verduren krijgt, slijt en roest en wordt uiteindelijk afgeschreven. In plaats van hem dan maar meteen naar het containerpark te verwijzen, kan er evenzeer wat creatiever mee worden omgesprongen:

Bij diezelfde klant van me eten (’s winters) en drinken (’s zomers) de vogeltjes uit zijn handen:

* * *

Een wat kleinere tuin(hoek) kunt u optisch groter doen lijken door pienter gebruik te maken van een forse spiegel. Eenmaal strategisch goed geplaatst, creëert hij een immer in beweging zijnde trompe-l’oeil:

* * *

Plankresten gooi ik zelden weg. Want niks is leuker dan ze te investeren in nuttige kleinoden voor tuin en terras:

* * *

Wilt u op Moederdag vrouwlief verrassen met een weelderig en langlevend boeket zonder uw bruintje te plunderen? Vanaf volgende maand kan zulks weer volop. Een vaas gevuld met in de berm geplukt Fluitenkruid oogt ronduit feeëriek.
Of het wegnemen van Fluitenkruid langs de kant van de weg ook wettelijk te verantwoorden valt, weet ik echter niet, doch ik vergrijp me er jaarlijks meermaals aan.

* * *

Een deels vergane, lekke waterton een tweede leven geven? Met potaarde in plaats van water kan ze prima als attractieve plantenkuip dienen!

Hetzelfde geldt overigens voor zinken exemplaren:

* * *

Een aanhanger hoort bij een hovenier als bier bij een café. Maar soms, heel soms, laat dat ding het afweten en wordt het ter verzorging bij de remorquedokter gedropt. Op dergelijke momenten komt de plantrekker in mij naar boven: een bolderkarretje is dan alvast beter dan niets:

* * *

Bij één welbepaalde klant van me was het verlangen om ooit eens een ijsvogel bij zijn vijver aan te treffen een pak groter dan zijn gevoel voor goede smaak. Ach, nood breekt wet, zeg maar:

* * *

Eindigen doe ik met een foto die me tevreden en gelukkig stemt. Want als hovenier plant je meermaals een tuin aan zonder, enkele jaren later, het volwassen resultaat te mogen aanschouwen. Bij onderstaand stukje (voor)tuin kon dat wel, en bovendien vanuit de hoogte.
De foto nam ik vorig jaar in juni toen Rosa ‘Jacky’s Favorite’ (*) op haar fraaist te bewonderen viel tussen het symmetrisch opgebouwde groen van siergrassen en bolbomen.
Onstuimigheid binnen de perken: gotta love it.

[ Foto’s: © Menck | laatste foto aanklikbaar voor groter ]

____________

(*) Een creatie van Jaak ‘Jacky’ Vangampelaere, (gepensioneerd) professioneel rozenkweker, en tevens mijn schoonvader. De roos werd op mondiale schaal gecommercialiseerd wegens haar unieke eigenschappen.

Als een snoek op zolder

Omdat de vrouw waarmee ik getrouwd ben sinds we een huwelijk aangingen me poeslief doch indringend heeft gevorderd om een stukje van onze zolder in te richten als hobbyruimte, zocht ik het vandaag dan ook hogerop in onze woning. De laatste keer dat ik de zolder betrad, was Obama nog presidentskandidaat voor zijn eerste termijn en moest de iPad nog worden uitgevonden.
Wat schetste mijn verbazing toen ik de ladder had bestegen? Dat het er nog drukker was dan op een avondmarkt in de Marollen. En even groezelig ook. Want hemeltjelief, wát een stof en wélk een hoeveelheid spinrag trof ik me daar aan.
Geen schatten op onze zolder, doch bovenal rommel, vergeten huisraad en uitgerangeerde toestellen allerhande wegens kapot of voorbijgestreefd. Als ik hier ooit grote schoonmaak moet houden – hetgeen er daadwerkelijk zit aan te komen – dan raad ik mezelf aan een container te huren en alles erin te zwieren. Of toch bijna alles, want een aantal elementen werden destijds op zolder geplaatst om bij te houden. Ik denk aan het stevige hardhouten stapelrek, een zelfgemaakte lange bijzettafel en een marktkramerstent die ik ooit voor een habbekrats op de kop wist te tikken. Niet dat ik marktkramerambities heb, doch als abri voor een tuinfuif is ze evenzeer geschikt. Want dat ben ik wel nog van plan in mijn leven: ettelijke tuinfuiven geven.
Doch eerst maar eens een nieuw terras plaatsen, want vorige week ben ik door het bestaande geschoten met mijn rechtervoet, hetgeen me allerminst deugd deed. Houtrot na tweeëntwintig jaar geseling door ons Belgisch klimaat, het mag geen verwondering wekken.

Achter een gitzwarte kast – had ze vroeger geen glazen deuren? – lag er nog een stapel vergeelde Humo’s uit de tijd dat ik nog in kolder en gein geïnteresseerd was. Eén ervan maakte gewag van de oprichting van de commerciële zender VTM, ondertussen toch alweer dertig jaar geleden.
Ik vond er tevens een bundeltje biljetten van twintig Belgische franken (heden een halve euro), opgerold en bijeengehouden door een eindje vlastouw. Een snelle telling leerde me dat ik alzo drieduizend frank heb laten verkommeren, in die jaren een aanzienlijk bedrag doch heden nog amper vijfenzeventig euro waard. De tijden zijn danig veranderd, wat ik u brom.

Ik nam wat foto’s teneinde een schetsje te kunnen voltrekken van de toekomstige hobbyruimte mijner bedhelft. Exact opmeten doe ik immer daarna.
Ik weet nu al dat ik me met een aantal problemen geconfronteerd zie waar ik, nochtans doe-het-zelver zijnde, geen raad mee weet:

  • Er bevindt zich slechts één stopcontact op zolder. En daarop is de brander aangesloten. Elektriciteit installeren is echt niet mijn ding;
  • De verlichting is op één peertje na onbestaande. Er zal extra bekabeling moeten worden geplaatst naar de hobbyhoek;
  • De betonnen vloer is zo ruw en oneffen als de huid van mijn schoonmoeder. Voorlopig geen idee hoe ik dat zal oplossen.

Staat eveneens in de pijplijn voor 2019:

  • Het oude tuinterras afbreken en een nieuw (laten) plaatsen;
  • De grootste van de twee vijvers leegmaken en die ganse tuinhoek heraanleggen;
  • De hall renoveren en schilderen;
  • Overmatig veel werk op de agenda als zelfstandig hovenier.

Ik wou dat ik een kat was.
Dan had ik negen levens.
Ze zouden zéér van pas komen.

 

De zolder van zuid naar noord (boven) en van noord naar zuid (beneden). Afmeting: 16 x 10 meter, stahoogte: 2,5 meter.

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Als een eitje

Medio de jaren zestig van de vorige eeuw lieten mijn ouders een regenput plaatsen. Dan werd daar een handbediende smeedijzeren pomp op aangesloten waarmee mijn moeder op een relatief vlotte wijze haar wasmachine kon vullen.
Wasmachines werden toentertijd nog getankt via een luik aan de bovenkant waardoorheen emmers water werden gekipt. Zo’n machine had als hoofdtaak het in zeepsop verzonken wasgoed te verwarmen en het wat loompjes te laten ronddraaien in een soortement verzinkte kuip. Er was nog lang geen sprake van hoogtoerige inox trommels die textiel spoelen en het tevens handdroog zwieren.
Anno 2019 lijkt het folklore, maar toen was het bittere ernst.

Een regenput dus. Het betrof een overmaatse ronde kuip met deksel uit gewapend beton zoals we die heden nog steeds kennen. De inhoud was in die dagen met drieduizend liter echter geringer dan onze huidige modellen.
Met een stoere hijskraan zou de zware put ter aarde worden besteld, hetgeen een kleine volkstoeloop teweegbracht in het destijds slapende ouderlijke gat.
Maar het liep mis.
Nog voor de put kon worden neergelaten, brak de kabel van de hijskraan. Het betonnen gevaarte kwam met een doffe bons op de grond terecht en vertoonde prompt een barst van bodem tot top.
De aannemer trof schuld in dezen. Hij liet een nieuwe regenput aanrukken die dit keer zonder hindernissen werd geplaatst. Maar de gebarsten regenput werd achtergelaten in de tuin, tegen de omheining met de achterburen.

Pa besloot er kippen in te gaan kweken. Hiertoe werd, middels moker en beitel en met veel geduld en mankracht, een gat ter grootte van een deur uitgekapt. Een houten poortje sloot deze toegang af en hield ’s nachts tien gevederde dames binnen. Rond dit massieve betonnen kippenhotel werd een ren geconstrueerd die een beperkte uitloop garandeerde. En ziedaar: mijn vader startte zijn eigen kweekstation, want het pluimvee werd op schier anderhalve maand vetgemest, geslacht, gereinigd en in de diepvriezer gepropt. Daarna kwamen tien nieuwe dames logeren voor een week of zes.

Het slachten deed mijn vader zelf, hoewel dit geschiedde met een geweldige tegenzin van zijn kant. En die van de kippen, dat ook.
Pa had een aversie tegen dierenleed. Daarom diende het doden zo snel mogelijk te worden geëxecuteerd. De eerste poging, met een helaas iets te botte bijl, bracht geen soelaas. De kip in kwestie trok haar kop weg met als gevolg dat haar bek van haar kop werd gescheiden en ze bloedde als een rund. Ze werd uiteindelijk afgemaakt met een genadeslag van de spade, na haar eerst een tiental minuten achterna te hebben gezeten.

Om kip nummer twee naar het hiernamaals te verwijzen werd gebruik gemaakt van een aardappelmesje. De snavel werd met één hand vastgehouden wijl pa met zijn andere hand het mesje bediende. Ik moest tegelijkertijd de poten van de kip vasthouden omdat ze te heftig de lambada danste met haar lijf hetgeen doelgericht werken danig bemoeilijkte. Onze samenwerking lukte aardig. Met vaardige hand scheidde mijn vader de kop van de romp. Ik vond het vooral fascinerend dat de kop op zich nog een tijdje bleef leven en me gedurig knipoogjes toewierp. Ook het lijf leek nog een poos een eigen bestaan te leiden; de vleugels klapwiekten als gek wijl de poten houvast zochten in het ijle.
Deze methode werd echter afgevoerd wegens te arbeidsintensief en te ongecoördineerd.

Uiteindelijk is mijn ouwe een methode beginnen uit te dokteren die hij jarenlang heeft volgehouden. Deze briljante werkwijze was adequaat, pijnloos en wist de tien kippen tegelijk in één vlotte beweging het leven te ontnemen.
Mijn broer en ik maakten daartoe met onze schopjes tien putjes op rij in de moestuin. Daarin werden de kippen stuk voor stuk gedeponeerd op hun achterwerk en werden de putjes dichtgegooid. Thans staken nog slechts de koppen boven het maaiveld uit. Yep, maaiveld: de grasmachine werd over de koppen gedirigeerd en het eens zo akelige klusje was op een wip en een scheet gepiept. De koppen belandden netjes in de opvangbak van de grasmaaier, wat meteen ook een stuk properder werken was.
Vervolgens kon het slachten beginnen, een klus waar ook mijn broer en ik werden voor ingeschakeld. Ik heb alzo geleerd om vlot een chick binnen te doen en ze als een kip zonder kop compleet kaal te pluimen. Een behendigheid die me in mijn latere uitgaansleven meermaals goed van pas is gekomen.

Het leven als leermeester? Het heeft me geen windeieren gelegd, zeg ik u.

Boe noch ba

We namen plaats aan een ronde glazen tafel, hij met een kloeke bel cognac en ik met een veel te slappe koffie. Op een aftands taboeretje dat in de hoek van de verder lege kamer stond, bevond zich zijn jonge bruid. Ik schatte haar begin dertig, mogelijks iets ouder. Het gros van de tijd zat ze met gebogen hoofd in haar glas water te staren als ware ze verlegen om in onze nabijheid te vertoeven.
V
orig jaar had hij haar ten huwelijk gevraagd. Ze had meteen ja gezegd, zelfs nadat hij haar had voorgesteld om definitief in België te komen wonen.
Ze liet zich, welhaast op fluistertoon, ontvallen dat ze nooit meer terug wil naar Thailand. “Belgium bettel”, besloot ze kordaat, al was van enige overtuiging in haar nederige decisie niet veel merkbaar.
Haar Engels gaat erop vooruit”, gaf haar nieuwbakken echtgenoot me enigszins meesmuilend mee. “Maar nu volgt ze ook Nederlandse les. Nietwaar schat?”
“Ies moeluk, Dutch.” Waarna ze opnieuw het hoofd boog en haar volle aandacht weer op het glas water in haar handen richtte.

Hij is een naar België uitgeweken norse Duitser van achter in de zeventig. Drie jaar geleden verloor hij zijn eerste vrouw aan de dood door sterfte wegens overlijden. Zij had erop gestaan dat hij niet single zou blijven.
Na meer dan dertig jaar verblijf in ons land, is zijn uitspraak nog steeds erg Pfaffiaans. Voor de niet-Belgen onder u: hij spreekt Nederlands met een zware Duitse tongval.
“Nog ein Kaffee, Menck?”
“Nee, dank u. Laten we terzake komen.” Ik schoof mijn kartonnen mapje dichterbij en diepte een balpen uit mijn binnenzak op.
“Gut idee. Maar ich neem da nog ein beetchen cognac bei.” Hij stond op en slofte, zijn lege glas in de hand, naar het kleine aanpalende keukentje.
Er viel thans een welhaast breekbare stilte. Zij bleef gefascineerd naar haar glas water staren, misschien wachtend tot het geheel en al verdampte, en ik bladerde geruisloos door mijn schetsen en berekeningen.

Ein kot, dus. Ein afdak, eigenluk. Für de fietsen enerzeids en für de containers anderzeids.”
Met containers bedoelde hij de plastic gft- en vuilnisbak. Onze noorderburen plegen die dingen wel eens kliko te noemen.
De constructie diende te worden opgetrokken in een onregelmatig gevormde, scherpe L-hoek van de tuin. De afmetingen werden me een paar weken geleden bij benadering doorgemaild. Voor de rest kreeg ik carte blanche, zolang het maar “Nicht zu duur” zou zijn. “Geen kostbare tand- und groefplanken, bitte. Als de rommel an das sicht van de straat onttrokken ist, ist das al lang goed voor mei. Alles klar?”

Toen de klus eenmaal achter de rug was, werd ik snel en correct vergoed. Via-via vernam ik dat meneer erg tevreden was over mijn werk. Me deze heuglijke tijding in eigen persoon meedelen, was echter teveel van het goeie. Hij is een man van weinig tot geen complimenten met een star, koud gezicht dat zich nimmer laat aflezen. Zoals het een rechtgeaarde stoïcijnse Duitser betaamt, denk ik dan.

Dit voorjaar mag ik tevens de nu nog geheel uit gazon opgetrokken tuin aanleggen. En er zelfs een tuinschuurtje construeren. Dat is me ook wat waard, natuurlijk, al had een persoonlijk compliment of een gemeende dankjewel wellicht nóg meer deugd gedaan.

* * * * *

Aanvangssituatie:

Schets van de berging vóór opmeting:

Uitvoering en afwerking:

Materialen:

  • kerngeïmpregneerd vurenhout;
  • dakbedekking: multiplex + EPDM rubberfolie;
  • vloer: verharde dolomiet.

Later nog te plaatsen:

  • goten + regenpijp

___

[ Foto’s & schetsen: © Menck ]

Haar klei(n) geluk

Na een pauze van ruim twintig (!) jaar, is madam Menck weer aan het bakken geslagen. Anders dan u denkt, situeert dat bakken zich niet in de keuken doch wel in een ruim en lichtrijk pottenbakkersatelier in de schone Brugse binnenstad. Al ben ik ondertussen wel een paar keer ingefluisterd en bestookt met niet mis te verstane hints dat ze maar wát graag haar eigen kleine hobbyruimte zou willen betrekken. “Onze zolder is zo groot en is slechts stof aan het vergaren”, luidt het dan.
2019 wordt nog eens een druk jaar, zeg ik u.

Naast verf op doek gebruikt mijn madam nu dus ook weer klei om haar ideeën beeldend vorm te geven. Klei is zacht, kneedbaar, amorf, flexibel en vormbaar en wordt na het bakproces hard en ongenaakbaar. Maar ook kwetsbaar en fragiel of stoer en krachtig, robuust en aards.
In haar hart schuilt de ware pottenbakker die zweert bij de gebruiksfunctie, een traditie die sinds oudsher in stand wordt gehouden. Zij vervaardigt dientengevolge geen kunst; de ambachtelijkheid staat hoog in het vaandel. Kennis van materialen, technieken en gereedschappen is noodzakelijk om datgene te bereiken wat ze wil.
Als keramiste wil ze het gehele proces, van de zachte klei tot het versteende object, in eigen hand houden en niet zelden de grenzen van het materiaal kennen en tarten.

2019 is amper zeventien dagen oud, maar de oogst is nu al behoorlijk groot. Weet echter dat wat u onderaan dit logje treft, een werk van lange adem – lees: talloze processen – is. Zodoende werd met deze keramische schnabbel vorig jaar reeds een aanvang genomen.

Alle voorwerpen die ze creëert – en vroeger reeds vervaardigde – worden te onzent ook daadwerkelijk gebruikt. Kommen dienen om soep, thee en koffie in te doen, in de vazen en potten pronken geregeld bloemen en planten, en ons dagelijks servies, inclusief een stel robuuste spaghettikommen, is ooit aan haar draaischijf ontsproten.
Geregeld wordt iets uit de met tal van vormen en kleuren beladen etagère genomen om aan te wenden. Na gebruik vliegt het, zonder de minste gevolgen, de vaatwasser in om daarna weer te worden uitgestald. Geen centje pijn, kortom.

Mocht u, na het doornemen van dit logje, zin hebben gekregen om óók aan de slag te gaan, stuur me dan gerust een mail met al uw besognes. U vindt mijn – nieuw – e-mailadres bovenaan deze blog onder de zwarte knop ‘CONTACT‘.

 

[ Foto’s: © Menck ]

Meer van Katriens creaties vindt u
HIER.