Kopje thee?

De passen die de man nam, waren energiek en afgemeten, alsof hij ze drillend telde. Zijn lichaamstaal verried een gebundelde en ternauwernood ingehouden spanning. Meermaals weken voetgangers geïntimideerd uit toen ze hem zagen aankomen, bang dat hij ieder moment tegen hen uit zou varen mocht het tot een toevallig aanraken komen.
Hij laveerde gezwind tussen de shoppende meute door, hield er immer stevig de pas in en vloekte zo nu en dan binnensmonds toen hij toch tegen iemand opbotste. Zulks was onvermijdelijk in deze winkelstraat die een traag wiegende mensenzee had opgeslokt. Even stapte hij van het voetpad af om een sukkelachtig voortschrijdende bejaarde te ontwijken. Een auto toeterde luid en vertraagde. De man draaide resoluut zijn hoofd richting chauffeur en hield diens blik een fractie van een seconde gevangen, net lang genoeg om de arme drommel achter het stuur te laten ineenkrimpen onder zijn donkere ogen die gif leken te spuwen.
Onder een straatoude plataan zat een bedelaar op een stapel kranten. Hij stak een grauwe beker voor zich uit. De man hield even de pas in, boog zich voorover en siste de schooier ‘Fuck you!’ toe, waarna hij hem verbouwereerd achterliet.
Toen de man enkele tellen later een smalle zijstraat van de winkelstraat insloeg, was er ineens leegte. Leegte en stilte. Deze straat was, op drie in de verte geparkeerde wagens na, compleet verlaten. Ze strekte zich schier eindeloos voor hem uit. De hoge en scheef tegen elkaar leunende huizen wierpen lange schaduwen op de met mos begroeide kasseien.
Het driftig stappen van de man verwerd na nauwelijks een minuut tot wandeltempo, het wandelen tot slenteren, het geslenter uiteindelijk tot stilstand. Hij keek achterom en merkte dat een goede tweehonderd meter hem scheidde van de winkelende menigte die van hieruit veel weg had van een kleurrijke, wriemelende mierenkolonie. Even voelde hij zich gedesoriënteerd. Daarna ging hij zitten op de trappen van woning nummer 57. Hij sloeg zijn armen om zijn knieën en liet zijn hoofd erop zakken.
“Kan ik je een thee aanbieden?”
Hij schrok op, sprong meteen recht en draaide zich om. Ongemerkt was de deur achter hem opengegaan. Hij keek in het vriendelijke gezicht van een hoogbejaarde dame met grijs, opgestoken haar.
“Ik… ik wilde niet…”
“Stil maar. Ik verwachtte je.” Ze glimlachte.
“U verwachtte mij?” kaatste de man verbaasd de vraag terug. “Ik denk dat u zich vergist. Allicht verwart u…”
“Toch niet. Kom binnen. Ik heb al thee gezet.”
“Maar…”
“Kom maar.” Ze wandelde naar binnen en liet de deur openstaan. De man aarzelde een wijl, keek even om zich heen, maar stapte toch de trappen op. Hij betrad een benepen vierkante hall waar nauwelijks licht in doordrong. Het rook er zurig.
“Ik ben hier.” De stem kwam vanuit de belendende kamer.
“Bent u wel zeker dat…”
“Kom maar verder.” Het dametje zat aan een kleine blankhouten tafel waarop vier theelichtjes brandden. Voor haar stond een grote, wijde schaal met daarin iets wat op gestampte kruiden leek. Meteen wist de man waar de zurige geur vandaan kwam.
“Ga zitten, Menck.” Ze wees naar de stoel tegenover haar.
“U… u kent mij?” stamelde ik.
“Mijn thee vertelt mij alles”, deelde ze me mee terwijl ze met open handpalmen traag en enigszins plechtstatig de kruiden in de schaal beroerde. “Deze keer brengt ze me helaas weinig opbeurende tijdingen.” Ze keek me recht in de ogen.
“Wat bedoelt u?”
“Ik weet het van je longtumoren.” Ze bleef me fixeren.
“Dat… dat kunt u niet weten! Zelfs de dokters hebben daaromtrent nog geen zekerheid! De diagnose is nog lang niet…”
“Toch wel”, onderbrak ze me. Haar stem klonk rustig maar gedecideerd. “Ik weet het al wél.”
Mijn ogen sperden zich wijd open. Ineens begon er klam zweet uit zowat iedere porie van mijn lichaam te gutsen, waarna ik draaierig werd. In mijn keel voelde ik mijn hart als een razende tekeer gaan.
“Dat betekent dat ik…” Ik hapte naar lucht.
“…kanker heb”, maakte ze onbewogen mijn zin af. “Meer nog, Menck: binnen drie maanden is het afgelopen met je. Daar heb je zelf voor gezorgd, en dat wéét je.”
“Néé!” Ik besefte dat ik die ontkenning uitriep met een van pure ontzetting overslaande stem. Daarna begon ik te luidkeels te huilen met lange, gierende uithalen.

Chatblis stoof gillend het bed af toen ik, hees roepend en badend in het zweet, het dekbed in een onstuimige ruk van me afgooide.
Mijn vijfde dag zonder sigaret was net geen zeven uur oud.

  1. Marc Dufraing

    Al 5 dagen zonder sigaret – dat is al meer dan een halve week! Dat had je in het verleden niet kunnen denken – zelfs niet durven dromen. Neem de droom van die oude dame er dan maar bij – of had je liever van een babe gedroomd?

    Like

  2. zem

    Onzettend goed geschreven, Menck!
    Maar ik heb met je te doen, verdorie: het valt ook niet mee om af te kicken.
    Probeer vol te houden vol, Menck, erger kan het niet worden.
    Goed zo!

    Like

  3. lefabuleuxjardin

    oeps, hier is het niet zo succesvol. Dat de zoon weer enkele dagen in het ziekenhuis moest verblijven was deze keer het excuus en die foto vorig jaar die bevestigden dat de longen nog min of meer clean zijn is ook al geen hulp, nachtmerries plagen me ook al niet, Ik slaap als een snurkende blok.

    Like

  4. Kakel

    Heel knappe beschrijving van de lichaamstaal en de winkelstraat. Doordat je het zo nauwkeurig omschrijft, voel ik me bijna deelgenoot. Vijf dagen…dat is een goed begin! En nu weet je waarom je het doen (-:
    Houd vol! Houd vol!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.