Op de kindjes

Die avond bevond ik me in een bar aan de toog. Op zich niet zo’n ophefmakend feit, temeer daar dit me wel vaker overkomt, bijvoorbeeld als ik me dorstig voel.
Zelden gebeurt het echter dat Koen, een behoorlijk teruggetrokken kennis van me, zich daar ook laat toe overhalen. Die mens wordt het liefst zo weinig mogelijk gestoord in zijn relatieve kluizenaarsbestaan. Hij is een verlegen doch bijwijlen hoogst vermakelijke compagnon. Dat is: als hij dronken is, om maar eens iets te noemen. Dan slaat hij aan het filosoferen van heb ik je daar. Dergelijke momenten vind ik bijzonder amusant. Vandaar dat ik hem, onder lichte dwang, wist mee te tronen naar de veeleer dunbevolkte gelegenheid waar we ons bevonden.

Nadat Koen zijn vijfde Bacardi-cola had laten aanrukken – en daarvan ogenblikkelijk een derde in zijn keelgat liet verdwijnen – draaide hij zich, met beide handen de toogrand omklemmend, in mijn richting. Met een al enigszins bloeddoorlopen linkeroog keek hij me aan en verkondigde toen, geheel naast het gespreksonderwerp dat we zonet hadden aangesneden: “Collectieve zelfmoord is dé oplossing voor de milieuproblemen.”
Na deze plotse ontboezeming bracht hij de kruk waarop hij zat vervaarlijk aan het wiebelen toen hij zijn beschonken zichzelve weer toogwaarts dirigeerde. Hij nam opnieuw een stevige teug en liet vervolgens zijn glas te hard neerkomen. Even verviel hij in een stilzwijgen waarna hij, middels een snelle zijwaartse blik, naar mijn reactie op zijn openbaring peilde.
Rond mijn lippen had zich een monkellachje voltrokken. Dat zinde hem duidelijk niet.
“Wat?”
Ik zei niks, maar mijn glimlach verbreedde zich. In mijn binnenzak zocht ik naar kauwgum.
“Wat?” vroeg hij ten tweede male en met iets meer nadruk.
“Ik denk na over wat je zonet zei. En ook over waaróm je het zei.”
“Vind je het stom wat ik zeg?”
“Dat beweer ik niet. Het hangt ervan af wat je er precies mee bedoelt.”
“Nou, gewoon, zoals ik het zei. Het milieu neem ik nauw ter harte, moet je weten.”
“Weet ik.”
“Jullie hebben geen kinderen, hè?” Zijn vraag kwam opnieuw als een donderslag bij heldere hemel.
“Euh, nee. Maar wat heeft dat ermee te maken, Koen?” Fronsend monsterde ik hem.
“Wat dat ermee te maken heeft?” kaatste hij mijn vraag net iets te luid terug. Hij was onderhand aardig dronken aan het worden.
“Ja, dat was mijn vraag.” Ik grijnsde onverholen.
“Wie kinderen heeft… Sorry, ik begin opnieuw.” Hij nam nog een slok van zijn Bacardi-cola. “Wie veel kinderen heeft, maakt zich schuldig aan een milieumisdrijf dat vergelijkbaar is met het rijden in een terreinwagen. Voilà. Sta je van te kijken, hè?”
“Zeg dat wel. Wat bedoel je trouwens met veel?”
“Nou gewoon, dat we minder kinderen moeten maken. Dat staat in een rapport van een Britse, eh, dinges, onderzoeksgroep. Zoek het maar eens op op het internet. Het hebben van een groot gezin wordt gezien als een van de belangrijkste redenen van de opwarming van de aarde.” Hij bracht een luide boer ten gehore. Iemand achterin de bar maakte daarover een opmerking. Daarna steeg er luid gelach op. Koen hoorde het niet.
“Je wil zeggen dat de wereld overbevolkt is. Toch? Daar kan ik inkomen.”
“Nee gedomme, dat wil ik niet zeggen.” Hij hief zijn glas hoog naar de uitbaatster. “Jij ook nog een drankje?” richtte hij zich tot mij.
“Een tomatensap on the rocks.”
“En een tomatensap met ijs!” De vrouw glimlachte en knikte.
“Bon. Waar waren we?” Ik duwde mijn kauwgum in een vergeten asbak waarop in groene kapitalen ‘TABASCO’ stond gedrukt.
“Wie al twee kinderen heeft, moet er geen drie willen. Dat is misdadig. Enfin, dat is niet verantwoord. Bereken daarvan maar eens de impact op het milieu. We moeten dringend maar eens minder neuken met de bedoeling nageslacht te verwekken.” Het vodje rond zijn tong werd almaar dikker.
“Wist je dat een alleenstaande…” Ik keek hem thans indringend aan. “… een veel grotere ecologische voetafdruk heeft dan een gezin met, pakweg, drie kinderen?” (*)
“Een grotere wát?”
“Ecologische voetafdruk. De mate van milieuvervuiling per persoon.”
“Een gezin met drie…?”
“…kinderen.” vulde ik hem aan.
“Heb jij kinderen?” Zijn blik priemde zich in de mijne.
“Nee, Koen. Nee, ik heb geen kinderen.” Ik zuchtte en keek op mijn uurwerk.
“Drinken we er nog eentje?”
“Je hebt nét een glas besteld.” Ik wees naar het drankje dat vlak voor hem op de toog stond.
“Ah! Schol, Menck. Op het milieu.”
Ik nam mijn tomatensapje en tikte dat even tegen zijn glas. “Op de kindjes, Koen.”
“Jàààh, op de kindjes. Hoe is het ermee, trouwens?”

 


(*) De studies/bronnen dienaangaande lopen danig uiteen en spreken elkaar niet zelden tegen.

Advertenties

  1. Stef Den Flater

    Tja, alles kan bewezen worden dankzij de ‘nodige’ drank en het internet.
    Ik bezit geen auto en rij heel zelden met iets anders dan een fiets of de trein en toch is, volgens één webstek, mijn ecologische voetafdruk heel groot … want ik werk nu eenmaal in Brussel.

    Like

    • Menck

      Mij schijnt het toe dat er helemaal nog geen totale/mondiale eensgezindheid is in deze moeilijke kwestie. Diverse – niet zelden zeer uiteenlopende – studies worden tegen elkaar uitgespeeld dat het een lieve lust is. Ik ben vooral blij als de inzet en het bewustzijn hieromtrent groeit.

      Like

      • Stef Den Flater

        Dat is waar. De wetenschap is in bijzonder een vak waar men elkaar met studies allerhande om de oren smijt en niet zelden tot geen gelijk komt. Anderzijds zijn de berichten over enorme wijzigingen op veel plaatsen toch iets dat moeilijk te ontkennen valt.

        Like

  2. woelmuizenier

    De ecologische voetafdruk van één persoon kan verheerende gevolgen hebben. Vooral wanneer die voet ene D.J. Trump toebehoort.
    (Tussen haakjes): hoogste tijd dat de welles-nietes constellatie onder wetenschappers eens richting eensgezindheid evolueert.oe

    Liked by 1 persoon

      • woelmuizenier

        Het ging mij inderdaad in hoofdzaak om die laatste zin. Het probleem in de wetenschap ligt m.i. hier dat wetenschappers proberen de objecten van hun studies opjectief te beschrijven. Het ‘Ding an sich’. Volgens mij een onmogelijkheid. Een mens kan alleen subjectief waarnemen/oordelen. Daarnaast moet hij/zij holistisch kijken/denken. Niet alleen moet een architect de kwaliteit van zijn bouwmateriaal kennen, hij moet ook weten waar en hoe dit product tot stand komt. Hij moet ook weten wat de impact is van zijn bouwwerk mbt. de ecologische, economische, sociale omgeving, niet alleen lokaal en regionaal, maar ook globaal.
        Veel werk aan de winkel.

        Liked by 1 persoon

  3. Kakel

    Wat te denken van die luide boer? Over milieuverontreiniging gesproken (-:
    Gelukkig ben jij gestopt met roken, dat scheelt een slok op een glas tomatensap on the rocks.

    Like

  4. Thomas Pannenkoek

    En toch is het niet slecht dat veel kinderen worden gemaakt. Qua sportactiviteit vind ik het zowat de tofste die op deze planeet is te vinden, en we moeten er blijven voor zorgen dat de betalingen van ons pensioen verzekerd blijven.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s