Window shopping

Madam Menck, mijn aangetrouwde vrouw waarmee ik tevens gehuwd ben, kan gewoon niet langs een etalage lopen zonder haar nek schier te breken. Ze voelt zich aangesproken door zowat iedere etalagepop, ongeacht in welke winkel ze staat. Want in elke winkel hangt immers wel iets dat ze fraai vindt.
Nee, ze heeft geen gat in haar hand, maar in haar hoofd valt heel veel te combineren voor heel weinig. En van quasi alles weet ze wel iets leuks te maken als ze maar de juiste accessoires treft. En zodoende ontgaan die haar aandacht evenmin als ze de etalages voorbij wandelt.

In den beginne troonde ze me mee op dergelijke vestimentaire strooptochten. De belofte dat ik dan ook iets voor mezelf mocht kiezen, boette echter sneller dan ze had verhoopt aan aantrekkingskracht in.
De lezer die deze blog al wat langer frequenteert, weet hoe ik me voel bij shoppen. Mode interesseert me geen hol, hippe merknamen doen mijn hart allerminst sneller slaan en ik haat drukte nog meer dan Gargamel smurfen.

Groot was dan ook mijn madams verbazing toen ik een poos geleden voorstelde om te gaan winkelen. Ik had, zo luidde de verklaring mijner ongewone suggestie, een wel héél bijzondere en immens aantrekkelijke etalage ontdekt op een boogscheut van onze woonst.
Haar belangstelling was gewekt. Wat er wordt verkocht, wilde ze weten.
Vintage spulletjes”, antwoordde ik geheel naar waarheid. “In van die kekke oude kleuren bovendien.”
“Hm”, twijfelde ze ineens. Ze kent mijn liefde voor vintage, een liefde die niet meteen de hare is. “Ga maar alleen, schat. Neem rustig je tijd. Je krijgt carte blanche van me, als je het maar niet te bont maakt. Hou het op één mooi stuk, wil je?”
Ik gaf haar een knallende zoen, griste mijn autosleutels van het haakje en stapte – huppelde, welhaast – naar mijn wagen.

Carte blanche, had ze gezegd.
En één mooi stuk.
Mo gow vint,(*) kom dat tegen, zeg!

[ Foto’s: © Menck ]

______

(*) Voor de Nederlanders: asjemenou

  1. Woelmuizenier

    ’t Is altijd ’t zelfde, verdomme. Na meer dan een half uur rondjes draaien vindt een mens eindelijk een ruime parkeerplaats. En als je terugkomt ben je ingesloten door een kudde ouwe wrakken. En ze hebben niet eens een nummerplaat!

    Like

  2. Eilish

    Ik ben genoodzaakt verder te fietsen, anders geraak ik niet thuis. Maar geen nood, mijn fiets heeft ook zo’n mooi kleurke, en hij stinkt zo niet, en als het regent moet ik in ’t hotel enkel nog shampoo op mijn haar doen… Alleen dat moeten trappen hé. Zucht!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.