Hastenburaphobia

Bruno, vijfenveertig lentes jong, heeft al tweeëntwintig jaar grasangst. Of hastenburaphobia, zoals zijn fobie in geleerde kringen wordt omschreven.
Als hij er destijds tegen iemand over begon, werd hij zelden ernstig genomen. Alleen zijn vrouw wist wat hij meemaakte bij het zien van een grasberm, een gazon of een voetbalveld: angst, diepgewortelde en gekmakende angst. Ook zij – en zij alleen – kent de ware toedracht: als prille twintiger werd Bruno anaal verkracht door een jonge bronstige stier toen hij te midden van een weide zat te kakken. Sindsdien associeert hij gras met bedreiging. En vindt hij stieren je reinste pain in the ass.
Hun gazon, toch goed voor een stevige lap van om en bij de achthonderd vierkante meter, heeft Bruno zeventien jaar geleden laten asfalteren. Zijn vrouw morde maar liet begaan. Sindsdien rolt ze een stukje kunstgras uit om op te zonnen en tegelijk het tuingevoel te behouden. Haar ambulante privétuintje, noemt ze het wel eens smalend.
Als zelfstandig verzekeringsagent leidt Bruno een tamelijk grasloos bestaan. Doch als een nieuwe klant hem bij het afsluiten van een polis interpelleerde met de vraag of er geen addertjes onder het gras zitten, brak het angstzweet hem in dikke stromen uit en was er leeuwenmoed voor nodig om het gesprek verder te zetten.

De gehanteerde verleden tijd in het bovenstaande betoog is niet geheel onopzettelijk. Want twee jaar geleden is Bruno, op langdurig aandringen van zijn vrouw, in therapie gegaan. De hastenburaphobiaspecialist, de wereldvermaarde Zwitserse doch in België opererende dokter Edward Gracilis, bleek een aimabele man te zijn die Bruno meteen op zijn gemak stelde: “Ik help je resoluut van je fobie af, maar het zal wat tijd vergen.” Bruno voelde op slag een last van zijn schouders vallen.
Heden maakt Bruno forse vorderingen. Bij het aanschouwen van een perk of wei breekt het angstzweet hem niet langer uit; er loopt hooguit een koude rilling over zijn rug. Hij is echter nog steeds niet in staat om op gras te lopen, laat staan het aan te raken. Maar ook daar wordt aan gewerkt. Want Gracilis geeft hem regelmatig opdrachten mee.
Bruno executeert ze met daadwerkelijke toewijding, zoals ik afgelopen zondag nog met eigen ogen mocht aanschouwen in de buurt van het Brugse Bilkske, getuige de foto’s onderaan deze lap tekst. Zijn vrouw keek toe met onverholen trots in de ogen. Ze verklaarde me dat Bruno van heel ver is gekomen en dat ze ongelooflijk fier is op haar man. “Volgende maand gaat hij zelfs in therapie voor zijn taurofobie (*)”, glunderde ze. “En aanstaande dinsdag krijgt hij in het AZ Sint-Jan zowaar een nieuwe sluitspier ingeplant. Er is eindelijk een geschikte donor gevonden.” Ik zag tranen in haar ogen opwellen en las er onbewimpelde gelukzaligheid in. “Als het even meezit, kan ik volgend jaar ein-de-lijk eens met Bruno naar Graspop in Dessel”, deelde ze me afrondend mee. “Zowel hij als ik zijn het jaarlijkse bezoek aan Marktrock onderhand danig beu.”

(*) Angst voor stieren

[ Foto’s: Menck/Twaait | aanklikbaar voor groter ]

Advertenties

  1. pharailde

    Blijkbaar zijn er in Gent ook heel wat mensen die last hebben van hastenburaphobia, toch te zien aan het aantal – vooral jonge – mensen dat in het Zuidpark verwoede pogingen doet om op die manier van de ene boom tot aan de andere te geraken.

    Like

  2. Liese

    slacklining of zoiets heet dat zeker? De (toenmalige zwangere) vriendin van de peter van mijn zoon moest danig overtuigd worden om dat toch voor 9 maanden eventjes niet meer te gaan doen 🙂

    Like

    • Menck

      Dat is inderdaad slacklining: balanceren op een uiterst veerkrachtige band die doorgaans tussen twee bomen wordt gespannen. Het is zo’n beetje de opvolger van tightrope walking, met dat verschil dat het laatste middels een strakke en stabiele overbrugging gebeurt.

      Like

      • pharailde

        Ah, ik dacht gewoon dat dat mensen van de Circusplaneet of gelijkaardigs waren, die zich oefenden om koorddanser te worden, maar zich nog niet echt waagden aan een oversteek tussen Sint-Niklaaskerk en Belfort (voor sommigen zelfs maar best).

        Like

    • Menck

      “Zandzeepsodemineraalwatersteenstralen!” vloog ik onlangs nog uit tegen de vertegenwoordiger van de elektriciteitsproductiemaatschappij die zonder twijfel een meervoudigepersoonlijkheidsstoornis had wijl hij tevens aan een hippopotomonstrosesquippedaliofobie leed. Hij raadde me zowaar een koelkast met chloorfluorkoolwaterstofverbinding aan, terwijl die godbetert al bij wet verboden zijn sinds 1995.
      “Sorry,” excuseerde hij zich, “ik heb tamelijk veel last van het chronischevermoeidheidssyndroom en voor mijn specifieke behandeling komt het geneesmiddelenvergoedingssysteem niet tussen.”
      “Daar heb ik geen zaken mee”, repliceerde ik. “U moet zich maar wenden tot uw arbeidsongeschiktheidsverzekeringsmaatschappij.”

      Gaat het nog, Bart?

      Like

  3. Rob Alberts

    Een grasveldje bij een ander bekijken lukt mij prima.
    Maar het lawaai van grasmachines staat mij vreselijk tegen.
    In de eigen tuin is hooguit straatjesgras tussen de bestrating te vinden.
    Maar nu ik verschillende kruiden en planten hier tussen uitzaai komt er weinig straatjesgras meer te voorschijn.
    Het bevalt mij prima.
    Of lijd ik nu aan verborgen Hastenburaphobia???

    Is het dodelijk of kan ik er heel oud mee worden?

    Vrolijke vakantiegroet,

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s