Dag nieuwe man, man van mijn dromen

Om maar direct de koe bij de hoorns te vatten: ik ben geen nieuwe man. Meer zelfs: ik heb een diepgewortelde aversie tegen de term en jegens de manspersoon die zulke door de lifestylebladen opgedrongen definitie belichaamt.

Zo’n nieuwerwetse mannenmens zou gezwind en zonder morren uitvoerig deelnemen aan het huishouden. Na een drukke dagtaak stort hij zich fluitend op de afwas, lapt vervolgens breed glimlachend een stuk of wat ramen en ververst, tussen twee stofzuigbeurten in, neuriënd de volle pamper van zijn jongste spruit. Vlak voor de film begint, strijkt hij nog snel-snel een stapeltje wasgoed, ondertussen meermaals schalks knipogend naar vrouwlief die haar gemaal goedkeurend gadeslaat vanuit de luie sofa. “Zet ik je straks nog een rozenbottelthee, schat? Doch laat ik eerst even de vaatwasser leegmaken.”
Yeah, right.
Een vrouw die beweert dat er onder het echtelijk dak een soortgelijke nieuwe man vertoeft, is óf een leugenaarster van jewelste óf een schepsel dat te lui is om te helpen donderen. Een dergelijke man is dan weer, voor zover ik weet, onvindbaar dan wel een gigantische miet.
Of ík dan niks huishoudelijks verricht?
Toch. Want ook mijn madam gaat uit werken. Dat doet ze zelfs dagelijks en op voltijdse basis. Dientengevolge is het niet meer dan normaal dat ik te gepasten tijde een stofvod hanteer, de stofzuiger aansleep of een pan ontvet. Maar daarmee is dan ook zowat alles gezegd. Ik was niet, ik strijk niet, ik kook niet, ik ververs geen pampers (al zou dat kunnen toegeschreven worden aan het feit dat we geen kinderen hebben en zelf nog niet luierbehoeftig zijn) en ik ben eerlijk. Dat alles zorgt ervoor dat het etiket ‘nieuwe man’ me niet kan opgespeld worden.
Of mijn madam daar rouwig om is?
Niet!
Om te beginnen kent ze mijn kookkunsten. Of beter: het gebrek eraan. Kokkerellen is bijlange niet aan blogger dezes besteed. Een biefstuk bakken lukt me nog wel. Ook aardappelen koken vind ik geen onoverkomelijke opdracht. Zelfs wat betreft de groenten gaar stoven, acht ik de moeilijkheidsgraad aannemelijk. Maar een biefstuk bakken én aardappelen koken én groenten gaar stoven – tegelijkertijd, weet u wel – is een geenszins te overwinnen hindernis met gegarandeerd kwalijke gevolgen. En da’s dan nog maar ordinaire Vlaamse boerenkost. Laat staan dat ik een culinair verfijnder maal dien te prepareren; dát zou pas lachen worden. Groen.
En dus kookt madam Menck zelf. Dat gaat merkelijk sneller, heeft een aanzienlijk hoger slaagpercentage en sluit aardig wat gemors en/of vetspatten uit.
Wat me linea recta bij de volgende twee heikele punten brengt: wassen en strijken. Al kan ik wassen al bij voorbaat uitsluiten; dat is het werk van een machine die speciaal daartoe werd gecreëerd. Deurtje open, was erin, deurtje dicht, knop indrukken, gaat ie! Kortom, een kind kan de was doen.
De kaarten liggen enigszins anders voor wat het strijken betreft. Misschien dat ik zulks na een weinig oefening wel onder de knie zou krijgen, ware het niet dat ik dat gezeul met het hete ijzer als een behoorlijk onnodig karwei beschouw. Voor wie, zoals ik, quasi nimmer een hemd aantrekt, is strijken een volstrekt nodeloze klus. Sweaters, truien, T-shirts, jeansbroeken, sokken noch slips dienen te worden gestreken. Wie geen kledijvernietigende en energieslorpende droogkast gebruikt, zal merken dat, na het drogen van de was door ophanging, kreuken ternauwernood enige kans tot manifestatie krijgen op de aangehaalde stukken textiel. En dus strijk ik niet. En verlang ik zulks al evenmin van mijn madam. Al legt zij op haar beurt, begrijpe wie kan, mijn antistrijkpleidooi geheel en al naast zich neer. Vrouwen en logica: breek me daarover de bek niet open, meneer.

Maar goed; we waren over de nieuwe man bezig.
Een zekere Vlaamse bioloog (warrig krullend haar, konijnensmoel, pedant, u kent hem wel) stelt dat de nieuwe man eigenlijk niet meer – maar ook niet minder – dan een nieuwe vader is. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben. Mannetjes bij mensen, in tegenstelling tot die bij de meeste andere zoogdieren, kunnen een vaderrol opnemen. Bij het gros van de zoogdieren verdwijnt de man na de bevruchting. Bij de mens blijft hij (of dat is toch de bedoeling), omdat samenwerking met de moeder gunstig is voor de overleving van de baby. De nieuwe man is aldus simpelweg een vader in een evolutie naar meer zorgzaamheid.
De evolutie van zorgzame vaders is de laatste tijd bovendien enorm versneld doordat wij, in vergelijking met de echt grote gezinnen van vroeger en in tegenstelling tot andere zoogdieren, nog maar weinig kinderen krijgen. Hoe minder kinderen, hoe meer belang een vader erbij heeft zich zorgzaam op te stellen. Want anders dreigt hij geen enkele inbreng in de volgende generaties te hebben. En dat kan nooit de bedoeling zijn.

Vertelde ik u reeds dat ik géén vader ben? Dacht het wel.

Advertenties

  1. Thomas Pannenkoek

    En toch, mijn waarde, ben ik geen ‘miet’ en doe ik een redelijke duit in het zakje wat het huishouden betreft. Alles eigenlijk, behalve strijken, want daar heb ik een bloedhekel aan. Mijn schat heeft dan een hekel aan het onderhouden van de tuin, wat de balans wat in evenwicht brengt.

    Like

    • Menck

      Zoals vermeld heb ik aan strijken eveneens een hekel. Bovendien vind ik het voor tachtig procent van de was onnodig.
      Mijn inbreng in het huishouden bestaat voornamelijk uit afstoffen, stofzuigen en schilderen/behangen. (Yep, we veranderen graag eens de look van ons interieur. 😉 )

      Like

  2. Eilish

    Ik ben – getrouwd geweest zijnde – hier altijd de grote miet geweest. Geen klop deed de mijne binnenshuis (behalve rommel maken, met beslijkte schoenen uit de hof komen, een glascontainer aan lege wijnflessen achterlaten, zijn was naast de wasbak op de grond gooien …)
    Een huishouden beredderen is mijns inziens een kwestie van afspraken maken en helpen waar nodig. Die afspraken stonden bij ons precies niet in het huwelijkscontract. Gelukkig is er de uitspraak van de ezel en de steen !

    Like

  3. Affodil

    Ooit is er een kleine wereldoorlog uitgebroken met mijn moeder omdat ze ons “betrapte” op het feit dat Manlief de vaat deed terwijl ik de grasmachine bediende. Nochtans beantwoordde hij daarmee aan de eis van de huisarts dat ik – na gedane dagtaak in een labo waar in die tijd nog niet erg aan “welzijn” en “arbeidsveiligheid” werd gedaan – meer buitenlucht moest inademen om de immer aanwezige hoofdpijnen te bezweren. Ze ging een eeuwigheid door over “mannenwerk” en “vrouwenwerk”, tot ik haar duidelijk maakte dat wij ook 2 soorten werk hadden: “wat gedaan was” en “wat nog moest gedaan worden” en dat daar verder geen naamplaatjes bij stonden.

    Ja, mijn ventje kan een strijkijzer hanteren, net zo goed als ik met een boormachine overweg kan. Ja, hij kan het huis schoonmaken (doen we tegenwoordig elke vrijdag voormiddag samen, waardoor we 150m² in 2 uur netjes hebben), zowel als ik kan schilderen, kleine loodgieterij en elektriciteitswerkjes opknappen (voor het grote werk wordt een expert in huis gehaald). Alhoewel: de cv hebben we zelf geïnstalleerd. Samen. Ach, ik heb ook nooit met poppen gespeeld. Voétballen, met de neefjes. Tot er eentje een onhoudbare penalty tegen mijn neus knalde. Toen was het eventjes over, dat kwajongensgedoen…

    Like

    • Menck

      ‘De man buiten, de vrouw binnen’ werd vrij algemeen gehanteerd in de vijftiger en zestiger jaren. Zelfs de reclame deed in dat verband stevig haar duit in het zakje: stofzuigers en kookpotten waren voor de vrouw terwijl drank en auto’s voor de man waren. Je moeder is duidelijk nog niet losgeraakt uit die tijdsgeest. 😉

      Like

  4. memyselfandwe

    Mijn Ventje steekt de was in en hangt die ook op. Hij wou tijdens mijn eerste zwangerschap niet dat ik met volle en zware wasmanden de trappen deed en dat is er na de bevalling een beetje in gebleven. Hij onderhoudt ook de tuin en de auto’s. Ik daarentegen kook, hou de keuken netjes (als in afwasmachine regelmatig laten draaien, leegmaken en opnieuw vullen), afstoffen, ramen lappen, dweilen (als hij het doet is het nooit goed naar mijn idee). De zoon verzorgen doen we samen. Ach. Zolang iedereen er zich maar gelukkig bij voelt zeker?
    Meestal ben ik aan het koken terwijl het ventje zeer conservatief in de zetel zit. Maar ach. Anders hebben we geen eten!

    Like

  5. Kristien

    Eenmaal heeft mijn man de ramen gelapt. We woonden in een huurhuis met kolossale ramen. Omdat ik lange werkdagen maakte, vroeg ik poeslief of hij de ramen eens onder handen wilde nemen. Pas getrouwd en verliefd zijnde ging hij dat klusje wel even voor me klaren. Toen hij ijverig met zijn spons in de weer was, fietsten drie vrouwen voorbij en riepen in koor: “hé, schatteke, kom je dat sebiet bij ons ook ‘ns doen?”. Dat was meteen het einde van de ramenlapperij. 🙂
    (Poepluiers ververste mijn nieuwe man ook nooit, daar had hij een poephekel aan.)

    Like

  6. beauninoblog

    Ach, hier doe ik de meeste huishoudelijke klusjes, maar ik werk dan ook maar drie dagen en Remco minstens 60 uur. Toch kookt hij nog best veel (oké, hij kent mijn kookkunsten), Daarbij doet hij de dingen die net zo belangrijk zijn, maar waar ik niet zo sterk in ben, of domweg geen zin in heb…onderhoud zeg maar.
    Als je maar gelukkig bent samen. Dan maar wat minder geëmancipeerd toch?!

    Like

  7. Liese

    Wij hebben een onuitgesproken afspraak: ik ben chef v h huishouden en hij zaagt niet als het niet gedaan is. (Daarmee dat hij zijn kleren zelf strijkt, anders moet hij te lang wachten)

    Like

  8. pharailde

    Strijken, wat is dat? Ik haal dat strijkijzer de laatste jaren slechts om de drie maanden of zo eens uit (ook al heb ik absoluut geen hekel aan strijken), contradictorisch vooral in de zomer, als er al eens een hemd of een linnen bloes of broek moet worden gestreken. Al de rest wordt zo opgeplooid, ook lakens, keukenhanddoeken, zakdoeken, e.d. Dat strijkt zichzelf als het ware in de kast (en na het eerste gebruik, zie je er toch niet veel meer van dat strijkwerk). En ja, het gros van de was gaat in de droogkast. De truc is dan wel om de was onmiddellijk op te plooien. Ik had dat al vele jaren eerder moeten doen, had mij al veel tijd gespaard 🙂

    Like

  9. Billy

    ik voel mezelf geen nieuwe man, ook al kàn ik de meeste huishoudelijke taken wel aan (behalve strijken).
    Maar mijn vrouw werkt niet (door haar rugperikelen) zodat de hulp in het huishouden meestal beperkt blijft. Onderhoud van de badkamer, af en toe ’s met de stofzuiger rond gaan en het tuinwerk. En koken doe ik zelf heel graag, eten trouwens ook… 😉

    Like

    • Menck

      Aan koken heb ik een broertje dood. Idem voor mijn madam. Vandaar dat we dan ook verbaasd de wildgroei van – en het enthousiasme voor – alle kookprogramma’s en -boeken aangapen.
      Nu, iemand die graag kookt, vindt zulks natuurlijk geen sleur (zoals wij). En da’s dan weer mooi meegenomen. 😉

      Like

    • Menck

      Vandaar ook dat is schreef: ‘… hoe meer belang een vader erbij heeft zich zorgzaam op te stellen. Want anders dreigt hij geen enkele inbreng in de volgende generaties te hebben.’

      Like

  10. madame boerenerf

    Ik wil ook geen ‘nieuwe man’ maar aangezien we allebei voltijds werken verwacht ik wel hulp in het huishouden. Gelukkig heb ik niet te veel verwachtingen want ik doe ook ni graag aan huishouden 🙂 Ben ik dan een ‘nieuwe vrouw’?

    Like

  11. micheleeuw

    Mijn schat doet de boodschappen want hij kookt. Ik doe de was en de opplooi want strijken doen we niet. Ik vul de vaatwasser en hij (of ik) leeg het. Hij doet de tuin en ik betaal de kuisvrouw. Ik zorg voor de poezen, hij voor zijn foto’s en verslagjes. 😉

    Like

  12. onderdeappelboom

    Woehoe, als je me op mijn paard moet krijgen, moet je hierover beginnen! Van mij mogen partners van om het even welke combinatie van geslachten om het even wat doen in het huishouden. Maar dat argumenten gebruikt worden als ‘maar uiteindelijk kan een vrouw dat toch beter’, vooral uitgesproken door vrouwen zelf, man, daarvan ga ik door het lint!

    Like

    • Menck

      Rustig, rustig. Denk aan je bloeddruk en je hart en het overmatig bezigen van uitroeptekens. 😉
      Nu, als ik iemand op zijn paard kan krijgen, zal ik dat uiteraard nooit laten. Maar met dit stuk was zulks toch geenszins mijn bedoeling. Nieuwe mannen, nieuwe vrouwen? Tss. Alleen partners die elkaar begrijpen en aanvullen, verdienen de volle aandacht.

      Bon. Dan mag je nu weer ademen.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s