Categorie: Doe-het-zelf

Carried away by a moonlight shadow

Vorig jaar verraste ik het innemende dochtertje van vrienden nog door voor haar uit twee houten wijnkratjes een fleurig poppenhuis te vervaardigen waarin ze haar Playmobilfamilie kon huisvesten. Het kind was, het moet gezegd, danig in de wolken met mijn polychrome constructie. Toch voor een maand of twee. Daarna was het finaal uit met de liefde voor de vierkamervilla en diens plastic bewoners.
Heden staat het kleinood stof te vergaren op zolder, stof waarin ik onlangs ‘vergane glorie’ schreef met mijn rechter wijsvinger.

Sedert enkele weken is deze uk – drieënhalve lentes ondertussen – geheel en al in de ban van de maan en de sterren. De échte maan, beste lezer, en niet de veelal banaanvormig getekende Janneke Maan en diens cartooneske consorten uit tal van kinderboekjes.
Zij aanschouwt de maan zoals volwassenen dat al lang verleerd zijn, tenzij ze Frank Deboosere heten: met onverholen bewondering, grote ogen incluis. Ze weet dat er diepe putten op de maan zijn, en zand en bergen en dat er al eens mensen op hebben rondgelopen. Al twijfelt ze bijwijlen nog wel eens aan dat laatste. Nu al niet vies van een conspiracy-theorietje, die kleine.

Ook overweldigend: de maan geeft zowaar licht! ’s Nachts dan nog wel, als het buiten voor de rest helemaal donker is. De maan is wat haar betreft het nachtlampje van de tuin en de sterren zijn pinkeltjes. Aan fantasie alvast geen gebrek.
Dat de maan eigenlijk de zonnestralen terugkaatst naar ons en zelf geen licht produceert, trachtte ik haar laatst bij te brengen. Ze schudde geagiteerd en langdurig van neen waardoor haar pijpenkrullen een onstuimige dans executeerden. Dat ik er helemaal niks van kende en toch eigenlijk wel een beetje dom was. Dat de zon voor overdag is en de maan voor ’s nachts. En dat ik toch nog véél moest leren.
Tegen dergelijk gefundeerd verweer kon ik geen woord inbrengen, dat spreekt voor zich.

Met Kerst schonk ik haar de maan. De realistisch ogende versie, die zich reusachtig en glorieus verheft boven een dennenbosje te midden van menigvuldig sterrengefonkel. Ik schilderde dit nachtelijke tafereel op een groot dunhouten paneel dat ik vervolgens achter glas heb ingelijst.
Om na meer dan dertig jaar nog eens lekker loos te kunnen gaan met fijne penselen en tubetjes olieverf, maakte me pueriel gelukkig. Er is aan mij geen groot artiest verloren gegaan, doch een kinderhand is gauw gevuld.
Alleen de sterren zijn zo fake als de borsten van La Cicciolina. Het zijn nachtelijk lichtgevende stickertjes. Een bewuste keus ten faveure van de kindervreugd. Een ruimhartige mens doet al wel eens een toegeving, ziet u.

En zo komt het dat er sedert deze week een heuse maan hangt te schitteren op de kamer van een kleine meid. Dat schitteren mag u overigens letterlijk nemen: een welgericht ledlampje speelt hierbij voor zon. Het eigenzinnige juffertje zal me binnenkort wel bijtreden wat mijn uitleg over de zonnestraalreflectie betreft, geloof me.

   

[ Foto’s: Menck | onderste foto’s: papa van de kleuter ]

Advertenties

Kaas come a casa

“Als hoofdmaaltijd wordt er driehonderddertig gram kaas per persoon voorgeschreven. Kijk maar, het staat letterlijk op de site.”
“Driehonderddertig gram? Is dat niet wat van het goede teveel?” twijfelde mijn madam.
“Ik geef slechts mee wat door de speciaalzaak wordt geadviseerd, een kaasdeskundige ben ik niet. Maar ik zou er toch maar voor gaan. Stel je voor dat we er niet in slagen alle hongerige magen te vullen; ik mag er niet aan denken.”

Afgelopen zaterdag organiseerden we een kaasavond voor acht personen – mijn madam en ik incluis. Daartoe haalden we exact 2,64 kilogram kaas in huis, verdeeld over twaalf qua smaak en afkomst erg uiteenlopende kwaliteitshompen. We serveerden tevens verschillende soorten brood, fruit en vruchtenjam.
Na afloop van deze bourgondische avond bleven we achter met meer dan de helft van de kaas. De zachte kazen waren ondertussen tot een soort kleverige smurrie verworden en vulden de woonkamer met bijzonder rijke geuren.
Wij houden het erop dat we voorafgaand aan de eigenlijke maaltijd waarschijnlijk te veel aperitiefhapjes hebben geserveerd.

Soit.

Toch nog even een leukigheidje meegeven dat deze calorierijke avond inluidde.
De kazen wilde ik namelijk à la façon de Menck presenteren. Niet op een ordinaire schaal of zo’n dertien-in-een-dozijn-kaasplank, dus.
Mijn aanpak daartoe was en is even simpel als doeltreffend:

  1. Zaag een boom om. Een overjaarse berk, bijvoorbeeld. Wegens de decoratieve schors.
  2. Haal uit diens stam, middels de kettingzaag, de benodigde aantallen tweeënhalve centimeter dikke houtschijven. Ik hield het op twee stuks:
    .

    .
  3. Schuur één kant van elke houtschijf zo vlak mogelijk:
    .

    .
  4. Rep u naar uw plaatselijke doe-het-zelfzaak en koop er de kleinste zwenkbare wieltjes verkrijgbaar. Voorzie vier stuks per houtschijf:
    .

    .
  5. Rep u nogmaals naar uw plaatselijke doe-het-zelfzaak en schaf u aldaar een voldoende grote doorzichtige plexiplaat aan van zowat een millimeter dikte. Knip er de omvang uwer houtschijven uit. Zulks lukt prima met een gewone keukenschaar. Plaats de alzo bekomen cirkelvormen op het geschuurde oppervlak. Op de wieltjes zou behoorlijk belachelijk zijn.
    .

    .
  6. Ziedaar uw geheel draai- en verplaatsbare, uitermate natuurlijk ogende kaasdienblad(en). Uw gasten hoeven zich niet langer uit hun stoel te lichten én de armen vruchteloos te strekken teneinde een stukje kaas te kunnen aansnijden dat zich op het verste randje van het kaasblad bevindt. Een simpele draaibeweging volstaat om de gewenste kaassoort in hun richting te dirigeren.
    .

    .

Volgende keer: hoe ik een fonduestel vervaardig uit twee afgedankte rollators en een Duitse legerhelm.


[ Foto’s: Menck ]

Glijdende uren

In tijden waarin het zweet zich dag na dag als een welhaast klaterende waterval van mijn rug stort om vervolgens op de wijze van een wild kolkende rivier nietsontziend mijn bilnaad te eroderen en zich via mijn vermoeide onderdanen een weg te banen naar mijn zompige schoenen, heb ik niet al te veel goesting om ook nog ’s mijn brein te breken teneinde u een vracht vlotte volzinnen te kunnen voorschotelen.
Zomermodus
heet zoiets, als ik me niet vergis.

Een paar foto’s zullen dientengevolge volstaan. Het zijn dit keer stille getuigen van het feit dat met weinig gerief/kosten toch best wel veel kan worden gerealiseerd indien de nodige creativiteit wordt aangeboord.
Zo had ik vorige week, na de constructie van een houten vlonder, een zestal (stukken van) planken over alsook enkele palen van ongelijke lengte en diameter.
Wat doet een mens met zoiets? Stockeren? Een zoveelste plantenbakje construeren? Het gat in de begroting dichten?
Ik maakte er de bevallige uk van vrienden mee gelukkig. Jawel, dat lieflijke kind dat ik in het verleden ook al eens trakteerde op een eigenhandig geconstrueerde zandbak. Die is ze ondertussen enigszins ontgroeid. Of beu, dat kan ook. Met haar +drie lentes kijkt ze namelijk uit naar spannendere avonturen. Gewaagder. Onstuimiger. Een hoog opstijgende schommel, om maar eens iets te noemen. Of een vervaarlijk ogende glijbaan. Want ja, “ik ben wel geen baby’tje meer, hè!”

Een tweedehandse glijbaan wist ik via een zoekertjessite op de kop te tikken voor zegge en schrijve vijf (!) euro. Voorgeschreven montagehoogte: anderhalve meter.
Wat er vervolgens is voortgekomen uit een kleine vier uurtjes creatief zaag-, schroef- en meetplezier, treft u hieronder. Ik heb alvast de kleuter van vrienden én het kind in mezelf levendig gehouden, zeg maar.

[ Foto’s: Menck ]

Woodcarving: uilen uit een eik

[ JANUARI 2017 ]

De oude eik was al een tijd ziek. Zijn kruin was grotendeels vermolmd. Bij al te winderig weer braken er armdikke takken af als waren het spaghettistokjes. Nog even en ook de stam zou worden aangetast. Tijd om deze stoere jongen te vellen, kortom.
Aangezien de boom vrij kon vallen, was het neerhalen ervan veeleer een routineklus. Mijn voorstel aan de tuineigenaars om van de stam anderhalve meter te laten staan, viel meteen in goede aarde toen ze hoorden wat ik ermee van plan was.
Na hooguit enkele minuten kettingzagen, stuikte de getergde eik met veel gedruis ten gronde neer. Uit de omringende bosschage stoven prompt tal van vogels luid krijsend op uit hun middagdutje. Zelfs de hond van de buren, zowat vijftig meter verderop, zette het op een langgerekt blaffen.

[ DECEMBER 2016 ]

Alvorens bovenstaande klus werd uitgevoerd, leerde ik Marc Cuppens kennen. Doelgericht via via, want zo gaat dat bij een nieuwsgierige hovenier als schrijver dezes.
Marc is, behalve een uiterst aimabele mens, tevens een hobbymatige woodcarver. Een sculptuurzager, zeg maar. Zo iemand hanteert kettingzagen en slijpschijven om uit een boomrestant of een blok hout een figuur te scheppen naar eigen creativiteit. Is het een vorm van kunst? Wat mij betreft wel.
Ik vertelde Marc wat ik in petto had met de oude eik. Meteen begonnen zijn ogen te glinsteren. Al na twee minuten en een stevige handdruk was de deal beklonken.

[ JANUARI 2017 ]

Mijn wenslijst aan Marc was kort: twee uilen. Een oehoe en een bosuil. De oehoe uit het resterende stuk stam, de bosuil uit een stuk neergevallen boom. Beiden zouden nadien een prominente plaats in de tuin krijgen. Hij gaf me een duim, zette zijn veiligheidsbril op en trok zijn kettingzaag op gang.
En ik? Ik stond met open mond te kijken. Met ogenschijnlijk gemak kweet deze vaardige hobbyist zich van zijn taak. Er was geen plan, geen tekening, niks. En toch pootte hij zijn kettingzaag keer op keer trefzeker en feilloos neer in het harde eikenhout.
“Maar hoe begin je daar in godsnaam aan?” vroeg ik hem halverwege de rit. Het silhouet van een uil was toen al goed zichtbaar.
“Simpel: alles wat niet op een uil lijkt, zaag je weg.” Gevolgd door een knipoog. Yeah, right.

Mensen die iets goed kunnen, zich daarin vol overgave vastbijten en er bovendien erg bescheiden onder blijven: driewerf hulde.
Doch geniet u vooral even mee:

VIDEO (filmopnames en foto’s):

 

FOTO’S:

[ Foto’s en video: Menck | laatste foto aanklikbaar voor groter ]


Wist-je-datjes:

– Tijd benodigd om één uil te carven: ongeveer 1 uur;
– Kostprijs per uil: 25 euro;
– Uilen en stam na ruim een half jaar drogen behandelen met (blanco) beits voor een lange levensduur;
– Beitsen jaarlijks herhalen;
– Plaats stam op (stenen) sokkel zodat deze de grond niet raakt. Alzo wordt rotting van onderuit voorkomen.

For old times sake

De traditionele kerststal wordt al enkele jaren stevig gefnuikt. Veel mensen doen er dan al wel eens nostalgisch over, maar er zelf één zetten zit er vaak niet meer in. Omdat het een religieus symbool is, lichten ze toe. Dat een kerststal ook tot ons cultureel erfgoed behoort, wordt daarbij vaak over het hoofd gezien. Of misschien juist niet, want tradities zijn er nu eenmaal om te worden doorbroken.

Best wel jammer, vind ik. Want veel kerststallen zijn je reinste (doe-het-zelf)kunstwerkjes. Hoeveel (groot)ouders hebben bovendien niet aan een stalletje geknutseld samen met hun (klein)kinderen? Dat oma of onze ouwelui een kerststal onder of naast de boom plaatsen, vinden we dan ook normaal. Maar we vinden het al even normaal dat we er zelf géén meer zetten. Zo’n stal heet namelijk niet meer van de nieuwe lichting te zijn. Tenzij je hem upgradet. De kerststal 2.0, zeg maar. Onlangs zag ik er zo eentje in een winkelstraat. Jezus was vervangen door een pluchen beertje en Maria en Jozef waren verruild voor hip geklede mannequinpoppen met een smartphone in de hand. Er werd door menigeen lacherig over gedaan. En dat terwijl wellicht negentig procent van die lachers een traditionele kerststal verfoeit.

Neem nou Frankrijk. In dat land worden kerststallen in het straatbeeld binnenkort verboden. De kerststal wordt daarmee op één lijn geplaatst met een sluier, een boerka of een facekini. Het is een expliciete uiting van geloof. En zulks hoort niet, mevrouw, meneer.
En de aloude traditie dan? Mais enfin, monsieur!
Of die beslissing al dan niet terecht is, laat ik overigens geheel in het midden.

Revenons à nos moutons; ik was over de indoorkerststal bezig.
Zet ú er trouwens nog eentje?
Ik wel. Een zelfgemaakte bovendien. Een uurtje of twee, drie knutselwerk en hoppa: een uniek stukje sfeer voor onder de Nordmann. Met materialen uit de tuin en beelden uit de kringwinkel. For old times sake, zeg maar.
Vriend des huizes en af-en-toe-collega John volgde me hierin. Al moet ik zeer ootmoedig toegeven dat hij zonder de minste twijfel baas boven baas is. Ik durf hem zelfs geeneens te vragen hoeveel tientallen uren noeste arbeid hij aan zijn stalletje heeft gespendeerd. Het resultaat mag dan ook, op zijn zachtst gezegd, in-druk-wek-kend worden genoemd. Die details! De talloze finesses!

Edoch, geniet u vooral even mee. En wie weet laat u zich wel inspireren en alsnog verleiden.

[ Foto’s: Menck | laatste foto aanklikbaar voor groter ]

DIY: ‘kinder surprise’!

Nadat ik eerst de garage danig overhoop had gegooid, vond ik uiteindelijk op zolder – na geruime tijd snuffelen tussen de ooit nog wel eens te sorteren bric-à-brac – twee puntgave wijnkistjes. ‘Château Lilian Ladouys 1992’ verduidelijkten de in het hout gebrande letters met veel zwier. Aangezien ik mezelf allerminst een kenner mag noemen omdat ik steevast maagzuur krijg van wijn, zei de naam me hoegenaamd niks. Doch in zulke schone kistjes zal beslist geen boecht van dunaldi hebben gezeten.

Voor elke Enthousiaste Broddelaar, een titel die ik mezelf eveneens met veel graagte toe-eigen, zijn wijnkistjes niet minder dan multifunctionele objecten. Je kan er iets instoppen, ze kunnen worden geïntegreerd in je interieur na er een weloverwogen kleurtje op te hebben gezet en je kan er vogelhuisjes, laatjes, cd- dan wel boekenrekjes en zelfs een lijkkistje voor je schielijk overleden poes of hamster uit vervaardigen.
Mijn plan was echter van gans andere aard: er het tweeënhalf lentes jonge dochtertje van vrienden mee verrassen.
Die uk is zich ineens beginnen te interesseren voor – grotendeels uit mijn jonge jaren stammend – Playmobilspul:

U ziet het: mannetjes en vrouwtjes bij de vleet. Er is zelfs voldoende minuscule huisraad voorhanden om een poppenhuis integraal mee in te richten. Eén maar, echter: dat huis ontbreekt in deze belegen collectie.
Nu weet ik ook wel dat poppenhuizen van Playmobil in alle maten, kleuren en vormen te koop zijn. Die schreeuwerig gekleurde plastic ondingen zijn echter pokkenduur en bovendien zijn ze ook nog eens weinig origineel wegens hun massaproductie.

U voelt me al komen, zegt u?
Right you are, folks.


Na wat meet-, zaag- en timmerwerk


Zo’n chique cabriolet verdient een carport, niet? Het dak werd bekleed met restjes rubberfolie.


Primer aanbrengen. De zuil naast de voordeur is de bovenkant van een borstelsteel. Mijn madam moet zich thans ietsje meer bukken om te vegen.


De kamers werden van vrolijke kleurtjes voorzien. Het bloemetjesbehang is een stukje decoratief karton en de trappen zijn parkietladdertjes.


En inrichten maar!

[ Foto’s en bricolage: Menck ]


BENODIGDHEDEN:

  • twee wijnkratjes;
  • nagels / schroefjes;
  • decoupeerzaag;
  • restjes rubberfolie;
  • verfrestjes;
  • 1 bebloemd stukje karton;
  • 2 takjes (reling aan carport);
  • krachtige hobbylijm;
  • nietjesschieter;
  • kleeffolie met houtlook (vloeren);
  • 2 parkietladdertjes (die werden vastgelijmd);
  • een gezonde dosis fantasie en een uur of twaalf vrije tijd.

AFWERKING:

Het poppenhuisje wordt eerstdaags nog iets gedetailleerder uitgewerkt. Zo zullen de deur- en raamopeningen worden voorzien van een lambrisering uit fineerhout. De reden: foutjes mijnentwege wegwerken wegens het nogal slordig omspringen met de decoupeerzaag. Een beetje perfectionisme is toegelaten, niet?
In latere instantie worden uiteraard ook water en elektriciteit aangesloten en zal Teleslet zorgen dat er kan worden gesurft, gebeld en tv gekeken.

Facelift

Hoe ik een brede glimlach op het gezicht van mijn ouwe tover?
Met een likje verf, zo blijkt.

De letsels waren al jaren legio.
De tand des tijds kent weinig genade, ziet u.
Doch heden heerst weer de glans van oudsher.

[ Foto’s: Menck W. | garagepoort van de ouderlijke woning, d.d. 1964 ]