Na Zdorovje

[ Wenduine, donderdag 8 augustus 1985 ]

Kleine schuimkopjes krulden zich om haar tenen, likten licht ruisend haar roosgelakte nagels en trokken zich speels terug in de zilte weidsheid die Noordzee heet. Ze lachte toen er plots een diepgroen bosje zeewier aan haar grote teen bleef hangen. Ze schopte het weg met de onstuimigheid van een kleuter die voor het eerst de zee ziet.
“Zal je altijd van me houden?” vroeg ze ineens. Ze hield halt, draaide zich in een vlotte beweging om en sloeg haar armen om mijn nek.
“Mag ik over zo’n zwaarwichtige vraag even nadenken?” Ik drukte een kus op haar roodverbrande en sproeterige neus.
“Niet langer dan vijf seconden.” Ze sloot haar ogen in afwachting van mijn antwoord.
“En wat als ik oud ben, afgetakeld misschien, lelijk ook en daarenboven nog ‘s last heb van mijn prostaat?”
“Is dat een ja?” Ze keek me indringend en verwachtingsvol aan. Haar handen verplaatsen zich van mijn nek naar mijn schouders.
“Allez, vooruit.” Ik knikte. Prompt zoende ze me vol op de mond.

“Hier is niemand”, leek ze wat later ineens te constateren. ”Echt niemand. Verbazingwekkend. Zijn de stranden in België altijd zo verlaten?” Haar rollende ‘r’ was opmerkelijk.
“Eh, toch zeker op een werkdag om bijna elf uur ’s avonds, ja.”
“Ik ga zwemmen.”
“Nú? Da’s verboden op dit tijdstip. En zeker in deze zone.”
“Ben jij ineens een regeltjesmens geworden?” Ze stiet een minachtende ‘Puh!’ uit.
Zonder dralen stroopte ze haar felbedrukte T-shirt af, rolde het in een bolletje en gooide dat op de droge strandhelft. Hetzelfde deed ze met haar reeds van zeewater doordrenkte short. Die landde een eind verderop. Ze kraaide toen ze zich in de golven stortte. Kort daarop ging ze kopje onder. Een angstwekkend lange poos later kwam ze proestend boven.
“Kom je? Het is heerlijk.” Dan wees ze omhoog. “Kijk, volle maan. Van hieruit is-ie prachtig. Bovendien: ik heb iets voor je!” Ze wreef met beide handen ostentatief over haar glimmende borsten en maakte lichte kneedbewegingen.
‘Ach, het zit zó’, dacht ik, waarna ik me grijnzend van mijn kleren ontdeed. Vervolgens nam ik mijn katoenen schoudertas, tastte erin en vond wat ik zocht. Twintig seconden later omsloten donkere, licht deinende golven mijn middel. De onverwacht felle kou halveerde stante pede mijn mannelijkheid.
“En jij duikt hier in?” Ik was haar tot op twee meter genaderd. “Da’s ijswater, zeg.”
“Hoe kan ik u verwarmen, o koene ridder mijn?” Ze lachte luidop.
“Laat ik u daarop antwoord geven, mijn glibberige waterprinses.” Ik nam haar hand in de mijne en bracht die onder water tot tussen mijn benen.
“Wa…? Wat heb je…?” Toen gierde ze het uit. “Je hebt de fles Porto mee, of wat?”
“Yep, en we komen niet uit dit zoutbad tot we deze knaap soldaat hebben gemaakt. Benieuwd hoe jij zwemt als je dronken bent.”
“Hoe wild ik dan word, zal je bedoelen. Wacht maar ‘s af.” Ze draaide enthousiast de schroefdop open, gooide die in zee en zette de fles aan haar lippen. “Superspul. Jij?”
“Graag.” Ik nam een stevige slok en boerde luidop.
“Na zdorovje.” Ze legde haar wijsvinger op mijn lippen en trok me daarna teder tegen haar gebronsde lichaam. Onze monden vonden elkaar voor een langdurige tongzoen met druivenafdronk.

’s Anderendaags waren we beiden ziek. Van de port. Van de kou.
Die avond huilde ze toen ik haar ten afscheid kuste op het perron.
“Ik voel me ellendig.”
“Ik wist niet dat je zó slecht tegen de drank kon.”
“Van verdriet, sufkop.”
Toen ze in de trein zat, tekende ik van op het perron met beide handen een hartje in de lucht. Ze blies me een kus toe. Daarna wees ze naar mij en vervolgens naar zichzelf. Met haar lippen vormde ze een geluidloos doch niet mis te verstaan ‘forever’. Haar warme adem liet een zweem condens achter op het glas. De trein zette zich traag in beweging.

Ik bleef zwaaien tot haar raampje uit mijn gezichtsveld verdween.  Ik heb nooit meer iets van haar gehoord.

  1. Kakel

    Wat een vurig verhaal in deze koude wereld. Smullen met een hoofdletter! Jij schrijft pure proza en het gaat ook nog ergens over. Dit kun je gerust een compliment noemen (-:

    Like

  2. Rob Alberts

    Slivovitsj dronk ik in het verleden.
    Ik meende dat ik dan ook een Slavisch accent kon nadoen.

    Even terug las ik ergens een mooi compliment van jou.
    Nu kan ik het niet meer terug vinden.

    En ik twijfel of ik al dankjewel heb gezegd.

    Dankbare groet,

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.