De (puber)tijd van toen: Linde-bos

In de tijd dat ik al enkele jaren niet meer met mijn handen boven de lakens sliep, leerde ik een grietje kennen. Ze was jong en onervaren en droeg de schone naam Linde. Bovendien was ze door moeder natuur gul bedeeld met alle toeters en bellen die van een meisje een vrouw maken. Kortom: ik was smoor op dat kind en koesterde, gezonde jonge knaap zijnde, hoge verwachtingen aangaande onze eerste lichamelijke exploraties.

Tijdens de kortste nacht van dat jaar belandden we, werkelijk geheel toevallig, middenin een stukje ongerepte bosschage. Terwijl we ons neervlijden op het hoogpolige mos dat welig tierde onder de diverse loofbomen, sprak ik haar de lieflijkste zinnetjes toe. Haar ogen draaiden regelmatig weg onder zoveel verbaal genot. Op het moment dat de krekels rondom ons hun nieuwste zomerhit begonnen te sjirpen en er aan de einder een eenzame wolf naar de maan huilde, schoof ik mijn tong tussen haar lippen en schreef er haar naam mee. Nog een geluk dat het schone kind niet Marie-Antoinette heette, want vlak nadat ik mijn sierlijke schrijfbewegingen had beëindigd, voelde ik alras hoe een acute kramp zich van mijn kaken meester maakte.

“Laten we roken,” stelde ik gewiekst voor. Ik ging rechtop zitten.
“Ik rook niet,” sprak ze verdedigend.
“Nu nog niet,” knipoogde ik schalks. Wegens de obscuriteit van de ons omringende nacht ontging dit dubieuze gebaar haar.
Daarna begon ik behoedzaam haar T-shirt op te stropen. Dat liet ze zich, onder nauwelijks hoorbaar gekreun, erg welgevallen. Pas toen mijn hand haar linkerborst omvatte, schoot ze wakker uit haar verdoving.
“Ik… ik ben nog…”
“…niet uitgekleed? Ik weet het. Laat ik je helpen met dit omslachtige manoeuvre.” Hetgeen ik ook deed. Nog voor de wolf een derde maal huilde, lagen we beiden spiernaakt te wezen op het mostapijt.
Aanstonds vatte mijn rechterhand een grondige detectie van Linde’s lichaam aan. Geen enkel plekje, op down under na, werd hierbij overgeslagen. Ik streelde over, kneep in en punnikte aan elke heerlijkheid die ik op mijn verkenningstocht tegenkwam. Ons beider gezucht oversteeg weldra het krekelgesjirp.
Ineens baadde onze plaats in het bos in een helder wit licht. De maan kwam vol vanonder een wolk geschoven en zette daarmee vijfenvijftig kilogram begeerlijk vlees in lichterlaaie. In mijn hoofd werd een schot gelost. Een startschot, zo interpreteerde ik het. En dus bracht ik datzelfde hoofd naar het – door een vakkundig bijgewerkte haarstrip bedekte – deeltje van Linde’s lijf dat door menig taalartiest al in de kleurrijkste termen werd geparafraseerd.

Ten tweede male schoof ik mijn tong tussen haar lippen, doch dit keer allerminst met de bedoeling er haar naam mee te schrijven.

Advertenties

  1. tinyblogt

    Ja ja. Mijn herinneringen aan bos-avonturen zijn er vooral van ellendige mieren- en spinnenbeten, krassen van takken en doornen op plaatsen waar je liever geen krassen hebt, blauwe plekken op mijn billen van die stomme stenen onder dat mos. Al dat ander fraais dat je beschrijft, ben ik jammer genoeg vergeten. 🙂

    Like

  2. Pingback: Tag: #De eerste keer | Menck Weserhütte
  3. Pingback: #De eerste keer – second part of my life

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.