Far West-Vlaanderen

Onlangs troonde ik mijn petekind – 11 lentes jong – mee op een wandeling doorheen een stuk zonovergoten ongerepte natuur in de regio. Dat zal zo’n stadsmus goed doen, dacht ik. Edoch, reeds na twintig minuten zag ik de verveling van haar gezicht druipen. Zelfs mijn tijding dat er weleens een ree uit de bosschages zou kunnen opduiken, bracht hierin geen verandering.
“Ik wil terug naar de auto, nonkel Menck.”
“Maar dit is toch puur genieten, schat?” probeerde ik nog.
“Pff”, zette ze haar vernooi kracht bij.
“Willen we naar het speelbos gaan? Dat is hier niet zo ver vandaan.”
Ze blikte me aan alsof ik haar zonet zeer diep had beledigd.

“Wat ben je aan het opzoeken?” vroeg ik haar toen we huiswaarts reden.
“Huh?”
Ik wees naar haar iPhone 6s Plus.
“O, dat. Facebook. Ik ben aan het chatten met een vriendin.”
“Heb je veel vrienden?” probeerde ik semi-geïnteresseerd.
“Een tweehonderdtal.”
“Nou! Dan kan het toch niet moeilijk zijn om samen met iemand te gaan ravotten in het speelbos, niet?”
“Nonkel Menck!”

Het speelbos in onze regio is een paar weken geleden met de nodige luister geopend voor het lagereschoolgrut. De trotse burgervader knipte plechtstatig het lint door waarna er een drukbezochte receptie en wat educatieve speeches volgden.
Sindsdien ligt het bos er doodverlaten bij, zomervakantie of niet. Want, meneer de burgemeester, kinderen spelen niet meer buiten. Ze vertoeven op sociale media. Ze zijn verslaafd aan dure smartphones en hippe spelconsoles. Ze chatten, sms’en en zijn tuk op Instagram. Een speelbos kan hen aan hun reet roesten. Buitenspelen is hooglijk ouderwets. Die achterhaalde bezigheid wordt toegeschreven aan kinderen van niet-geëvolueerde kinkels of aan de kroost van gezinnen die op de rand van de maatschappij leven. Duh!

Recent werd het desolate speelbos gepimpt met een heuse boomlange totempaal. Hij torent indrukwekkend boven de nog jonge aanplant uit in een poging om de aandacht van de jeugdigen te grijpen.
Helaas blijft het speelbos leeg. Wat weet een kind anno 2016 nou van fucking totempalen? Ouwe zakken, gelijk ik, speelden in hun kinderjaren nog cowboy en indiaan. We maakten bogen van wilgentakken en vlastouw en schoten wel dertig buurtkinderen neer. Minstens. We ontvoerden jeugdige squaws die we vervolgens aan een boom vastbonden en vakkundig scalpeerden tot ze het uitschreeuwden van vernedering.

Ach, the times they are a-changin’. Maar of dat nu bepaald ten goede is?
En het speelbos? Dat wordt, zo bevroed ik, over een jaar of vijf verkaveld. Er is op zijn minst plaats voor tien flats met elk evenzoveel appartementen. Zoiets heet effectief welbesteed te zijn.

Zucht.

[ Foto’s: Menck ]

Advertenties

  1. Thomas Pannenkoek

    Ik schrijf niet graag over ‘in mijn tijd’, maar doe het nu wel. Hadden we toen maar zo’n speelbos… We woonden in ‘de jaren zestig’ in een verkaveling waar hier en daar nog een stukje grond onbebouwd was. Zo’n lapje werd vrij van struiken, distels en ander ‘soepgroensel’ gemaakt en we ravotten erop.
    Vandaag is de behoefte hieraan inderdaad niet meer bestaande. Ook naast onze deur zo’n speelplein, vakkundig aangelegd door Stad Brugge met heuveltjes en houten speeltoestellen. Geen kind die behoefte voelt daar te gaan spelen. ’s Avonds na tien uur komen er wel hangjongeren zitten, gewapend met een sixpack bier en een radio die veel volume produceert. En maar lullen en lachen in de maneschijn, verdorie. Als je gaat vragen of het niet stiller kan, loop je het gevaar in elkaar gerammeld te worden.

    Like

  2. lefabuleuxjardin

    In “mijn” tijd stapte ik ’s morgens buiten en kwam pas ’s avonds thuis, zo vrij als een vogeltje en een hoop nichten naast de deur om samen mee op avontuur te gaan. Mijn kinderen konden nooit zonder toezicht buiten komen, het enige stuk natuur was het park en daar mochten ze niet in de bomen klimmen (van mij wel maar niet van de parkwachter) Sociale media is tegenwoordig zowat de enigste plaats waar ze zonder gemoei van volwassenen hun ding kunnen doen. Sorry , maar we kunnen het die kinderen niet kwalijk nemen dat ze niet meer buiten spelen. We hebben het hen zelf afgeleerd met onze pas op voor vieze kleren, vieze beesten en vieze meneren.

    Like

    • Menck

      [ “In “mijn” tijd stapte ik ‘s morgens buiten en kwam pas ‘s avonds thuis, zo vrij als een vogeltje en een hoop nichten naast de deur om samen mee op avontuur te gaan.” ]

      Same here. Ik denk daar zelfs nog geregeld aan terug. En aan hoe ongelooflijk tof mijn kinderjaren verliepen tout court.
      Heden lijkt het wel alsof sociaal contact IRL van geen tel meer is zolang het virtueel maar massaal aanwezig is.

      Like

  3. tinyblogt

    Mijn zoon ging een jaar of acht geleden nog wel eens gaan spelen in het park/speelpleintje vlakbij. Jammer genoeg was hij daar altijd alleen, geen andere kinderen te zien, dus kwam hij meestal na een half uur al weer terug naar huis… Inderdaad, vroeger was dàt toch tenminste beter. Je ging naar buiten en er was altijd wel iemand op het plein die je kende en met wie je kon spelen…

    Like

    • Menck

      Wij maakten kampen in weiden en bosjes, ravotten in parken en op straat en vingen stekelbaarsjes en dikkopjes in de lokale beek (die nu, uiteráárd, vervangen is door een rioolstelsel). Niet dat alles toen beter was, verre van, maar zoals je zegt: dát tenminste wel.

      Liked by 1 persoon

  4. Christel

    Er is nu een nieuwe (verslavende) hype om kinderen/jongeren/volwassenen uit hun kot te krijgen : de Pokémon Go!
    De toekomstige schoonzonen hadden gisteren, toen we met zijn allen gezellig zaten te eten, zo’n beestje gevangen dat op de tafel zat. Binnen de kortste keren stond heel de straat vol jongeren met smart Phone! Driedubbele zucht.

    Like

  5. Joke

    Jammerlijke evolutie. Maar eerlijk? Mocht ik in de huidige tijd kind zijn, zou ik vast en zeker ook achter mijne PC zitten. Wat dat betreft vind ik die Pokémon Go misschien nog niet zo’n slecht idee.

    Like

  6. zem

    Oei, dat was me een ervaring met het prepubertje,
    Misschien was ze iets meer geïnteresseerd in het stuk natuur geweest als je had gesuggereerd dat er een bijzondere Pokémon-verzameling kon zitten. Dit schijnt – hoe lang het duurt – nog een manier te zijn om de jeugd de deur uit te krijgen , weliswaar wel turend op het scherm 😉
    Maar ja, Menck, de tijden zijn zeer veranderd.
    De moestuinrage onder jongvolwassenen geeft gelukkig ons weer wat hoop!

    Like

  7. woelmuizenier

    Hoe goed bedoeld zo een speelbos mag zijn, het is toch slechts een heel klein pleistertje op een grote open wond. In mijn vroege jeugd ravotten wij op straat en maakten van onze foert als er alwéér een auto ons spel verstoorde. Dit is thans niet meer voorspelbaar. Onze geïndividualiseerde welvaart- en consuptiemaatschappij heeft diepe sporen nagelaten. Aanvankelijk stuurden onze ouders ons naar buiten, tot … de televisie kwam en Nonkel Bob ons van de straat terug haalde. Uiteraard was de bekoring door een z/w toestel met 1 of 2 zenders maar van korte duur.
    De schavuiten met kapotte kniën van toen zijn inmiddels moderne ouders geworden die, omwille van hun rust, hun kinderen niet meer naar buiten jagen maar voor de TV vast kluisteren, omringd door een arsenaal aan high tech gadgets. Voeg daaraan toe een machtig industrie apparaat dat achter de schermen dit gedrag in de hand werkt en controleert en het wordt duidelijk dat een speelbosje niets anders is dan een vlo op een hond. Helaas.

    Like

    • Menck

      Je verwoordt grosso modo hoe ik er ook over denk. Anderzijds: als de gemeente investeert in een speelbos zou dat toch moeten impliceren dat er vraag naar was. Voldoende vraag om er ook (een boel!) centen voor vrij te maken. Maar met de imago-opkrikkende stunts van tegenwoordig weet je zulks natuurlijk nooit meer zeker.

      Like

  8. Eilish

    Jammer, maar helaas. De totem mag er nochtans (in al zijn kitsch) wel zijn.
    Totaal buiten de kwestie wil ik nog zeggen dat ik het woord ‘vernooi’ niet kende. Dank u meester Menck, ik ben weer wat wijzer nu 🙂

    Like

  9. Affodil

    De twee oudste kleindochters zaten ooit bij ons aan eenzelfde bureau naar elkaar te emailen. Kleindochter3 begint bij aankomst al meteen met de vraag “wat gaan WE doen?” en als ik niet al een heel bezigheidstherapie-programma klaar heb, verveelt ze zich nog vóór haar jas aan de kapstok hangt. Need I say more? Gelukkig zitten er in de tuin nog steeds genoeg kriebelbeesten (in de zomer toch) om in een loeppotje te bekijken (en dan weer los te laten). En is er na die excurise (en een uitgebreide sessie handenwassen) altijd wel ergens genoeg voorraad om samen koekjes of taart te bakken. Daar kan ik haar wel even mee zoet houden … Tot nu toe is de jongste kleindochter nog steeds hooglijk geïnteresseerd in de koeien in de wei naast ons. Die kleine hou je niet binnen, zelfs al s het bakken giet. Benieuwd of de pasgeboren enige kleinzoon gaat evolueren naar een binnen- of een buitenmens.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s