De pedalen verliezen

Vanuit een zijstraat draaide plots een pyjamablauwe Opel Corsa de provincieweg op. Dat gebeurde zowat honderd meter voor me uit. Toch moest ik alsnog in de remmen, want het wagentje leek niet vooruit te branden.
Had de chauffeur een acute aanval van rechtervoetverlamming gekregen? Werd het aftandse Opeltje getrokken door een span muilezels? Of was de persoon achter het stuur een hoogbejaarde zondagsrijder?
Mijn laatste gok bleek de juiste. Toen ik vlak achter het nu toch min of meer optrekkende autootje was, zag ik twee lichtjes wiebelende grijze knikkers net boven de hoofdsteunen. Op het linkse kopje stond, enigszins scheef, een vaalgrijze pet met ruitjesmotief, het rechtse was dan weer voorzien van grote krulspeldkrullen die ongetwijfeld door een halve bus haarlak bijeengehouden werden. Een volle minuut later scheurde het wagentje aan een duizelingwekkende kruissnelheid van welgeteld eenenveertig en een halve kilometer per uur over de steenweg. De maximumsnelheid bedroeg er zeventig. Deze voorzienige grijsaard speelde voorwaar op zeker door een ruime veiligheidsmarge in te bouwen.
Niks op tegen. Ik ben een welopgevoede mens met tonnen geduld. Zeker op zondag. Bovendien ambieer ik het predicaat heer in het verkeer. Bumperkleven – en alle andere mogelijke uitingen van verkeersagressie – zijn niet aan mij besteed.
Ik liet de twee opkomende wagens passeren, gaf vervolgens een tik tegen mijn linker richtingaanwijzer en na een blik in de achteruitkijkspiegel zoefde ik de heer en mevrouw Optgemak voorbij. Op het moment dat ik een tiental meter voor ze uit was, voegde ik, netjes de rechter richtingaanwijzer gebruikend, weer in en vervolgde mijn weg aan de voorgeschreven snelheid.
En dan gebeurde het.
Ineens werd er achter mij een toeterserenade ontstoken die minstens tien volle seconden ononderbroken aanhield. Ze werd begeleid door grootlicht dat werd opgeworpen annex een boos voor de voorruit gehouden herenvuist. De krulspelddame maakte daarbij menig maal een handgebaar alsof ze een nijdig zoemende mug van vlak voor haar voorhoofd wilde grissen.
Hoewel ik inwendig kookte, gaf ik geen krimp. Ik voelde mijn handen zich strakker om het stuur spannen en zag mijn knokkels wit wegtrekken. Mijn ‘heer in het verkeer’-reputatie werd thans danig op de proef gesteld. Edoch, kalmte won het van ergernis. Uit mijn jaszak diepte ik een sigaret op, propte die tussen mijn lippen en hield ze in de vlam van mijn aansteker. Samen met een wolk blauwgrijze rook blies ik vervolgens mijn frustratie door het openstaande raam. Een minuut later was ik alweer vrolijk ‘Middle Of The Road’ aan het fluiten.

Ik geloofde amper mijn ogen toen ik, twee kilometer verderop, stond te tanken en er plots een pyjamablauwe Opel Corsa halthield voor de pomp naast me. Een kleine en gezette eindzeventiger stapte uit. Zijn hoofd was rood aangelopen.
“Gij denkt zeker dat gij de weg voor u alleen hebt, jongmens?” Hij posteerde zich naast me. De dame-met-de-krullen bleef in de wagen zitten en sloeg ons, raampje opengedraaid, van daaruit gade.
“U bedoelt?” Ik keek even naar hem en richtte vervolgens mijn aandacht weer op een plekje ergens ter hoogte van mijn benzinetank.
“Wat ik bedoel?” kaatste hij mijn vraag terug. ”Ik denk dat gij dat goed genoeg weet!” Hij begon zijn stem nu wat te verheffen.
“Om eerlijk te zijn: nee.” Ik gunde de man geen blik waardig.
“Wie blies ons daarnet bijna van de weg? Waart gij dat dan niet?”
“Mag ik er meneer attent op maken dat ik netjes voorbijstak, mijn richtingaanwijzers gebruikte en me volkomen aan de wettelijke maximumsnelheid hield?”
“Hà! Laat me niet lachen, jongmens. Gij stóóf ons begot voorbij, ja!” Ineens bengelde er een belerend wijsvingertje voor mijn neus.
Ik haakte de vulslang terug in de pomp, draaide mijn tank dicht en richtte me vervolgens op. Ik keek heden neer op een bolletje woede op korte beentjes.
“Zou die illusie niet zijn ontsproten aan het feit dat meneer zich aan het voortbewegen was met de snelheid van een negentiende-eeuwse boerenkar waardoor om het even welke andere wagen plots de schijn wekt zich te verplaatsen aan raketsnelheid? Zou het soms dát niet kunnen zijn, meneer?” Ik stapte in. Nijdiger dan gewild.
“O ja, kijk, dat is makkelijk. Loop maar weg, ja. Lafheid heet zoiets.”
Hoorbaar zuchtend stapte ik terug uit mijn auto, liep naar zijn wagen en liet mijn blik in het interieur vallen.
“Wat hebt gij in mijn auto te zoeken, jongmens?”
“O, niks. Ik wilde me er alleen maar van vergewissen dat er in uw wagentje meer dan twee versnellingen beschikbaar zijn.”
De bejaarde viel stil en keek me aan alsof hij het zopas had horen donderen in Keulen.
“Een prettige dag nog, meneer.”
Ik stapte snel in, gaf stevig gas en verliet de parking van het benzinestation met gierende banden. Daar ging mijn reputatie.

Advertenties

  1. Bart

    Way to go Menck, keeping that cool! Het is telkens opnieuw meer dan een uitdaging voor me om de kalmte te bewaren in het verkeer. Zeker tijdens de spitsuren. Ik probeer hard om me niet te laten opjutten door staartbijters (hoewel ik zelf eerder tot de vlotte rijders behoor), er is niks vervelender… Meestal zijn er dan geen oudere mensen mee gemoeid, eerder cowboys&cowgirls. Hoedanook, best wel grappig hoe dat ouder koppel reageert op jouw “laag-vliegende snelheden” van amper 70km/u. Op die leeftijd lijkt alles net dat ietsje sneller waarschijnlijk.

    Like

  2. memyselfandwe

    Oh jee… Die oudjes toch (maar soms merk je ook wel een neger aan zijn rijgedrag. Die hebben het ook behoorlijk meoilijk me dunkt…). Ik erger mij dood aan de mensen die de rechtste pedaal nauwelijks aanraken. Gelukkig kan jij je koelheid bewaren. En welke kleur is pyjamablauw?? Zoon heeft veel blauwe pyjama’s…

    Like

    • Menck

      Pyjamablauw is een soort vuil lichtblauw. In de sixties werd een dergelijke kleur ook wel eens aangewend voor tegels in badkamers of keukens.

      Dat zwarten / zwarte medemensen (het woord ‘n*gers’ neemt u me dunkt toch beter maar niet meer in de mond) trager of moeilijker zouden rijden, is me nog niet opgevallen.

      Like

  3. Brubeck

    Polarisatie.. Niet alleen in de politiek maar ook in het verkeer. Maar wel herkenbaar. En dan weten dat we over pakweg 30 jaar zelf ook de toegelaten snelheid minus 30 km/u zullen aanhouden, niet ? 🙂

    Like

    • Menck

      Als de regelneverij met betrekking tot het verkeer(sreglement) zich in hetzelfde tempo verder zet, wordt de huidige wettelijke snelheid minus 30 sowieso de maatstaf in de toekomst.

      Like

  4. beaunino

    Nou, toch duidelijk een heer Menck.
    Keurig netjes opgelost.
    -Weet je welke de ergste zijn? Zij, die ‘expres’ zo langzaam gaan rijden dat ze zelf nog net door het oranje stoplicht kunnen, terwijl jij dus moet stoppen. Grrr…

    Like

  5. Affodil

    De afgelopen week ook achter zoiets gereden, enfin, gekropen: tegen volle 50-en-een-sjiek km/u over de E17. Ik kwam net op de snelweg en kreeg verdomd de kans niet om in te halen, want het tweede baanvak zat tjokvol passeerders die allemaal dat muggenvang-gebaar maakten naar de klak vóór mij…

    Like

  6. Joke

    Doet me spontaan denken aan een uitspraak van mijn grootvader. Toen hij voor de allereerste keer in een auto zat, moet hij achteraf verklaard hebben dat dat zó snel ging dat de bomen langs de kant van de weg één houten plank leken. Volgens mij reed men toen ook niet sneller dan een km of 40 per uur. Perceptie hè.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s