Categorie: Actua

Under a mask

Mijn madam draagt, als de situatie zulks vereist, bij voorkeur een gifgroen mondmasker met daarop het tricolore logo van haar werkgever. De opdruk is fris en modern van vormgeving. Ze noemt het dan ook haar lievelingsmondmasker.

Een mondmasker – mondkapje voor de Nederlanders – is geleidelijk aan het verworden tot een trendy ding en een tastbaar medium voor een statement. Wie een ordinair wit of zwart stoffen masker draagt of – o treurnis – een blauwwit papieren exemplaar, uit zich heden nog slechts als een defaitistisch individu dat er door nood toe gebracht werd gebukt te gaan onder die obligate broeierige lap. Doch die mistroostige gelatenheid maakt gaandeweg plaats voor clemente revolte.

Steeds vaker duiken mondmaskers op die de deels onherkenbaar gemaakte drager weer een gezicht geven. Een prominent aanwezige ‘tanden bloot’-glimlach als opdruk verraadt een optimistische geest, een opgestoken middelvinger een rebels karakter en met een levensechte print van dat deel van het gezicht dat bedekt wordt, wil de mens achter het masker demonstratief uit de anonimiteit treden.

Deze week mocht ik me verheugen in een allegaartje van originaliteit.
Voor me aan de kassa stond een jong vrouwspersoon schattig te wezen met haar roze masker bezaaid met blauwe cirkels. Of er een boodschap achter zat, valt te betwijfelen, maar de overdosis aan koddigheid maakte het lange aanschuiven ineens wat draaglijker.
Twee oude besjes op de parking van datzelfde winkelcomplex droegen beiden een mondmasker met vintage look: grote kleurige bloemen op een okergele achtergrond. De coolness droop eraf. Bovendien waren ze zich maar al te bewust van de blikken die ze toegeworpen kregen, want ze etaleerden het sierlijke stukje stof met een flagrante parmantigheid.
En wat te denken van het personeel van de zaak van wie het masker gegarneerd was met het bedrijfslogo en daaronder “Onze prijzen laten uw mond openvallen!”

Gemeengoed is het allemaal nog niet. Maar de kentering is gaande.
Tenslotte moeten we het nog een hele poos uitzingen met zulk een zweetdoek op onze facie. Onze vrijheid is dezer dagen een pak kleiner dan onze fantasie. Dat de commercie hier geraffineerd op inspeelt, vind ik dan ook helemaal oké. Want alleen mensen met verbeelding hebben oog voor de werkelijkheid.

En u?
.

PLOG: Corona non grata

Al de woorden die ik op deze stek wil loslaten, voelen ineens aan als quatsch en holle frasen in het licht van de ons omringende ellende.

Mijn niet zelden onzinnige schrijfsels steken maar schril af tegen de huidig heersende gesteldheid van bittere ernst, beroering, behoedzaamheid en tristesse. Dientengevolge laat ik mijn blog almaar vaker voor wat hij is.
Hoewel het niet altoos spreekt uit de inhoud van mijn toetsenvruchten, ben ik een behoorlijk beladen en kwetsbare mens die dezer dagen soms duchtig heen en weer wordt geslingerd tussen weerbarstigheid en deernis, beklemming en euforie alsmede morositeit en gelatenheid.

Als ik bijvoorbeeld nog maar dénk aan hoe mijn ouwe vadertje op heden in zijn eentje aanmoddert zonder de voor hem zo cruciale lijfelijke aanwezigheid van zijn geliefden, voel ik welhaast fysiek hoe zijn veerkracht stukje bij beetje afbrokkelt. Hij plengt naar eigen zeggen regelmatig een traan en is veel sneller geëmotioneerd dan voordien, een term waarmee hij doelt op het precoronabestaan. Hierdoor verlies ik van de weeromstuit alle goesting om online nog wat beuzelpraat te gaan verkopen. Ik hoop dat u mij deze humane reactie kunt vergeven. In ruil beloof ik u beterschap van zodra zich een waardige opflakkering van herstel annex versoepeling aandient.

Anderzijds wil ik evenmin toegeven aan de amorele nukken van die zogenoemde onzichtbare vijand. Dat doe ik door me zo veerkrachtig mogelijk op te stellen terwijl de dag zich ontrolt. Er zijn zelfs momenten dat ik mezelf betrap op fluiten of neuriën tijdens beroeps- dan wel hobbymatige klussen. Dat zijn de momenten waarop ik er, niet zelden onbewust, in slaag mijn nare geestesarbeid te verdrijven door blijmoedige gedachten. Die momenten koester ik als waren ze hemelse nectar. Nectar die ik wil hamsteren zoals dwazeriken wc-papier.

Neemt u deze week voor een keertje genoegen met een woordarm plogje?
Het is een fotogewijze opsomming geworden van datgene waarmee ik me de laatste weken zoal onledig hield teneinde mijn obscuriteit de kop in te drukken. Komt wel goed.

.
A | BINNEN


↑  Het bureel werd heringericht en opnieuw geverfd in een frisse teint. De rekken rechts, die een deel van mijn uilenverzameling herbergen, vervaardigde ik uit langwerpige houten kisten waar grote filmrollen voor de grafische sector in getransporteerd werden. Het lange werkblad waar de monitor op staat, is een eigen creatie.


↑  De hal werd gerenoveerd. Het langste stuk van deze T-vormige ruimte is tien meter lang. Muren, plafonds en (10!) deuren veranderden van beige naar sneeuwwit.
Op bovenstaande foto werd de primerlaag aangebracht. What a difference some paint makes!


↑  Madam Menck in diepe concentratie. We brachten elk een complete eindlaag aan, zowel wat muur- als lakverf betreft.

↓  Hieronder treft u enkele foto’s van het eindresultaat:

.
B | BUITEN


↑  Katrien voert een verbeten strijd tegen de klimop op de pannen terwijl ik het opruimen en hakselen voor mijn rekening neem.


↑  Het voorlopige resultaat: een huis met een dikke, groene kuif. Die wordt volgende week geëlimineerd.


↑  Ik bestelde en plantte een boom: een hoogstam sierpeer ofte Pyrus calleryana “Chanticleer”. Draagt prachtige voorjaarsbloesems en ondergaat een mooie gouden herfstverkleuring.


↑ ↓  Aan de achterdeur komt een paadje in blauwsteen. Het vorige oudmodische exemplaar ging ik met de drilboor te lijf.
De buxussen op de onderstaande foto hebben te lijden onder de droogte.

↓  En verder is het natuurlijk heerlijk toeven in de tuin. Thank God for our garden in deze coronatijden, zeg.

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Gemondkapt aanmodderen

De lockdown waarin we welhaast mondiaal verzeild zijn geraakt, maakt dat ik – net als ongetwijfeld velen onder u – zo stilaan toch wat zwaar op de hand aan het worden ben. Gelukkig zijn de strohalmen waaraan ik me optrek nog steeds sterk genoeg.

Als zelfstandig hovenier kan ik dan wel reglementair aan de slag blijven, doch ook in mijn vak loert het vermaledijde virus om elke hoek. Zo draag ik tijdens het arbeiden voortaan een mondmasker om de excessieve speekseloverdracht mijner overwegend bejaarde klandizie, die in meer gevallen dan ik bevroedde nog nooit van social distancing heeft gehoord, te weren.
Dat zulk een beschermende lor wat mij betreft niet bepaald een zegen is, valt te wijten aan mijn ongerijmde gewoonte om om de haverklap mijn lippen te bevochtigen met mijn tong. Het gevolg hiervan is dat het aanvoelt alsof ik mond en neus afscherm met een iets te intens gebruikte en pas afkoelende beflap. Met de uitzonderlijk zomerse temperaturen van de afgelopen week, leek het daarenboven alsof ik gedurig aan het vapen was, terwijl het gewoon mijn eigen mondvocht betrof dat via die vunzige vod verdampte. Moge de huidige koelere week daar please verandering in brengen.

Bovenstaande paragraaf kan de indruk wekken dat ik thans weder geheel de slaaf van een overvolle agenda ben geworden, doch niets is minder waar. Er zijn namelijk nog aardig wat klanten die de aanwezigheid hunner vertrouwde hovenier dezer dagen (lees: weken) niet op prijs stellen wegens latent besmettingsgevaar. Als zij in hun kot moeten blijven, dan ik ook maar.

En dus rest er mij meer vrije tijd dan me lief is. Tijd om aan het thuisfront zowel binnen als buiten diverse klussen uit te voeren die ik anders toch maar voor me uit zou hebben geschoven.
Verven, om er maar eens eentje te noemen. Ik beheers die nobele ambacht behoorlijk, doch executeer hem node. En aangezien de eindeloos lijkende quarantaine madam Menck en ik de gelegenheid biedt wat karweien van grotere omvang aan te gaan, verfden we meteen maar de hal en alle tien deuren die er op uitkomen. Wij betrekken een bungalow, ziet u. Daarin is een lange gang met veel deuren welhaast een conditio sine qua non.
Het eindresultaat van ons kwastenspel stemt zowel Katrien als ik uiterst tevreden. Wat voorheen een massieve expositie van vage zandkleuren was, is heden verworden tot een maagdelijk witte entree. Een langgerekte witte gang met plenty witte deuren: het is toch nog eventjes wennen. Als we onze woning binnenstappen, voelt het nog steeds alsof we een ziekenhuis betreden. Straks toch maar proberen om alvast díe knop om te draaien.

Á propos, wit: die kleur heerst niet alleen binnenshuis. Ook in de tuin, waarin ik steeds meer mijn heil zoek, is er momenteel een ware sneeuwexplosie aan de gang, slechts sporadisch onderbroken door een vonkje rood. En daar heb ik foto’s van. In dit annus horribillis zijn het shots die oplichten als fel fonkelende sterren in een verder compleet duistere nacht.

De bewijzen van onze verflust schotel ik u in de loop der lockdown geheid ook nog voor. Ik heb dus nog wel even de tijd, zeg maar.

.


Ondertussen net uitgebloeid: krentenboom (Amelanchier lamarckii).

Nog volop hun pracht tentoonspreidend (sierappel- en -kerselaars):

[ Foto’s: © Menck | aanklikbaar voor groter ]

Quarantaine sans gêne

Katrien drukt met een kleine keramiekspatel plakjes papierklei op een stevig opgeblazen ballon. De dunne partjes overlappen elkaar en vormen al snel een kom die zich strak om de latex luchtbol sluit. Daarna werkt ze het minutieus vormgegeven geheel af met een rudimentair aangebracht reliëfje.

Eenmaal de klei voldoende droog is geworden, zal ze de ballon laten knappen. Wat overblijft, is een holle creatie die zich, eens gebakken en geglazuurd, dienstig zal maken als eigengereide theelichthouder.
Het is telkens weer pure passie die mijn madam bekruipt als ze met klei bezig is, ook al doodt ze er thans vooral een ledig stuk coronatijd mee.

Gelukkig laat de zon zich dezer dagen overwegend van haar beste kant zien. Dan duiken we beiden welgemutst de tuin in.
In vergelijking met de vorige jaren staan we ver voor op schema. Er werd alreeds gesnoeid, geschoren en gewied, gekuist, geschikt en geplant. En er wordt bovenal genoten. De bloesems spatten als feeëriek voorjaarsvuurwerk van de sierfruitbomen, op tal van plaatsen wordt de klamme bodem gekliefd door bevlogen opduikend lentegroen wijl talloze baltsende mannetjesmezen, -mussen en -merels bronstige wijfjes onder hun aandacht trachten te kwinkeleren.

De lucht is, kortom, zwanger van een onstuitbare, grenzeloze geestdrift. Wij laten ons met veel graagte op sleeptouw nemen door deze dolle draaikolk van hartstocht, ook al gaat dit fraaie seizoen dan latent gebukt onder een abstracte volksvijand.
Zo ben ik het aloude houten tuinmeubilair te lijf gegaan met de hogedrukreiniger. Een dergelijke ingreep is absoluut not done, werd me ooit ingefluisterd door een gedreven houtbewerker. Hij zwoer bij hoog en bij laag dat de kern van het hout hierdoor beschadigd raakt. Dat zal best, doch ik heb gedurig nauwgezet gespritst met een aanvaardbare pressie. Immer handig, zo’n regelbare drukspuit.
Ons welhaast een kwarteeuw door weer en wind geteisterd – en nooit voorheen gereinigd – tuinameublement werd alzo getrakteerd op een verjongingskuur van heb ik u daar.

Heden oogt het terras weer ganselijk seduisant, doch gasten, alsook potplanten, blijven noodgedwongen nog wat uit. Ons leven ten volle kleuren, zal pas kunnen nadat de Boze Chinese Blafhoest met de noorderzon is vertrokken.
Mijn plannen voor een glorieus herenigingsfeest zijn nochtans zo goed als in kannen en kruiken. Familie en vrienden terug in de armen mogen sluiten, staat momenteel helemaal bovenaan mijn bucketlist.
Het wordt geheid een Garden Party die zijn weerga niet zal kennen. De barbecue zal worden verhit tot het vlees krijst om genade, de dranken zullen koel, fel en menigvuldig zijn en er zal gedanst en gelachen worden tot de nacht de ochtend wakker kust.

Hoeveel nachtjes slapen is dat nog?
En vooral: hoeveel keer de handen wassen?

.

[ Foto’s: © Menck ]

Onzichtbaar omsloten

De laatste dagen heb ik zo vaak mijn handen gewassen dat er een stempel van een discotheek uit 1989 tevoorschijn is gekomen.

In dat jaar was ik overigens een bevlogen twintiger die net zijn eerste baantje had gescoord vlak na de obligate legerdienst. Kort daarop leerde ik een bekoorlijke stoot kennen die twee jaar later – en schier vijf jaar lang – tot mijn wettige echtgenote zou worden gebombardeerd. Het leven lachte me toe, de toekomst stond bol van verlangens en in mijn hart kwinkeleerden non-stop paradijsvogels. Wat een zorgeloze tijd was me dat toch.

15:26

Ik pluk de handdoek van het rek en droog mijn pollen af. In de keuken schalt ‘It’s the end of the world as we know it’ van REM uit ons vintage ogend DAB+-radiootje. Deze belegen hit wordt tegenwoordig wel érg veel airplay gegund. Beetje stemmingmakerij, denk ik, net op het moment dat de disk-jockey het nummer afrondt en verkondigt dat de schijf herontdekt is door de jonge luisteraars.
Geheid gunnen zij dit lied een kortstondige revival als aanfluiting van de globale angst die thans regeert.

15:47

Met een mok dampende troost in de hand staar ik vanuit de zonovergoten woonkamer naar madam Menck die in het zuidelijkste deel van de tuin hosta’s aan het verpotten is. Vier aarden bakken hebben de groeidrang van die knapen niet overleefd.
Mijn tuinfee klaart, zo merk ik, de klus routinematig. Ze heeft een enigszins verbeten trek op haar gezicht. Van floristische geneugte is hier geen sprake meer, wel van loutere bezigheidstherapie.
De laatste paar dagen heeft haar vertrouwde aanstekelijke enthousiasme plaatsgemaakt voor een zekere gelatenheid. Ze verklaarde me vanmorgen dat ze de huidig heersende coronatoestand als erg onwezenlijk ervaart. Ik kon niet anders dan instemmend knikken.

17:01

Op het moment dat ik me laat vallen op mijn bureaustoel, blèrt de telefoon. Mijn vader. Ik besluit niet op te nemen. Hij probeert al een ganse week zijn kroost bijeen te sprokkelen.
Er staat een uitmuntende gin in koelkast!”
Ik voel me wegkwijnen als een plant die geen water krijgt.”
Ik laat belegde broodjes aanrukken. Of pizza. Heb je liever pizza? Zeg het maar, hè.”
Arme pa. Ik heb oprecht met hem te doen. Doch nood breekt wet, hoe zeer mijn familiehart ook bloedt. Mijn zesentachtigjarige ouwe is helaas niet doordrongen van de ernst van de zaak. De hevigheid waarmee COVID-19 om zich heen slaat en de geïnstrueerde adviezen om ons zo goed mogelijk te beschermen, gaan er bij hem maar niet in. Via de televisie krijgt hij een overload aan informatie over zich heen. Op de duur hoort hij nog slechts klanken walsen en ziet hij cijfertjes en grafiekjes dansen. Als ik dan poog om klaarheid te scheppen, beweert hij dat ik overdrijf. Ook mijn broer en zus vingen bot. “Hij minimaliseert alles”, luidt het.

17:14

Katrien komt mijn bureel binnengesloft. Haar handen zijn zo zwart als mijn gedachten.
“Er is er eentje gestorven,” verkondigt ze stil.
“Oei, da’s dan al het elfde slachtoffer”, repliceer ik.
“Een hosta, bedoel ik. Hij is helemaal rot.”

Het zijn voorwaar verwarrende tijden.

.

Valentijn

.

[ Foto: ©Menck ]

Dit eekhoornjong viel eind september vorig jaar uit een hoog in de berk opgehangen kweekblok.
Een ongeluk, of verstoten door de ouders.

Let the sun shine!

Deze week hebben madam Menck en ik een steentje bijgedragen tot een groenere samenleving. Dat deden we door te kiezen voor een duurzame en kosteloze energiebron: zonnepanelen.

‘Kosteloos?’ hoor ik u denken. ‘Die dingen zijn toch nog altijd duur, niet?’
Behalve dat kosteloos staat voor energie opgewekt door de zon – die tot nader order nog steeds gratis is – dienen we evenmin onze bankrekening aan te spreken.

Laat ik een en ander verduidelijken. Onder meer ook waarom we tegelijk een energiezuinige condensatieketel lieten installeren.

Wij verwarmen op aardgas. Dat gebeurt al ruim vierentwintig jaar met dezelfde ketel. Een stokoud beestje, kortom. En van die beestjes is het algemeen geweten dat ze niet bepaald zuinig zijn.
We gingen te rade bij een energiespecialist. Die schrok zich een hoedje toen hij vernam hoe hoog onze energiefactuur – gas én elektriciteit – was. De woorden die hij daarna sprak, zijn lang blijven nazinderen: “Jullie verbruik kan met ruim de helft naar beneden. En wat meer is: zulks kan wellicht zonder investeringskosten uwentwege.”
Na wat cijferwerk bleek die stelling ook daadwerkelijk te kloppen. Want als we zonnepanelen combineerden met een energiezuinige condensatieketel, zou onze energiefactuur dermate dalen dat ze de kosten van een (provinciale duurzaamheids)lening kon dekken.

Prompt werd de knoop doorgehakt.
Een dergelijke lening loopt over maximum zeven jaar. Tijdens die komende zeven jaar betalen we aldus de zonnepanelen en de condensatieketel af, inclusief de installatiekosten. Maar! Voor ons verandert er niks. We blijven, zoals voorheen, onze energiefacturen netjes verder vereffenen en zullen – door het grote minverbruik dat wordt gegenereerd – financieel nada gewaarworden van een lopende lening.
En wat meer is: na zeven jaar, als de lening afgerond is, zal onze energiefactuur een stuk lager liggen dan de huidige. Logisch, want de geïntegreerde afbetaling is dan achter de rug.

Voor wie thans denkt het licht te hebben gezien: er is één ‘maar’. Om zonnepanelen te plaatsen moet je woning voldoende geïsoleerd zijn (3,5 R-waarde), voorzien zijn van dubbel glas én, juist ja: een condensatieketel. Vandaar ook onze beslissing om voor beide te gaan. Na vierentwintig jaar overmatig gasverbruik lijkt me dat echter geen verkeerde keuze.

Zodoende was het gisteren te onzent volop ‘handen uit de mouwen’ geblazen, zoals u onderstaand kunt merken. Door de geringe grootte van onze woning volstaan tien panelen. Helaas liggen ze pontificaal naar de straatkant, zijnde het zuiden, gericht. Van enige sierlijkheid kun je die plakkaten niet betichten. Maar anderzijds: ook ik schitter al lang niet meer zoals vroeger.
Vertelde ik u al dat relativeren een kunst is? Bij deze.


Een omvormer of transformator. Dit apparaat met zijn gekke merknaam zet zonne-energie om naar netstroom.

Noot voor wie zich aangesproken voelt:

  • Het rentetarief van een dergelijke duurzaamheidslening over zeven jaar bedraagt, afhankelijk van de provincie waarin u woont, anderhalf of twee procent;
  • u zowel als uw partner dienen jonger te zijn dan 75 jaar;
  • de looptijd kan verschillen per provincie.

 

[ Foto’s: © Menck ]

Zo kan het ook

Zij die al wat langer mijn blog volgen, zullen zich mogelijks dit schrijfsel nog herinneren. Ik trek daarin verbolgen van leer tegen de sloop van geschiedkundig waardevolle en niet zelden dorpszichtbepalende gebouwen die, vaak ondanks massaal protest, plaats moeten ruimen voor steriele nieuwbouw.
Hoogheidswaanzin, scanderen de lokale inwoners.
Kostenbesparend, luidt veelal de bestuurlijke redenering achter zulk een beslissing. En dat terwijl in het verleden al meermaals ten gronde is bewezen dat de restauratie annex integratie van een oud pand in een nieuwbouw perfect realiseerbaar is zonder – of zonder onoverkomelijke – meerkosten.

In de kleine gemeente waar madam Menck en ik resideren, ontstond een paar jaar geleden nogal wat ophef omwille van de mogelijke sloop van een historische dokterswoning. Immers, de dokter had een ruime poos voordien het loodje gelegd en diens charmante pand stond sindsdien leeg.
“Te verkommeren”, luide het officieel.
“Allesbehalve”, weerlegde de steeds groter wordende schare voorstanders-van-behoud deze voorbarige conclusie.


[ Foto’s: Google Streetview ]

Dat de dokterswoning en diens uitgestrekte tuin zouden moeten wijken voor een hypermodern rust- en verzorgingstehuis, was al lang geen geheim meer. Het gemeentebestuur smeerde in het lang en het breed uit welk een prestigieus project het voor ogen had. De oubollige ambtswoning kon niet anders dan worden geëlimineerd, hoe romantisch en historisch ze ook mocht wezen.

Het protest hiertegen groeide echter dag na dag. “Wij willen een integratie van het oude pand!”
En ziedaar, beste lezer, het welhaast ondenkbare geschiedde, want de democratie werd in onze goegemeente zowaar op zijn schoonst gedefinieerd: er volgde een heuse volksstemming.
U mag drie keer raden welk kamp in dezen aan het langste eind trok. Onderstaande beelden spreken dan ook voor zich.


[ VoorFoto: Google Streetview ]


[ Na ]


[ VoorFoto: Google Streetview ]


[ Na ]

De binnentuin, inclusief ondergrondse parking:


[ Foto’s: Menck ]

Ten baetens van

Als een legendarische klassieker zo magistraal wordt heruitgebracht, en als zulks dan ook nog eens gebeurt in het kader van een initiatief dat me bijzonder genegen is, kan ik niet anders dan er een logje aan wijden.

Actrice Veerle Baetens en The Broken Circle Breakdown Bluegrass Band brengen een eigenzinnige, beklijvende cover van ‘Laat ons een bloem’ van Louis Neefs. Zo willen ze Natuurpunt helpen om geld in te zamelen voor méér bos in Vlaanderen.
Doe ook uw duit in het zakje, en kom mee planten! Meer info vindt u HIER.